Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:10158
Inhoudsindicatie
Verzoek vernietiging van het besluit van 11 november 2025 tot het weigeren van toestemming voor het gebruik van het appartement door een zorginstantie en het verlenen van een vervangende machtiging voor het gebruik van het appartement door die zorginstantie. Volgens verzoeker heeft VvE in de vergadering van 11 november 2025 genoemd besluit genomen in strijd met de redelijkheid en billijkheid. Verzoeker heeft voor een van zijn appartementen een huurovereenkomst met een zorginstantie gesloten die kwetsbare jongeren (jongeren met een lichte verstandelijke beperking en/of psychische problemen) ondersteunt en begeleidt. VvE is het niet eens met de verzoeken, volgens haar is – kort gezegd – verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoeken en is er sprake van een besluit zonder rechtsgevolg zodat er geen grond voor vernietiging bestaat. Voor zover het tot een inhoudelijke beoordeling komt, geldt dat het door de zorginstantie beoogde gebruik niet valt onder de bestemming ‘kantoorruimte’ als bedoeld in de akte van hoofdsplitsing. VvE verzoekt op haar beurt verzoeker te bevelen geen personen meer te laten overnachten en het gebruik van het appartementsrecht als locatie dagbesteding, beschermd wonen of anderszins een met de bestemming ‘kantoorruimte’ strijdige bestemming te staken en gestaakt te houden. Verzoeker krijgt van de kantonrechter ongelijk, het tegenverzoek van VvE wordt gedeeltelijk toegewezen in die zin dat de door de zorginstantie aangeboden activiteiten niet tussen 19.00 uur en 8.00 uur mogen plaatsvinden. Verzoeker is ontvankelijk, verzoek is per e-mail tijdig ingediend. Verzoeker is ook ontvankelijk in zijn verzoek tot het verlenen van een vervangende machtiging. Artikel 5:140 lid 3 BW is niet van toepassing nu verzoeker geen vervangende machtiging tot wijziging van de splitsingsakte verzoekt maar ‘slechts’ een machtiging tot toestaan van het gebruik van het appartement. Artikel 5:130 lid 1 BW juncto artikel 2:15 lid 1 sub b BW juncto artikel 2:8 BW. Er is geen sprake van een ‘besluit’ nu de beslissing niet is gericht op een rechtsgevolg in de zin van de artikelen 2:14 en 2:15 BW (ECLI:NL:GHARL:2022:1126 en ECLI:NL:GHAMS:2025:66). Artikel 5:140 BW. Belangenafweging. Bij de uitleg van een uit de openbare registers kenbare splitsingsakte komt het aan op de daarin tot uitdrukking gebrachte bedoeling van degene die tot splitsing is overgegaan. De splitsingsakte van de hoofd-VvE vermeldt als bestemming van het appartement: ‘kantoorruimte’. Uitleg begrip zonder aansluiting te zoeken bij begrippen uit huurrecht. Naar objectieve maatstaven impliceert het gebruik als kantoorruimte geen activiteiten op de avond en in de nacht, ook niet in de huidige maatschappij waarin er op kantoor flexibelere werktijden worden gehanteerd dan de standaard ‘9 tot 5 uur’. Vrees voor (negatieve) precedentwerking is terecht nu niets wijst op een tijdelijk gebruik terwijl VvE nimmer vooraf is geïnformeerd over de plannen. Er is dan ook een redelijke grond tot het weigeren van toestemming zodat er geen vervangende machtiging wordt verleend.
Citeert (4)
- ECLI:NL:GHARL:2022:1126 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15-02-2022
- ECLI:NL:GHAMS:2025:66 Gerechtshof Amsterdam 14-01-2025
- ECLI:NL:HR:2023:787 Hoge Raad 26-05-2023
- ECLI:NL:GHARL:2021:5558 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 07-06-2021
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (25.815 tekens)
locatie Rotterdam
zaaknummer: 12013557 VZ VERZ 25-7213
datum uitspraak: 27 juli 2026
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoeker]
,
woonplaats: [woonplaats] ,
verzoeker,
gemachtigde: mr. Th.C. Visser,
tegen
VvE [naam VvE] te [plaats] ,
vestigingsplaats: [vestigingsplaats] .
verweerster,
gemachtigde: mr. J.H. Bargeman.
