Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:11223

2026-09-02 Civiel recht; Verbintenissenrecht C/10/712452 / HA ZA 25-1143
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-09-02
Publicatiedatum
2026-09-04
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
C/10/712452 / HA ZA 25-1143
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Geen overeenkomst voor bepaalde tijd gesloten. Geen afgebroken onderhandelingen. Afwijzing vorderingen.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (31.495 tekens)
RECHTBANK Rotterdam




Team handel en haven




Zaaknummer: C/10/712452 / HA ZA 25-1143




Vonnis van 2 september 2026




in de zaak van



de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SEKO BENELUX B.V.,
gevestigd te Schiphol,
eiseres,
advocaat: mr. P. van Dijk,



tegen



de rechtspersoon naar buitenlands recht

J. CARTER SPORTING CLUB LIMITED,
gevestigd te Manchester, Verenigd Koninkrijk,
gedaagde,
advocaat: mr. M.G. van de Langemheen.




Partijen worden hierna SEKO en Castore genoemd.






1De zaak in het kort


Deze zaak gaat over de vraag of SEKO een overeenkomst voor bepaalde heeft gesloten met Castore en, zo nee, of het Castore vrijstond de onderhandelingen over die overeenkomst te beëindigen. SEKO verleent sinds februari 2022 warehousing- en expeditiediensten aan Castore en partijen hebben vanaf november 2023 onderhandeld over een overeenkomst voor bepaalde tijd. Op 17 januari 2025 heeft Castore de handelsrelatie met SEKO opgezegd. SEKO stelt dat een overeenkomst voor bepaalde tijd tot stand is gekomen en dat Castore niet gerechtigd was deze tussentijds op te zeggen. Als die overeenkomst nog niet tot stand was gekomen, dan meent SEKO dat Castore de onderhandelingen niet meer kon beëindigen zonder betaling van schadevergoeding. SEKO vordert van Castore in dit verband betaling van € 6.223.767,60. Castore stelt dat tussen partijen geen overeenkomst tot stand is gekomen en dat zij de onderhandelingen niet onrechtmatig heeft beëindigd. De rechtbank wijst de vorderingen van SEKO af. De rechtbank licht dit hierna toe.






2De procedure


2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 19 augustus 2025,
- de akte in geding brengen producties, met producties 1-15, - de conclusie van antwoord, met producties 1-24,
- de brief van de rechtbank van 3 maart 2026, met een oproep voor een mondelinge behandeling,
- de e-mail van de rechtbank van 8 mei 2026, met een zittingsagenda,
- de brief van mr. Van de Langemheen van 27 mei 2026, met een origineel Excel-bestand (bijlage bij productie 10 van Castore),
- de mondelinge behandeling van 8 juni 2026 en de daarvoor door partijen gebruikte spreekaantekeningen.



2.2.
Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de rechtbank een datum bepaald waarop er vonnis wordt gewezen.






3De feiten


3.1.
SEKO is een dienstverlener op het gebied van warehousing, expedities, cargadooring en bevrachting. Zij bemiddelt ook als douaneagent voor haar opdrachtgevers in vervoer en logistiek.



3.2.
Castore is een Britse onderneming gespecialiseerd in (retail)verkoop van onder meer sportartikelen.



3.3.
Sinds februari 2022 verleent SEKO warehousing- en expeditiediensten aan Castore. Aan deze samenwerking lag geen schriftelijke overeenkomst ten grondslag. SEKO voerde de diensten aanvankelijk uit vanuit het magazijn aan de [straatnaam 1] te [locatie 1].



3.4.
Op 21 oktober 2022 heeft SEKO aan Castore voorgesteld de dienstverlening voort te zetten vanuit een nieuw door SEKO gehuurd distributiecentrum aan de [straatnaam 2] te [locatie 2]. Op deze nieuwe locatie heeft SEKO een ‘pick tower’ laten installeren. In het voorstel aan Castore heeft SEKO uitgesproken dat zij verwacht 66% van de ‘pick-facecapaciteit’ van de pick tower nodig te hebben voor de werkzaamheden ten behoeve van Castore en dat zij hiervoor gebruikskosten (door partijen ook wel CAPEX-kosten genoemd) bij Castore in rekening wil brengen.



