Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:10153
2026-07-16
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/10/722263 / FA RK 26-5212
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Zorgmachtiging. Art 6:4 Wvggz. Alcoholverslaving als psychische stoornis in de zin van de Wvggz.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2018:1936 Hoge Raad 12-10-2018
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (13.296 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/722263 / FA RK 26-5212
Referentienummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 16 juli 2026 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,
met betrekking tot:
[betrokkene]
geboren op [geboortedag] 1997 te [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [plaats] ,
advocaat mr. J.A. Smits te Rotterdam.
1Procesverloop
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 29 juni 2026.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
de medische verklaring opgesteld door [behandelaar 4] psychiater, van 23 juni 2026;
de niet-ingevulde zorgkaart;
het zorgplan van 29 mei 2026;
het bericht over het aanwijzen van een geneesheer-directeur en aanlevering gegevens ten behoeve van de voorbereiding van een zorgmachtiging, van 2 juni 2026;
de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
het historisch overzicht, waarop geen eerder afgegeven machtigingen staan vermeld;
de relevante politiegegevens van betrokkene;
het bericht dat er geen relevante strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene zijn.
1.2
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden in de rechtbank te Rotterdam op 16 juli 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
betrokkene met haar hiervoor genoemde advocaat;
[behandelaar 1] , sociaal psychiatrisch verpleegkundige, [behandelaar 2] , verpleegkundige, en [behandelaar 3] , co-assistent (hierna: de behandelaren), allen verbonden aan Antes.
1.3
De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat de officier een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
2Beoordeling
2.1
Namens betrokkene wordt primair afwijzing van het verzoek bepleit, omdat bij betrokkene geen sprake zou zijn van een psychische stoornis in de zin van de Wvggz. De advocaat stelt dat in het geval van betrokkene niet wordt voldaan aan de criteria van de Hoge Raad over een verslavingsstoornis. Hoewel er zorgen rondom betrokkene bestaan, gaat het op bepaalde momenten ook goed met haar. Verder moet er getoetst worden aan de wettelijke criteria, en dient geen rekening te worden gehouden met het ‘bestwil’-criterium. Volgens de advocaat beïnvloedt het alcoholgebruik het leven van betrokkene op dit moment niet op een zodanige manier dat gesproken kan worden over een verslavingsstoornis en dus tot toepassing van de Wvggz kan worden gekomen.
2.1.1
De rechtbank verwerpt dit verweer van de advocaat en oordeelt dat de alcoholverslaving van betrokkene kan worden aangemerkt als een psychische stoornis in de zin van de Wvggz, omdat voldaan is aan de onderstaande criteria van de Hoge Raad.
2.1.2
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een alcoholafhankelijkheid. Ook bestaat een vermoeden op een cognitieve stoornis. Om een verslavingsstoornis aan te merken als een psychische stoornis, zoals bedoeld in de Wvggz, moet de verslavingsstoornis volgens de criteria van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2018:1936) van zodanige ernst zijn dat het denken, voelen, willen, oordelen en doelgericht handelen daardoor zo ingrijpend worden beïnvloed dat betrokkene het veroorzaakte nadeel niet kan worden toegerekend, omdat de stoornis het handelen van betrokkene overwegend beheerst.
2.1.3
Hoewel bij betrokkene op sommige momenten sprake is van enige zelfreflectie op haar alcoholgebruik, zijn deze momenten te onbetrouwbaar en te fragiel om het alcoholprobleem van betrokkene te verhelpen. Zodra met betrokkene wordt gesproken over haar alcoholgebruik, ontkent zij de ernst van het alcoholgebruik en de daaruit voortvloeiende problemen. Door haar alcoholgebruik heeft betrokkene dus evident geen vrije wil meer en lukt het betrokkene, ondanks haar wens om te stoppen met alcohol, niet om van de alcohol af te blijven. Daarbij heeft de ervaring geleerd dat betrokkene niet met haar alcoholgebruik kan stoppen om langdurige abstinentie van alcohol te bereiken.
2.2
Namens betrokkene wordt afwijzing van het verzoek bepleit, omdat betrokkene zegt dat zij geen alcohol meer drinkt en het ernstig nadeel ontkent.
