Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:10832

2026-07-31 Civiel recht; Personen- en familierecht C/10/721983 / FA RK 26-5048
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-07-31
Publicatiedatum
2026-08-31
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zaaknummer
C/10/721983 / FA RK 26-5048
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

artikel 824 lid 2: wijziging voorlopige voorzieningen toegewezen, huidige zorgregeling niet langer houdbaar.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (13.410 tekens)
Rechtbank Rotterdam


Team familie



Zaaknummer / rekestnummer: C/10/721983 / FA RK 26-5048





Beschikking van 31 juli 2026 over wijziging voorlopige voorzieningen




in de zaak van:





[de vrouw]
, hierna: de vrouw,
wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat mr. H.E.M.J. van Poppel te Rotterdam,



t e g e n





[de man]
, hierna: de man,
wonende te [woonplaats 2] ,
advocaat mr. S. Burger te Rotterdam.






1De procedure


1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:


het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 23 juni 2026;


het verweerschrift met bijlage van de man, ingekomen op 27 juli 2026.





1.2
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 30 juli 2026. Daarbij zijn verschenen:


de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;


de man, bijgestaan door zijn advocaat;


de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger] .








2De vaststaande feiten


2.1
Partijen zijn op [datum 1] 2015 met elkaar gehuwd.



2.2

De minderjarige kinderen van partijen zijn:

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats] ;

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2019 te [geboorteplaats] .




2.3
De vrouw heeft inmiddels een verzoek tot echtscheiding gedaan, bekend onder zaak- en rekestnummer C/10/701168 / FA RK 25/4429.



2.4
Bij beschikking van deze rechtbank van 1 juli 2025 is tussen partijen in het kader van voorlopige voorzieningen – voor zover hier van belang – onder meer bepaald dat:


de vrouw met ingang van 1 september 2025 bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan [adres] te [plaats] (hierna: de woning);


de minderjarigen in het kader van de regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna: zorgregeling) één weekend in de veertien dagen bij de man zullen zijn, te weten van vrijdag uit school tot zondagavond 18:00 uur, waarbij geldt dat indien de man nog geen voor de zorgregeling geschikte woning heeft gevonden, de zorgregeling zal worden uitgevoerd in de echtelijke woning;


de minderjarigen de helft van de vakanties en feestdagen bij de man zijn, waarbij de verdeling door partijen in onderling overleg wordt vormgegeven.





2.5
De vrouw heeft de Nederlandse nationaliteit en de man heeft de Filipijnse nationaliteit.






3De beoordeling


3.1

Rechtsmacht en toepasselijk recht



3.1.1
Deze zaak heeft een internationaal privaatrechtelijk karakter. Om die reden ligt zowel de rechtsmacht van deze rechtbank als het toe te passen recht ambtshalve ter beoordeling voor. De rechtbank stelt op grond van de omstandigheden van partijen vast dat zij bevoegd is op het verzoek te beslissen en dat op het verzoek Nederlands recht moet worden toegepast.




3.2

Zorgregeling



3.2.1
De vrouw verzoekt wijziging van de door de rechtbank in het kader van voorlopige voorzieningen tussen partijen gegeven beschikking van 1 juli 2025 ten aanzien van de zorgregeling. De vrouw verzoekt de volgende regeling vast te stellen:

- De minderjarigen verblijven om het weekend op zaterdag van 10.00 uur tot 18.00 uur en op zondag van 10.00 uur tot 18.00 uur bij de man in zijn woning, althans een andere locatie dan de echtelijke huurwoning;

- Vakanties van één week: de reguliere (voorlopige) zorgregeling loopt door. Vakanties van twee weken: de eerste week verblijven de minderjarigen bij de vrouw. De tweede week verblijven zij bij de man in zijn eigen woning, dan wel een door de man geboekt (vakantie) verblijf. Het wisselmoment vindt plaats op zaterdagen om 15.00 uur;

- Zomervakantie: de eerste twee weken verblijven de minderjarigen bij de man in zijn eigen woning, dan wel een door de man geboekt (vakantie)verblijf. De derde en vierde vakantieweek wordt de reguliere zorgregeling gevolgd. De vijfde en zesde vakantieweek verblijven de minderjarigen bij de vrouw. Het wisselmoment is op zaterdag om 15.00 uur;

- Voor de feestdagen wordt de reguliere zorgregeling gevolgd, behalve voor Kerst en oud en nieuw. Deze worden bij helfte verdeeld in die zin dat de minderjarigen met Kerst bij de vrouw verblijven en oud en nieuw bij de man.