3.5.
Vanaf februari 2023 heeft SEKO de dienstverlening aan Castore verricht vanuit het nieuwe distributiecentrum van SEKO. Castore betaalde eenmalig € 244.003,25 en tevens maandelijkse gebruikskosten.



3.6.
SEKO heeft op 10 november 2023 Castore een conceptovereenkomst (hierna: de Logistics Service Agreement of LSA) gestuurd. Dit concept voorzag onder andere in een samenwerking voor een bepaalde tijd.


3.7.
Op 18 maart 2024 heeft Castore een document aan SEKO gestuurd met daarin de volgens Castore belangrijkste voorwaarden voor samenwerking (hierna: Key Terms Proposal).



3.8.
Na meerdere mails over en weer over de voorwaarden voor een te sluiten overeenkomst, stuurde Castore op 26 juni 2024 een geüpdatete versie van de Key Terms Proposal en een concept-warehouseovereenkomst. Op 5 juli 2024 deelde SEKO het volgende mee aan Castore:



“I have reviewed the new agreement on the Castore template and there are a significant number of additional terms that we would need to discuss over and above the key terms in the summary table that we have been discussing over the past 3 months.





We would need more time to provide a redline and amended summary key terms document which will push back the timelines further. (…)”




3.9.
Op 6 augustus 2024 stuurde SEKO Castore een nieuwe versie van de Key Terms Proposal en de concept-warehouseovereenkomst. Daarin stond onder meer het volgende:










Priority 1















Clause Ref+ Key Term




Description in v4 contract




Castore latest position




SEKO UK+ NL latest position






1.1 Definitions - Min Volume commitment



Min volume at 25%of forecast for each facility for contract year


We acknowledge the need for a minimum volume commitment. However, we cannot guarantee volumes at the proposed amount given macroeconomic factors which are impacting all retailers. We can agree to guarantee 25% of the forecast per DC (rather than globally).


Min spend value monthly based on fixed charge over 3 year term to cover fixed cost commitment plus variable based on forecast and assessed every 6 mths per DC. In addition to the fixed cost we also set a min of 80% of forecast reviewed every 6 months to be handled. For direct labor we need to maintain a core team based on average volume. Limitation of increase to space per allocation, MHE and direct labour. Unless termination for cause or on rate increase not agreed.





2.1 Term



Initial 3 years + 2 years


We are aligned that the minimum term is 3 years


Agreed with 3+2 from date of signature





2.2 Termination



6 mths notice for convenience after first 6 months.


This will cause a significant delay because we will have to discuss the matter with the Board, who were comfortable with the arrangement provided we have the right to terminate. This was agreed during the meeting in March, so we are surprised that we are now getting push back on this point. [naam 1] will pick up on this point to discuss further during the upcoming meeting.


We will only accept termination for cause within the agreed 3 year term. The discussion in March was related to a right to terminate in first 12 months due to boards concern on a situation such as [naam 2] and no specific mention for convenience so it was assumed this would be for cause i.e. service issues. If we are in breach of SLA's in first 12 mths then Castore can terminate for cause.





14.2 - Charges, Invoicing and Payment



any changes to the Charges shall not be effective unless agreed between the parties in writing.


None


The current rates have been agreed based on current profile and commercial agreement with an annual increase of labour, space and utilities. We would need to have the ability to increase rates based on justified base cost increases i.e.NMW/ CPI. If rate increases for profile changes cannot be agreed then either party can terminate with 6 mths notice.





14.5 Payment Terms



60 days


We can agree to 60 days, with 6-monthly reviews.


Maximum 45 days payment terms from date of invoice with a 6 mth review based on 'on time' payments. This should allow for ample time to follow the invoice approval process and if undisputed invoices are not paid on time,





14.7 Notice to suspend services



15 business days notice


None


If payment not received in full and no disputed invoices (to be received in writing with reasons 10 working days from date of invoice), Seko reserve the right to suspend services with 3 working days notice in writing.





