Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:10522
2026-08-06
Strafrecht
10-266699-25, 10-019193-26, 10-160223-25, 10-222745-25 en 10-228761-25
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Jeugdstrafrecht.
Citeert (2)
- ECLI:EU:C:2024:830
- ECLI:NL:HR:2025:409 Hoge Raad 18-03-2025
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (41.030 tekens)
Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummers: 10-266699-25, 10-019193-26, 10-160223-25, 10-222745-25 en 10-228761-25 (gevoegd op zitting)
Datum uitspraak: 6 augustus 2026
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2011,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres 1] ,
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in
de [naam JI] te [plaats 1] ,
raadsman mr. J. Vermaat, advocaat te Rotterdam.
1Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 6 augustus 2026.
2Tenlastelegging
De verdachte staat terecht op de verdenking van 7 strafbare feiten:
Feit 1: diefstal van een fiets (fatbike) samen met een ander op 22 oktober 2024 in [plaats 1] ;
Feit 2: diefstal van een bankpas met gebruik van geweld of bedreiging met geweld op 10 februari 2025 in [plaats 1] ,
Feit 3: diefstal van een iPhone samen met anderen op 14 februari 2025 in [plaats 2] ;
Feit 4: winkeldiefstal bij Jumbo [adres 2] samen met anderen op 25 mei 2025 in [plaats 2] ;
Feit 5: winkeldiefstal bij PLUS [naam supermarkt] samen met anderen op 24 juni 2025 te [plaats 1] ;
Feit 6: diefstal van een fatbike, snoep en sleutels met gebruik van geweld of bedreiging met geweld op de openbare weg (straatroof) op 27 augustus 2025 in Pernis [plaats 2] ;
Feit 7: winkeldiefstal bij Douglas samen met een ander op 12 september 2025 te [plaats 2] .
De tekst van de tenlasteleggingen is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. K. Broere heeft gevorderd:
vrijspraak van de feiten 2 en 3;
bewezenverklaring van de feiten 1, 4, 5, 6 en 7;
veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 90 dagen met aftrekvan voorarrest, waarvan 60 dagenvoorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en met de bijzondere voorwaarden zoals door de Raad voor de Kinderbescherming geadviseerd, te weten meewerken aan één-op-één-begeleiding, verblijven bij EEV Prokino te [plaats 2] (of een soortgelijke instelling), zich houden aan een avondklok, naar school en/of stage gaan en medewerking verlenen aan de hulpverlening met als bijzondere voorwaarde toegevoegd een contactverbod met medeverdachte [medeverdachte 1] ;
veroordeling van de verdachte tot een leerstraf SoCool van 40 uren, subsidiair 20 dagen vervangende jeugddetentie;
afwijzing van de vordering tenuitvoerlegging d.d. 30 juni 2026.
4Waardering van het bewijs
4.1.
Vrijspraak feiten 2 en 3
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de feiten 2 en 3 niet wettig en overtuigend zijn bewezen. Voor de straatroof van 10 februari 2025 (feit 2) geldt dat de rechtbank niet buiten gerede twijfel kan bewijzen dat de verdachte één van de daders is. De aangever noemt de naam van de verdachte eerst nadat een onbekende persoon tegen hem gezegd heeft dat de verdachte één van de daders is. Dat maakt deze herkenning minder overtuigend en ander bewijs dat de verdachte één van de daders is, is er niet.
Voor de diefstal met geweld van 14 februari 2025 geldt dat de verdachte geen wegneemhandeling heeft verricht. Ook volgens de aangever heeft een andere jongen zijn telefoon afgepakt. Er is geen bewijs dat de verdachte een rol van betekenis bij deze diefstal heeft gepleegd.
De rechtbank zal de verdachte van feit 2 en 3 vrijspreken.
4.2.
Bewezenverklaring 4, 5, 6 en 7
De feiten 4, 5, 6 en 7 zijn door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
4.3.
Bewijswaardering feit 1
4.3.1.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft vrijspraak van feit 1 bepleit, omdat de bijdrage van de verdachte aan dit feit onvoldoende was om van medeplegen te kunnen spreken. De medeverdachte heeft de fiets voor zichzelf weggenomen en er was geen sprake van een gezamenlijke uitvoering.
4.3.2.
Beoordeling
De rechtbank stelt op basis van de camerabeelden vast dat de verdachte en zijn medeverdachte samen op één fiets op een schoolplein arriveren, waarna de medeverdachte afstapt en doelgericht naar een fatbike loopt. De medeverdachte loopt dan terug naar de verdachte, blijft daar even staan, pakt vervolgens de fatbike en fietst daarop weg, samen met de verdachte. De verdachte verklaart bij de politie dat zij naar het schoolplein gingen om een fiets te stelen. De rechtbank concludeert daaruit dat de verdachten samen naar het schoolplein zijn gegaan om een fiets te stelen. De verdachte zal daarom worden veroordeeld voor feit 1.
4.4.
Bewezenverklaring
Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte de feiten 1, 4, 5, 6 en 7 heeft begaan op die wijze dat:
1.
hij op 22 oktober 2024 te [plaats 1] , gemeente [gemeente 1] (vanaf het schoolplein van [naam school] ) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een fiets (merk/type Windgoo elektrisch), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [medeverdachte 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen;
4.
hij op of omstreeks 25 mei 2025 te [plaats 2] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
- een energyvodka RED,
- een of meerdere croissants,
- een of meerdere (reuze) rozijnbollen en/of een verpakking reuze rozijnbollen,
- een of meerdere stroopwafels en/of een verpakking stroopwafels, en/of
- een of meerdere biscuits en/of een verpakking biscuits tube Tl2,
in elk geval enig goed, dat/ die geheel of ten dele aan Jumbo [adres 2] (gevestigd op de [adres 2] ), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
5.
hij op of omstreeks 24 juni 2025 te [plaats 1] , gemeente [gemeente 1] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een doos eieren en/of chocolade en/of een flesje drinken, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de PLUS [naam supermarkt] gelegen aan de [adres 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/ of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
6.
