Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:11494

2026-09-09 Bestuursrecht ROT 25/8456
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-09-09
Publicatiedatum
2026-09-08
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
ROT 25/8456
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Werkloosheidswet. Afwijzing van de aanvraag van eiser voor vergoeding van zijn opleidingskosten door eigenrisicodrager. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het Albeda College tot een afwijzing van de aanvraag kon komen. Beroep ongegrond.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (18.941 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM


Bestuursrecht



zaaknummer: ROT 25/8456


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 september 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: mr. E.H.M. Teeuw),


en


het college van bestuur van het Albeda College, het Albeda College
(gemachtigde: mr. P.S. Fluit).


Samenvatting


1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser voor vergoeding van zijn opleidingskosten. Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het Albeda College tot een afwijzing van de aanvraag kon komen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.




Procesverloop


2. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor het vergoeden van zijn opleidingskosten in het kader van zijn re-integratietraject. Het Albeda College heeft deze aanvraag met het besluit van 7 juli 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 18 september 2025 op het bezwaar van eiser is het Albeda College bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.



2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het Albeda College heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Eiser heeft nadere stukken ingediend.



2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 18 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het Albeda College. Namens het Albeda College zijn ook [persoon A] en [persoon B] verschenen.




Beoordeling door de rechtbank



Totstandkoming van het bestreden besluit


3. Het Albeda College is eigenrisicodrager op grond van de Werkloosheidswet (WW). Het Albeda College heeft het verzoek van eiser voor vergoeding van de door hem gevolgde opleiding afgewezen. De door eiser gevolgde opleiding Informatiemanagement van acht dagen aan de Erasmus Universiteit kan volgens het Albeda College niet worden aangemerkt als noodzakelijk voor het verkrijgen van (passend) werk. Omdat eiser een onderwijsbevoegdheid heeft, is de meest aangewezen en kortste weg naar werk het benutten van deze onderwijsbevoegdheid. Het Albeda College is wel bereid met eiser te kijken naar aanvullende scholing en gerichte trainingen binnen het onderwijsveld om zijn kansen op werk te vergroten.



Ontvankelijkheid


4. Tussen partijen is niet langer in geschil dat het beroep van eiser ontvankelijk moet worden geacht. In het verweerschrift heeft het Albeda College zich op het standpunt gesteld dat het beroep van eiser niet-ontvankelijk diende te worden verklaard, omdat het de vraag was of de e-mail van 7 juli 2025 kon worden gezien als een primair besluit en of het besluit van 18 september 2025 kon worden gezien als een beslissing op bezwaar. Op de zitting heeft het Albeda College dit standpunt niet langer gehandhaafd. Ook de rechtbank ziet geen reden het beroep van eiser niet-ontvankelijk te verklaren. De rechtbank zal het besluit op bezwaar van 18 september 2025 daarom inhoudelijk beoordelen.



Standpunt eiser


5. Eiser betoogt dat het Albeda College ten onrechte zijn aanvraag om vergoeding van de opleidingskosten van de opleiding Informatiemanagement heeft afgewezen. Hij voert daartoe aan dat volgens het beleid van het UWV de opleidingskosten wel zouden worden vergoed. Volgens het beleid moet scholing gericht zijn op zogenoemde ‘kansberoepen’. De opleiding die eiser heeft gevolgd is wel degelijk gericht op een kansberoep. Binnen de MBO-sector bestaat bovendien geen structureel arbeidsmarktperspectief voor docenten met een ICT-bevoegdheid. Bovendien heeft het UWV al expliciet toestemming gegeven voor de opleiding. Ook het eigen beleid van het Albeda College, Code Goed Bestuur MBO, schrijft voor dat verantwoordelijk en met lef gehandeld moet worden. Door niet over te gaan tot vergoeding van de opleidingskosten heeft het Albeda College daarom de op haar rustende publiekrechtelijke re-integratietaak op onbehoorlijke en onzorgvuldige wijze ingevuld. Verder is de afwijzing in strijd met het gelijkheidsbeginsel, nu het Albeda College een ongerechtvaardigde ongelijkheid creëert tussen eiser en een werkloze die onder de directe verantwoordelijkheid van het UWV zou vallen. Daarnaast heeft Albeda de betrokken belangen op onjuiste wijze gewogen. Het fundamentele belang van eiser bij een duurzaam arbeidsperspectief is van een significant groter gewicht dan het beperkte, financiële korte termijn belang van Albeda.