17.2 Limitation of Liability



Nothing in this agreement limits or excludes:the Provider’s liability for deliberate breach of this agreement;any liability under clauses 19.1(b) (death and personal injury) and/or 19.1(d) (IP infringement) and/or Schedule 10 (TUPE);either party’s liability for any breach of clause 25 (confidentiality);


It is industry standard for confidentiality, indemnity for death/personal injury caused by negligence and the IP infringement indemnity in respect of the WMS to be uncapped, and it is unclear why SEKO is not prepared to agree to this. These liabilities would be due to no fault of Castore and so Castore should not bear any risk in respect of the same. For comfort, confidentiality is mutual, and in the interests of progressing, we can agree to make the indemnity for breach of laws subject to the standard cap, rather than a super cap.


Unlimited for death/ personal injury. Our liability limit as super cap for data protection and IP infringement can be up to £1,000,000. Confidentiality as standard cap to 75,000 SDR's as per BIFA terms for GLA DC and as per FENEX terms for NL DC.





Schedule 10/ Clause 9g - TUPE



TUPE costs post transfer where Seko are liable for costs if made redundant within 30 days


None


This is not industry standard for TUPE costs and would fully expect that all TUPE redundancy costs would be transferred to new provider.





N/A - Lien Rights



N/A


None


Seko require standard Lien Rights up to the total amounts due at any time for each DC. If standard lien terms cannot be included in contract due to conflict with financing arrangement, Seko would require a bank guarantee to cover 3 months for debt risk + other liabilities.



















Priority 2















Clause Ref+ Key Term







Castore latest position




SEKO latest position






6.0 - Forecasting



Castore shall provide forecasts for each Contract Year in accordance with this clause 6 (“Forecast”).


Forecasts shall be given in writing. The parties acknowledge and agree that any forecasts given by Castore pursuant to this agreement are indicative only and are not binding.

Castore shall be entitled to reforecast its requirements every three months during each Contract Year, and the parties shall work together to update the budget based on any such reforecast.


Seko to provide feedback on forecasting process and impact on SLA dependencies as part of SLA review.









Partijen hebben daarna nog wel contact gehad over de uitvoering van de orders voor de diensten die SEKO verrichtte, maar de contractonderhandelingen zijn gestaakt.




3.10.
Op 17 januari 2025 heeft Castore per brief aan SEKO meegedeeld dat zij de samenwerking met SEKO opzegt per 1 mei 2025.



3.11.
Bij brief van 10 februari 2025 en bij brief van 7 maart 2025 heeft SEKO aangegeven niet akkoord te gaan met de opzegging door Castore en heeft zij Castore gesommeerd tot betaling van € 9.880.598,- tot vergoeding van de schade die volgens SEKO van de opzegging door Castore het gevolg is. Deze schade bestond onder meer uit nog te maken kosten en het verlies gerelateerd aan de drie jaar aan toekomstige diensten en investeringen.



3.12.
Partijen hebben daarna meerdere keren met elkaar gecommuniceerd over eventuele aansprakelijkheid en schade. SEKO heeft op 26 maart 2025 de gestelde schade teruggebracht tot € 6.546.430,-.






4Het geschil


4.1.

SEKO vordert - samengevat – dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
I. voor recht verklaart dat Castore tekort is geschoten in de nakoming van haar verbintenissen uit hoofde van de overeenkomst dan wel onrechtmatig heeft gehandeld tegenover SEKO,
II. Castore veroordeelt tot betaling van € 6.223.767,60, vermeerderd met de wettelijke handelsrente,
III. Castore veroordeelt tot betaling van de proceskosten en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.




4.2.
SEKO legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Tussen partijen is een overeenkomst tot stand gekomen en Castore moet deze overeenkomst nakomen. SEKO stelt dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de essentialia; het object, de prijs en nagenoeg alle voorwaarden. Volgens SEKO hebben partijen overeenstemming over de termijn van drie jaar, met een eventuele verlenging van twee jaar en SEKO heeft bovendien investeringen gedaan ten behoeve van Castore. Castore kon deze overeenkomst niet voor het einde van die bepaalde tijd opzeggen, wat zij ten onrechte wel heeft gedaan. Zij is daardoor schadeplichtig geworden. Als geoordeeld wordt dat er nog geen overeenkomst tot stand is gekomen, dan staat in ieder geval vast dat partijen in januari 2025 in een zo ver gevorderd stadium van onderhandelingen verkeerden dat Castore deze niet meer kon beëindigen zonder schadeplichtig te worden.