hij op of omstreeks 27 augustus 2025 te [plaats 3] , gemeente [gemeente 2] ,
op/aan de [straatnaam] , althans op/aan de openbare weg,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een fatbike en/of sleutels en/of een zak met snoep, in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten dele aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte
en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om
het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan,
vergezeld en/ of gevolgd van geweld en/ of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4] ,
gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te
maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan
het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te
verzekeren, door:
- die [slachtoffer 4] op dreigende toon de woorden toe te voegen: "Doe je fatbike maar uit, want je gaat nergens meer heen.", althans woorden van gelijke dreigende aard ofstrekking en/of
- de vering van de fatbike van die [slachtoffer 4] vast te pakken en/of (vervolgens) hieraan te trekken en/ of
- die [slachtoffer 4] op dreigende toon de woorden toe te voegen: "Je weet wat ik mee heb he? Doe niet moeilijk.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/ of (hierbij) naar zijn, verdachte en/ of mededaders zijn zakken te wijzen en/ of
- die [slachtoffer 4] de woorden toe te voegen dat verdachte en/of zijn mededaders een pistool en/of een mes bij zich dragen en/of
- achterop de fatbike van die [slachtoffer 4] plaats te nemen en de woorden aan die [slachtoffer 4] toe te voegen: "Rijden, rijden, rijden." en/of
- in de remmen van de fatbike van die [slachtoffer 4] te knijpen, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 4] niet kon wegkomen en/ of
- meermalen tegen de nek en/of de zij en/of het gezicht en/of het lichaam van die [slachtoffer 4] te slaan en/of
- sleutels en/of een zak met snoep uit de tas van die [slachtoffer 4] te pakken en/of
- meermalen tegen de benen van die [slachtoffer 4] te schoppen en/of
- die [slachtoffer 4] bij de armen vast te pakken en/of (vervolgens) te duwen;
7.
hij op of omstreeks 12 september 2025 te [plaats 2] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meerdere flessen parfum, in elk geval enig goed, dat/ die geheel of ten dele aan parfumerie Douglas gelegen aan de [adres 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de redengevende inhoud van het voorgaande en op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende tot bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.
5Strafbaarheid feiten
De bewezen feiten leveren op:
Feit 1: diefstal door twee of meer verenigde personen
Feit 4: diefstal door twee of meer verenigde personen
Feit 5: diefstal door twee of meer verenigde personen
Feit 6: diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
Feit 7: diefstal door twee of meer verenigde personen
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.
6Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
7Motivering straffen
7.1.
Algemene overweging
De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feiten waarop de straffen zijn gebaseerd
De verdachte heeft, op dertienjarige leeftijd, vijf diefstallen gepleegd. Dit betroffen drie winkeldiefstallen, een diefstal van een fiets en een gewelddadige straatroof. Alle feiten pleegde hij samen met anderen. Al deze vermogensdelicten zijn vervelende feiten en bezorgen de slachtoffers hinder, overlast en schade. Bovendien heeft de verdachte door een straatroof te plegen op de openbare weg een voor het slachtoffer zeer bedreigende situatie gecreëerd. Het spreekt voor zich dat deze gebeurtenissen beangstigend moeten zijn geweest voor het nog jonge slachtoffer en ook impact zullen hebben gehad bij de volgende keren dat hij met de fiets de straat op ging of de plek passeerde waar het is gebeurd. De verdachte lijkt ten tijde van deze feiten alleen oog te hebben gehad voor zijn eigen voordeel en dat van zijn medeverdachten en zich geen enkele rekenschap te hebben gegeven van de gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers. Daarnaast veroorzaken dergelijke feiten een algemeen gevoel van angst in de samenleving. De rechtbank rekent dit de verdachte zwaar aan.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
De verdachte is eerder veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Op 28 maart 2025 is de verdachte veroordeeld door deze rechtbank. De huidige bewezenverklaarde feiten zijn deels van voor die datum.
7.3.2.
Rapportages en verklaringen van deskundigen op de terechtzitting
Psycholoog [naam psycholoog] heeft een rapport over de verdachte opgemaakt op 20 maart 2026.
Dit rapport houdt voor zover van belang het volgende in.
Bij de verdachte zijn een licht verstandelijke beperking, een oppositioneel-opstandige gedragsstoornis en een lichte stoornis in cannabisgebruik vastgesteld. In algemene zin beïnvloedt de verstandelijke beperking het alledaagse functioneren en dus ook het handelen van de verdachte ten tijde van alle ten laste gelegde feiten. Vanwege de verstandelijke beperking heeft de verdachte moeite situaties van tevoren te overzien en passende sociale reacties te bedenken wanneer hij door een situatie overvallen wordt. Ook is hij hierdoor verminderd in staat tot zelfsturing en is hij daarmee beïnvloedbaar door anderen. Ook is zijn inlevingsvermogen (in mogelijke gevolgen voor slachtoffers) beperkt. De oppositioneel-opstandige gedragsstoornis uit zich in het algemeen in het feit dat de verdachte zich verminderd laat leiden door besef van het regelovertredende karakter van zijn gedrag.
Dit alles is van invloed geweest op de strafbare feiten. Door deze factoren en het feit dat de verdachte zeer beïnvloedbaar is door leeftijdgenoten wordt het risico op herhaling van het plegen van strafbare feiten ingeschat als matig. Het is nodig deze factoren aan te pakken om dit risico te verlagen. Het bieden van een veilige woonplek met voldoende structuur, passend bij het cognitieve en sociaalemotionele niveau van de verdachte is noodzakelijk.
In de dagelijkse begeleiding dient aandacht te zijn voor het vinden en volhouden van een passende dagvulling en vrijetijdsbesteding, het kiezen van pro-sociale vrienden, het ontwikkelen van passende sociale vaardigheden en het optimaliseren van de relatie met zijn moeder, zus en broertje.
- De psycholoog denkt tot slot dat een leerstraf zoals SoCool aangewezen kan zijn om sociale vaardigheden te oefenen. Een duidelijk kader met toezicht en begeleiding door de jeugdreclassering is aangewezen. Dit kan in een (deels) voorwaardelijk kader opgelegd in de vorm van bijzondere voorwaarden.
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: RvdK) heeft ook een rapport over de verdachte opgemaakt op 30 juli 2026.
Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
De verdachte is impulsief en overziet de gevolgen van zijn handelen onvoldoende. Het risico op recidive is hoog en er zijn risicofactoren op meerdere leefgebieden. De verdachte heeft in een relatief korte periode meerdere strafbare feiten gepleegd en is er herhaaldelijk niet in geslaagd zich aan de (schorsings)voorwaarden te houden. Ook worden er risico’s gezien in het contact van de verdachte met antisociale jongeren. Het verblijf bij Prokino in [naam locatie] verloopt niet goed. Hij is fors zelfbepalend en loopt regelmatig weg, waarbij niet duidelijk is waar hij is geweest en met wie hij was. Het probleembesef bij de verdachte is beperkt. Er wordt gekeken naar een andere passende plek. De verdachte heeft verboden voorwerpen bij zich gehad, ook op school. Er is daarnaast sprake van een gebrekkige schoolgang, softdrugsgebruik en een niet-georganiseerde vrijetijdsbesteding. De jeugdreclassering heeft de verdachte hier op aangesproken, maar de verdachte komt onverschillig over en lijkt geen ander gedrag te willen laten zien. Wat wel goed verloopt is de een-op-een-begeleiding. De verdachte heeft een goede band met zijn begeleider.
