Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:11562
2026-08-09
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/10/724641 / JE RK 26-1582
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Voorlopige ondertoezichtstelling en spoedmachtiging tot uithuisplaatsing in een ziekenhuis. Onverklaarbaar letsel bij een jonge baby.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (7.037 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM
Team jeugd
Zaaknummer: C/10/724641 / JE RK 26-1582
Datum uitspraak: 9 augustus 2026
Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming, locatie Rotterdam-Dordrecht,
hierna te noemen: de Raad, gevestigd in Rotterdam,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2026 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. T. Erdal, kantoorhoudende in Rotterdam.
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen: de GI, gevestigd in Rotterdam.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
het mondelinge verzoek van de Raad op 9 augustus 2026;
de schriftelijke bevestiging van het verzoek van de Raad met bijlagen, bij de rechtbank binnengekomen op 10 augustus 2026.
2De feiten
2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft in [ziekenhuis] .
3Het verzoek
De Raad verzoekt [minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de Raad een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in [ziekenhuis] te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De Raad verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
4De beoordeling
4.1.
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. Baby [minderjarige] is 25 dagen oud. Hij verblijft in [ziekenhuis] . Hij heeft drie blauwe plekken op beide armen. De moeder weet niet hoe deze plekken zijn ontstaan. Enerzijds geeft zij aan dat zij [minderjarige] misschien te hard heeft geknepen, anderzijds geeft zij aan dat ze niet weet wat de oorzaak is. Het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling heeft de plekken beoordeeld als ‘zeer verdacht’. De moeder heeft kenbaar gemaakt dat zij complexe PTSS heeft. Haar nu vierjarige dochter stond tot recent onder toezicht. De relatie tussen de ouders is niet stabiel. De moeder is in het ziekenhuis erg emotioneel en wil [minderjarige] mee naar huis nemen, terwijl de noodzakelijke onderzoeken niet zijn afgerond. De ouders willen op enig moment niet meer in gesprek met het Crisis Interventieteam en/of de Raad.
4.2.
De kinderrechter is op grond van het vorenstaande van oordeel dat aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan. Er is een ernstig vermoeden dat de ontwikkeling van [minderjarige] acuut en ernstig wordt bedreigd. De voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om die bedreiging weg te nemen.
4.3.
Daarnaast is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van zijn verzorging en opvoeding dat [minderjarige] uit huis wordt geplaatst in het ziekenhuis. [minderjarige] is heel jong en kwetsbaar en geheel afhankelijk van zijn verzorgers. Er dient in het ziekenhuis nader onderzoek plaats te vinden naar de oorzaken van de blauwe plekken op zijn armen.
4.4.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige] . Daarom stelt de kinderrechter [minderjarige] voorlopig onder toezicht voor de duur van drie maanden. Ook machtigt de kinderrechter de GI om [minderjarige] uit huis te plaatsen in het ziekenhuis voor de duur van maximaal vier weken.
4.5.
De kinderrechter verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
4.6.
De Raad, de GI en de moeder worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5De beslissing
De kinderrechter:
5.1.
stelt [minderjarige] voorlopig onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd in Rotterdam, met ingang van 9 augustus 2026 tot 9 november 2026;
5.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in [ziekenhuis] in [plaats] met ingang van 9 augustus 2026 tot 6 september 2026;
5.3.
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
en alvorens verder te beslissen:
5.4.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en bepaalt dat de Raad, de GI, de moeder en mr. Erdal zullen worden gehoord ter zitting van 14 augustus 2026 om 15:15 uur in het gerechtsgebouw van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, aan Wilhelminaplein 100 / 125 in Rotterdam;
5.5.
de zaak zal op laatstgenoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter;
5.6.
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproeping van de Raad, de GI, de moeder en mr. Erdal.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in het openbaar uitgesproken op 9 augustus 2026, en op 10 augustus 2026 vastgesteld in aanwezigheid van
mr. R. van der Zeeuw als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de voorlopige ondertoezichtstelling staat geen hoger beroep open.
