Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:10155
2026-07-16
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/10/722070 / JE RK 26-1252
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (11.759 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/722070 / JE RK 26-1252
Datum uitspraak: 16 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,
hierna te noemen: de GI, gevestigd te Amsterdam,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedag] 2014 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[moeder]
,
hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[vader]
,
hierna te noemen: de vader, wonende in [plaats] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 10 juni 2026, bij de rechtbank binnengekomen op 24 juni 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- de vader;
- een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger van de GI] .
2De feiten
2.1.
De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] woont bij zijn moeder.
2.3.
Bij beschikking van 16 juli 2025 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 26 juli 2026. Tevens is de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij een ouder met gezag, te weten de moeder, verlengd tot 26 juli 2026.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de ouder met gezag te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4De standpunten
4.1.
De GI handhaaft het verzoek en licht het als volgt toe. De vaste jeugdbeschermer is wegens ziekte afwezig. De situatie van [voornaam minderjarige] is verbeterd. Sinds de plaatsing van [voornaam minderjarige] bij de moeder ervaart hij meer rust en stabiliteit. Hij gaat naar school en heeft het daar naar zijn zin. Daarnaast ontwikkelt hij zich goed. [voornaam minderjarige] is aangemeld bij RIO-zorg voor een diagnostisch onderzoek. Ook heeft de moeder positieve stappen gezet. De moeder staat open voor hulpverlening, zij heeft haar opvoedvaardigheden verbeterd en zij heeft aangegeven te zijn gestopt met het gebruik van alcohol. De GI heeft wel vermoedens dat de moeder incidenteel een terugval zou kunnen hebben in haar alcoholgebruik, maar hier bestaat op dit moment geen concreet zicht op. Daarnaast is de hulpverlening in de thuissituatie afgeschaald, waardoor de GI minder zicht heeft op de situatie bij de moeder thuis. Een groot zorgpunt is het contact tussen [voornaam minderjarige] en de vader. In de afgelopen periode hebben begeleide contactmomenten tussen [voornaam minderjarige] en de vader plaatsgevonden. Aanvankelijk vonden deze fysiek plaats, maar [voornaam minderjarige] ervaarde daarbij veel spanning en deed na afloop zorgelijke uitspraken. Sindsdien vinden de begeleide contactmomenten telefonisch met videobellen plaats. Het lukt de vader niet altijd om zich tijdens deze contactmomenten aan de gemaakte afspraken te houden. Om die reden heeft de GI een schriftelijke aanwijzing gegeven, welke door de rechtbank in november 2025 is bekrachtigd. De GI wil onderzoeken of de contactmomenten in de toekomst kunnen worden uitgebreid, maar acht het van belang dat dit op een veilige manier gebeurt en stelt de belangen van [voornaam minderjarige] hierbij voorop. Om die reden wil de GI het NIKA-traject inzetten. Desgevraagd kan de GI niet aangeven of dit al met de ouders besproken is en wat de status hiervan is.
4.2.
De moeder staat achter de verzoeken van de GI. Het gaat goed met [voornaam minderjarige] . Hij is vrolijk en ontwikkelt zich goed. [voornaam minderjarige] zal in september 2026 starten met traumatherapie bij RIO-zorg. De moeder geeft gestopt is met het gebruik van alcohol en dat dit goed gaat. Zij wordt begeleid door GGZ-Delftlanden. [voornaam minderjarige] ziet op tegen de contactmomenten met de vader. De moeder is zelf niet aanwezig tijdens de contactmomenten en weet daarom niet hoe deze verlopen.
4.3.
