Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:11351
2026-08-12
Civiel recht
C/10/722440
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Bestuurder verzoekt wijziging van de statuten van een stichting ex artikel 2:294 BW. De rechtbank wijst het verzoek toe.
Citeert (3)
- ECLI:NL:RBGEL:2025:2860 Rechtbank Gelderland 14-04-2025
- ECLI:NL:RBNHO:2021:3708 Rechtbank Noord-Holland 28-04-2021
- ECLI:NL:GHSHE:2017:471 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 09-02-2017
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (11.753 tekens)
RECHTBANK Rotterdam
Team handel en haven
Zaaknummer / rekestnummer: C/10/722440 / HA RK 26-640
Beschikking van 12 augustus 2026
op verzoek van
[verzoeker]
,
in zijn hoedanigheid van enig bestuurder van [naam stichting] ,
wonend in [plaats] ,
verzoeker,
hierna: [verzoeker] ,
advocaat: mr. W.A. van Malenstein.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 1 juli 2026, met producties 1 tot en met 10;
- de e-mail van de rechtbank van 1 juli 2026;
- de e-mail van mr. Van Malenstein van 6 juli 2026, met aanvullende productie 11.
2De feiten
2.1.
[verzoeker] is enig bestuurder c.q. enig lid van de Raad van Bestuur van [naam stichting] (hierna: de Stichting).
2.2.
De Stichting is opgericht op 26 februari 2008 en heeft als statutair doel:
“a. het leveren van medische zorg.
b. het verrichten van alle verdere handelingen, die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn.”
2.3.
De Stichting houdt zich samen met de aan haar gelieerde (rechts)personen bezig met pijnbestrijding en het verlenen van daaraan gerelateerde zorg en medisch specialistische zorg.
2.4.
Op grond van artikel 15 van de statuten van de Stichting is er een Raad van Toezicht bestaande uit drie leden.
2.5.
In artikel 16 lid 1 van de statuten van de Stichting is bepaald dat de leden van de Raad van Toezicht worden benoemd door de Raad van Toezicht. Uit artikel 18 van de statuten volgt dat de leden van de Raad van Toezicht worden benoemd voor een periode van maximaal vier jaar, dat zij eenmaal herbenoembaar zijn en dat het lidmaatschap van de Raad van Toezicht onder meer eindigt door periodiek aftreden zonder herbenoeming. Uit artikel 28 lid 1 van de statuten van de Stichting volgt dat de Raad van Bestuur pas een besluit tot statutenwijziging kan nemen na voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de Raad van Toezicht.
2.6.
[naam] (hierna: [naam] ) is met ingang van 1 april 2015 benoemd en met ingang van 1 april 2019 herbenoemd als – enig – lid van de Raad van Toezicht. [naam] heeft geen nieuwe leden van de Raad van Toezicht benoemd. De termijn van vier jaar waarvoor zij is herbenoemd is op 1 april 2023 verstreken.
2.7.
Artikel 19 van de statuten van de Stichting luidt als volgt:
“
Raad van Toezicht, vervanging
Bij ontstentenis of belet van alle leden van de Raad van Toezicht zal door president van de rechtbank van het arrondissement, waarin de stichting is gevestigd, op verzoek van hetzij een aftredend lid van de Raad van Toezicht hetzij de Raad van Bestuur hetzij de Ondernemingsraad – indien deze is ingesteld – hetzij de Cliëntenraad met inachtneming van het in deze statuten bepaalde een nieuwe Raad van Toezicht worden benoemd.”
3Het verzoek
3.1.
Het verzoek strekt – samengevat – tot het, uitvoerbaar bij voorraad, wijzigen van de statuten van de Stichting als bedoeld in artikel 2:294 BW, primair in die zin dat het huidige artikel 19 daaruit wordt vervangen door de volgende bepaling:
“
Raad van Toezicht, vervanging.
In geval van belet of ontstentenis van één of meer leden van de Raad van
Toezicht zijn de overige leden van de Raad van Toezicht of is het enig
overblijvende lid van de Raad van Toezicht tijdelijk met de taken van de Raad
van Toezicht belast.
Bij belet of ontstentenis van alle leden van de Raad van Toezicht, dan is de
Raad van Bestuur bevoegd en gehouden om zo spoedig mogelijk in de
vervulling van tenminste één ledige plaats te voorzien. De Raad van Bestuur
neemt daarbij de bepalingen van de statuten omtrent de benoeming van de
leden van de Raad van Toezicht zoveel mogelijk in acht.”,
subsidiair zo nodig op andere wijze.