Wettelijk kader


6. Het Albeda College treedt in deze zaak op als bestuursorgaan, omdat de in de WW opgenomen re-integratieplicht voor eigenrisicodragers tot gevolg heeft dat de eigenrisicodrager als bestuursorgaan optreedt.

7. Tussen partijen is niet in geschil dat op het Albeda College artikel 72a van de WW van toepassing is. Op grond van artikel 72a van de WW heeft de overheidswerkgever tot taak de inschakeling in de arbeid te bevorderen van een persoon die uit hoofde van een dienstbetrekking als overheidswerknemer met die overheidswerkgever recht heeft op een uitkering op grond van de WW, dan wel van een overheidswerknemer die kan aantonen dat de dienstbetrekking binnen vier maanden zal eindigen en van wie naar het oordeel van het UWV redelijkerwijs valt aan te nemen dat hij recht zal hebben op een uitkering op grond van de WW.

8. Zowel in het bestreden besluit als op de zitting heeft het Albeda College verwezen naar de Beleidsregels scholing en voorwaarden vergoeding scholingskosten UWV 2024 (de beleidsregels). Het Albeda College heeft daarbij bevestigd dat zij de beleidsregels tot de hare heeft gemaakt. In het bestreden besluit verwijst het Albeda College naar artikel 2, 3 en 4 van de beleidsregels.


8.1.
Op grond van artikel 2 van de beleidsregels kunnen uitkeringsgerechtigden uitsluitend met instemming van het UWV een scholing met behoud van uitkering én vrijstelling van diens re-integratieverplichtingen volgen als er een noodzaak tot het volgen van de scholing bestaat om (weer) duurzaam aan het werk te komen. De scholing vormt voor de uitkeringsgerechtigde – gelet op diens persoonlijke situatie – de meest effectieve en efficiënte weg naar duurzaam werk.



8.2.
Op grond van artikel 3, eerste lid, van de beleidsregels is sprake van noodzaak tot het volgen van scholing als aan alle navolgende vereisten is voldaan: de scholing is arbeidsmarktrelevant, de duur van de scholing voldoet aan de bepalingen ten aanzien van de maximum duur van de scholing en de uitkeringsgerechtigde is schoolbaar. Op grond van artikel 3, tweede lid, van de beleidsregels gaat het UWV er vanuit dat de uitkeringsgerechtigde schoolbaar is, wanneer de duur van de scholing maximaal 4 weken bedraagt.



8.3.
Op grond van artikel 4 van de beleidsregels is – samengevat – sprake van arbeidsmarktrelevante scholing als aan een van de navolgende vereisten is voldaan: er is sprake van een baanintentie of baangarantie, de uitkeringsgerechtigde kan na het volgen van de scholing een door UWV vastgesteld kansrijk beroep of kansrijke functie vervullen, of de uitkeringsgerechtigde maakt naar genoegen van UWV inzichtelijk dat hij na het volgen van de scholing een reële kans heeft op (duurzaam) werk in dienstbetrekking of om als zelfstandig ondernemer in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien.


9. Wil de uitkeringsgerechtigde in aanmerking komen voor vergoeding van de scholingskosten, dan moet worden voldaan aan de voorwaarden opgenomen in onderdeel B van de beleidsregels. In dit onderdeel is onder meer bepaald dat de noodzaak tot het volgen van de scholing vóór de startdatum van de scholing moet zijn vastgesteld en dat voor uitkeringsgerechtigden onder de WW geldt dat zij een grote kans op langdurige werkloosheid en/of een zwakke of matige arbeidspositie hebben. Ook moet het UWV over voldoende budget beschikken om de noodzakelijke scholing te kunnen bekostigen.




9.1.
Ten aanzien van het wettelijk kader, merkt de rechtbank nog het volgende op. Het Albeda College heeft verwezen naar een uitspraak van de Raad waarin zij heeft geoordeeld dat zij geen wettelijke grondslag ziet voor het vergoeden van opleidingskosten voor zover de opleiding reeds voor de aanvraag is genoten. Daarbij heeft het Albeda College het standpunt ingenomen dat de aanvraag van eiser ook afgewezen dient te worden omdat hij de opleiding heeft gevolgd voordat hij een besluit had ontvangen op zijn aanvraag. De rechtbank begrijpt dat het Albeda College daarbij verwijst naar artikel 7 (uit onderdeel B) van de beleidsregels. Dit artikel is echter niet genoemd in het bestreden besluit en ook overigens heeft het Albeda College dit niet aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd. De rechtbank zal dit standpunt van het Albeda College verder dan ook buiten beschouwing laten.