De RvdK sluit zich wat betreft het strafadvies aan bij de psycholoog en schat in dat een deels voorwaardelijke werkstraf met inzet van de jeugdreclassering het meest passend is. De jeugdreclassering is sinds november 2022 betrokken. Het is van belang dat deze begeleiding voortgezet kan worden. Hiernaast vindt ook de RvdK de leerstraf So-Cool van belang omdat de verdachte daarvan kan leren probleemsituaties tijdig te herkennen en de gevolgen van zijn gedrag te overzien. Dit kan de kans op herhaling verkleinen. De leerstraf prevaleert om die reden boven een jeugddetentie en is in het belang van de verdachte. In samenhang met de behandeling is de verwachting dat de kans op herhaling dan aanzienlijk zal dalen.
[vertegenwoordiger van de GI] , jeugdreclasseerder, heeft ter terechtzitting verklaard dat zij achter het advies van het opleggen van de leerstraf SoCool staat, maar dat de verdachte niet overvraagd moet worden. Het risico bestaat dat hij zijn focus niet kan behouden en de leerstraf niet zal uitvoeren, met alle consequenties van dien. Toch zal de leerstraf in combinatie met de juiste begeleiding wel het gewenste effect hebben en werkt dit beter dan het opleggen van een jeugddetentie. Er is voldoende geregeld voor de verdachte zodra hij op vrije voeten komt. Tot slot adviseert zij de voorwaardelijk opgelegde straf niet ten uitvoer te leggen, omdat dit het traject dat is ingezet zal hinderen.
7.4.
Geen vormverzuimonderzoek telefoon feit 6
7.4.1.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft aangevoerd dat voor het onderzoek aan de telefoon van verdachte sinds het arrest CG/Bezirkshauptmannschaft Landeck (C-548/21) (ECLI:EU:C:2024:830) van 4 oktober 2024 (hierna: het Landeck-arrest) een machtiging van de rechter-commissaris is vereist. Die is niet gevraagd omdat de officier van justitie zelf toestemming heeft gegeven voor een beperkt onderzoek in de telefoon. Hierdoor is zijn recht op privacy geschonden. Dit dient tot strafvermindering te leiden.
7.4.2.
Standpunt officier van justitie
Er is geen sprake van een vormverzuim. De politie heeft handmatig onderzoek gedaan in de afbeeldingen (foto’s en filmpjes) op de telefoon omdat de aangever verklaard had dat er tijdens de diefstal opnamen waren gemaakt. De Landeck jurisprudentie staat niet aan dergelijke beperkt onderzoek in de weg.
7.4.3.
Beoordeling rechtbank
Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat hier geen sprake is van een vormverzuim. Uit het Landeck-arrest volgt – kort gezegd – dat voor het onderzoek aan een telefoon in beginsel voorafgaande toestemming moet worden gegeven door een rechterlijke autoriteit. In navolging van dit arrest heeft de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2025:409) op 18 maart 2025 – kort gezegd – overwogen dat een voorafgaande toetsing door de rechter-commissaris vereist is als er met het onderzoek aan bijvoorbeeld een telefoon een meer dan beperkte inbreuk wordt gemaakt op de persoonlijke levenssfeer. De rechtbank stelt vast dat de officier van justitie toestemming heeft gegeven voor een beperkt en gericht onderzoek om te zien of de diefstal gefilmd is. Meer dan dat is er niet onderzocht of bekeken. Daardoor is geen sprake van een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte. Het verweer wordt verworpen.
7.5.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gezien de ernst van de feiten en het strafblad van de verdachte kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. De rechtbank zal een deels onvoorwaardelijke jeugddetentie opleggen. Aan het voorwaardelijk deel worden de door de Raad geadviseerde voorwaarden verbonden om het gevaar op herhaling te beperken met als toevoeging een contactverbod met medeverdachte [medeverdachte 1] . Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Daarnaast wordt de leerstraf ‘SoCool’ opgelegd.
Alles afwegend acht de rechtbank een jeugddetentie voor de duur van 90 dagen, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest en de leerstraf SoCool regulier (40 uur) passend en geboden.
8Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen
8.1.
Vordering [benadeelde 1]
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde 1] , ter zake van feit 1.
De benadeelde partij vordert een bedrag van € 600,- aan materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
8.1.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft meegedeeld dat de ouders van de verdachte die ten tijde van het plegen van het bewezenverklaarde feit de leeftijd van veertien jaar nog niet had bereikt, tot een schadevergoeding kunnen worden veroordeeld. De vordering is onderbouwd met een factuur.
8.1.2.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft verzocht de vordering af te wijzen, nu zij een vrijspraak heeft bepleit.
8.1.3.
Beoordeling
Aan de benadeelde partij is door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks (materiële) schade toegebracht. De vordering is genoegzaam onderbouwd en zal worden toegewezen. Omdat de verdachte jonger was dan 14 jaar toen hij het feit pleegde, moeten zijn ouders de schadevergoeding betalen.
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 22 oktober 2024.
Omdat de vordering van de benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zullen de ouders van de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
8.1.4.
Conclusie
De ouders van de verdachte moeten de benadeelde partij [benadeelde 1] een schadevergoeding betalen van €600,- .
Omdat de wet niet de mogelijkheid kent een schadevergoedingsmaatregel op te leggen ten laste van de ouders, zal geen schadevergoedingsmaatregel worden opgelegd.
8.2.
Vordering [benadeelde 2] (feit 2)
De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat de verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde.
Omdat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.
9Vordering tenuitvoerlegging
9.1.
Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd
Bij vonnis van de kinderrechter in deze rechtbank van 28 maart 2025 is de verdachte veroordeeld voor zover van belang tot een voorwaardelijke taakstaf bestaande uit een werkstraf van 150 uren met een proeftijd van 2 jaar. De proeftijd is ingegaan op 12 april 2025.
9.2.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft een vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf gedaan, maar heeft ter terechtzitting verzocht de vordering af te wijzen gelet op het advies van de RvdK.
9.3.
Beoordeling
Een aantal van de hierboven bewezen verklaarde feiten zijn na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de bewezen feiten heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.
In beginsel kan daarom de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. Net als de officier van justitie ziet de rechtbank in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding om de straf niet ten uitvoer te leggen. De vordering wordt afgewezen.
10Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 47, 55, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.
11Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
12Beslissing
De rechtbank:
a. verklaart niet bewezen dat de verdachte de feiten 2 en 3 heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 4, 5, 6 en 7, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte (ook) daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 90 (negentig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
stelt vast dat het aantal dagen dat de verdachte tot deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht 24 (vierentwintig) dagen betreft;
i. bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 60 (zestig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op een twee jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de hierna te noemen voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
- gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [medeverdachte 1] (geboren [geboortedag 2] 2011);
- medewerking zal verlenen aan de persoonlijke (een-op-een-) begeleiding, zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
- zal verblijven bij EEV aan de [adres 1] (Prokino) of een soortgelijke instelling, zich zal houden aan de huisregels en zal luisteren naar de begeleiders van die instelling, zolang de jeugdreclasseerder dat nodig acht;
- zich houden zal houden aan een avondklok. Deze avondklok houdt in dat de veroordeelde dagelijks om 21:00 bij EEV op het adres [adres 1] of een andere instelling waar hij op dat moment verblijft zal zijn en daar zal blijven tot de volgende ochtend 7:00 uur. Deze tijdstippen van de avondklok kunnen worden gewijzigd door de (jeugd)reclassering, in die zin dat de veroordeelde in dat geval ’s avonds later terug mag komen en ’s ochtends eerder weg mag;
- gedurende de proeftijd onderwijs zal volgen en naar school en stage gaat volgens het afgesproken (les)rooster. De veroordeelde houdt zich aan de regels die gelden binnen de school – en stageomgeving;
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan het jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van de dag waarop de totale duur van de tot dan toe ondergane verzekering en voorlopige hechtenis gelijk zal zijn aan die van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde jeugddetentie;
legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een leerstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, waarbij de verdachte dient deel te nemen aan het leerproject SoCool;
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de leerstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 20 (twintig) dagen;
veroordeelt de ouders van de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [medeverdachte 2] , te betalen een bedrag van € 600 (zegge: zeshonderd euro), aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 22 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt de ouders van de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [medeverdachte 2] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering;
veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde 2] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de kinderrechter in deze rechtbank van 28 maart 2025 aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke werkstraf.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. N. Doorduijn, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. D.C.J. Peeck en R.T.K. Davidse, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. S. Hoebe, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 augustus 2026.
De oudste rechter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
De tenlastelegging is neergelegd in vijf dagvaardingen, met ieder een eigen parketnummer. Voor de leesbaarheid van dit vonnis heeft de rechtbank de verschillende feiten voorzien van een doorlopende nummering op de wijze zoals hieronder vermeld:
Doorlopend genummerd feit
Oorspronkelijke nummers van dagvaardingen
1
Het feit onder parketnummer 10-266699-25
2
Feit 1 onder parketnummer 10-019193-26
3
Feit 2 onder parketnummer 10-019193-26
4
Het feit onder parketnummer 10-160223-25
5
Het feit onder parketnummer 10-222745-25
6
Feit 1 onder parketnummer 10-228761-25
7
Feit 2 onder parketnummer 10-228761-25
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1.
hij op 22 oktober 2024 te [plaats 1] , gemeente [gemeente 1] (vanaf het schoolplein van [naam school] ) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een fiets (merk/type Windgoo elektrisch), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
2.
hij op of omstreeks 10 februari 2025 te [plaats 1] , gemeente [gemeente 1] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een pasjeshouder met daarin passen/betaalkaarten en/of een ING-bankpas en/of een drinkfles, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld
en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:
- dreigend om die [slachtoffer 2] heen te gaan staan;
- die [slachtoffer 2] (bij zijn jas) vast te pakken;
- met de hand tegen het gezicht van die [slachtoffer 2] te slaan;
- die [slachtoffer 2] dreigend de woorden te voegen: "Ik ga jou in elkaar rammen. Dij
moet nog terugbetalen voor die telefoon".
3.
hij op of omstreeks 14 februari 2025 te [plaats 2] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een Apple Iphone 13, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
4.
hij op of omstreeks 25 mei 2025 te [plaats 2] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
- een energyvodka RED,
- een of meerdere croissants,
- een of meerdere (reuze) rozijnbollen en/of een verpakking reuze rozijnbollen,
- een of meerdere stroopwafels en/of een verpakking stroopwafels, en/of
- een of meerdere biscuits en/of een verpakking biscuits tube Tl2,
in elk geval enig goed, dat/ die geheel of ten dele aan Jumbo [adres 2] (gevestigd op de [adres 2] ), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
5
hij op of omstreeks 24 juni 2025 te [plaats 1] , gemeente [gemeente 1] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een doos eieren en/of chocolade en/of een flesje drinken, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de PLUS [naam supermarkt] gelegen aan de [adres 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/ of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
6
hij op of omstreeks 27 augustus 2025 te Pernis Rotterdam, gemeente [plaats 2] ,
op/aan de [straatnaam] , althans op/aan de openbare weg,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een fatbike en/of sleutels en/of een zak met snoep, in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten dele aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte
en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om
het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan,
vergezeld en/ of gevolgd van geweld en/ of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4] ,
gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te
maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan
het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te
verzekeren, door:
- die [slachtoffer 4] op dreigende toon de woorden toe te voegen: "Doe je fatbike maar uit,
want je gaat nergens meer heen.", althans woorden van gelijke dreigende aard of
strekking en/of
- de vering van de fatbike van die [slachtoffer 4] vast te pakken en/of (vervolgens) hieraan
te trekken en/ of
- die [slachtoffer 4] op dreigende toon de woorden toe te voegen: "Je weet wat ik mee heb
he? Doe niet moeilijk.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking
en/ of (hierbij) naar zijn, verdachte en/ of mededaders zijn zaken te wijzen en/ of
- die [slachtoffer 4] de woorden toe te voegen dat verdachte en/of zijn mededaders een
pistool en/of een mes bij zich dragen en/of
- achterop de fatbike van die [slachtoffer 4] plaats te nemen en de woorden aan die [slachtoffer 4]
toe te voegen: "Rijden, rijden, rijden." en/of
- in de remmen van de fatbike van die [slachtoffer 4] te knijpen, ten gevolge waarvan die
[slachtoffer 4] niet kon wegkomen en/ of
- meermalen tegen de nek en/of de zij en/of het gezicht en/of het lichaam van die
[slachtoffer 4] te slaan en/of
- sleutels en/of een zak met snoep uit de tas van die [slachtoffer 4] te pakken en/of
- meermalen tegen de benen van die [slachtoffer 4] te schoppen en/of
- die [slachtoffer 4] bij de armen vast te pakken en/of (vervolgens) te duwen.