3.2.
Naar de rechtbank begrijpt legt [verzoeker] – samengevat – het volgende aan het verzoek ten grondslag. [naam] is – hoewel zij ook na die tijd (informeel) de rol van toezichthouder heeft vervuld – op grond van (onder andere) artikel 18 van de statuten sinds 1 april 2023 geen lid meer van de Raad van Toezicht. Volgens artikel 16 van de statuten worden leden van de Raad van Toezicht benoemd door de Raad van Toezicht. [naam] heeft de Raad van Toezicht niet tijdig van een nieuw lid voorzien. De Raad van Toezicht heeft dan ook sinds 1 april 2023 geen leden meer. Dit leidt tot een impasse in de besluitvorming en de algehele gang van zaken binnen de Stichting en tot ‘governance problematiek’. Zo kan de Raad van Toezicht (a) geen toezicht houden op het beleid en de gang van zaken binnen de Stichting, (b) niet voorzien in kwalitatief goed bestuur door het benoemen van, het toezicht houden op, het beoordelen en het zo nodig ontslaan van de leden van de Raad van Bestuur, (c) geen registeraccountant, accountants-administratieconsulent dan wel andere deskundige in de zin van artikel 2:393 BW benoemen en/of opdracht verstrekken, (d) geen gebruikmaken van zijn goedkeuringsrecht inzake strategische beslissingen, (e) geen zorgdragen voor adequate statuten en reglementen, (f) geen opdracht geven de jaarrekening te onderzoeken, (g) niet besluiten omtrent de vaststelling van de jaarrekening en die ook niet ondertekenen en (h) geen voorafgaande goedkeuring geven aan een besluit tot statutenwijziging, fusie of splitsing. Op grond van artikel 19 van de statuten kan de rechtbank worden verzocht een lid van de Raad van Toezicht te benoemen, maar in de rechtspraak is een dergelijk verzoek meermaals afgewezen. De Stichting wenst voornoemde bepaling/ de benoemingsprocedure in geval van belet of ontstentenis van een of meer leden van de Raad van Toezicht te wijzigen, conform het proces-verbaal van de notaris (productie 10). Ongewijzigde handhaving van de statuten leidt tot ongewenste gevolgen die bij oprichting redelijkerwijs niet kunnen zijn gewild, zoals: (i) het volledig ontbreken van het statutair vereiste toezicht, (ii) de onmogelijkheid om belangrijke en essentiële besluitvorming binnen de (organen) van de Stichting te laten plaatsvinden en (iii) het mogelijk verliezen van het keurmerk van de branchevereniging, met alle gevolgen van dien. Voor een statutenwijziging is echter voorafgaande goedkeuring door de Raad van Toezicht vereist, welke niet kan worden gegeven omdat die geen leden heeft. Na de bedoelde wijziging kunnen leden van de Raad van Toezicht worden benoemd en zal de besluitvormingsproblematiek binnen de Stichting doorbroken kunnen worden. Dan kunnen de statuten daarna verder in lijn met de huidige wet- en regelgeving worden gebracht en kan waar nodig de eerdere besluitvorming worden gerepareerd.
4De beoordeling
4.1.
De rechtbank is bevoegd om van het verzoekschrift kennis te nemen, omdat de Stichting statutair is gevestigd in de gemeente Dordrecht en die gemeente in het rechtsgebied van de rechtbank ligt.
4.2.
Op grond van artikel 2:294 lid 1 en 2 BW kan de rechtbank op het verzoek van een oprichter, het bestuur of het openbaar ministerie de statuten wijzigen, als ongewijzigde handhaving van de statuten de mogelijkheid van wijziging niet voorzien of zij die tot wijziging de bevoegdheid hebben, dat nalaten. De rechtbank wijkt daarbij zo min mogelijk van de bestaande statuten af.
4.3.
