Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:10147
2026-07-16
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/10/722054 / JE RK 26-1251 en C/10/722814 / JE RK 26-1344
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing, verlenging ondertoezichstelling en een verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (12.758 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummers: C/10/722054 / JE RK 26-1251 en C/10/722814 / JE RK 26-1344
Datum uitspraak: 16 juli 20206
Beschikking van de kinderrechter
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen: de GI, gevestigd te Rotterdam,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedag] 2010 in Rotterdam, hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[moeder]
,
hierna te noemen: de moeder, postadres in [plaats 1] ,
advocaat: mr. H.J. Ruysendaal, kantoorhoudende te Rotterdam.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[vader]
,
hierna te noemen: [voornaam vader] , wonende in [plaats 2] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 24 juni 2026, bij de rechtbank binnengekomen op diezelfde datum, ingeschreven onder zaaknummer C/10/722054 / JE RK 26-1251;
het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 8 juli 2026, bij de rechtbank binnengekomen op diezelfde datum, ingeschreven onder zaaknummer C/10/722814 / JE RK 26-1344.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
de advocaat van de moeder;
[voornaam vader] ;
een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger van de GI] .
1.3.
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen. De advocaat van de moeder geeft aan dat hij contact met de moeder heeft gehad en dat zij van de zitting op de hoogte is.
1.4.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2De feiten
2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft bij Innovazorg.
2.3.
Bij beschikking van 26 september 2025 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 19 september 2026. Tevens is de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor netwerkpleegzorg verlengd tot 19 september 2026.
3De verzoeken
In de zaak met zaaknummer C/10/722054 / JE RK 26-1251
3.1.
De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
In de zaak met zaaknummer C/10/722814 / JE RK 26-1344
3.2.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Daarnaast verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4De standpunten
4.1.
De GI handhaaft de verzoeken en licht deze als volgt toe. Het gaat goed met [voornaam minderjarige] . Hij is overgegaan naar het volgende leerjaar en de school is erg betrokken bij [voornaam minderjarige] . Voor komend schooljaar moet nog een stageplek gevonden worden. De zorgen betroffen met name de thuissituatie bij [voornaam vader] , maar deze zorgen zijn weggenomen sinds [voornaam minderjarige] is verhuisd naar Innovazorg. Wel zijn er nog verschillende doelen waaraan gewerkt moet worden de komende periode. Vanuit NeededPeople is hulpverlening ingezet. Deze hulpverlening verloopt goed. [voornaam minderjarige] werkt aan zijn emotieregulatie en het uiten van zijn gevoelens. [voornaam minderjarige] heeft een goede band met zijn begeleider. Het is van belang dat deze hulpverlening wordt voortgezet. Daarnaast heeft [voornaam minderjarige] , goed contact met zijn zus en met [voornaam vader] . Ook werkt [voornaam minderjarige] op zaterdag bij zijn vader. De komende periode te worden gemonitord hoe het contact tussen [voornaam minderjarige] en de moeder verloopt. De moeder is zeer terughoudend in contact met de GI, waardoor er onvoldoende zicht bestaat op haar situatie.
4.2.
Namens de moeder wordt door de advocaat het volgende naar voren gebracht. Als [voornaam minderjarige] het eens is met de verzoeken, dan is de moeder dat ook.
5De informatie
5.1.
[voornaam vader] brengt het volgende naar voren. Hij heeft een goede band met [voornaam minderjarige] en zijn deur staat altijd voor hem open. [voornaam minderjarige] kan alles met hem bespreken. [voornaam vader] vindt het jammer dat [voornaam minderjarige] niet meer bij hem woont, maar heeft begrip voor de situatie. Hij vindt het fijn dat [voornaam minderjarige] nog regelmatig bij hem op bezoek komt.
6De beoordeling
In de zaak met zaaknummer C/10/722054 / JE RK 26-1251
6.1.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. In de afgelopen periode is gebleken dat, ondanks de goede band tussen [voornaam minderjarige] en [voornaam vader] , de woonsituatie van [voornaam vader] niet geschikt is voor [voornaam minderjarige] . Er bestonden zorgen over de schoolgang van [voornaam minderjarige] , financiën, hygiëne, de leefbaarheid en de algemene huishoudelijke situatie. Hierdoor was [voornaam vader] onvoldoende in staat om te voorzien in de ontwikkelingsbehoeften van [voornaam minderjarige] , waardoor de plaatsing bij [voornaam vader] niet langer passend werd geacht. Sinds 1 juli 2026 verblijft [voornaam minderjarige] bij Innovazorg. Deze woonplek biedt hem de mogelijkheid om in een passende en begeleide omgeving te werken aan zijn zelfstandigheid. [voornaam minderjarige] heeft aangegeven dat hij het prettig vindt om daar te wonen. De kinderrechter acht het in het belang van [voornaam minderjarige] dat hij zijn verblijf bij Innovazorg kan voortzetten en dat de juridische situatie in overeenstemming wordt gebracht met de feitelijke situatie. Alle betrokkene staan hier ook achter. Gelet op het voorgaande verleent de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de lopende ondertoezichtstelling.