4.3.
Castore betwist dat er sprake is van een overeenkomst tussen SEKO en Castore. Partijen hebben contractvoorstellen gedaan, maar over de essentialia van de overeenkomst is geen overeenstemming bereikt. Verder waren de onderhandelingen niet in een fase gekomen waarin Castore deze niet meer kon afbreken zonder schadeplichtig te worden.



4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.






5De beoordeling



Bevoegdheid rechtbank




5.1.
Nu Castore in het Verenigd Koninkrijk is gevestigd, heeft dit geschil een internationaal karakter. Hoewel Castore de rechtsmacht niet heeft betwist, moet de rechtbank ambtshalve beoordelen of zij bevoegd is om kennis te nemen van het geschil.



5.2.
Het Verenigd Koninkrijk is geen lidstaat van de Europese Unie. In dat geval moet de rechtsmacht worden beoordeeld aan de hand van het Nederlandse procesrecht. Op grond van artikel 6, aanhef en sub a Rv heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht in zaken betreffende verbintenissen uit overeenkomst als de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, in Nederland is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd. Voor de toepassing van dit artikel is de plaats van uitvoering in Nederland gelegen als diensten volgens de overeenkomst in Nederland verstrekt worden of hadden moeten worden (artikel 6a, aanhef en sub b Rv). Uitgaande van de totstandkoming van de door SEKO aan haar vordering ten grondslag gelegde overeenkomst, zou zij de daarin overeengekomen diensten in Nederland verstrekken. De verbintenis die aan de vorderingen van SEKO ten grondslag ligt, zou dus in Nederland worden uitgevoerd. De rechtbank is daarom op grond van de artikelen 6 en 6a Rv internationaal bevoegd om van de vorderingen van SEKO kennis te nemen.



Toepasselijk recht





5.3.
Vervolgens moet ambtshalve worden beoordeeld welk recht van toepassing is op het geschil. De bepaling van het op de vordering toepasselijke recht moet plaatsvinden aan de hand van de Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (hierna: Rome I-verordening). Ingevolge artikel 10 Rome I-verordening wordt het bestaan en de geldigheid van de overeenkomst beheerst door het recht dat volgens deze verordening toepasselijk zou zijn, als de overeenkomst geldig zou zijn. Partijen zijn geen rechtskeuze overeengekomen, dus op grond van artikel 4 lid 1 onder b Rome I-verordening wordt de overeenkomst inzake dienstverlening beheerst door het recht van het land waar de dienstverlener zijn gewone verblijfplaats heeft. SEKO verstrekt haar diensten in Nederland, daarom moet haar vordering naar Nederlands recht beoordeeld worden.



Tussen partijen is geen overeenkomst voor bepaalde tijd tot stand gekomen





5.4.
De vraag is of er tussen partijen een overeenkomst voor bepaalde tijd tot stand is gekomen met betrekking tot de dienstverlening van SEKO met als startdatum 1 januari 2025 en een looptijd van 3 plus 2 jaar.



5.5.
Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding (artikel 6:217 BW). Op grond van artikel 3:33 BW vereist een rechtshandeling, zoals een aanbod en aanvaarding, een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich door een verklaring heeft geopenbaard. Of een in een concreet geval afgelegde verklaring een aanbod of een aanvaarding inhoudt, wordt mede bepaald aan de hand van de wilsvertrouwensleer die is neergelegd in artikel 3:35 BW. De vraag of een overeenkomst tot stand is gekomen moet ook worden beantwoord aan de hand van de betekenis die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en van wat zij in dat verband redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (de Haviltex-maatstaf). Daarbij zijn alle omstandigheden van het geval van belang, in hun onderlinge samenhang bezien.