Gelet op de toelichting op het verzoek acht de rechtbank het primaire verzochte toewijsbaar. De door [verzoeker] aangevoerde feiten en omstandigheden – van de juistheid waarvan de rechtbank uitgaat – brengen mee dat ongewijzigde handhaving van de statuten zou leiden tot ongewenste gevolgen die bij de oprichting redelijkerwijs niet zijn gewild. Daarbij overweegt de rechtbank in het bijzonder het volgende. Het huidige artikel 19 van de statuten voorziet weliswaar in een regeling voor de situatie dat er geen Raad van Toezicht meer is, te weten: dat de rechtbank op verzoek een lid benoemt, maar zoals [verzoeker] aanvoert is in de lagere rechtspraak meermaals geoordeeld dat de rechtbank daartoe niet bevoegd is omdat daarvoor een wettelijke grondslag ontbreekt en hoewel niet uitgesloten is dat de rechtbank bereid is een welwillendheidsbeslissing te geven, is dus onzeker of een dergelijk verzoek wordt toegewezen. [verzoeker] heeft dan ook belang bij aanpassing van deze statutaire regeling. De huidige statuten voorzien niet in de mogelijkheid van deze wijziging. Met de verzochte wijziging worden de ongewilde gevolgen weggenomen, terwijl daarbij zo min mogelijk van de huidige statuten wordt afgeweken. Daarbij neemt de rechtbank in overweging dat uitsluitend het eerste lid van de Raad van Toezicht door het bestuur kan worden benoemd en de verdere invulling van het toezicht op het bestuur niet in handen ligt van het bestuur zelf.
4.4.
De griffier zal zoals bepaald in artikel 2:302 BW ervoor zorg dragen dat deze beschikking wordt ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.
5De beslissing
De rechtbank
5.1.
wijzigt de statuten van de stichting ‘[naam stichting]’, statutair gevestigd te Dordrecht, in die zin dat het huidige artikel 19 wordt vervangen en als volgt komt te luiden:
“
Raad van Toezicht, vervanging.
In geval van belet of ontstentenis van één of meer leden van de Raad van
Toezicht zijn de overige leden van de Raad van Toezicht of is het enig
overblijvende lid van de Raad van Toezicht tijdelijk met de taken van de Raad
van Toezicht belast.
Bij belet of ontstentenis van alle leden van de Raad van Toezicht, dan is de
Raad van Bestuur bevoegd en gehouden om zo spoedig mogelijk in de
vervulling van tenminste één ledige plaats te voorzien. De Raad van Bestuur
neemt daarbij de bepalingen van de statuten omtrent de benoeming van de
leden van de Raad van Toezicht zoveel mogelijk in acht.”;
5.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
verstaat dat deze beschikking op grond van artikel 2:302 BW door de zorg van de griffier van deze rechtbank zal worden ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.D. Olden. Het is ondertekend door de rolrechter en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2026.
[4051/3726/3669]
Zie o.a. ECLI:NL:RBGEL:2025:2860 en ECLI:NL:RBNHO:2021:3708.
Zie ECLI:NL:GHSHE:2017:471.
Team handel en haven
Zaaknummer / rekestnummer: C/10/722440 / HA RK 26-640
Beschikking van 12 augustus 2026
op verzoek van
[verzoeker]
,
in zijn hoedanigheid van enig bestuurder van [naam stichting] ,
wonend in [plaats] ,
verzoeker,
hierna: [verzoeker] ,
advocaat: mr. W.A. van Malenstein.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 1 juli 2026, met producties 1 tot en met 10;
- de e-mail van de rechtbank van 1 juli 2026;
- de e-mail van mr. Van Malenstein van 6 juli 2026, met aanvullende productie 11.
2De feiten
2.1.
[verzoeker] is enig bestuurder c.q. enig lid van de Raad van Bestuur van [naam stichting] (hierna: de Stichting).
2.2.
De Stichting is opgericht op 26 februari 2008 en heeft als statutair doel:
“a. het leveren van medische zorg.
b. het verrichten van alle verdere handelingen, die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn.”
2.3.
De Stichting houdt zich samen met de aan haar gelieerde (rechts)personen bezig met pijnbestrijding en het verlenen van daaraan gerelateerde zorg en medisch specialistische zorg.
2.4.
Op grond van artikel 15 van de statuten van de Stichting is er een Raad van Toezicht bestaande uit drie leden.
2.5.
In artikel 16 lid 1 van de statuten van de Stichting is bepaald dat de leden van de Raad van Toezicht worden benoemd door de Raad van Toezicht. Uit artikel 18 van de statuten volgt dat de leden van de Raad van Toezicht worden benoemd voor een periode van maximaal vier jaar, dat zij eenmaal herbenoembaar zijn en dat het lidmaatschap van de Raad van Toezicht onder meer eindigt door periodiek aftreden zonder herbenoeming. Uit artikel 28 lid 1 van de statuten van de Stichting volgt dat de Raad van Bestuur pas een besluit tot statutenwijziging kan nemen na voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de Raad van Toezicht.