7
hij op of omstreeks 12 september 2025 te [plaats 2] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meerdere flessen parfum, in elk geval enig goed, dat/ die geheel of ten dele aan parfumerie Douglas gelegen aan de [adres 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Team jeugd
Parketnummers: 10-266699-25, 10-019193-26, 10-160223-25, 10-222745-25 en 10-228761-25 (gevoegd op zitting)
Datum uitspraak: 6 augustus 2026
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2011,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres 1] ,
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in
de [naam JI] te [plaats 1] ,
raadsman mr. J. Vermaat, advocaat te Rotterdam.
1Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 6 augustus 2026.
2Tenlastelegging
De verdachte staat terecht op de verdenking van 7 strafbare feiten:
Feit 1: diefstal van een fiets (fatbike) samen met een ander op 22 oktober 2024 in [plaats 1] ;
Feit 2: diefstal van een bankpas met gebruik van geweld of bedreiging met geweld op 10 februari 2025 in [plaats 1] ,
Feit 3: diefstal van een iPhone samen met anderen op 14 februari 2025 in [plaats 2] ;
Feit 4: winkeldiefstal bij Jumbo [adres 2] samen met anderen op 25 mei 2025 in [plaats 2] ;
Feit 5: winkeldiefstal bij PLUS [naam supermarkt] samen met anderen op 24 juni 2025 te [plaats 1] ;
Feit 6: diefstal van een fatbike, snoep en sleutels met gebruik van geweld of bedreiging met geweld op de openbare weg (straatroof) op 27 augustus 2025 in Pernis [plaats 2] ;
Feit 7: winkeldiefstal bij Douglas samen met een ander op 12 september 2025 te [plaats 2] .
De tekst van de tenlasteleggingen is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. K. Broere heeft gevorderd:
vrijspraak van de feiten 2 en 3;
bewezenverklaring van de feiten 1, 4, 5, 6 en 7;
veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 90 dagen met aftrekvan voorarrest, waarvan 60 dagenvoorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en met de bijzondere voorwaarden zoals door de Raad voor de Kinderbescherming geadviseerd, te weten meewerken aan één-op-één-begeleiding, verblijven bij EEV Prokino te [plaats 2] (of een soortgelijke instelling), zich houden aan een avondklok, naar school en/of stage gaan en medewerking verlenen aan de hulpverlening met als bijzondere voorwaarde toegevoegd een contactverbod met medeverdachte [medeverdachte 1] ;
veroordeling van de verdachte tot een leerstraf SoCool van 40 uren, subsidiair 20 dagen vervangende jeugddetentie;
afwijzing van de vordering tenuitvoerlegging d.d. 30 juni 2026.
4Waardering van het bewijs
4.1.
Vrijspraak feiten 2 en 3
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de feiten 2 en 3 niet wettig en overtuigend zijn bewezen. Voor de straatroof van 10 februari 2025 (feit 2) geldt dat de rechtbank niet buiten gerede twijfel kan bewijzen dat de verdachte één van de daders is. De aangever noemt de naam van de verdachte eerst nadat een onbekende persoon tegen hem gezegd heeft dat de verdachte één van de daders is. Dat maakt deze herkenning minder overtuigend en ander bewijs dat de verdachte één van de daders is, is er niet.
Voor de diefstal met geweld van 14 februari 2025 geldt dat de verdachte geen wegneemhandeling heeft verricht. Ook volgens de aangever heeft een andere jongen zijn telefoon afgepakt. Er is geen bewijs dat de verdachte een rol van betekenis bij deze diefstal heeft gepleegd.
De rechtbank zal de verdachte van feit 2 en 3 vrijspreken.
4.2.
Bewezenverklaring 4, 5, 6 en 7
De feiten 4, 5, 6 en 7 zijn door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
4.3.
Bewijswaardering feit 1
4.3.1.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft vrijspraak van feit 1 bepleit, omdat de bijdrage van de verdachte aan dit feit onvoldoende was om van medeplegen te kunnen spreken. De medeverdachte heeft de fiets voor zichzelf weggenomen en er was geen sprake van een gezamenlijke uitvoering.
4.3.2.
Beoordeling
De rechtbank stelt op basis van de camerabeelden vast dat de verdachte en zijn medeverdachte samen op één fiets op een schoolplein arriveren, waarna de medeverdachte afstapt en doelgericht naar een fatbike loopt. De medeverdachte loopt dan terug naar de verdachte, blijft daar even staan, pakt vervolgens de fatbike en fietst daarop weg, samen met de verdachte. De verdachte verklaart bij de politie dat zij naar het schoolplein gingen om een fiets te stelen. De rechtbank concludeert daaruit dat de verdachten samen naar het schoolplein zijn gegaan om een fiets te stelen. De verdachte zal daarom worden veroordeeld voor feit 1.
4.4.
Bewezenverklaring
Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte de feiten 1, 4, 5, 6 en 7 heeft begaan op die wijze dat:
1.
hij op 22 oktober 2024 te [plaats 1] , gemeente [gemeente 1] (vanaf het schoolplein van [naam school] ) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een fiets (merk/type Windgoo elektrisch), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [medeverdachte 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen;
4.
hij op of omstreeks 25 mei 2025 te [plaats 2] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
- een energyvodka RED,
- een of meerdere croissants,
- een of meerdere (reuze) rozijnbollen en/of een verpakking reuze rozijnbollen,
- een of meerdere stroopwafels en/of een verpakking stroopwafels, en/of
- een of meerdere biscuits en/of een verpakking biscuits tube Tl2,
in elk geval enig goed, dat/ die geheel of ten dele aan Jumbo [adres 2] (gevestigd op de [adres 2] ), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
5.
hij op of omstreeks 24 juni 2025 te [plaats 1] , gemeente [gemeente 1] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een doos eieren en/of chocolade en/of een flesje drinken, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de PLUS [naam supermarkt] gelegen aan de [adres 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/ of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
6.
