Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:10187

2026-05-20 Civiel recht C/10/698208 HA ZA 25-349
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-05-20
Publicatiedatum
2026-08-17
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/10/698208 HA ZA 25-349
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Gevorderde schade is gevolgschade en komt op grond van de algemene voorwaarden van de netbeheerder niet voor vergoeding in aanmerking. Deze uitsluiting van aansprakelijkheid is niet onredelijk bezwarend en niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid. Evenmin is grond voor vergoeding van de schade op grond van onrechtmatige daad. De vorderingen worden afgewezen.

Citeert (4)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (25.512 tekens)
RECHTBANK Rotterdam


Team handel en haven




Zaaknummer / rolnummer: C/10/698208 / HA ZA 25-349




Vonnis van 20 mei 2026




in de zaak van





[eiser]
,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
advocaat: mr. A.F. Agenant,



tegen




Stedin Netbeheer B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
gedaagde partij,
advocaat: mr. M. Trimbos-Hartman.



Partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘Stedin’ genoemd.






1De zaak in het kort



[eiser] vindt dat het onredelijk lang heeft geduurd voordat Stedin een elektriciteitsaansluiting heeft gerealiseerd voor zijn woning. Hij stelt Stedin daarom aansprakelijk voor schade die hij hierdoor zou hebben geleden. Stedin is het hier niet mee eens en voert verweer. Het beroep van Stedin op haar algemene voorwaarden, waarin de door [eiser] gevorderde schade is uitgesloten van aansprakelijkheid, slaagt. De vordering van [eiser] wordt daarom afgewezen. Deze beslissing wordt hierna toegelicht.






2De procedure


2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1-8;- de conclusie van antwoord met producties 1-6;- de brief van 28 juli 2025 van de rechtbank, waarbij partijen zijn opgeroepen voor een mondelinge behandeling;
- de akte overlegging producties van [eiser] , met producties 9-12;- de akte overlegging (nadere) productie van [eiser] , met het ontbrekende deel vanproductie 2;- de mondelinge behandeling van 19 november 2025 en door partijen overgelegde spreekaantekeningen, en de door Stedin overgelegde volmacht voor haar zittingsvertegenwoordiger.



2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.






3De feiten


3.1.
Op 21 oktober 2021 sloot [eiser] een intentieovereenkomst met Groothuis Bouw B.V. voor de bouw van zijn woning aan de [adres] te Barendrecht. In deze overeenkomst staat, voor zover hier relevant, het volgende:



“(…) De prijs in de offerte is in beginsel vast, mits de aanneemovereenkomst binnen 11 maanden na ondertekening van de onderhavige overeenkomst is ondertekend.





Buiten de periode van 11 maanden is aannemer gerechtigd om de geoffreerde prijs te verhogen in verband met ontwikkeling van (hogere) prijzen van arbeid, materialen en/of materieel. De mogelijke verhoging is ter beoordeling van aannemer maar opdrachtgever is in dat geval gerechtigd af te zien van het geven van de opdracht aan aannemer. Opdrachtgever blijft voor dat geval wel de hierna te noemen vergoeding-(en) voor het verrichte werk/ gemaakte kosten verschuldigd. (…)”





3.2.
Op 23 maart 2022 diende [eiser] in verband met de bouw van die woning via mijnaansluiting.nl een aanvraag in (projectnaam [naam project] (huis)) voor een tijdelijke elektriciteitsaansluiting (Elektriciteit aansluiting Bouw 3x35 Ampère (Nieuw, Bouw)) bij Stedin en een aansluiting voor drinkwater bij Evides (Nieuw, Bouw). Daarbij is aangegeven dat locatieomschrijving dichtbij [adres] ligt.



3.3.
Op 22 april 2022 ontving [eiser] van Stedin een offerte voor een tijdelijke elektriciteitsaansluiting voor een bedrag van € 2.868,01. [eiser] heeft de offerte geaccepteerd en op 11 mei 2022 betaald.