Door de vader wordt het volgende naar voren gebracht. De vader wil [voornaam minderjarige] heel graag weer zien. Op dit moment is er nauwelijks contact tussen hen. Volgens de vader verloopt het contact met de GI niet goed. Zo moet hij de GI steeds zelf om de dagboeken-verslagen van [voornaam minderjarige] vragen en hij krijgt weinig antwoorden op de vragen die hij heeft. De vader heeft het gevoel dat hij wordt neergezet als een slecht persoon, terwijl hij zich daar niet in herkent. De vader heeft nu enkel één keer per maand een half uur via videobellen contact met [voornaam minderjarige] . Dit vindt de vader te weinig. De contactmomenten werden begeleid door SIG maar SIG is gestopt. Nu worden de contactmomenten begeleid door de GI. Tijdens de contactmomenten wordt hij regelmatig onderbroken door de GI, omdat hij zich niet aan de gemaakte afspraken zou houden. De vader is het hiermee niet eens en geeft aan dat hij zich wel aan de afspraken houdt. Het is voor de vader onvoldoende duidelijk welke onderwerpen door de GI als volwassen onderwerpen worden gezien en daarom niet tijdens de contactmomenten mogen worden besproken. Daarnaast vinden er volgens de vader geen evaluaties plaats, waardoor hij onvoldoende de mogelijkheid krijgt om te leren van de contactmomenten en eventuele verbeteringen door te voeren. De vader staat open voor hulpverlening zoals de inzet van het NIKA-traject en hoopt dat de contactmomenten op korte termijn kunnen worden uitgebreid en weer fysiek kunnen plaatsvinden.
5De beoordeling
5.1.
De kinderrechter is op basis van de stukken en hetgeen ter zitting is besproken van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan en dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van zijn verzorging en opvoeding. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
In de afgelopen periode heeft [voornaam minderjarige] een positieve ontwikkeling doorgemaakt. Hij ontwikkelt zich goed en zal op korte termijn starten met traumabehandeling. Ook de moeder heeft positieve stappen gezet. Dit neemt echter niet weg dat nog steeds sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. Er is nog geen sprake van een voor [voornaam minderjarige] structureel, stabiel en emotioneel veilig contact met de vader. Het is van belang dat de GI onderzoekt welke vorm van contact het meest passend is en of inzet van het NIKA-traject daarbij aangewezen is. Daarbij acht de kinderrechter het van belang dat er meer aandacht komt bij de GI voor de samenwerking met de vader. Zo is het aan de GI om de vader te informeren over de ontwikkelingen van [voornaam minderjarige] en over de contactmomenten met [voornaam minderjarige] en de wijze waarop deze plaats kunnen vinden. Het belang van [voornaam minderjarige] dient daarbij steeds voorop te staan. De vader dient begeleid te worden bij de contactmomenten en deze moeten ook periodiek met hem worden geëvalueerd, zodat voor hem helder is wat van hem wordt verwacht en op welke punten verbetering mogelijk is. Van de vader wordt verwacht dat hij houdt zich aan alle gemaakte afspraken rondom het contact met [voornaam minderjarige] . Daarnaast is het van belang dat de ingezette hulpverlening voor [voornaam minderjarige] wordt gecontinueerd en dat het diagnostisch onderzoek wordt afgerond, zodat zijn emotionele ontwikkeling verder kan worden ondersteund. Gelet op het voorgaande is de ondertoezichtstelling nog steeds noodzakelijk. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] voor de duur van een jaar.
5.3.
Sinds november 2024 verblijft [voornaam minderjarige] bij de moeder thuis. Daar ervaart hij rust en stabiliteit. Het is in het belang van [voornaam minderjarige] dat deze situatie wordt voortgezet. Gelet hierop verlengt de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de met het gezag belaste ouder, te weten de moeder, voor de duur van een jaar. Daarbij acht de kinderrechter het van belang dat de GI de komende periode zicht blijft houden op de opvoedsituatie van [voornaam minderjarige] bij de moeder en op zijn ontwikkeling Het is daarom van belang dat de GI blijft inzetten op monitoring en het vergroten van de transparantie ten aanzien van de opvoedsituatie van [voornaam minderjarige] .
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 26 juli 2027;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de ouder met gezag, te weten de moeder, tot 26 juli 2027;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2026 door mr. J.S. van den Berge, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R. van der Zeeuw als griffier, en op schrift gesteld op 22 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:260 BW.