hij op of omstreeks 27 augustus 2025 te [plaats 3] , gemeente [gemeente 2] ,
op/aan de [straatnaam] , althans op/aan de openbare weg,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een fatbike en/of sleutels en/of een zak met snoep, in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten dele aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte
en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om
het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan,
vergezeld en/ of gevolgd van geweld en/ of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4] ,
gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te
maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan
het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te
verzekeren, door:
- die [slachtoffer 4] op dreigende toon de woorden toe te voegen: "Doe je fatbike maar uit, want je gaat nergens meer heen.", althans woorden van gelijke dreigende aard ofstrekking en/of
- de vering van de fatbike van die [slachtoffer 4] vast te pakken en/of (vervolgens) hieraan te trekken en/ of
- die [slachtoffer 4] op dreigende toon de woorden toe te voegen: "Je weet wat ik mee heb he? Doe niet moeilijk.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/ of (hierbij) naar zijn, verdachte en/ of mededaders zijn zakken te wijzen en/ of
- die [slachtoffer 4] de woorden toe te voegen dat verdachte en/of zijn mededaders een pistool en/of een mes bij zich dragen en/of
- achterop de fatbike van die [slachtoffer 4] plaats te nemen en de woorden aan die [slachtoffer 4] toe te voegen: "Rijden, rijden, rijden." en/of
- in de remmen van de fatbike van die [slachtoffer 4] te knijpen, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 4] niet kon wegkomen en/ of
- meermalen tegen de nek en/of de zij en/of het gezicht en/of het lichaam van die [slachtoffer 4] te slaan en/of
- sleutels en/of een zak met snoep uit de tas van die [slachtoffer 4] te pakken en/of
- meermalen tegen de benen van die [slachtoffer 4] te schoppen en/of
- die [slachtoffer 4] bij de armen vast te pakken en/of (vervolgens) te duwen;
7.
hij op of omstreeks 12 september 2025 te [plaats 2] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meerdere flessen parfum, in elk geval enig goed, dat/ die geheel of ten dele aan parfumerie Douglas gelegen aan de [adres 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de redengevende inhoud van het voorgaande en op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende tot bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.
5Strafbaarheid feiten
De bewezen feiten leveren op:
Feit 1: diefstal door twee of meer verenigde personen
Feit 4: diefstal door twee of meer verenigde personen
Feit 5: diefstal door twee of meer verenigde personen
Feit 6: diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
Feit 7: diefstal door twee of meer verenigde personen
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.
6Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
7Motivering straffen
7.1.
Algemene overweging
De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feiten waarop de straffen zijn gebaseerd
De verdachte heeft, op dertienjarige leeftijd, vijf diefstallen gepleegd. Dit betroffen drie winkeldiefstallen, een diefstal van een fiets en een gewelddadige straatroof. Alle feiten pleegde hij samen met anderen. Al deze vermogensdelicten zijn vervelende feiten en bezorgen de slachtoffers hinder, overlast en schade. Bovendien heeft de verdachte door een straatroof te plegen op de openbare weg een voor het slachtoffer zeer bedreigende situatie gecreëerd. Het spreekt voor zich dat deze gebeurtenissen beangstigend moeten zijn geweest voor het nog jonge slachtoffer en ook impact zullen hebben gehad bij de volgende keren dat hij met de fiets de straat op ging of de plek passeerde waar het is gebeurd. De verdachte lijkt ten tijde van deze feiten alleen oog te hebben gehad voor zijn eigen voordeel en dat van zijn medeverdachten en zich geen enkele rekenschap te hebben gegeven van de gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers. Daarnaast veroorzaken dergelijke feiten een algemeen gevoel van angst in de samenleving. De rechtbank rekent dit de verdachte zwaar aan.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
De verdachte is eerder veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Op 28 maart 2025 is de verdachte veroordeeld door deze rechtbank. De huidige bewezenverklaarde feiten zijn deels van voor die datum.
7.3.2.
Rapportages en verklaringen van deskundigen op de terechtzitting
Psycholoog [naam psycholoog] heeft een rapport over de verdachte opgemaakt op 20 maart 2026.
Dit rapport houdt voor zover van belang het volgende in.
Bij de verdachte zijn een licht verstandelijke beperking, een oppositioneel-opstandige gedragsstoornis en een lichte stoornis in cannabisgebruik vastgesteld. In algemene zin beïnvloedt de verstandelijke beperking het alledaagse functioneren en dus ook het handelen van de verdachte ten tijde van alle ten laste gelegde feiten. Vanwege de verstandelijke beperking heeft de verdachte moeite situaties van tevoren te overzien en passende sociale reacties te bedenken wanneer hij door een situatie overvallen wordt. Ook is hij hierdoor verminderd in staat tot zelfsturing en is hij daarmee beïnvloedbaar door anderen. Ook is zijn inlevingsvermogen (in mogelijke gevolgen voor slachtoffers) beperkt. De oppositioneel-opstandige gedragsstoornis uit zich in het algemeen in het feit dat de verdachte zich verminderd laat leiden door besef van het regelovertredende karakter van zijn gedrag.
Dit alles is van invloed geweest op de strafbare feiten. Door deze factoren en het feit dat de verdachte zeer beïnvloedbaar is door leeftijdgenoten wordt het risico op herhaling van het plegen van strafbare feiten ingeschat als matig. Het is nodig deze factoren aan te pakken om dit risico te verlagen. Het bieden van een veilige woonplek met voldoende structuur, passend bij het cognitieve en sociaalemotionele niveau van de verdachte is noodzakelijk.
In de dagelijkse begeleiding dient aandacht te zijn voor het vinden en volhouden van een passende dagvulling en vrijetijdsbesteding, het kiezen van pro-sociale vrienden, het ontwikkelen van passende sociale vaardigheden en het optimaliseren van de relatie met zijn moeder, zus en broertje.
- De psycholoog denkt tot slot dat een leerstraf zoals SoCool aangewezen kan zijn om sociale vaardigheden te oefenen. Een duidelijk kader met toezicht en begeleiding door de jeugdreclassering is aangewezen. Dit kan in een (deels) voorwaardelijk kader opgelegd in de vorm van bijzondere voorwaarden.
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: RvdK) heeft ook een rapport over de verdachte opgemaakt op 30 juli 2026.
Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
De verdachte is impulsief en overziet de gevolgen van zijn handelen onvoldoende. Het risico op recidive is hoog en er zijn risicofactoren op meerdere leefgebieden. De verdachte heeft in een relatief korte periode meerdere strafbare feiten gepleegd en is er herhaaldelijk niet in geslaagd zich aan de (schorsings)voorwaarden te houden. Ook worden er risico’s gezien in het contact van de verdachte met antisociale jongeren. Het verblijf bij Prokino in [naam locatie] verloopt niet goed. Hij is fors zelfbepalend en loopt regelmatig weg, waarbij niet duidelijk is waar hij is geweest en met wie hij was. Het probleembesef bij de verdachte is beperkt. Er wordt gekeken naar een andere passende plek. De verdachte heeft verboden voorwerpen bij zich gehad, ook op school. Er is daarnaast sprake van een gebrekkige schoolgang, softdrugsgebruik en een niet-georganiseerde vrijetijdsbesteding. De jeugdreclassering heeft de verdachte hier op aangesproken, maar de verdachte komt onverschillig over en lijkt geen ander gedrag te willen laten zien. Wat wel goed verloopt is de een-op-een-begeleiding. De verdachte heeft een goede band met zijn begeleider.