Mocht het Albeda College in redelijkheid de aanvraag van eiser voor vergoeding van de opleidingskosten afwijzen?

10. De rechtbank komt tot het oordeel dat het Albeda College in redelijkheid de aanvraag van eiser voor vergoeding van zijn opleidingskosten mocht afwijzen. Zij overweegt daartoe als volgt.




10.1.
Uit het dossier blijkt dat partijen in december 2024 tijdens een loopbaangesprek en later via e-mails contact hebben gehad over de mogelijkheid tot het volgen van een opleiding. Op 16 december 2024 heeft eiser een e-mail gestuurd naar het Albeda College waarin hij aangeeft een aanvraag te hebben ingediend voor de cursus Informatiemanagement en dat hij goedkeuring van het UWV heeft ontvangen. Het Albeda College heeft hierop gereageerd dat het inderdaad mogelijk is een opleiding te volgen in het geval van “te kort beroepen” en als kortste weg naar werk. Om voor de bekostiging akkoord te kunnen krijgen, vraagt de medewerker van het Albeda College vervolgens onder andere naar vacatures, brieven, CV’s en afwijzingen waaruit blijkt dat de huidige functie van eiser op de arbeidsmarkt niet snel te vinden is. Ook vraagt de medewerker naar gegevens die kunnen aantonen dat de gewenste opleiding wel snel toegang geeft tot de arbeidsmarkt en informatie over de kosten en de data en duur van de opleiding.



10.2.
Op 8 februari 2025 heeft eiser een aanvraag ingediend voor vergoeding van zijn opleidingskosten. In de aanvraag heeft eiser – samengevat – naar voren gebracht dat hij op dit moment (nog) geen docentenbaan vindt door niet aansluitende vacatures of beperkingen qua bevoegdheid. Eiser geeft aan dat de functie informatiemanager op dit moment wel een opkomende trend is en eiser acht de kans op aansluitend werk groter als hij de opleiding Informatiemanagement heeft afgerond. Ook heeft eiser per mail van 11 februari 2025 aan het Albeda College zijn sollicitatieactiviteiten van de maand januari 2025 en twee sollicitaties naar de functie van informatiemanager gestuurd. Het Albeda College heeft vervolgens, ook op 11 februari 2025, aan eiser gemaild dat nog geen akkoord is gegeven op het bekostigen van de opleiding. Eiser dient eerst alles aan te leveren wat is verzocht in december 2024. De medewerker mist de sollicitaties naar de functie ICT docent. Ook legt de medewerker in de mail uit dat het beroep docent een krapteberoep is. De kortste weg naar werk is daarom in het geval van eiser werk als docent. Op een verzoek tot het vergoeden van opleidingskosten zal niet zomaar akkoord worden gegeven en een dergelijk verzoek dient daarom goed te worden onderbouwd.



10.3.
Per e-mail van 7 juli 2025 heeft het Albeda College de aanvraag van eiser voor de vergoeding van de opleidingskosten afgewezen. Het Albeda College heeft erop gewezen dat de opleiding is bedoeld voor mensen die betrokken zijn of leidinggeven bij het inrichten en/of uitvoeren van de informatieverzorging en de innovatieve toepassing van ICT. Dit is niet op eiser van toepassing. Gezien de onderwijsbevoegdheid van eiser als docent acht het Albeda College de kans dat eiser als docent werk kan vinden groter.



10.4.
De rechtbank constateert dat eiser bij zijn aanvraag weliswaar heeft aangegeven dat hij zelf verwacht dat hij na het volgen van de opleiding Informatiemanagement een grotere kans op werk heeft, maar dat de scholing voor eiser de meest effectieve en efficiënte weg naar werk is, is niet onderbouwd in deze aanvraag. Ook ziet de rechtbank in het dossier niet terug dat eiser de noodzaak tot het volgen van de opleiding inzichtelijk heeft gemaakt. De rechtbank acht daarbij ook van belang dat het Albeda College in de aanvraagfase heeft gewezen op de noodzaak van een goede onderbouwing van de aanvraag van eiser. Gelet op de onderbouwing van de aanvraag die eiser heeft gegeven, kon het Albeda College de aanvraag redelijkerwijs afwijzen. Het Albeda College heeft daarbij mogen overwegen dat de kortste weg naar werk voor eiser ligt in het benutten van zijn onderwijsbevoegdheid, mede gezien het gegeven dat het beroep van docent een krapteberoep is. Van specifieke omstandigheden die maken dat dit besluit onevenredig is, is de rechtbank niet gebleken.