3.4.
Op 23 augustus 2022 diende [eiser] opnieuw een aanvraag in via mijnaansluiting.nl (projectnaam [naam project] (huis)), maar nu voor een permanente elektriciteitsaansluiting (Elektriciteit aansluiting Permanent 3x35 Ampère (Nieuw, Permanent)) bij Stedin en een aansluiting voor drinkwater bij Evides (Nieuw, Permanent). Daarbij is aangegeven dat locatieomschrijving dichtbij [adres] ligt.



3.5.
Op 14 september 2022 stuurde Stedin een offerte aan [eiser] voor een definitieve aansluiting voor een bedrag van € 1.779,74. [eiser] accepteerde deze offerte diezelfde dag door betaling van het bedrag.



3.6.
Op 27 september 2022 stuurde Stedin een creditfactuur aan [eiser] voor een bedrag van € 1.076,15 met omschrijving ‘Verwijderingskosten TA’.



3.7.
In de offertes van 22 april 2022 en 14 september 2022 staat onder meer het volgende:



“ (…)


Bent u akkoord met deze offerte?


Accepteer en betaal deze via het Stedin Klantportal.


(…)


Algemene voorwaarden


Op deze offerte zijn de volgende voorwaarden van Stedin Netbeheer B.V. van toepassing:





• Algemene voorwaarden voor de uitvoering van werkzaamheden en het verlenen van diensten


• Algemene voorwaarden voor aansluiting en transport elektriciteit en gas voor kleinverbruikers





Deze algemene voorwaarden kunt u downloaden in het Stedin Klantportal en


op www.stedin.net/aansluiting/voorwaarden-en-richtlijnen.(...)”





3.8.
In de algemene voorwaarden van Stedin voor het uitvoeren van werkzaamheden en het verlenen van diensten (hierna: de algemene voorwaarden) is onder meer het volgende bepaald:



“
Artikel 11 – Aansprakelijkheid




1. Onverminderd het bepaalde in de volgende leden van dit artikel, is Opdrachtnemer jegens Opdrachtgever slechts aansprakelijk voor de door Opdrachtgever geleden schade indien deze schade een rechtstreeks gevolg is van opzet of grove schuld van Opdrachtnemer, zijn werknemers dan wel andere personen die door Opdrachtnemer worden ingeschakeld bij de uitvoering van de Werkzaamheden en voor wie Opdrachtnemer aansprakelijk is.



2. Opdrachtnemer is nimmer gehouden tot vergoeding van gevolgschade, vertragingsschade en bedrijfsschade, daaronder mede begrepen winst- en/of inkomstenderving, en tot vergoeding van andere indirecte schade. (…)”




3.9.
Op 16 december 2022 heeft [eiser] Stedin een brief gestuurd met als onderwerp “ingebrekestelling”, waarin hij schrijft dat niet binnen een redelijke termijn is aangesloten en dat er nog altijd geen datum is gepland voor de bouwaansluiting en de huisaansluiting. Hij sommeerde Stedin binnen één week een antwoord en een redelijke termijn voor oplevering te geven. Daarnaast stelde [eiser] Stedin in die brief aansprakelijk voor door hem geleden en te lijden schade en verzoekt hij Stedin de reeds geleden schade te vergoeden.



3.10.
Op 10 januari 2023 heeft Stedin van het waterschap een vergunning ontvangen voor de werkzaamheden met betrekking tot het realiseren van de aansluiting. In die vergunning staat:



“(…)
Stormseizoen


Op locatie van geplande activiteiten is het stormseizoen van kracht. Het stormseizoen is een periode waar activiteiten op waterkeringen worden geweerd. Het stormseizoen bij waterschap Hollands Delta loopt van 1 oktober tot 1 april. Dit betekent dat met deze instemming de geplande activiteiten niet mag uitgevoerd worden tussen bovengenoemde data.(...)”




3.11.
Op 6 april 2023 is een permanente elektriciteitsaansluiting gerealiseerd door Stedin.






4Het geschil


4.1.