De RvdK sluit zich wat betreft het strafadvies aan bij de psycholoog en schat in dat een deels voorwaardelijke werkstraf met inzet van de jeugdreclassering het meest passend is. De jeugdreclassering is sinds november 2022 betrokken. Het is van belang dat deze begeleiding voortgezet kan worden. Hiernaast vindt ook de RvdK de leerstraf So-Cool van belang omdat de verdachte daarvan kan leren probleemsituaties tijdig te herkennen en de gevolgen van zijn gedrag te overzien. Dit kan de kans op herhaling verkleinen. De leerstraf prevaleert om die reden boven een jeugddetentie en is in het belang van de verdachte. In samenhang met de behandeling is de verwachting dat de kans op herhaling dan aanzienlijk zal dalen.
[vertegenwoordiger van de GI] , jeugdreclasseerder, heeft ter terechtzitting verklaard dat zij achter het advies van het opleggen van de leerstraf SoCool staat, maar dat de verdachte niet overvraagd moet worden. Het risico bestaat dat hij zijn focus niet kan behouden en de leerstraf niet zal uitvoeren, met alle consequenties van dien. Toch zal de leerstraf in combinatie met de juiste begeleiding wel het gewenste effect hebben en werkt dit beter dan het opleggen van een jeugddetentie. Er is voldoende geregeld voor de verdachte zodra hij op vrije voeten komt. Tot slot adviseert zij de voorwaardelijk opgelegde straf niet ten uitvoer te leggen, omdat dit het traject dat is ingezet zal hinderen.
7.4.
Geen vormverzuimonderzoek telefoon feit 6
7.4.1.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft aangevoerd dat voor het onderzoek aan de telefoon van verdachte sinds het arrest CG/Bezirkshauptmannschaft Landeck (C-548/21) (ECLI:EU:C:2024:830) van 4 oktober 2024 (hierna: het Landeck-arrest) een machtiging van de rechter-commissaris is vereist. Die is niet gevraagd omdat de officier van justitie zelf toestemming heeft gegeven voor een beperkt onderzoek in de telefoon. Hierdoor is zijn recht op privacy geschonden. Dit dient tot strafvermindering te leiden.
7.4.2.
Standpunt officier van justitie
Er is geen sprake van een vormverzuim. De politie heeft handmatig onderzoek gedaan in de afbeeldingen (foto’s en filmpjes) op de telefoon omdat de aangever verklaard had dat er tijdens de diefstal opnamen waren gemaakt. De Landeck jurisprudentie staat niet aan dergelijke beperkt onderzoek in de weg.
7.4.3.
Beoordeling rechtbank
Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat hier geen sprake is van een vormverzuim. Uit het Landeck-arrest volgt – kort gezegd – dat voor het onderzoek aan een telefoon in beginsel voorafgaande toestemming moet worden gegeven door een rechterlijke autoriteit. In navolging van dit arrest heeft de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2025:409) op 18 maart 2025 – kort gezegd – overwogen dat een voorafgaande toetsing door de rechter-commissaris vereist is als er met het onderzoek aan bijvoorbeeld een telefoon een meer dan beperkte inbreuk wordt gemaakt op de persoonlijke levenssfeer. De rechtbank stelt vast dat de officier van justitie toestemming heeft gegeven voor een beperkt en gericht onderzoek om te zien of de diefstal gefilmd is. Meer dan dat is er niet onderzocht of bekeken. Daardoor is geen sprake van een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte. Het verweer wordt verworpen.
7.5.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gezien de ernst van de feiten en het strafblad van de verdachte kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. De rechtbank zal een deels onvoorwaardelijke jeugddetentie opleggen. Aan het voorwaardelijk deel worden de door de Raad geadviseerde voorwaarden verbonden om het gevaar op herhaling te beperken met als toevoeging een contactverbod met medeverdachte [medeverdachte 1] . Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Daarnaast wordt de leerstraf ‘SoCool’ opgelegd.
Alles afwegend acht de rechtbank een jeugddetentie voor de duur van 90 dagen, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest en de leerstraf SoCool regulier (40 uur) passend en geboden.
8Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen
8.1.
Vordering [benadeelde 1]
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde 1] , ter zake van feit 1.
De benadeelde partij vordert een bedrag van € 600,- aan materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
8.1.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft meegedeeld dat de ouders van de verdachte die ten tijde van het plegen van het bewezenverklaarde feit de leeftijd van veertien jaar nog niet had bereikt, tot een schadevergoeding kunnen worden veroordeeld. De vordering is onderbouwd met een factuur.
8.1.2.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft verzocht de vordering af te wijzen, nu zij een vrijspraak heeft bepleit.
8.1.3.
Beoordeling
Aan de benadeelde partij is door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks (materiële) schade toegebracht. De vordering is genoegzaam onderbouwd en zal worden toegewezen. Omdat de verdachte jonger was dan 14 jaar toen hij het feit pleegde, moeten zijn ouders de schadevergoeding betalen.
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 22 oktober 2024.
Omdat de vordering van de benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zullen de ouders van de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
8.1.4.
Conclusie
De ouders van de verdachte moeten de benadeelde partij [benadeelde 1] een schadevergoeding betalen van €600,- .
Omdat de wet niet de mogelijkheid kent een schadevergoedingsmaatregel op te leggen ten laste van de ouders, zal geen schadevergoedingsmaatregel worden opgelegd.
8.2.
Vordering [benadeelde 2] (feit 2)
De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat de verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde.
Omdat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.
9Vordering tenuitvoerlegging
9.1.
Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd
Bij vonnis van de kinderrechter in deze rechtbank van 28 maart 2025 is de verdachte veroordeeld voor zover van belang tot een voorwaardelijke taakstaf bestaande uit een werkstraf van 150 uren met een proeftijd van 2 jaar. De proeftijd is ingegaan op 12 april 2025.
9.2.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft een vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf gedaan, maar heeft ter terechtzitting verzocht de vordering af te wijzen gelet op het advies van de RvdK.
9.3.
Beoordeling
Een aantal van de hierboven bewezen verklaarde feiten zijn na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de bewezen feiten heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.
In beginsel kan daarom de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. Net als de officier van justitie ziet de rechtbank in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding om de straf niet ten uitvoer te leggen. De vordering wordt afgewezen.
10Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 47, 55, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.
11Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
12Beslissing
De rechtbank:
a. verklaart niet bewezen dat de verdachte de feiten 2 en 3 heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 4, 5, 6 en 7, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte (ook) daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 90 (negentig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
stelt vast dat het aantal dagen dat de verdachte tot deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht 24 (vierentwintig) dagen betreft;
i. bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 60 (zestig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op een twee jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de hierna te noemen voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
- gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [medeverdachte 1] (geboren [geboortedag 2] 2011);
- medewerking zal verlenen aan de persoonlijke (een-op-een-) begeleiding, zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
- zal verblijven bij EEV aan de [adres 1] (Prokino) of een soortgelijke instelling, zich zal houden aan de huisregels en zal luisteren naar de begeleiders van die instelling, zolang de jeugdreclasseerder dat nodig acht;
- zich houden zal houden aan een avondklok. Deze avondklok houdt in dat de veroordeelde dagelijks om 21:00 bij EEV op het adres [adres 1] of een andere instelling waar hij op dat moment verblijft zal zijn en daar zal blijven tot de volgende ochtend 7:00 uur. Deze tijdstippen van de avondklok kunnen worden gewijzigd door de (jeugd)reclassering, in die zin dat de veroordeelde in dat geval ’s avonds later terug mag komen en ’s ochtends eerder weg mag;
- gedurende de proeftijd onderwijs zal volgen en naar school en stage gaat volgens het afgesproken (les)rooster. De veroordeelde houdt zich aan de regels die gelden binnen de school – en stageomgeving;
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan het jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van de dag waarop de totale duur van de tot dan toe ondergane verzekering en voorlopige hechtenis gelijk zal zijn aan die van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde jeugddetentie;
legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een leerstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, waarbij de verdachte dient deel te nemen aan het leerproject SoCool;
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de leerstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 20 (twintig) dagen;
veroordeelt de ouders van de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [medeverdachte 2] , te betalen een bedrag van € 600 (zegge: zeshonderd euro), aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 22 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt de ouders van de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [medeverdachte 2] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering;
veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde 2] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de kinderrechter in deze rechtbank van 28 maart 2025 aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke werkstraf.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. N. Doorduijn, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. D.C.J. Peeck en R.T.K. Davidse, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. S. Hoebe, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 augustus 2026.
De oudste rechter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
De tenlastelegging is neergelegd in vijf dagvaardingen, met ieder een eigen parketnummer. Voor de leesbaarheid van dit vonnis heeft de rechtbank de verschillende feiten voorzien van een doorlopende nummering op de wijze zoals hieronder vermeld:
Doorlopend genummerd feit
Oorspronkelijke nummers van dagvaardingen
1
Het feit onder parketnummer 10-266699-25
2
Feit 1 onder parketnummer 10-019193-26
3
Feit 2 onder parketnummer 10-019193-26
4
Het feit onder parketnummer 10-160223-25
5
Het feit onder parketnummer 10-222745-25
6
Feit 1 onder parketnummer 10-228761-25
7
Feit 2 onder parketnummer 10-228761-25
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1.
hij op 22 oktober 2024 te [plaats 1] , gemeente [gemeente 1] (vanaf het schoolplein van [naam school] ) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een fiets (merk/type Windgoo elektrisch), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
2.
hij op of omstreeks 10 februari 2025 te [plaats 1] , gemeente [gemeente 1] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een pasjeshouder met daarin passen/betaalkaarten en/of een ING-bankpas en/of een drinkfles, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld
en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:
- dreigend om die [slachtoffer 2] heen te gaan staan;
- die [slachtoffer 2] (bij zijn jas) vast te pakken;
- met de hand tegen het gezicht van die [slachtoffer 2] te slaan;
- die [slachtoffer 2] dreigend de woorden te voegen: "Ik ga jou in elkaar rammen. Dij
moet nog terugbetalen voor die telefoon".
3.
hij op of omstreeks 14 februari 2025 te [plaats 2] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een Apple Iphone 13, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
4.
hij op of omstreeks 25 mei 2025 te [plaats 2] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
- een energyvodka RED,
- een of meerdere croissants,
- een of meerdere (reuze) rozijnbollen en/of een verpakking reuze rozijnbollen,
- een of meerdere stroopwafels en/of een verpakking stroopwafels, en/of
- een of meerdere biscuits en/of een verpakking biscuits tube Tl2,
in elk geval enig goed, dat/ die geheel of ten dele aan Jumbo [adres 2] (gevestigd op de [adres 2] ), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
5
hij op of omstreeks 24 juni 2025 te [plaats 1] , gemeente [gemeente 1] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een doos eieren en/of chocolade en/of een flesje drinken, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de PLUS [naam supermarkt] gelegen aan de [adres 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/ of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
6
hij op of omstreeks 27 augustus 2025 te Pernis Rotterdam, gemeente [plaats 2] ,
op/aan de [straatnaam] , althans op/aan de openbare weg,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een fatbike en/of sleutels en/of een zak met snoep, in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten dele aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte
en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om
het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan,
vergezeld en/ of gevolgd van geweld en/ of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4] ,
gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te
maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan
het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te
verzekeren, door:
- die [slachtoffer 4] op dreigende toon de woorden toe te voegen: "Doe je fatbike maar uit,
want je gaat nergens meer heen.", althans woorden van gelijke dreigende aard of
strekking en/of
- de vering van de fatbike van die [slachtoffer 4] vast te pakken en/of (vervolgens) hieraan
te trekken en/ of
- die [slachtoffer 4] op dreigende toon de woorden toe te voegen: "Je weet wat ik mee heb
he? Doe niet moeilijk.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking
en/ of (hierbij) naar zijn, verdachte en/ of mededaders zijn zaken te wijzen en/ of
- die [slachtoffer 4] de woorden toe te voegen dat verdachte en/of zijn mededaders een
pistool en/of een mes bij zich dragen en/of
- achterop de fatbike van die [slachtoffer 4] plaats te nemen en de woorden aan die [slachtoffer 4]
toe te voegen: "Rijden, rijden, rijden." en/of
- in de remmen van de fatbike van die [slachtoffer 4] te knijpen, ten gevolge waarvan die
[slachtoffer 4] niet kon wegkomen en/ of
- meermalen tegen de nek en/of de zij en/of het gezicht en/of het lichaam van die
[slachtoffer 4] te slaan en/of
- sleutels en/of een zak met snoep uit de tas van die [slachtoffer 4] te pakken en/of
- meermalen tegen de benen van die [slachtoffer 4] te schoppen en/of
- die [slachtoffer 4] bij de armen vast te pakken en/of (vervolgens) te duwen.
7
hij op of omstreeks 12 september 2025 te [plaats 2] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meerdere flessen parfum, in elk geval enig goed, dat/ die geheel of ten dele aan parfumerie Douglas gelegen aan de [adres 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.