2.2.1
De rechtbank verwerpt dit verweer van de advocaat en is van oordeel dat het gedrag van betrokkene als gevolg van haar psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
2.2.2
Uit de overgelegde stukken en mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene de afgelopen tijd meermalen opgenomen is geweest in het ziekenhuis vanwege overmatig alcoholgebruik, waarbij ernstige leverfunctiestoornissen, een vitamine B1-tekort en cognitieve achteruitgang zijn geconstateerd. Verder is bij betrokkene sprake van geheugen, oordeels- en kritiekstoornissen. Zij valt in herhaling en vergeet afspraken. Hiernaast is betrokkene emotioneel ontregeld, zij heeft last van somberheid en agitatie. Ook heeft zij zich suïcidaal geuit tegenover haar familie. Daarnaast komt betrokkene regelmatig in aanraking met hulpdiensten en de politie vanwege het veroorzaken van overlast. Zij heeft onlangs een delirant toestandsbeeld doorgemaakt, waarbij zij haar onderbuurman heeft beschuldigd van seksueel misbruik. Bovendien verzorgt betrokkene zichzelf onvoldoende. Ook is zij haar baan kwijtgeraakt, omdat zij meermalen te laat is gekomen. Op dit moment heeft betrokkene geen werk en leeft zij van een bijstandsuitkering. Er is overduidelijk sprake van een neerwaartse spiraal waarin alcohol de plek inneemt van katalysator en zelfmedicatie. Daarmee wordt alles alleen maar erger en erger.
2.2.3
Tijdens de mondelinge behandeling verklaren de behandelaren dat de komende periode een behandeling wordt opgestart, waarbij betrokkene medicatie krijgt toegediend, abstinent blijft van alcohol en cognitieve gedragstherapie krijgt.
2.3
Om een crisissituatie af te wenden, ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat zij haar autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
2.4
Namens betrokkene wordt afwijzing van de zorgmachtiging bepleit, omdat betrokkene bereid is om op vrijwillige basis de medicatie in te nemen ten aanzien van haar alcoholgebruik. Volgens de advocaat kan de behandeling van betrokkene in een vrijwillig kader geschieden.
2.4.1
De rechtbank verwerpt ook dit verweer van de advocaat en is van oordeel dat een behandeling in een vrijwillig kader niet mogelijk is bij betrokkene. Uit de overgelegde stukken en mondelinge behandeling blijkt dat vrijwillige zorg tot nog toe ontoereikend is gebleken. Een behandeling is tot op heden niet van de grond gekomen, waarbij betrokkene meermalen is teruggevallen in haar alcoholgebruik en sprake is geweest van zorgmijding. Verder heeft zij een beperkte mate van ziektebesef- en inzicht. Hoewel zij haar alcoholgebruik erkent, wil zij hiervoor niet klinisch worden opgenomen en bagatelliseert zij haar alcoholgebruik en het daaruit voortvloeiend ernstig nadeel. Om die reden is verplichte zorg nodig.
2.5
De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Subsidiair bepleit de advocaat afwijzing van de zorgvormen het beperken van de bewegingsvrijheid en het opnemen in een accommodatie, gelet op de bereidwilligheid van betrokkene ten aanzien van de behandeling in de thuissituatie. Betrokkene dient de mogelijkheid te krijgen om te laten zien dat zij thuis kan worden behandeld. Mocht blijken dat de ambulante behandeling ontoereikend is, kan worden ingegrepen via een noodmaatregel en een wijziging van de zorgmachtiging worden verzocht. Bovendien heeft betrokkene angst voor een opname en is een opname volgens de advocaat contraproductief en niet doelmatig.
2.5.1
De rechtbank wijst de zorgvormen ‘beperken van de bewegingsvrijheid’ en ‘opnemen in een accommodatie’ af, zodat betrokkene de komende periode kan laten zien dat zij ambulant kan worden behandeld en binnen het ambulante kader abstinent blijft van alcohol. Mocht blijken dat betrokkene toch moet worden opgenomen, kan via een noodmaatregel worden ingegrepen en de zorgmachtiging worden gewijzigd. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles;
het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudende het accepteren en nakomen van ambulante behandelafspraken.
2.6
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening, het beperken van de bewegingsvrijheid en het opnemen in een accommodatie, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
2.7
Voor de toegewezen vormen van verplichte zorg zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Verder is de voorgestelde verplichte zorg evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.8
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden, met ingang van vandaag.