[eiser] vordert – samengevat – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:


voor recht te verklaren dat Stedin te kort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen jegens [eiser] en dat Stedin uit dien hoofde aansprakelijk is voor de door [eiser] als gevolg van die tekortkoming geleden schade, begroot op € 26.910,20;


Stedin te veroordelen om aan (Rb: [eiser] ) te betalen, een bedrag van € 26.910,20, althans te veroordelen tot een nader door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente;


Stedin te veroordelen om te betalen een bedrag van € 1.044,10 aan buitengerechtelijke incassokosten;


Stedin te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.





4.2.

[eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. De bouw- en permanente aansluiting moesten op grond van artikel 23 lid 4 (oud) Electriciteitswet (Ew) binnen een redelijke termijn worden gerealiseerd. Een redelijke termijn is volgens dat artikel maximaal 18 weken na het moment waarop [eiser] het verzoek om een tijdelijke dan wel permanente aansluiting indiende. De tijdelijke bouwaansluiting had uiterlijk 28 juli 2022 moeten zijn gerealiseerd, dan wel 18 weken na 22 april 2022, en de permanente aansluiting uiterlijk op 28 december 2022. De aansluiting is uiteindelijk ruim 54 weken na de tijdelijke aanvraag en ruim 32 weken na de permanente aanvraag gerealiseerd. Omdat sprake is van een fatale termijn verkeerde Stedin vanaf 23 december 2022 (rb: kennelijk is bedoeld 28 december 2022, 18 weken na 28 juli 2022) dan wel 30 december 2022 (twee weken na de ingebrekestelling van 16 december 2022) in verzuim. Doordat de aansluiting zo laat is gerealiseerd heeft [eiser] schade geleden. [eiser] stelt dat Stedin die schade moet vergoeden op grond van wanprestatie dan wel onrechtmatige daad.



4.3.
Stedin concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure. Volgens Stedin is allereerst gevolgschade en andere indirecte schade, zoals [eiser] die vordert, uitgesloten in artikel 11 van de algemene voorwaarden, en is er voorts 1) geen sprake van verzuim, 2) heeft [eiser] niet tijdig geklaagd, 3) was sprake van overmacht, 4) was sprake van schuldeisersverzuim, 5) is het niet redelijk en billijk de vertraging in wetgeving voor rekening van Stedin te laten komen en 6) is de schade naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar en onvoldoende onderbouwd.






5De beoordeling


5.1.
Tussen partijen is in geschil of Stedin tijdig een elektriciteitsaansluiting heeft gerealiseerd voor de woning van [eiser] en of, als dit niet het geval is, Stedin de gestelde schade moet betalen aan Ven Helden.




Algemene voorwaarden op de juiste wijze ter hand gesteld





5.2.

Het meest verstrekkend verweer van Stedin is dat als zij al toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verbintenis, zij niet aansprakelijk is voor de schade, omdat in de toepasselijke algemene voorwaarden gevolgschade en andere indirecte schade is uitgesloten.
Volgens [eiser] zijn de algemene voorwaarden vernietigbaar, omdat deze nooit ter hand zijn gesteld. Ook voert hij aan dat het exoneratiebeding in artikel 11 onredelijk bezwarend is dan wel dat toepassing daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
Stedin betwist dat de algemene voorwaarden niet ter hand zijn gesteld en dat het exoneratiebeding onredelijk bezwarend is of toepassing onaanvaardbaar.




De algemene voorwaarden zijn ter hand gesteld





5.3.
In de offertes van april 2022 en september 2022 staat dat op deze offertes de Algemene voorwaarden voor de uitvoering van werkzaamheden en het verlenen van diensten (hierna: de algemene voorwaarden) van toepassing zijn. Ook staat hierbij een link naar de pagina op de website van Stedin met de richtlijnen en voorwaarden. Daarnaast heeft Stedin een printscreen overgelegd van de digitale omgeving waarin klanten akkoord geven op de door Stedin uitgebrachte offertes. Uit deze printscreen volgt dat de overeenkomst tussen Stedin en de klant tot stand komt door het betalen van de offerte en dat, voordat überhaupt betaald kan worden, een klant eerst akkoord moet gaan met de algemene voorwaarden. Op deze pagina kan dat akkoord worden ‘aangekruist’ en daarbij staat een link, ‘Lees hier de algemene voorwaarden’. Deze voorwaarden kunnen volgens Stedin ook worden opgeslagen.