2.6.
[naam] (hierna: [naam] ) is met ingang van 1 april 2015 benoemd en met ingang van 1 april 2019 herbenoemd als – enig – lid van de Raad van Toezicht. [naam] heeft geen nieuwe leden van de Raad van Toezicht benoemd. De termijn van vier jaar waarvoor zij is herbenoemd is op 1 april 2023 verstreken.
2.7.
Artikel 19 van de statuten van de Stichting luidt als volgt:
“
Raad van Toezicht, vervanging
Bij ontstentenis of belet van alle leden van de Raad van Toezicht zal door president van de rechtbank van het arrondissement, waarin de stichting is gevestigd, op verzoek van hetzij een aftredend lid van de Raad van Toezicht hetzij de Raad van Bestuur hetzij de Ondernemingsraad – indien deze is ingesteld – hetzij de Cliëntenraad met inachtneming van het in deze statuten bepaalde een nieuwe Raad van Toezicht worden benoemd.”
3Het verzoek
3.1.
Het verzoek strekt – samengevat – tot het, uitvoerbaar bij voorraad, wijzigen van de statuten van de Stichting als bedoeld in artikel 2:294 BW, primair in die zin dat het huidige artikel 19 daaruit wordt vervangen door de volgende bepaling:
“
Raad van Toezicht, vervanging.
In geval van belet of ontstentenis van één of meer leden van de Raad van
Toezicht zijn de overige leden van de Raad van Toezicht of is het enig
overblijvende lid van de Raad van Toezicht tijdelijk met de taken van de Raad
van Toezicht belast.
Bij belet of ontstentenis van alle leden van de Raad van Toezicht, dan is de
Raad van Bestuur bevoegd en gehouden om zo spoedig mogelijk in de
vervulling van tenminste één ledige plaats te voorzien. De Raad van Bestuur
neemt daarbij de bepalingen van de statuten omtrent de benoeming van de
leden van de Raad van Toezicht zoveel mogelijk in acht.”,
subsidiair zo nodig op andere wijze.
3.2.
Naar de rechtbank begrijpt legt [verzoeker] – samengevat – het volgende aan het verzoek ten grondslag. [naam] is – hoewel zij ook na die tijd (informeel) de rol van toezichthouder heeft vervuld – op grond van (onder andere) artikel 18 van de statuten sinds 1 april 2023 geen lid meer van de Raad van Toezicht. Volgens artikel 16 van de statuten worden leden van de Raad van Toezicht benoemd door de Raad van Toezicht. [naam] heeft de Raad van Toezicht niet tijdig van een nieuw lid voorzien. De Raad van Toezicht heeft dan ook sinds 1 april 2023 geen leden meer. Dit leidt tot een impasse in de besluitvorming en de algehele gang van zaken binnen de Stichting en tot ‘governance problematiek’. Zo kan de Raad van Toezicht (a) geen toezicht houden op het beleid en de gang van zaken binnen de Stichting, (b) niet voorzien in kwalitatief goed bestuur door het benoemen van, het toezicht houden op, het beoordelen en het zo nodig ontslaan van de leden van de Raad van Bestuur, (c) geen registeraccountant, accountants-administratieconsulent dan wel andere deskundige in de zin van artikel 2:393 BW benoemen en/of opdracht verstrekken, (d) geen gebruikmaken van zijn goedkeuringsrecht inzake strategische beslissingen, (e) geen zorgdragen voor adequate statuten en reglementen, (f) geen opdracht geven de jaarrekening te onderzoeken, (g) niet besluiten omtrent de vaststelling van de jaarrekening en die ook niet ondertekenen en (h) geen voorafgaande goedkeuring geven aan een besluit tot statutenwijziging, fusie of splitsing. Op grond van artikel 19 van de statuten kan de rechtbank worden verzocht een lid van de Raad van Toezicht te benoemen, maar in de rechtspraak is een dergelijk verzoek meermaals afgewezen. De Stichting wenst voornoemde bepaling/ de benoemingsprocedure in geval van belet of ontstentenis van een of meer leden van de Raad van Toezicht te wijzigen, conform het proces-verbaal van de notaris (productie 10). Ongewijzigde handhaving van de statuten leidt tot ongewenste gevolgen die bij oprichting redelijkerwijs niet kunnen zijn gewild, zoals: (i) het volledig ontbreken van het statutair vereiste toezicht, (ii) de onmogelijkheid om belangrijke en essentiële besluitvorming binnen de (organen) van de Stichting te laten plaatsvinden en (iii) het mogelijk verliezen van het keurmerk van de branchevereniging, met alle gevolgen van dien. Voor een statutenwijziging is echter voorafgaande goedkeuring door de Raad van Toezicht vereist, welke niet kan worden gegeven omdat die geen leden heeft. Na de bedoelde wijziging kunnen leden van de Raad van Toezicht worden benoemd en zal de besluitvormingsproblematiek binnen de Stichting doorbroken kunnen worden. Dan kunnen de statuten daarna verder in lijn met de huidige wet- en regelgeving worden gebracht en kan waar nodig de eerdere besluitvorming worden gerepareerd.