3Beslissing
De rechtbank:
3.1
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] voornoemd;
3.2
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.5.1. kunnen worden getroffen;
3.3
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 16 januari 2027;
3.4
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 16 juli 2026 mondeling gegeven door mr. S.J. Huizenga, rechter, in tegenwoordigheid van T.E.J. Pieters, griffier, en op 29 juli 2026 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/722263 / FA RK 26-5212
Referentienummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 16 juli 2026 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,
met betrekking tot:
[betrokkene]
geboren op [geboortedag] 1997 te [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [plaats] ,
advocaat mr. J.A. Smits te Rotterdam.
1Procesverloop
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 29 juni 2026.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
de medische verklaring opgesteld door [behandelaar 4] psychiater, van 23 juni 2026;
de niet-ingevulde zorgkaart;
het zorgplan van 29 mei 2026;
het bericht over het aanwijzen van een geneesheer-directeur en aanlevering gegevens ten behoeve van de voorbereiding van een zorgmachtiging, van 2 juni 2026;
de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
het historisch overzicht, waarop geen eerder afgegeven machtigingen staan vermeld;
de relevante politiegegevens van betrokkene;
het bericht dat er geen relevante strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene zijn.
1.2
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden in de rechtbank te Rotterdam op 16 juli 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
betrokkene met haar hiervoor genoemde advocaat;
[behandelaar 1] , sociaal psychiatrisch verpleegkundige, [behandelaar 2] , verpleegkundige, en [behandelaar 3] , co-assistent (hierna: de behandelaren), allen verbonden aan Antes.
1.3
De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat de officier een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
2Beoordeling
2.1
Namens betrokkene wordt primair afwijzing van het verzoek bepleit, omdat bij betrokkene geen sprake zou zijn van een psychische stoornis in de zin van de Wvggz. De advocaat stelt dat in het geval van betrokkene niet wordt voldaan aan de criteria van de Hoge Raad over een verslavingsstoornis. Hoewel er zorgen rondom betrokkene bestaan, gaat het op bepaalde momenten ook goed met haar. Verder moet er getoetst worden aan de wettelijke criteria, en dient geen rekening te worden gehouden met het ‘bestwil’-criterium. Volgens de advocaat beïnvloedt het alcoholgebruik het leven van betrokkene op dit moment niet op een zodanige manier dat gesproken kan worden over een verslavingsstoornis en dus tot toepassing van de Wvggz kan worden gekomen.
2.1.1
De rechtbank verwerpt dit verweer van de advocaat en oordeelt dat de alcoholverslaving van betrokkene kan worden aangemerkt als een psychische stoornis in de zin van de Wvggz, omdat voldaan is aan de onderstaande criteria van de Hoge Raad.
2.1.2
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een alcoholafhankelijkheid. Ook bestaat een vermoeden op een cognitieve stoornis. Om een verslavingsstoornis aan te merken als een psychische stoornis, zoals bedoeld in de Wvggz, moet de verslavingsstoornis volgens de criteria van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2018:1936) van zodanige ernst zijn dat het denken, voelen, willen, oordelen en doelgericht handelen daardoor zo ingrijpend worden beïnvloed dat betrokkene het veroorzaakte nadeel niet kan worden toegerekend, omdat de stoornis het handelen van betrokkene overwegend beheerst.
2.1.3
Hoewel bij betrokkene op sommige momenten sprake is van enige zelfreflectie op haar alcoholgebruik, zijn deze momenten te onbetrouwbaar en te fragiel om het alcoholprobleem van betrokkene te verhelpen. Zodra met betrokkene wordt gesproken over haar alcoholgebruik, ontkent zij de ernst van het alcoholgebruik en de daaruit voortvloeiende problemen. Door haar alcoholgebruik heeft betrokkene dus evident geen vrije wil meer en lukt het betrokkene, ondanks haar wens om te stoppen met alcohol, niet om van de alcohol af te blijven. Daarbij heeft de ervaring geleerd dat betrokkene niet met haar alcoholgebruik kan stoppen om langdurige abstinentie van alcohol te bereiken.
2.2
Namens betrokkene wordt afwijzing van het verzoek bepleit, omdat betrokkene zegt dat zij geen alcohol meer drinkt en het ernstig nadeel ontkent.