5.6.
Vast staat dat SEKO en Castore vanaf 2022 met elkaar zaken hebben gedaan. In de loop van 2023 zijn partijen in overleg getreden over het vastleggen van de dienstverlening in een schriftelijke overeenkomst. SEKO stuurde Castore de eerste conceptovereenkomst op 10 november 2023. Dit heeft geleid tot mails over en weer om tot een schriftelijke overeenkomst te komen. SEKO stelt dat er een overeenkomst is tussen partijen. Castore betwist dit en stelt dat partijen het niet eens waren over de essentialia van de overeenkomst.



5.7.
Anders dan SEKO heeft gesteld, is niet gebleken dat Castore zich in die fase zodanig heeft uitgelaten dat SEKO daaraan het vertrouwen heeft mogen ontlenen dat Castore zich al onvoorwaardelijk aan een schriftelijke overeenkomst voor bepaalde tijd zou willen binden. Dat blijkt in elk geval niet uit de in dit verband door SEKO aangehaalde mailwisseling van 6 en 22 augustus 2024. In deze e-mails spreekt SEKO over “to provide a summary of the priority key terms within the latest version of the contract in order to review the position on both sides to hopefully find an agreement on these before we got into more detail on the SLA/KPI plus charges”. Deze uitlating van SEKO wijst er juist op dat ook volgens haar nog overeenstemming bereikt moest worden over de belangrijkste voorwaarden. Een aanvaarding van een aanbod kan hierin redelijkerwijs niet worden gelezen. In de mails wordt gesproken over een nog op te stellen overeenkomst en verder blijkt daaruit dat de ingangsdatum en de duur nog bepaald moesten worden. SEKO wilde een looptijd van 3 plus 2 jaar, maar SEKO heeft onvoldoende gemotiveerd gesteld wanneer deze periode precies is afgesproken of hoe en wanneer Castore zich zodanig heeft uitgelaten dat SEKO mocht aannemen dat zij (Castore) het eens was met deze looptijd. Ook de voorwaarden voor eventuele beëindiging van de overeenkomst (mocht Castore opzeggen voor “convenience” of moest daar een “cause” aan ten grondslag liggen) stond nog ter discussie. Ook uit de hiervoor weergegeven Key Terms Proposal van 6 augustus 2024 (zie 3.9) volgt dat partijen het nog niet eens waren over deze en andere essentiële voorwaarden voor een overeenkomst.



5.8.
Aangezien niet is gebleken van aanvaarding van het aanbod is op basis daarvan geen overeenkomst tot stand gekomen tussen SEKO en Castore. Vordering I van SEKO is daarom niet toewijsbaar.



Geen schadeplichtigheid wegens afbreken van onderhandelingen





5.9.
Vervolgens is de vraag of Castore de onderhandelingen mocht afbreken zonder schadeplichtig tegenover SEKO te worden.



5.10.
Als maatstaf voor de beoordeling van de schadevergoedingsplicht bij afgebroken onderhandelingen geldt dat ieder van de onderhandelende partijen – die verplicht zijn hun gedrag mede door elkaars gerechtvaardigde belangen te laten bepalen – vrij is de onderhandelingen af te breken, tenzij dit op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij in het tot stand komen van de overeenkomsten van de overeenkomst of in verband met de andere omstandigheden van het geval onaanvaardbaar zou zijn. Daarbij moet rekening worden gehouden met de mate waarin en de wijze waarop de partij die de onderhandelingen afbreekt tot het ontstaan van dat vertrouwen heeft bijgedragen en met de gerechtvaardigde belangen van deze partij. Hierbij kan ook van belang zijn of zich in de loop van de onderhandelingen onvoorziene omstandigheden hebben voorgedaan, terwijl, in het geval onderhandelingen ondanks gewijzigde omstandigheden over een lange tijd worden voortgezet, wat betreft dit vertrouwen doorslaggevend is hoe daarover op het moment van afbreken van de onderhandelingen moet worden geoordeeld tegen de achtergrond van het gehele verloop van de onderhandelingen. Gelet op dit beoordelingskader staat de contractsvrijheid voorop. Van een afdwingbare rechtsplicht om de onderhandelingen voort te zetten zal niet snel sprake zijn. Op grond van vaste rechtspraak geldt dus een strenge en tot terughoudendheid nopende maatstaf voor de beoordeling van de schadevergoedingsplicht bij afgebroken onderhandelingen.



