Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:10503

2026-08-19 Civiel recht C/10/724860 / HA RK 26-811
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-08-19
Publicatiedatum
2026-08-24
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Wraking
Zaaknummer
C/10/724860 / HA RK 26-811
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Wrakingskamer. Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek, omdat het verzoek te laat is gedaan.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.620 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM


Wrakingskamer




Zaaknummer / rekestnummer: C/10/724860 / HA RK 26-811




Beslissing van 19 augustus 2026




van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van





[verzoeker]
,
woonplaats: [woonplaats],
hierna te noemen: verzoeker,



strekkende tot de wraking van




mr. J.C. Halk,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.






1De procedure


1.1.
Verzoeker heeft op 3 augustus 2026 een wrakingsverzoek gedaan. Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de civielrechtelijke zaak met zaaknummer 12008532 CV EXPL 25-4960 (de hoofdzaak). De hoofdzaak betreft een geschil tussen VGZ Zorgverzekeraar N.V. en verzoeker. Het dossier van de hoofdzaak is ter beschikking gesteld aan de wrakingskamer.



1.2.
De rechter heeft op 18 augustus 2026 een e-mail naar de algemeen secretaris van de wrakingskamer gestuurd, met daarbij gevoegd (i) het proces-verbaal van de op 4 juni 2026 gehouden mondelinge behandeling in de hoofdzaak, (ii) het tussenvonnis in de hoofdzaak van 11 juni 2026 en (iii) haar schriftelijke reactie op het wrakingsverzoek.






2De ontvankelijkheid van het verzoek


2.1.
Een wrakingsverzoek moet worden gedaan zodra de feiten en omstandigheden waarop het wrakingsverzoek is gegrond aan verzoeker bekend zijn geworden. Dit is op grond van artikel 37 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering vereist.



2.2.
De wrakingskamer is van oordeel dat verzoeker het wrakingsverzoek in strijd met het voorgaande heeft ingediend.



2.3.
Verzoeker baseert zijn wrakingsverzoek op uitlatingen en beslissingen van de rechter tijdens de mondelinge behandeling van de hoofdzaak op 4 juni 2026. Verzoeker was daarbij aanwezig.



2.4.
Het is vaste rechtspraak dat de zinsnede “zodra de feiten en omstandigheden bekend zijn” betekent dat een wrakingsverzoek moet worden gedaan onmiddellijk nadat de feitelijke grond tot wraking bekend is geworden, waarbij een korte tijd voor beraad acceptabel is. In dit geval is die termijn ruimschoots overschreden. De gewraakte uitlatingen en beslissingen van de rechter hebben zich immers voorgedaan tijdens de mondelinge behandeling op 4 juni 2026, terwijl het wrakingsverzoek pas op 3 augustus 2026 is ontvangen.



2.5.

Verzoeker heeft in zijn wrakingsverzoek weliswaar ook vermeld dat hij de onpartijdigheid van de rechter betwijfelt vanwege “de verlate stukken van dd 10 juli 2026” (opmerking wrk: verzoeker bedoelt kennelijk de door VGZ op 9 juli 2026 ingediende akte in de hoofdzaak), maar hij heeft niet vermeld waarom die stukken relevant zijn voor het wrakingsverzoek. Het enige wat hij daarover schrijft is: “wegens vakantie heb ik de stukken later onder ogen gekregen vandaar dit late wrakingsverzoek.” Verzoeker heeft niet toegelicht wanneer hij vakantie heeft genoten en waarom niet van hem gevergd had kunnen worden het wrakingsverzoek eerder in te dienen.
Van verzoeker had mogen worden verwacht dat hij het wrakingsverzoek uiterlijk binnen enkele dagen na de mondelinge behandeling van 4 juni 2026 had gedaan. Indiening van het wrakingsverzoek op 3 augustus 2026 is geen indiening meer “zodra de feiten of omstandigheden bekend zijn geworden”. Het verzoek is dus te laat gedaan.




2.6.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het wrakingsverzoek. Daarom wordt het verzoek met toepassing van het bepaalde in artikel 39, lid 3, Rv zonder behandeling ter zitting afgedaan.






3De beslissing


De wrakingskamer:



verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek ten aanzien van mr. J.C. Halk in de civielrechtelijke zaak met zaaknummer 12008532 CV EXPL 25-4960.




Deze beslissing is gegeven door mr. S.C.C. Hes-Bakkeren, voorzitter, mr. F. Aukema-Hartog en mr. J. van Dort, rechters, in aanwezigheid van mr. R.W.H. van Rijkom, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2026.







de griffier de voorzitter




Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.