In de zaak met zaaknummer C/10/722814 / JE RK 26-1344
6.2.
De kinderrechter is op basis van de stukken en hetgeen ter zitting is besproken van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan en dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van zijn verzorging en opvoeding. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
In de afgelopen periode heeft [voornaam minderjarige] positieve stappen gezet. Zo gaat hij structureler naar school, is hij overgegaan naar het volgende leerjaar. [voornaam minderjarige] werkt hij goed mee aan de hulpverlening van NeededPeople en heeft mensen om hem heen die hem steunen. Dit neemt echter niet weg dat nog steeds sprake is van een kwetsbare situatie en van een ontwikkelingsbedreiging. Er bestaan nog zorgen over de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van [voornaam minderjarige] , mede gelet op zijn sociale angststoornis en traumaklachten. [voornaam minderjarige] heeft baat bij de ingezette ondersteuning en begeleiding en het is belangrijk dat dit wordt voortgezet. Daarnaast bestaan er nog zorgen over de betrokkenheid van de moeder. Hoewel de moeder gezag heeft, lijkt zij slechts een rol op de achtergrond in te nemen. De moeder staat onvoldoende in contact met de GI, is niet aanwezig bij overleggen over [voornaam minderjarige] en de contactmomenten tussen [voornaam minderjarige] en de moeder zijn de afgelopen periode verminderd. Het is van belang dat de GI de situatie blijft monitoren en onderzoekt hoe het contact tussen [voornaam minderjarige] en de moeder eventueel kan worden verbeterd en of de moeder haar rol in het leven van [voornaam minderjarige] een positieve wijze kan vergroten. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds noodzakelijk. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] voor de duur van een jaar.
Ook de plaatsing van [voornaam minderjarige] bij Innovazorg dient te worden gecontinueerd. Sinds zijn verblijf daar ervaart [voornaam minderjarige] meer rust en stabiliteit en krijgt hij de begeleiding die hij nodig heeft. De kinderrechter verlengt daarom de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van een jaar.
6.3.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
7De beslissing
De kinderrechter:
In de zaak met zaaknummer C/10/722054 / JE RK 26-1251
7.1.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 16 juli 2026 tot 19 september 2026;
In de zaak met zaaknummer C/10/722814 / JE RK 26-1344
7.2.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] voor de duur van een jaar, te weten tot 19 september 2027;
7.3.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 19 september 2026 tot 19 september 2027;
7.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 20206 door mr. J.S. van den Berge, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R. van der Zeeuw als griffier, en op schrift gesteld op 22 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW).
Artikel 1:260 BW.
Artikel 1:265c, tweede lid, BW.
Team Jeugd
Zaaknummers: C/10/722054 / JE RK 26-1251 en C/10/722814 / JE RK 26-1344
Datum uitspraak: 16 juli 20206
Beschikking van de kinderrechter
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen: de GI, gevestigd te Rotterdam,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedag] 2010 in Rotterdam, hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[moeder]
,
hierna te noemen: de moeder, postadres in [plaats 1] ,
advocaat: mr. H.J. Ruysendaal, kantoorhoudende te Rotterdam.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[vader]
,
hierna te noemen: [voornaam vader] , wonende in [plaats 2] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 24 juni 2026, bij de rechtbank binnengekomen op diezelfde datum, ingeschreven onder zaaknummer C/10/722054 / JE RK 26-1251;
het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 8 juli 2026, bij de rechtbank binnengekomen op diezelfde datum, ingeschreven onder zaaknummer C/10/722814 / JE RK 26-1344.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
de advocaat van de moeder;
[voornaam vader] ;
een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger van de GI] .
1.3.
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen. De advocaat van de moeder geeft aan dat hij contact met de moeder heeft gehad en dat zij van de zitting op de hoogte is.
1.4.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2De feiten
2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft bij Innovazorg.
2.3.
Bij beschikking van 26 september 2025 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 19 september 2026. Tevens is de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor netwerkpleegzorg verlengd tot 19 september 2026.
3De verzoeken
In de zaak met zaaknummer C/10/722054 / JE RK 26-1251
3.1.
De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
In de zaak met zaaknummer C/10/722814 / JE RK 26-1344
3.2.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Daarnaast verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4De standpunten
4.1.