4De beoordeling
4.1.
De rechtbank is bevoegd om van het verzoekschrift kennis te nemen, omdat de Stichting statutair is gevestigd in de gemeente Dordrecht en die gemeente in het rechtsgebied van de rechtbank ligt.
4.2.
Op grond van artikel 2:294 lid 1 en 2 BW kan de rechtbank op het verzoek van een oprichter, het bestuur of het openbaar ministerie de statuten wijzigen, als ongewijzigde handhaving van de statuten de mogelijkheid van wijziging niet voorzien of zij die tot wijziging de bevoegdheid hebben, dat nalaten. De rechtbank wijkt daarbij zo min mogelijk van de bestaande statuten af.
4.3.
Gelet op de toelichting op het verzoek acht de rechtbank het primaire verzochte toewijsbaar. De door [verzoeker] aangevoerde feiten en omstandigheden – van de juistheid waarvan de rechtbank uitgaat – brengen mee dat ongewijzigde handhaving van de statuten zou leiden tot ongewenste gevolgen die bij de oprichting redelijkerwijs niet zijn gewild. Daarbij overweegt de rechtbank in het bijzonder het volgende. Het huidige artikel 19 van de statuten voorziet weliswaar in een regeling voor de situatie dat er geen Raad van Toezicht meer is, te weten: dat de rechtbank op verzoek een lid benoemt, maar zoals [verzoeker] aanvoert is in de lagere rechtspraak meermaals geoordeeld dat de rechtbank daartoe niet bevoegd is omdat daarvoor een wettelijke grondslag ontbreekt en hoewel niet uitgesloten is dat de rechtbank bereid is een welwillendheidsbeslissing te geven, is dus onzeker of een dergelijk verzoek wordt toegewezen. [verzoeker] heeft dan ook belang bij aanpassing van deze statutaire regeling. De huidige statuten voorzien niet in de mogelijkheid van deze wijziging. Met de verzochte wijziging worden de ongewilde gevolgen weggenomen, terwijl daarbij zo min mogelijk van de huidige statuten wordt afgeweken. Daarbij neemt de rechtbank in overweging dat uitsluitend het eerste lid van de Raad van Toezicht door het bestuur kan worden benoemd en de verdere invulling van het toezicht op het bestuur niet in handen ligt van het bestuur zelf.
4.4.
De griffier zal zoals bepaald in artikel 2:302 BW ervoor zorg dragen dat deze beschikking wordt ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.
5De beslissing
De rechtbank
5.1.
wijzigt de statuten van de stichting ‘[naam stichting]’, statutair gevestigd te Dordrecht, in die zin dat het huidige artikel 19 wordt vervangen en als volgt komt te luiden:
“
Raad van Toezicht, vervanging.
In geval van belet of ontstentenis van één of meer leden van de Raad van
Toezicht zijn de overige leden van de Raad van Toezicht of is het enig
overblijvende lid van de Raad van Toezicht tijdelijk met de taken van de Raad
van Toezicht belast.
Bij belet of ontstentenis van alle leden van de Raad van Toezicht, dan is de
Raad van Bestuur bevoegd en gehouden om zo spoedig mogelijk in de
vervulling van tenminste één ledige plaats te voorzien. De Raad van Bestuur
neemt daarbij de bepalingen van de statuten omtrent de benoeming van de
leden van de Raad van Toezicht zoveel mogelijk in acht.”;
5.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
verstaat dat deze beschikking op grond van artikel 2:302 BW door de zorg van de griffier van deze rechtbank zal worden ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.D. Olden. Het is ondertekend door de rolrechter en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2026.
[4051/3726/3669]
Zie o.a. ECLI:NL:RBGEL:2025:2860 en ECLI:NL:RBNHO:2021:3708.
Zie ECLI:NL:GHSHE:2017:471.