De partijen worden ‘ [verzoeker] ’ en ‘VvE’ genoemd.
1De procedure
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
het verzoekschrift (ontvangen op 11 december 2025), met (aanvullende) bijlagen;
het verweerschrift met een tegenverzoek, met bijlagen;
de verklaringen van de VvE-leden [persoon A] , [persoon B] , [persoon C] en [persoon D] ;
de pleitaantekeningen van mr. M. Kool.
1.2.
Op 30 juni 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig [verzoeker] , vergezeld door [persoon E] van [naam zorginstelling] en bijgestaan door mr. M. Kool, en namens VvE [persoon F] (waarnemend bestuurder) en mr. J.H. Bargeman en de VvE-leden [persoon G] , [persoon A] , [persoon H] , [persoon I] , [persoon J] en [persoon K] .
2Het geschil
2.1.
[verzoeker] verzoekt vernietiging van het besluit van 11 november 2025 tot het weigeren van toestemming voor het gebruik van het [verzoeker] toebehorende appartement gelegen aan de [adres 2] ten behoeve van [naam zorginstelling] . (hierna genoemd: [naam zorginstelling] ) en haar activiteiten, en het verlenen van een vervangende machtiging voor het gebruik van het appartement aan de [adres 2] ten behoeve van [naam zorginstelling] en haar activiteiten, met veroordeling van VvE in de proceskosten.
2.2.
[verzoeker] baseert zijn verzoeken op het volgende. VvE heeft het in de vergadering van 11 november 2025 genoemd besluit genomen in strijd met de redelijkheid en billijkheid. [verzoeker] heeft een huurovereenkomst met [naam zorginstelling] gesloten. [verzoeker] wenst meerdere units te realiseren in de voormalige kantoorruimte ten behoeve van het gebruik door [naam zorginstelling] . [naam zorginstelling] begeleidt en ondersteunt naar eigen zeggen kwetsbare jongeren (jongeren met een lichte verstandelijke beperking en/of psychische problemen) die een duwtje in de rug nodig hebben en helpt hen op weg in de maatschappij. [naam zorginstelling] wil jongeren een plek bieden met gedeelde faciliteiten waarbij de mogelijkheid tot overnachting bestaat. Van permanente bewoning zal geen sprake zijn. Deze jongeren hebben dagbesteding of werk zodat ze niet continu aanwezig zijn in het appartementencomplex. Daarnaast zal er 24 uur per dag toezicht zijn met een vaste slaapdienst van één begeleider per nacht. Tot slot wordt er gewerkt met een waarschuwingssysteem en zal bij het overtreden van de regels door een
jongere direct de toegang worden ontzegd. VvE vreest voor verstoring van hun woongenot maar concreet gemaakt wordt die vrees niet. Daarnaast staat de houding van VvE haaks op haar eerdere medewerking aan het wijzigen van de bestemming van ‘kantoorruimte’ naar ‘woonruimte’. [verzoeker] was toen van plan de ruimte te verbouwen in zes appartementen om die te verhuren en/of te verkopen maar hij heeft dat plan laten varen. Volgens VvE wil zij hier nog steeds aan meewerken maar dan alleen als het gaat om een reguliere woonbestemming, aldus [verzoeker] .
2.3.
VvE is het niet eens met de verzoeken, volgens haar is – kort gezegd – [verzoeker] niet ontvankelijk in zijn verzoeken en is er sprake van een besluit zonder rechtsgevolg zodat er geen grond voor vernietiging bestaat. Voor zover het tot een inhoudelijke beoordeling komt, geldt dat het door [naam zorginstelling] beoogde gebruik niet valt onder de bestemming ‘kantoorruimte’ als bedoeld in de akte van hoofdsplitsing. Volgens het splitsingsreglement is een afwijkend gebruik van het appartementsrecht niet toegestaan tenzij de vergadering daar toestemming voor verleent, maar die is op redelijke grond geweigerd.
VvE verzoekt op haar beurt [verzoeker] te bevelen geen personen meer te laten overnachten en het gebruik van het appartementsrecht als locatie dagbesteding, beschermd wonen of anderszins een met de bestemming ‘kantoorruimte’ strijdige bestemming te staken en gestaakt te houden op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag of dagdeel.