Artikel 1:257 BW.
Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW).
Artikel 807 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
Team jeugd
Zaaknummer: C/10/724641 / JE RK 26-1582
Datum uitspraak: 9 augustus 2026
Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming, locatie Rotterdam-Dordrecht,
hierna te noemen: de Raad, gevestigd in Rotterdam,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2026 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. T. Erdal, kantoorhoudende in Rotterdam.
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen: de GI, gevestigd in Rotterdam.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
het mondelinge verzoek van de Raad op 9 augustus 2026;
de schriftelijke bevestiging van het verzoek van de Raad met bijlagen, bij de rechtbank binnengekomen op 10 augustus 2026.
2De feiten
2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft in [ziekenhuis] .
3Het verzoek
De Raad verzoekt [minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de Raad een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in [ziekenhuis] te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De Raad verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
4De beoordeling
4.1.
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. Baby [minderjarige] is 25 dagen oud. Hij verblijft in [ziekenhuis] . Hij heeft drie blauwe plekken op beide armen. De moeder weet niet hoe deze plekken zijn ontstaan. Enerzijds geeft zij aan dat zij [minderjarige] misschien te hard heeft geknepen, anderzijds geeft zij aan dat ze niet weet wat de oorzaak is. Het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling heeft de plekken beoordeeld als ‘zeer verdacht’. De moeder heeft kenbaar gemaakt dat zij complexe PTSS heeft. Haar nu vierjarige dochter stond tot recent onder toezicht. De relatie tussen de ouders is niet stabiel. De moeder is in het ziekenhuis erg emotioneel en wil [minderjarige] mee naar huis nemen, terwijl de noodzakelijke onderzoeken niet zijn afgerond. De ouders willen op enig moment niet meer in gesprek met het Crisis Interventieteam en/of de Raad.
4.2.
De kinderrechter is op grond van het vorenstaande van oordeel dat aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan. Er is een ernstig vermoeden dat de ontwikkeling van [minderjarige] acuut en ernstig wordt bedreigd. De voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om die bedreiging weg te nemen.
4.3.
Daarnaast is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van zijn verzorging en opvoeding dat [minderjarige] uit huis wordt geplaatst in het ziekenhuis. [minderjarige] is heel jong en kwetsbaar en geheel afhankelijk van zijn verzorgers. Er dient in het ziekenhuis nader onderzoek plaats te vinden naar de oorzaken van de blauwe plekken op zijn armen.
4.4.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige] . Daarom stelt de kinderrechter [minderjarige] voorlopig onder toezicht voor de duur van drie maanden. Ook machtigt de kinderrechter de GI om [minderjarige] uit huis te plaatsen in het ziekenhuis voor de duur van maximaal vier weken.
4.5.
De kinderrechter verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
4.6.
De Raad, de GI en de moeder worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5De beslissing
De kinderrechter:
5.1.
stelt [minderjarige] voorlopig onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd in Rotterdam, met ingang van 9 augustus 2026 tot 9 november 2026;
5.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in [ziekenhuis] in [plaats] met ingang van 9 augustus 2026 tot 6 september 2026;
5.3.
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
en alvorens verder te beslissen:
5.4.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en bepaalt dat de Raad, de GI, de moeder en mr. Erdal zullen worden gehoord ter zitting van 14 augustus 2026 om 15:15 uur in het gerechtsgebouw van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, aan Wilhelminaplein 100 / 125 in Rotterdam;
5.5.
de zaak zal op laatstgenoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter;
5.6.
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproeping van de Raad, de GI, de moeder en mr. Erdal.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in het openbaar uitgesproken op 9 augustus 2026, en op 10 augustus 2026 vastgesteld in aanwezigheid van
mr. R. van der Zeeuw als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de voorlopige ondertoezichtstelling staat geen hoger beroep open.
Artikel 1:257 BW.
Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW).
Artikel 807 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).