10.5.
Voor zover eiser stelt dat het UWV met de e-mail en de brief van 11 december 2024 al positief op zijn aanvraag tot het volgen van de opleiding heeft beslist en eiser daarmee een beroep doet op het vertrouwensbeginsel, kan die beroepsgrond niet slagen. Uit het dossier blijkt dat eiser aan het UWV toestemming heeft gevraagd om een opleiding te volgen met behoud van zijn WW-uitkering. Het UWV heeft deze toestemming verleend, in die zin dat het volgen van de opleiding geen gevolgen heeft voor het behoud van de WW-uitkering. Het aanvraagformulier dat eiser heeft ingediend bij het UWV is een formulier specifiek voor eigenrisicodragers bij de overheid en in het onderwijs. In het formulier wordt de noodzaak tot scholing dan ook niet uitgevraagd en het UWV heeft het al dan niet bestaan van een dergelijke noodzaak niet beoordeeld. In de begeleidende e-mail bij het besluit van 11 december 2024 heeft het UWV juist expliciet aangegeven dat het UWV geen opleidingskosten vergoedt en dat eiser eventueel zijn ex-werkgever kan vragen om een vergoeding. Nu het UWV zich niet heeft uitgesproken over het al dan niet bestaan van een noodzaak tot scholing en evenmin de voorwaarden voor vergoeding van scholingskosten heeft getoetst, kan het standpunt van eiser dat sprake is van strijd met het gelijkheidsbeginsel omdat het UWV de vergoeding wel zou hebben toegekend ook geen stand houden.



Is de hoorplicht geschonden?

11. Eiser voert tot slot aan dat het Albeda College de hoorplicht heeft geschonden en heeft verzuimd een rechtsmiddelenclausule toe te voegen aan het bestreden besluit.




11.1.
De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen omdat eiser niet is gehoord bij het nemen van het besluit. Als hoofdregel geldt dat een belanghebbende moet worden gehoord in de bezwaarprocedure. Als op voorhand geen twijfel mogelijk is dat het bezwaar niet leidt tot een ander besluit, dan kan van het horen worden afgezien. Gesteld nog gebleken is dat die situatie zich voordoet in deze zaak. Het bestreden besluit is daarmee genomen in strijd met de hoorplicht van artikel 7:3 van de Awb. De rechtbank kan aan dit gebrek echter voorbijgaan met toepassing van artikel 6:22 van de Awb. Omdat eiser op de zitting zijn standpunt nader heeft kunnen onderbouwen, is het niet aannemelijk dat eiser door schending van de hoorplicht is benadeeld. Daarom passeert de rechtbank het gebrek.



11.2.
De rechtbank passeert met toepassing van artikel 6:22 van de Awb ook het gebrek van het ontbreken van een rechtsmiddelenclausule in de besluitvorming. Daarbij overweegt de rechtbank dat eiser, ondanks het ontbreken van een rechtsmiddelenclausule, op de hoogte was van zijn bezwaar- en beroepsmogelijkheid en tijdig de rechtsmiddelen heeft aangewend. Eiser is daardoor niet in zijn belangen geschaad.







Conclusie en gevolgen


12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het Albeda College de aanvraag van eiser mocht afwijzen, waardoor eiser geen vergoeding van de opleidingskosten toekomt. Het Albeda College moet vanwege de toepassing van artikel 6:22 van de Awb wel het griffierecht aan eiser vergoeden en de proceskosten van eiser betalen. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende bijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van een beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting, met een waarde per punt van € 934,- en wegingsfactor 1).




Beslissing


De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;
- bepaalt dat het Albeda College het betaalde griffierecht van € 53,- aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt het Albeda College in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.868,-.



Deze uitspraak is gedaan door mr. S.M. Goossens, rechter, in aanwezigheid van mr. W.D.F. Oskam, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 9 september 2026.














griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.




Zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (de Raad) van 22 mei 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1712.


Het Albeda College heeft verwezen naar de uitspraak van de Raad van 18 maart 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BH9293.