5.11.
Het is aan SEKO om feiten te stellen en zo nodig te bewijzen die een uitzondering rechtvaardigen op de hoofdregel van de contractsvrijheid, in het bijzonder de vrijheid om onderhandelingen af te breken.



5.12.
Ter onderbouwing van haar standpunt dat Castore de onderhandelingen niet mocht afbreken heeft SEKO allereerst gewezen op de lange periode waarin partijen feitelijk al samenwerkten. Deze omstandigheid is naar het oordeel van de rechtbank echter niet van belang. SEKO verleende al diensten en Castore betaalde daarvoor (partijen spreken in dit verband van losse opdrachten), maar de (al dan niet onrechtmatig afgebroken) onderhandelingen zagen specifiek op het tot stand komen van een overeenkomst voor de bepaalde tijd van enkele jaren. De vordering is specifiek aan die (volgens SEKO) beoogde duur van de samenwerking gerelateerd, niet aan de afwikkeling van die losse opdrachten.



5.13.
Verder heeft SEKO gesteld dat partijen op het moment van het afbreken van de onderhandelingen al ver gevorderd waren met de schriftelijke vastlegging van de overeenkomst. Feit is dat partijen gedurende enige tijd hebben onderhandeld en dat daarbij verschillende schriftelijke versies op tafel hebben gelegen, maar tot het laatste moment waren partijen het over veel onderdelen nog niet eens. Dat is hier bepalend. Op basis van die stand van zaken kon SEKO er niet op vertrouwen dat er daadwerkelijk een overeenkomst met de door haar gewenste inhoud tot stand zou komen. De enkele lange duur van de onderhandelingen tussen partijen maakt niet dat Castore de onderhandelingen met SEKO niet mocht afbreken.



5.14.
Na de mailwisseling in augustus 2024 zijn de onderhandelingen feitelijk stil komen te liggen. Partijen bleven daarna wel mails uitwisselen over de uitvoering van de doorlopende orders voor diensten die SEKO voor Castore verrichtte. Zo verzoekt Castore op 15 augustus 2024 om de factuur van SEKO van juli 2024 te annuleren wegens fouten. In de mail van 12 september 2024 van Castore aan SEKO staat verder dat de dienstverlening van SEKO tekort schiet. Op 9 oktober 2024 geeft Castore opnieuw per mail haar ontevredenheid aan met betrekking tot facturatie door SEKO. Castore heeft aangevoerd dat de klachten over de dienstverlening door SEKO hebben bijgedragen aan het besluit om de onderhandelingen over een schriftelijke overeenkomst niet meer te hervatten. Het stond Castore vrij deze omstandigheden mee te wegen en op haar beurt kon SEKO er mede in deze omstandigheden niet op vertrouwen dat er niettemin nog een schriftelijke overeenkomst tot stand zou komen.



Conclusie: de vordering wordt afgewezen





5.15.
Het voorgaande betekent dat de vorderingen onder I en II niet toewijsbaar zijn. Castore is niet schadeplichtig geworden tegenover SEKO, noch op grond van een ten onrechte beëindigde overeenkomst voor bepaalde tijd, noch op grond van onrechtmatig beëindigde onderhandelingen.



SEKO wordt in de proceskosten veroordeeld





5.16.
SEKO is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Castore worden begroot op:









- griffierecht


€


10.188,00







- salaris advocaat


€


9.262,00


(2 punten × € 4.631,00)




- nakosten


€


189,00







Totaal


€


19.639,00











5.17.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen met inachtneming van de in de beslissing vermelde termijn. De kostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, nu de vordering daartoe gegrond is en SEKO haar niet heeft bestreden.






6De beslissing


De rechtbank



6.1.
wijst de vorderingen van SEKO af,



6.2.
veroordeelt SEKO in de proceskosten van € 19.639,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,



6.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.



Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.M.P. Cremers, mr. Th. Veling en mr. W.Y. Hu en in het openbaar uitgesproken op 2 september 2026.



3007/1980/1918





HR 2 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2043.


HR 12 augustus 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT7337.