2.4.
[verzoeker] krijgt van de kantonrechter ongelijk, dat betekent dat zijn verzoeken worden afgewezen. Het tegenverzoek van VvE wordt gedeeltelijk toegewezen in die zin dat de door [naam zorginstelling] aangeboden activiteiten niet tussen 19.00 uur en 8.00 uur mogen plaatsvinden. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.
3De beoordeling
De ontvankelijkheid van [verzoeker]
3.1.
De kantonrechter stelt vast dat [verzoeker] zijn verzoek tot vernietiging van het besluit van 11 november 2025 heeft gedaan binnen een maand na de dag waarop hij van dat besluit kennis heeft kunnen nemen. Het verzoekschrift is namelijk per e-mail van 11 december 2025 om 15.37 uur bij de rechtbank ingediend. In deze e-mail staat dat er diezelfde dag
54 exemplaren worden afgegeven bij de centrale balie van de rechtbank. Bij die exemplaren zat een begeleidend schrijven gedateerd 11 december 2025. Op de stempel die de griffie op
12 december 2025 op deze brief heeft geplaatst, staat dat het verzoekschrift op 11 december is ingekomen bij de centrale balie. [verzoeker] heeft, anders dan VvE aanvoert, zijn verzoekschrift op tijd, te weten op 11 december, ingediend en is dan ook ontvankelijk in zijn verzoek.
3.2.
[verzoeker] is ook ontvankelijk in zijn verzoek tot het verlenen van een vervangende machtiging. VvE wijst er weliswaar terecht op dat artikel 5:140 lid 3 BW bepaalt dat een machtiging tot wijziging of opheffing van de splitsingsakte slechts kan worden verleend op verzoek van een of meer appartementseigenaars aan wie ten minste de helft van het aantal stemmen in de vergadering van eigenaars toekomt en dat [verzoeker] die meerderheid niet heeft. Echter [verzoeker] verzoekt in deze procedure geen vervangende machtiging tot wijziging van de splitsingsakte maar ‘slechts’ een machtiging tot toestaan van het gebruik van het appartement door [naam zorginstelling] en voor een dergelijk verzoek is geen meerderheid van de stemmen nodig.
Het toetsingskader voor een vernietigbaar besluit
3.3.
Op grond van artikel 5:130 lid 1 BW in samenhang met artikel 2:15 lid 1 sub b BW kan de kantonrechter een besluit vernietigen als dat besluit in strijd is met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW wordt geëist. Dit is een marginale toets. Het gaat erom of de vergadering bij afweging van alle bij het besluit betrokken belangen in redelijkheid en billijkheid tot het besluit heeft kunnen komen.
Er is geen sprake van een ‘besluit’
3.4.
Een rechtspersoon zoals een VvE kan uiteenlopende beslissingen nemen. Sommige van die beslissingen zijn gericht op rechtsgevolg en zijn daarmee besluiten in de zin van de artikelen 2:14 en 2:15 BW. Het ‘besluit’ geen toestemming te verlenen voor het gebruik van het appartement gelegen aan de [adres 2] door [naam zorginstelling] is niet gericht op rechtsgevolg omdat het niet is gericht op het vestigen, wijzigen of teniet doen gaan van rechtsverhoudingen binnen de organisatie van de rechtspersoon. Er verandert namelijk niets. In dit geval had [verzoeker] geen toestemming en hij krijgt na de vergadering van 11 november 2025 nog steeds geen toestemming. Daarmee is het een beslissing die valt buiten de reikwijdte van de artikelen 2:14 en 2:15 BW. Nu het hier niet om een besluit gaat, kan van nietigheid of vernietigbaarheid geen sprake zijn.
Het toetsingskader voor het geven van een vervangende machtiging
3.5.
Artikel 5:140 BW bepaalt dat indien een of meerdere leden van de VvE zonder redelijke grond hun medewerking of toestemming weigeren te verlenen, deze toestemming kan worden vervangen door een machtiging van de rechter. Het verzoek tot een vervangende machtiging kan door de kantonrechter alleen worden toegewezen als de medewerking of toestemming ‘zonder redelijke grond’ werd geweigerd. Het gaat daarbij om een volledige toetsing van alle belangen en niet om een beperkte, marginale toetsing. Daarbij moeten alle relevante omstandigheden worden afgewogen.