3.2.2
De man voert gemotiveerd verweer.



Wijziging van omstandigheden?





3.2.3
Op grond van artikel 824 lid 2 Rv kan een beschikking houdende voorlopige voorzieningen als bedoeld in artikel 822 Rv, op verzoek van de echtgenoten of van één van hen door de rechtbank worden gewijzigd of ingetrokken, als de omstandigheden na de dagtekening van de beschikking in zodanige mate zijn gewijzigd of als bij het geven van die beschikking in zodanige mate van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan, dat, alle betrokken belangen in aanmerking genomen, de voorziening niet in stand kan blijven.



3.2.4
De procedure tot het treffen en wijzigen van een voorlopige voorziening is bedoeld om een ordemaatregel te treffen. In verband met dit bijzondere karakter heeft de wetgever bepaald dat slechts in uitzonderlijke omstandigheden een eerder getroffen voorlopige voorziening kan worden gewijzigd. Daarmee wordt onder meer voorkomen dat sprake is van een verkapt hoger beroep. De wetgever heeft met het opnemen van de zinsneden “in zodanige mate” en “alle betrokken belangen in aanmerking genomen” tot uitdrukking gebracht dat niet iedere wijziging in omstandigheden en niet iedere onjuistheid of onvolledigheid van gegevens waarvan de rechtbank is uitgegaan, tot een wijziging of intrekking kan leiden.



3.2.5
De rechtbank is, in navolging van partijen, van oordeel dat de huidige regeling door de lange duur ervan steeds meer onder spanning komt te staan. Met de raad is de rechtbank van oordeel dat de regeling niet langer houdbaar is en een wijziging hiervan noodzakelijk is. De rechtbank oordeelt dus dat sprake is van zodanig uitzonderlijke omstandigheden dat de eerder getroffen voorlopige voorziening kan worden gewijzigd. De spanning tussen partijen, in combinatie met het ontbreken van enige vorm van communicatie vanuit de man naar de vrouw, is niet in het belang van de minderjarigen. Dat in het weekend van [datum 2] 2026 de politie betrokken is geraakt, bevestigt dit al te meer.



Hoe moet het verder?





3.2.6
In de eerdere beschikking is bepaald dat, zolang de man geen geschikte woonruimte heeft, de zorgregeling tussen de man en de minderjarigen in de echtelijke woning wordt uitgevoerd, waarbij de vrouw elders moet verblijven. De vrouw heeft onbetwist gesteld dat dit haar veel inspanning kost. Daarbij heeft de vrouw onbetwist gesteld dat de man totaal niet met de vrouw communiceert. De man is begin augustus verhuisd naar een eigen woonruimte, maar heeft de vrouw niet geïnformeerd over wat voor woning dit is en wat het adres is. Op vragen van de vrouw in hoeverre de woonruimte van de man geschikt is om daar de zorgregeling uit te voeren, wordt door de man geen antwoord gegeven. Tijdens de mondelinge behandeling blijkt dat deze woonruimte slechts uit één kamer bestond en niet geschikt was om de minderjarigen op te vangen. Ook was de woonruimte tijdelijk; de man is reeds verhuisd naar een andere kamer. Ook de huidige kamer zou niet geschikt zijn om de zorgregeling met de minderjarigen uit te voeren.