5.4.

Stedin stelt dat [eiser] op dezelfde wijze als hiervoor beschreven de offertes heeft geaccordeerd en dus ook bij beide offertes kennis heeft kunnen nemen van de algemene voorwaarden voor het sluiten van de overeenkomst. Vast staat immers dat [eiser] de offertebedragen heeft betaald en dus daaraan voorafgaand akkoord is gegaan met de offertes. En [eiser] erkende op zitting dat de digitale omgeving van Stedin waarin hij akkoord heeft gegeven, er inderdaad zo uitzag als op de overgelegde print screen en hij erkende ook dat om ‘door te kunnen’ gaan, het akkoord moest worden gegeven op de algemene voorwaarden.
De link/verwijzing naar de algemene voorwaarden is ook voldoende duidelijk. De verwijzing in de offerte is direct naar de pagina met voorwaarden en niet is betwist dat op die pagina de algemene voorwaarden staan. Daarnaast zit in de digitale omgeving een duidelijk herkenbare link waarbij direct naar de algemene voorwaarden kan worden ‘geklikt’, hetgeen evenmin is betwist. Ook is niet weersproken dat de algemene voorwaarden kunnen worden opgeslagen. Dit betekent dat [eiser] voorafgaand aan of bij het sluiten van de overeenkomst op redelijke wijze kennis kon nemen van de algemene voorwaarden. Het beroep van [eiser] op vernietiging op deze grond slaagt daarom niet.





De exoneratie in de algemene voorwaarden is niet onredelijk bezwarend





5.5.
Vervolgens moet worden beoordeeld of, zoals [eiser] aanvoert, het exoneratiebeding in de algemene voorwaarden waarop Stedin zich beroept, onredelijk bezwarend is. Vast staat dat in artikel 11 van de algemene voorwaarden gevolgschade en andere indirecte schade zijn uitgesloten van aansprakelijkheid. Deze bepaling wordt daarmee vermoed onredelijk bezwarend te zijn.



5.6.
Het is aan Stedin om het wettelijk vermoeden te weerleggen dat artikel 11 van de algemene voorwaarden (de exoneratie voor gevolgschade en andere indirecte schade) onredelijk bezwarend is. Stedin verwijst daartoe naar uitspraken waarin is geoordeeld dat een exoneratie van de aansprakelijkheid in de bepalingen van de algemene voorwaarden van de netbeheerder niet onredelijk bezwarend is. Volgens Stedin, zo begrijpt de rechtbank, is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid juist onaanvaardbaar dat de exoneratie wordt vernietigd omdat de gestelde schade vele malen hoger is dan de kosten die Stedin rekent voor het realiseren van een aansluiting en Stedin ook niet betrokken is geweest bij de kosten die [eiser] heeft gemaakt, waardoor, op het moment dat de exoneratie niet wordt gehandhaafd, dit een blanco cheque voor [eiser] op zou leveren. Daar komt bij dat Stedin niet kan inschatten hoe hoog de gevolgschade voor een willekeurige gebruiker zal zijn en dat zij alle gebruikers op dezelfde manier wil behandelen. Stedin wijst erop dat netbeheerders moeite hebben om hun werk tijdig af te ronden. Voorts voert Stedin aan dat de exoneratie in de algemene voorwaarden niet betekent dat de incentive voor Stedin om snel een aansluiting te realiseren verdwijnt. Er kan immers geklaagd worden bij de civiele rechter en de bestuursrechter en de toezichthouder, de Autoriteit Consument en Markt, kan sancties opleggen.