De belangenafweging
3.6.
Tussen partijen staat het volgende vast.
3.6.1.
Bij notariële akte van 12 februari 1979 is een hoofd-VvE opgericht met de splitsing van de afzonderlijke appartementsrechten. Appartementsrecht met indice 4 betreft kantoorruimte op de eerste verdieping, gesplitst in twee appartementsrechten: nummer 74 ( [adres 1] ) en nummer 75 ( [adres 2] ). Bij notariële akte van 1 juli 1999 is de ondersplitsing van deze VvE vastgelegd waarbij de bestemming van appartement met indice 4 is gewijzigd in kantoor-/winkelruimte.
3.6.2.
[verzoeker] heeft in 2022/2023 plannen gehad de voormalige kantoorruimte te verbouwen in een aantal appartementen. VvE heeft in beginsel steun uitgesproken voor een wijziging van de splitsingsakte om de bestemming van kantoorruimte te wijzigen in woonruimte. [verzoeker] heeft zijn verzoek hiertoe op 29 juni 2023 ingetrokken.
3.6.3.
Toen VvE medio juli 2025 ontdekte dat [verzoeker] verbouwingswerkzaamheden liet uitvoeren, is zij een kort geding procedure tegen hem gestart. Partijen hebben op de zitting van 3 oktober 2025 de volgende afspraken gemaakt – verkort weergegeven –:
- [naam zorginstelling] mag haar werkzaamheden in het appartement, partijen genoegzaam bekend,
voortzetten;
- [naam zorginstelling] informeert het bestuur van de VvE over aanpassingen aan de
gemeenschappelijke delen van het complex en vraagt om toestemming daarvoor. […];
- VvE mag toezicht houden op de te verrichten werkzaamheden en zal daartoe tijdig door
[naam zorginstelling] op de hoogte worden gesteld van de planning van die werkzaamheden;
- Het appartement zal gebruikt worden als kantoorruimte en voor het voeren van
cliëntgesprekken. Er zullen geen overnachtingen plaatsvinden;
- Er zal een VvE-vergadering worden gepland, waarvoor [verzoeker] de agenda met toelichting zal
voorstellen en zal toezenden aan de voorzitter van de VvE met daarbij een
uitnodiging voor een […] te houden bijeenkomst.
3.6.4.
Op 11 november 2025 is de VvE-vergadering gehouden. De notulen luiden – voor zover relevant –:
“De kern van de algemene bezwaren betrof de onzekerheid over de aard van de activiteiten en het feit dat de voorgenomen huisvesting met overnachting niet is toegestaan onder de huidige bestemming van de splitsingsakte. De bezwaren spitste zich toe op het situeren van een andere kwetsbare groep (jongvolwassenen) naast jonge kinderen, zeker gezien de gedeelde gangen en opvangfaciliteiten in het pand. Ook vanuit de ouders van de kinderen op de opvang zijn er zorgen geuit bij de heer [persoon L] . Er werd door de heer [persoon L] en mevrouw [persoon I] aangegeven dat de berichtgeving tot dusver erg ongelukkig was geweest, een helder beeld van de bedrijfsvoering ontbreekt. De 24/7 uur bewoning en overnachting door een doelgroep met begeleidingsbehoefte brengt een gevaar voor het ongestoorde gebruik van het kinderdagverblijf. Hierbij noemde de heer [persoon L] onder andere de nooduitgang van het kinderdagverblijf welke zonder overleg door [naam zorginstelling] als toegang in gebruik is genomen. De heer [persoon M] sloot zich aan bij deze argumenten/bezwaren en benadrukte dat het voorgenomen gebruik van de kantoorruimte voor 24/7 opvang en overnachting een directe negatieve invloed heeft op het ongestoorde woongenot en dat dit de woningwaarde zal beïnvloeden, omdat de aard van de activiteiten te ver afstaat van de oorspronkelijke bestemming en het risico op overlast verhoogt.”