3.2.7
De rechtbank heeft begrip voor de lastige situatie van de man. De man vindt de huidige situatie ook niet wenselijk en hij zegt zich in te spannen om een geschikte woning te vinden. Daarentegen is de rechtbank van oordeel dat het ontbreken van een geschikte woonruimte op dit moment voor rekening en risico van de man komt. Het uitvoeren van de huidige regeling is voor de vrouw te belastend en heeft ook zijn weerslag op de minderjarigen. Dit komt grotendeels voor rekening van de man, omdat hij op geen enkele manier communiceert met de vrouw. Het is niet mogelijk om afspraken te maken over de woning, de minderjarigen of de verdeling van de vakanties. De huidige regeling, waar in zekere mate sprake is van birdnesting, vereist dat partijen in staat zijn tot het maken van afspraken. Dat de man geen duidelijkheid kan verschaffen over de verdeling van de vakanties, omdat hij het op zijn werk niet durft te vragen of snel geregeld krijgt, is ook iets wat hij met de vrouw kan communiceren, in plaats van niets te communiceren en de vrouw en de minderjarigen in onduidelijkheid en onzekerheid te laten. Immers, ook tijdens een vakantie van de man met de minderjarigen in de woning, zal de vrouw de woning moeten verlaten. De minderjarigen maar ook de vrouw moeten dus weten waar zij aan toe zijn.



3.2.8
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de verzoeken van de vrouw toewijzen. Daarnaast sluit de rechtbank zich aan het advies van de raad mee om op creatieve wijze zo veel mogelijk de band tussen de man en de minderjarigen in stand te houden. De man kan bijvoorbeeld een keer met de minderjarige een weekendje erop uit naar een vakantiepark. Ook de rechtbank wil dit aan partijen meegeven en benadrukken dat partijen in onderling overleg, zeker in de vakantie, ook kunnen kijken naar een doordeweekse dag waarop de man en de minderjarigen tijd met elkaar kunnen doorbrengen.



3.2.9
Ten overvloede wil de rechtbank aan de man meegeven om helder te krijgen in welke gebieden hij allemaal kan zoeken naar een woning. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de man niet reageert op huizen binnen [omgeving] , terwijl de man daar een inschrijfduur heeft van tien jaar. Dat betekent een grotere kans op een geschikte woning dan alleen [website] waar de man wel reageert. Op het moment dat de man een geschikte woning heeft gevonden, is het zaak dat hij dit aan de vrouw communiceert, zodat de zorgregeling daarop aangepast kan worden. Tot slot is tijdens de mondelinge behandeling besproken dat de man zijn huidige adres zal delen met de vrouw, zodat de vrouw in ieder geval weet waar de man nu woont en waar de minderjarigen zijn als zij bij de man zijn.




3.3

Proceskosten



3.3.1
Gelet op de aard van de procedure bepaalt de rechtbank dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.







4De beslissing


De rechtbank:



4.1
wijzigt de bij beschikking van deze rechtbank van 1 juli 2025 vastgestelde regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, in die zin dat die regeling thans wordt vastgesteld als volgt:

- de minderjarigen verblijven om het weekend op zaterdag van 10.00 uur tot 18.00 uur en op zondag van 10.00 uur tot 18.00 uur bij de man in zijn woning, althans een andere locatie dan de echtelijke huurwoning;

- vakanties van één week: de zorgregeling loopt door. Vakanties van twee weken: de eerste week verblijven de minderjarigen bij de vrouw. De tweede week verblijven zij bij de man in zijn eigen woning, dan wel een door de man geboekt (vakantie) verblijf. Het wisselmoment vindt plaats op zaterdagen om 15.00 uur;

- zomervakantie: de eerste twee weken verblijven de minderjarigen bij de man in zijn eigen woning, dan wel een door de man geboekt (vakantie)verblijf. De derde en vierde vakantieweek wordt de zorgregeling gevolgd. De vijfde en zesde vakantieweek verblijven de minderjarigen bij de vrouw. Het wisselmoment is op zaterdag om 15.00 uur;

- voor de feestdagen wordt de zorgregeling gevolgd, behalve voor Kerst en oud en nieuw. Deze worden bij helfte verdeeld in die zin dat de minderjarigen met Kerst bij de vrouw verblijven en oud en nieuw bij de man.



4.2
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;



4.3
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.










Deze beschikking is gegeven door mr. S. Wierink, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. Z.P. van der Knaap, griffier, op 31 juli 2026.