Artikel 1:265c, tweede lid, BW.
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/722070 / JE RK 26-1252
Datum uitspraak: 16 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,
hierna te noemen: de GI, gevestigd te Amsterdam,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedag] 2014 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[moeder]
,
hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[vader]
,
hierna te noemen: de vader, wonende in [plaats] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 10 juni 2026, bij de rechtbank binnengekomen op 24 juni 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- de vader;
- een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger van de GI] .
2De feiten
2.1.
De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] woont bij zijn moeder.
2.3.
Bij beschikking van 16 juli 2025 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 26 juli 2026. Tevens is de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij een ouder met gezag, te weten de moeder, verlengd tot 26 juli 2026.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de ouder met gezag te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4De standpunten
4.1.
De GI handhaaft het verzoek en licht het als volgt toe. De vaste jeugdbeschermer is wegens ziekte afwezig. De situatie van [voornaam minderjarige] is verbeterd. Sinds de plaatsing van [voornaam minderjarige] bij de moeder ervaart hij meer rust en stabiliteit. Hij gaat naar school en heeft het daar naar zijn zin. Daarnaast ontwikkelt hij zich goed. [voornaam minderjarige] is aangemeld bij RIO-zorg voor een diagnostisch onderzoek. Ook heeft de moeder positieve stappen gezet. De moeder staat open voor hulpverlening, zij heeft haar opvoedvaardigheden verbeterd en zij heeft aangegeven te zijn gestopt met het gebruik van alcohol. De GI heeft wel vermoedens dat de moeder incidenteel een terugval zou kunnen hebben in haar alcoholgebruik, maar hier bestaat op dit moment geen concreet zicht op. Daarnaast is de hulpverlening in de thuissituatie afgeschaald, waardoor de GI minder zicht heeft op de situatie bij de moeder thuis. Een groot zorgpunt is het contact tussen [voornaam minderjarige] en de vader. In de afgelopen periode hebben begeleide contactmomenten tussen [voornaam minderjarige] en de vader plaatsgevonden. Aanvankelijk vonden deze fysiek plaats, maar [voornaam minderjarige] ervaarde daarbij veel spanning en deed na afloop zorgelijke uitspraken. Sindsdien vinden de begeleide contactmomenten telefonisch met videobellen plaats. Het lukt de vader niet altijd om zich tijdens deze contactmomenten aan de gemaakte afspraken te houden. Om die reden heeft de GI een schriftelijke aanwijzing gegeven, welke door de rechtbank in november 2025 is bekrachtigd. De GI wil onderzoeken of de contactmomenten in de toekomst kunnen worden uitgebreid, maar acht het van belang dat dit op een veilige manier gebeurt en stelt de belangen van [voornaam minderjarige] hierbij voorop. Om die reden wil de GI het NIKA-traject inzetten. Desgevraagd kan de GI niet aangeven of dit al met de ouders besproken is en wat de status hiervan is.
4.2.
De moeder staat achter de verzoeken van de GI. Het gaat goed met [voornaam minderjarige] . Hij is vrolijk en ontwikkelt zich goed. [voornaam minderjarige] zal in september 2026 starten met traumatherapie bij RIO-zorg. De moeder geeft gestopt is met het gebruik van alcohol en dat dit goed gaat. Zij wordt begeleid door GGZ-Delftlanden. [voornaam minderjarige] ziet op tegen de contactmomenten met de vader. De moeder is zelf niet aanwezig tijdens de contactmomenten en weet daarom niet hoe deze verlopen.
4.3.