3.7.
In deze procedure voert VvE voor het weigeren van toestemming op de vergadering van 11 november 2025 en de ondertussen door [verzoeker] verzochte vervangende machtiging de navolgende belangen – in het verkort weergegeven – aan:
a. a) het feitelijke gebruik is in strijd met de bestemming zoals opgenomen in de splitsingsakte;
b) op de website van [naam zorginstelling] staat dat zij tien studio’s aanbiedt voor beschermd wonen,
wat impliceert dat er ook gaat worden overnacht;
c) de ondertussen gerealiseerde zelfstandige leefruimtes zullen verhuurd gaan worden wat
niet meer teruggedraaid kan worden wanneer [naam zorginstelling] haar activiteiten beëindigt;
d) reële vrees bestaat dat het exploiteren van een zorginstelling waar mensen met psychische
problemen, gedragsproblematiek en andere kwetsbare posities zal leiden tot
overlastproblematiek en verstoring van het woongenot en een waardevermindering van de
overige appartementen, iets waar men bij de koop van het appartement niet op bedacht
hoefde te zijn;
e) onbekend is of de brandveiligheidsvoorschriften in acht zijn genomen bij de
verbouwingen;
f) vrees voor aantasting van de reputatie van het naastgelegen kinderdagverblijf (ook lid
van de VvE) en verlies van klanten;
g) [verzoeker] komt gemaakte afspraken met betrekking tot het niet laten plaatsvinden van
overnachtingen niet na;
h) VvE wil geen precedentwerking scheppen door achteraf in te stemmen met iets wat
geheel buiten haar om is gerealiseerd.
3.8.
De kantonrechter is als volgt van oordeel. Het is vaste rechtspraak dat het bij de uitleg van een uit de openbare registers kenbare splitsingsakte aankomt op de daarin tot uitdrukking gebrachte bedoeling van degene die tot splitsing is overgegaan. Deze bedoeling dient naar objectieve maatstaven te worden afgeleid uit de omschrijving in die akte, bezien in het licht van de gehele inhoud van de akte. De rechtszekerheid vergt dat daarbij slechts acht mag worden geslagen op gegevens die voor derden uit of aan de hand van de in de openbare registers ingeschreven splitsingsstukken kenbaar zijn. Indien de splitsingsstukken voor verschillende uitleg vatbaar zijn, moet worden vastgesteld welke uitleg naar objectieve maatstaven het meest aannemelijk is, waarbij de rechter ook de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de verschillende tekstinterpretaties zouden leiden in aanmerking neemt.
3.9.
De splitsingsakte van de hoofd-VvE (de ondersplitsingsakte is alleen relevant in de verhouding tussen de leden van de ondergesplitste VvE) vermeldt als bestemming van het appartement: ‘kantoorruimte’. In de akte staat geen definitie van wat onder ‘kantoorruimte’ wordt verstaan, ook het modelreglement geeft geen definitie. [verzoeker] bepleit daarom aansluiting te zoeken bij de begrippen zoals die in het huurrecht gehanteerd worden en verwijst daarbij naar een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het Hof overweegt echter niet dat die aansluiting gezocht moet worden maar dat ‘voor zover deze termen al vooral vanuit het huurrecht zouden moeten worden uitgelegd zoals de kantonrechter heeft gedaan’ om vervolgens over te gaan op de ruimere uitleg van de in die zaak van toepassing zijnde bestemming ‘kantoor-/ bedrijfsruimte’. In deze zaak gaat het echter om de uitleg van de term ‘kantoorruimte’ en dat is een enger begrip dan ‘kantoor-/bedrijfsruimte.
Naar objectieve maatstaven impliceert het gebruik als kantoorruimte geen activiteiten op de avond en in de nacht, ook niet in de huidige maatschappij waarin er op kantoor flexibelere werktijden worden gehanteerd dan de standaard ‘9 tot 5 uur’. Zelfs tegen die veranderde achtergrond gaat het te ver om dat begrip zo op te rekken dat daar 24/7 activiteiten onder vallen. Het door [naam zorginstelling] aangeboden totaal pakket aan activiteiten, waaronder overnachtingen en ongeacht of die incidenteel of structureel plaatsvinden, valt dan ook niet onder de bestemming ‘kantoorruimte’ (en ook niet onder ‘kantoor-/winkelruimte’, als de ondersplitsingsakte tot uitgangspunt genomen zou worden). In ieder geval niet in de volle omvang zoals [verzoeker] verzoekt.