5.7.
Stedin voert terecht aan dat uit de lijn van de jurisprudentie – laatstelijk nog weer bevestigd in ECLI:NL:HR:2026:97 – volgt dat beperkingen van de wettelijke verplichtingen tot schadevergoeding in de algemene voorwaarden van netbeheerders niet per definitie onredelijk bezwarend zijn. De reden daarvoor is onder meer dat onbeperkte aansprakelijkheid van netbeheerders niet verzekerbaar is door de hoogte van de tarieven enerzijds en de aansprakelijkheidsrisico’s anderzijds. Stedin zou zonder de bedoelde exeneratie grote financiële risico’s lopen, zeker omdat het werk erg onder druk staat. Een onbeperkte aansprakelijkheid zou de premies voor de klanten explosief doen stijgen. Gelet hierop heeft Stedin met hetgeen zij heeft aangevoerd, het wettelijke vermoeden voldoende weerlegd dat de exoneratie onredelijk bezwarend is. [eiser] heeft de door Stedin aangevoerde feiten en omstandigheden ook niet weersproken.



Exoneratie evenmin in strijd met de redelijkheid en billijkheid





5.8.

[eiser] voert tenslotte nog aan dat artikel 11 van de algemene voorwaarden op grond van de redelijkheid en billijkheid buiten toepassing moet worden gelaten. [eiser] geeft echter geen duidelijke onderbouwing van zijn stelling, zodat reeds om die reden aan dit standpunt voorbij moet worden gegaan. Daarbij komt dat toepassing van de exoneratie in de gegeven omstandigheden onaanvaardbaar zou moeten zijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. En volgens vaste jurisprudentie moet terughoudend worden omgegaan met de toepassing van artikel 6:248 lid 2 BW waarin die maatstaf staat.


5.9.
Mogelijk bedoelt [eiser] dat Stedin nalatig is geweest bij het realiseren van de aansluiting en dat daarom de exoneratie buiten toepassing moet worden gelaten. Maar ook nalatigheid is niet gebleken. Dat de aanvraag voor de tijdelijke aansluiting door Stedin is geannuleerd maakt dat niet anders. Nergens uit blijkt dat de tijdelijke aansluiting, als deze niet was geannuleerd, wél voor 1 oktober 2022 had kunnen worden gerealiseerd, terwijl daarna de dijksluiting vanwege het stormseizoen aan de orde was. Volgens [eiser] zijn steeds verkeerde vergunningen aangevraagd bij het waterschap en is onnodig een vergunning aangevraagd bij de gemeente en heeft daarom de aansluiting onnodig lang geduurd. Maar na betwisting door Stedin heeft [eiser] dit niet nader onderbouwd. Evenmin is gebleken dat Stedin de aanvraag voor elektriciteit en water pas na herhaaldelijke verzoeken zou hebben gesplitst. Dit volgt niet uit de e-mail van 29 november 2022 en bovendien viel de datum van dit verzoek in het stormseizoen. Anderzijds heeft Stedin onweersproken aangevoerd dat het pas later duidelijk werd dat het ging om huisnummer [huisnummer A] , en niet om huisnummer [huisnummer B] of [huisnummer C] zoals in de beide aanvragen stond, en dat [eiser] een 2x25 aansluiting wenste in plaats van 3x35. Stedin is hier in het voordeel van [eiser] mee omgegaan doordat Stedin toen geen nieuwe offerte heeft opgesteld, wat zij wel had kunnen doen. Nadelige gevolgen voor het moment van aansluiten voor [eiser] als gevolg van de gewijzigde informatie werden daarmee voorkomen.