Door de vader wordt het volgende naar voren gebracht. De vader wil [voornaam minderjarige] heel graag weer zien. Op dit moment is er nauwelijks contact tussen hen. Volgens de vader verloopt het contact met de GI niet goed. Zo moet hij de GI steeds zelf om de dagboeken-verslagen van [voornaam minderjarige] vragen en hij krijgt weinig antwoorden op de vragen die hij heeft. De vader heeft het gevoel dat hij wordt neergezet als een slecht persoon, terwijl hij zich daar niet in herkent. De vader heeft nu enkel één keer per maand een half uur via videobellen contact met [voornaam minderjarige] . Dit vindt de vader te weinig. De contactmomenten werden begeleid door SIG maar SIG is gestopt. Nu worden de contactmomenten begeleid door de GI. Tijdens de contactmomenten wordt hij regelmatig onderbroken door de GI, omdat hij zich niet aan de gemaakte afspraken zou houden. De vader is het hiermee niet eens en geeft aan dat hij zich wel aan de afspraken houdt. Het is voor de vader onvoldoende duidelijk welke onderwerpen door de GI als volwassen onderwerpen worden gezien en daarom niet tijdens de contactmomenten mogen worden besproken. Daarnaast vinden er volgens de vader geen evaluaties plaats, waardoor hij onvoldoende de mogelijkheid krijgt om te leren van de contactmomenten en eventuele verbeteringen door te voeren. De vader staat open voor hulpverlening zoals de inzet van het NIKA-traject en hoopt dat de contactmomenten op korte termijn kunnen worden uitgebreid en weer fysiek kunnen plaatsvinden.
5De beoordeling
5.1.
De kinderrechter is op basis van de stukken en hetgeen ter zitting is besproken van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan en dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van zijn verzorging en opvoeding. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
In de afgelopen periode heeft [voornaam minderjarige] een positieve ontwikkeling doorgemaakt. Hij ontwikkelt zich goed en zal op korte termijn starten met traumabehandeling. Ook de moeder heeft positieve stappen gezet. Dit neemt echter niet weg dat nog steeds sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. Er is nog geen sprake van een voor [voornaam minderjarige] structureel, stabiel en emotioneel veilig contact met de vader. Het is van belang dat de GI onderzoekt welke vorm van contact het meest passend is en of inzet van het NIKA-traject daarbij aangewezen is. Daarbij acht de kinderrechter het van belang dat er meer aandacht komt bij de GI voor de samenwerking met de vader. Zo is het aan de GI om de vader te informeren over de ontwikkelingen van [voornaam minderjarige] en over de contactmomenten met [voornaam minderjarige] en de wijze waarop deze plaats kunnen vinden. Het belang van [voornaam minderjarige] dient daarbij steeds voorop te staan. De vader dient begeleid te worden bij de contactmomenten en deze moeten ook periodiek met hem worden geëvalueerd, zodat voor hem helder is wat van hem wordt verwacht en op welke punten verbetering mogelijk is. Van de vader wordt verwacht dat hij houdt zich aan alle gemaakte afspraken rondom het contact met [voornaam minderjarige] . Daarnaast is het van belang dat de ingezette hulpverlening voor [voornaam minderjarige] wordt gecontinueerd en dat het diagnostisch onderzoek wordt afgerond, zodat zijn emotionele ontwikkeling verder kan worden ondersteund. Gelet op het voorgaande is de ondertoezichtstelling nog steeds noodzakelijk. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] voor de duur van een jaar.
5.3.
Sinds november 2024 verblijft [voornaam minderjarige] bij de moeder thuis. Daar ervaart hij rust en stabiliteit. Het is in het belang van [voornaam minderjarige] dat deze situatie wordt voortgezet. Gelet hierop verlengt de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de met het gezag belaste ouder, te weten de moeder, voor de duur van een jaar. Daarbij acht de kinderrechter het van belang dat de GI de komende periode zicht blijft houden op de opvoedsituatie van [voornaam minderjarige] bij de moeder en op zijn ontwikkeling Het is daarom van belang dat de GI blijft inzetten op monitoring en het vergroten van de transparantie ten aanzien van de opvoedsituatie van [voornaam minderjarige] .
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 26 juli 2027;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de ouder met gezag, te weten de moeder, tot 26 juli 2027;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2026 door mr. J.S. van den Berge, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R. van der Zeeuw als griffier, en op schrift gesteld op 22 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:260 BW.
Artikel 1:265c, tweede lid, BW.