3.10.
De vrees van de VvE voor (negatieve) precedentwerking is begrijpelijk en ook niet onredelijk. Alle bouwkundige wijzigingen in het appartement wijzen er op dat het [verzoeker] niet gaat om een tijdelijk van de bestemming afwijkend gebruik, maar van een duurzame wijziging van de bestemming van het appartement (gelet op de gedeelde faciliteiten zoals doucheruimtes, een keuken en een leefruimte naast individuele ruimtes). [verzoeker] heeft de VvE hieromtrent vooraf in zijn geheel niet betrokken, er is een kort geding procedure nodig geweest om te komen tot het maken van afspraken en het geven van voorlichting over de activiteiten van [naam zorginstelling] . Dit wordt [verzoeker] verweten. [verzoeker] heeft immers al een huurcontract gesloten met [naam zorginstelling] en die is al gestart met de opvang. Door pas toestemming te vragen als er al sprake is van een voldongen feit bestaat met het geven achteraf van die toestemming voor afwijkend gebruik het risico dat ook andere VvE-leden aanpassingen gaan doen zonder (eerst) toestemming van de vergadering te vragen of zelfs daarover in overleg te treden. Deze kans is zeker aanwezig nu het gehele gebouw bestaat uit ruimtes met verschillende bestemmingen.
3.11.
Het lijkt er op dat in afwijking met gemaakte afspraken jongeren (incidenteel) blijven overnachten. [naam zorginstelling] is tijdens de mondelinge behandeling de gelegenheid gegeven hieromtrent een toelichting te geven maar zij heeft ervoor gekozen dit slechts summier te doen zodat in ieder geval niet duidelijk is geworden dat er géén overnachtingen plaatsvinden. [naam zorginstelling] heeft wel kenbaar gemaakt dat de druk vanuit de gemeente om te starten met de opvang hoog is en daar heeft de kantonrechter begrip voor, maar dit maakt niet dat zij de door de VvE geweigerde toestemming tot afwijkend gebruik daarom mag negeren. Ook dit valt [verzoeker] te verwijten, hij voert op zitting aan dat hij slechts de verhuurder is maar het valt onder zijn verantwoording hoe het pand gebruikt wordt. Hij heeft ook ingestemd met de gemaakte afspraken tijdens de kort geding procedure en had erop moeten toezien dat ze werden nagekomen.
Er is een redelijke grond tot het weigeren van toestemming
3.12.
Uit wat onder 3.8 tot en met 3.11 is overwogen volgt dat de VvE om die punten alleen al een redelijke grond had (en heeft) om de toestemming voor afwijkend gebruik te weigeren. Dat zij er eerder in principe mee instemde dat de bestemming gewijzigd zou gaan worden in woonruimte maakt dit oordeel niet anders. Terecht heeft VvE erop gewezen dat zij daar wel mee in wilde stemmen (waarna [verzoeker] het voorstel introk) nu het naar normaal gebruik bewonen van een aantal appartementen wezenlijk iets anders is dan een begeleid woonproject. Feit is dat de bestemming niet is gewijzigd. De overige door VvE aangevoerde belangen kunnen daarom onbesproken worden gelaten.
3.13.
Zoals onder 3.5 is overwogen kan een vervangende machtiging alleen worden toegewezen als de medewerking of toestemming ‘zonder redelijke grond’ werd geweigerd. Nu VvE naar het oordeel van de kantonrechter een redelijke grond tot weigeren had en [verzoeker] een vervangende machtiging vraagt zoals gezegd voor de volle omvang, dus dag en nacht, kan er geen vervangende machtiging worden verleend. Dit verzoek van [verzoeker] wordt dan ook afgewezen.