2.2.1
De rechtbank verwerpt dit verweer van de advocaat en is van oordeel dat het gedrag van betrokkene als gevolg van haar psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
2.2.2
Uit de overgelegde stukken en mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene de afgelopen tijd meermalen opgenomen is geweest in het ziekenhuis vanwege overmatig alcoholgebruik, waarbij ernstige leverfunctiestoornissen, een vitamine B1-tekort en cognitieve achteruitgang zijn geconstateerd. Verder is bij betrokkene sprake van geheugen, oordeels- en kritiekstoornissen. Zij valt in herhaling en vergeet afspraken. Hiernaast is betrokkene emotioneel ontregeld, zij heeft last van somberheid en agitatie. Ook heeft zij zich suïcidaal geuit tegenover haar familie. Daarnaast komt betrokkene regelmatig in aanraking met hulpdiensten en de politie vanwege het veroorzaken van overlast. Zij heeft onlangs een delirant toestandsbeeld doorgemaakt, waarbij zij haar onderbuurman heeft beschuldigd van seksueel misbruik. Bovendien verzorgt betrokkene zichzelf onvoldoende. Ook is zij haar baan kwijtgeraakt, omdat zij meermalen te laat is gekomen. Op dit moment heeft betrokkene geen werk en leeft zij van een bijstandsuitkering. Er is overduidelijk sprake van een neerwaartse spiraal waarin alcohol de plek inneemt van katalysator en zelfmedicatie. Daarmee wordt alles alleen maar erger en erger.
2.2.3
Tijdens de mondelinge behandeling verklaren de behandelaren dat de komende periode een behandeling wordt opgestart, waarbij betrokkene medicatie krijgt toegediend, abstinent blijft van alcohol en cognitieve gedragstherapie krijgt.
2.3
Om een crisissituatie af te wenden, ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat zij haar autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
2.4
Namens betrokkene wordt afwijzing van de zorgmachtiging bepleit, omdat betrokkene bereid is om op vrijwillige basis de medicatie in te nemen ten aanzien van haar alcoholgebruik. Volgens de advocaat kan de behandeling van betrokkene in een vrijwillig kader geschieden.
2.4.1
De rechtbank verwerpt ook dit verweer van de advocaat en is van oordeel dat een behandeling in een vrijwillig kader niet mogelijk is bij betrokkene. Uit de overgelegde stukken en mondelinge behandeling blijkt dat vrijwillige zorg tot nog toe ontoereikend is gebleken. Een behandeling is tot op heden niet van de grond gekomen, waarbij betrokkene meermalen is teruggevallen in haar alcoholgebruik en sprake is geweest van zorgmijding. Verder heeft zij een beperkte mate van ziektebesef- en inzicht. Hoewel zij haar alcoholgebruik erkent, wil zij hiervoor niet klinisch worden opgenomen en bagatelliseert zij haar alcoholgebruik en het daaruit voortvloeiend ernstig nadeel. Om die reden is verplichte zorg nodig.
2.5
De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Subsidiair bepleit de advocaat afwijzing van de zorgvormen het beperken van de bewegingsvrijheid en het opnemen in een accommodatie, gelet op de bereidwilligheid van betrokkene ten aanzien van de behandeling in de thuissituatie. Betrokkene dient de mogelijkheid te krijgen om te laten zien dat zij thuis kan worden behandeld. Mocht blijken dat de ambulante behandeling ontoereikend is, kan worden ingegrepen via een noodmaatregel en een wijziging van de zorgmachtiging worden verzocht. Bovendien heeft betrokkene angst voor een opname en is een opname volgens de advocaat contraproductief en niet doelmatig.
2.5.1
De rechtbank wijst de zorgvormen ‘beperken van de bewegingsvrijheid’ en ‘opnemen in een accommodatie’ af, zodat betrokkene de komende periode kan laten zien dat zij ambulant kan worden behandeld en binnen het ambulante kader abstinent blijft van alcohol. Mocht blijken dat betrokkene toch moet worden opgenomen, kan via een noodmaatregel worden ingegrepen en de zorgmachtiging worden gewijzigd. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles;
het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudende het accepteren en nakomen van ambulante behandelafspraken.
2.6
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening, het beperken van de bewegingsvrijheid en het opnemen in een accommodatie, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
2.7
Voor de toegewezen vormen van verplichte zorg zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Verder is de voorgestelde verplichte zorg evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.8
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden, met ingang van vandaag.
3Beslissing
De rechtbank:
3.1
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] voornoemd;
3.2
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.5.1. kunnen worden getroffen;
3.3
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 16 januari 2027;
3.4
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 16 juli 2026 mondeling gegeven door mr. S.J. Huizenga, rechter, in tegenwoordigheid van T.E.J. Pieters, griffier, en op 29 juli 2026 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.