5.10.
De omstandigheid dat het hier gaat om een algehele uitsluiting van aansprakelijkheid ten aanzien van de gevolgschade maakt evenmin dat toepassing van de exoneratie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 6 april 2022 (ECLI:NL:RBROT:2022:4664) leidt niet tot een ander oordeel. In die uitspraak werd nog uitgegaan van een (harde) wettelijk termijn van 18 weken waarbinnen een netbeheerder een aansluiting moet realiseren. Inmiddels is echter door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch (ECLI:NL:GHSHE:2025:1220) geoordeeld dat deze termijn van 18 weken, die vanaf 22 februari 2025 ook niet meer in de Elektriciteitswet staat, buiten toepassing moet worden gelaten en dat steeds moet worden beoordeeld wat een redelijke termijn voor aansluiting is, zodat de onderhavige situatie niet vergelijkbaar is met die in de uitspraak van deze rechtbank van 6 april 2022.



5.11.
Het beroep van [eiser] om op grond van de redelijkheid en billijkheid artikel 11 van de algemene voorwaarden buiten toepassing te laten, slaagt dus niet.



5.12.
Dit betekent dat als al geoordeeld zou worden dat Stedin de elektriciteitsaansluiting te laat heeft gerealiseerd en dat sprake is van wanprestatie, gevolgschade en andere indirecte schade van aansprakelijkheid is uitgesloten.



De gevorderde schade betreft gevolgschade en valt onder de uitsluiting van aansprakelijkheid





5.13.
De schade die [eiser] stelt te hebben geleden ziet enerzijds op indexeringskosten als gevolg van vertraging van de bouw (€ 18.793,70) en anderzijds op de kosten van het plaatsen, aankopen en huren van aggregaten (€ 5.141,50 + € 2.975,00).



5.14.
Zowel de indexeringskosten als de kosten voor de huur en aanschaf van de aggregaten vallen onder gevolgschade. Aansprakelijkheid voor die kosten is, zoals hiervoor is overwogen, uitgesloten. Stedin hoeft deze schade daarom niet te vergoeden. Dat de kosten voor de aggregaten kosten zijn om de schade te beperken maakt het vorenstaande niet anders. Overigens kan geenszins worden vastgesteld dat de indexering die de aannemer heeft doorgevoerd er het gevolg van is dat Stedin de aansluiting pas in april 2023 realiseerde. De indexering lijkt samen te hangen met het late tijdstip van ondertekenen van de aanneemovereenkomst door [eiser] (niet binnen elf maanden na het tekenen van de intentieovereenkomst) en [eiser] heeft niet onderbouwd dat hij de aanneemovereenkomst pas kon ondertekenen als de aansluiting gerealiseerd was of als er zicht was op een aansluiting.



Geen vergoeding van gevolgschade op grond van onrechtmatige daad





5.15.
Er is evenmin grond voor vergoeding van gevolgschade op grond van onrechtmatige daad. Bij rechtsgeldige uitsluiting van aansprakelijkheid in algemene voorwaarden, zoals in casu, is een vordering tot vergoeding van diezelfde schade uit onrechtmatige daad slechts in bijzondere situaties toewijsbaar. Anders zou de uitsluiting van aansprakelijkheid feitelijk haar betekenis verliezen. Dat van een dergelijke bijzondere situatie sprake is volgt niet uit de stellingen van [eiser] .



5.16.
Omdat er geen grond is voor vergoeding van de gevolgschade, kan bespreking van de overige verweren achterwege blijven. De vordering van [eiser] wordt afgewezen.




[eiser] moet proceskosten betalen





5.17.

[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Stedin worden begroot op:









- griffierecht


€


2.995,00







- salaris advocaat


€


1.672,00


(2 punten × € 836,00)




- nakosten


€


189,00


(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


4.856,00











5.18.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.






6De beslissing


De rechtbank



6.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,



6.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 4.856,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Helden niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



6.3.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald.


Dit vonnis is gewezen door mr. S.W.H. Bootsma en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026.

3978/638




Artikel 6:233 onder b BW en artikel 6:234 BW.


Artikel 26a (oud) EW juncto artikel 6:237 aanhef en onder f BW.


En inmiddels ook door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 25 november 2025 (ECLI:NL:GHARL:2025:7483).