De door [naam zorginstelling] aangeboden activiteiten bestaande uit de ondersteuning en begeleiding van jeugdigen (zonder verblijf) zoals dagbesteding vallen dan ook alleen onder de definitie kantoorruimte voor de uren overdag, activiteiten in de avonduren en overnachtingen vallen daar dus uitdrukkelijk niet onder. Daarnaast wijzen alle bouwkundige wijzigingen in het appartement er op dat het [verzoeker] niet gaat om een tijdelijk van de bestemming afwijkend gebruik maar van een duurzame wijziging van de bestemming van het appartement (gedeelde faciliteiten zoals doucheruimtes, een keuken en een leefruimte naast individuele ruimtes). Naar objectieve maatstaven heeft het appartementsrecht door de gewijzigde inrichting feitelijk geen kantoorbestemming meer. Het door [verzoeker] voorgestane gebruik is dan ook in strijd met de splitsingsakte en wel zodanig dat de overige door VvE aangevoerde belangen – welke deels door [verzoeker] worden betwist – geen beoordeling meer behoeven.
Het tegenverzoek
3.14.
Het verzoek van VvE om – kort gezegd – [verzoeker] te bevelen geen personen meer te laten overnachten en het gebruik van het appartementsrecht als locatie dagbesteding, beschermd wonen of anderszins een met de bestemming ‘kantoorruimte’ strijdige bestemming te staken en gestaakt te houden gaat de kantonrechter te ver. Ten eerste weegt de kantonrechter het maatschappelijk belang bij het werk dat [naam zorginstelling] doet mee, te weten: opvang van kwetsbare jongeren. Ten tweede is het door [verzoeker] beoogde gebruik als (beschermd) wonen in strijd met de splitsingsakte, maar dat geldt eigenlijk alleen voor de uren ’s avonds en in de nacht. Tijdens reguliere uren lijken de activiteiten de activiteiten van [naam zorginstelling] niet zonder meer in strijd te komen met de bestemming ‘kantoorruimte’. De kantonrechter zal het verbod activiteiten uit te voeren dan ook beperken tot de uren tussen 19.00 uur en 8.00 uur. [verzoeker] (en daarmee zijn huurder [naam zorginstelling] ) zal worden bevolen gedurende die uren geen personen meer op te vangen en/of te laten overnachten, dus de activiteiten in die uren te staken en gestaakt te houden. Het kantoor moet dan dicht zijn. Gelet op de kwetsbare groep jongeren die [naam zorginstelling] nu al begeleidt in het appartement zal haar een maand na heden gegeven worden zich aan te passen aan de nieuwe regels.
De gevorderde dwangsom wordt toegewezen nu [verzoeker] tot op heden steeds zijn eigen gang is gegaan en zich weinig lijkt aan te trekken van de belangen van VvE. De dwangsom wordt op de als in het dictum beschreven wijze toegewezen.
De slotconclusies
3.15.
De verzoeken van [verzoeker] worden afgewezen, het tegenverzoek van VvE wordt gedeeltelijk toegewezen.
3.16.
De proceskosten komen voor rekening van [verzoeker] omdat hij ongelijk krijgt. De kantonrechter begroot de kosten die hij aan VvE moet betalen op € 865,- aan salaris voor de gemachtigde en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.099,-. Hier kan nog een bedrag bij komen als deze beschikking wordt betekend.
3.17.
Deze beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 288 Rv). Dat betekent dat de beschikking meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
4De beslissing
De kantonrechter:
4.1.
wijst af de verzoeken van [verzoeker] ;
4.2.
beveelt [verzoeker] (en daarmee zijn huurder [naam zorginstelling] ) om binnen een maand na heden geen personen meer te laten overnachten en het in strijd met de bestemming kantoorruimte strijdige gebruik van het appartement tussen 19.00 uur en 8.00 uur te staken en gestaakt te houden onder verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag dat [verzoeker] daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 25.000,-;
4.3.
veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten, die aan de kant van VvE worden begroot op
€ 1.099,-;
4.4.
verklaart deze beschikking voor zover de veroordeling in de proceskosten betreft uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.H. Poiesz en in het openbaar uitgesproken.
745
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15 februari 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:1126 en Gerechtshof Amsterdam 14 januari 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:66
Hoge Raad 26 mei 2023, ECLI:NL:HR:2023:787
Hof Arnhem-Leeuwarden ECLI:NL:GHARL:2021:5558