De GI handhaaft de verzoeken en licht deze als volgt toe. Het gaat goed met [voornaam minderjarige] . Hij is overgegaan naar het volgende leerjaar en de school is erg betrokken bij [voornaam minderjarige] . Voor komend schooljaar moet nog een stageplek gevonden worden. De zorgen betroffen met name de thuissituatie bij [voornaam vader] , maar deze zorgen zijn weggenomen sinds [voornaam minderjarige] is verhuisd naar Innovazorg. Wel zijn er nog verschillende doelen waaraan gewerkt moet worden de komende periode. Vanuit NeededPeople is hulpverlening ingezet. Deze hulpverlening verloopt goed. [voornaam minderjarige] werkt aan zijn emotieregulatie en het uiten van zijn gevoelens. [voornaam minderjarige] heeft een goede band met zijn begeleider. Het is van belang dat deze hulpverlening wordt voortgezet. Daarnaast heeft [voornaam minderjarige] , goed contact met zijn zus en met [voornaam vader] . Ook werkt [voornaam minderjarige] op zaterdag bij zijn vader. De komende periode te worden gemonitord hoe het contact tussen [voornaam minderjarige] en de moeder verloopt. De moeder is zeer terughoudend in contact met de GI, waardoor er onvoldoende zicht bestaat op haar situatie.
4.2.
Namens de moeder wordt door de advocaat het volgende naar voren gebracht. Als [voornaam minderjarige] het eens is met de verzoeken, dan is de moeder dat ook.
5De informatie
5.1.
[voornaam vader] brengt het volgende naar voren. Hij heeft een goede band met [voornaam minderjarige] en zijn deur staat altijd voor hem open. [voornaam minderjarige] kan alles met hem bespreken. [voornaam vader] vindt het jammer dat [voornaam minderjarige] niet meer bij hem woont, maar heeft begrip voor de situatie. Hij vindt het fijn dat [voornaam minderjarige] nog regelmatig bij hem op bezoek komt.
6De beoordeling
In de zaak met zaaknummer C/10/722054 / JE RK 26-1251
6.1.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. In de afgelopen periode is gebleken dat, ondanks de goede band tussen [voornaam minderjarige] en [voornaam vader] , de woonsituatie van [voornaam vader] niet geschikt is voor [voornaam minderjarige] . Er bestonden zorgen over de schoolgang van [voornaam minderjarige] , financiën, hygiëne, de leefbaarheid en de algemene huishoudelijke situatie. Hierdoor was [voornaam vader] onvoldoende in staat om te voorzien in de ontwikkelingsbehoeften van [voornaam minderjarige] , waardoor de plaatsing bij [voornaam vader] niet langer passend werd geacht. Sinds 1 juli 2026 verblijft [voornaam minderjarige] bij Innovazorg. Deze woonplek biedt hem de mogelijkheid om in een passende en begeleide omgeving te werken aan zijn zelfstandigheid. [voornaam minderjarige] heeft aangegeven dat hij het prettig vindt om daar te wonen. De kinderrechter acht het in het belang van [voornaam minderjarige] dat hij zijn verblijf bij Innovazorg kan voortzetten en dat de juridische situatie in overeenstemming wordt gebracht met de feitelijke situatie. Alle betrokkene staan hier ook achter. Gelet op het voorgaande verleent de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de lopende ondertoezichtstelling.
In de zaak met zaaknummer C/10/722814 / JE RK 26-1344
6.2.
De kinderrechter is op basis van de stukken en hetgeen ter zitting is besproken van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan en dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van zijn verzorging en opvoeding. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
In de afgelopen periode heeft [voornaam minderjarige] positieve stappen gezet. Zo gaat hij structureler naar school, is hij overgegaan naar het volgende leerjaar. [voornaam minderjarige] werkt hij goed mee aan de hulpverlening van NeededPeople en heeft mensen om hem heen die hem steunen. Dit neemt echter niet weg dat nog steeds sprake is van een kwetsbare situatie en van een ontwikkelingsbedreiging. Er bestaan nog zorgen over de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van [voornaam minderjarige] , mede gelet op zijn sociale angststoornis en traumaklachten. [voornaam minderjarige] heeft baat bij de ingezette ondersteuning en begeleiding en het is belangrijk dat dit wordt voortgezet. Daarnaast bestaan er nog zorgen over de betrokkenheid van de moeder. Hoewel de moeder gezag heeft, lijkt zij slechts een rol op de achtergrond in te nemen. De moeder staat onvoldoende in contact met de GI, is niet aanwezig bij overleggen over [voornaam minderjarige] en de contactmomenten tussen [voornaam minderjarige] en de moeder zijn de afgelopen periode verminderd. Het is van belang dat de GI de situatie blijft monitoren en onderzoekt hoe het contact tussen [voornaam minderjarige] en de moeder eventueel kan worden verbeterd en of de moeder haar rol in het leven van [voornaam minderjarige] een positieve wijze kan vergroten. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds noodzakelijk. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] voor de duur van een jaar.
Ook de plaatsing van [voornaam minderjarige] bij Innovazorg dient te worden gecontinueerd. Sinds zijn verblijf daar ervaart [voornaam minderjarige] meer rust en stabiliteit en krijgt hij de begeleiding die hij nodig heeft. De kinderrechter verlengt daarom de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van een jaar.
6.3.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
7De beslissing
De kinderrechter:
In de zaak met zaaknummer C/10/722054 / JE RK 26-1251
7.1.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 16 juli 2026 tot 19 september 2026;
In de zaak met zaaknummer C/10/722814 / JE RK 26-1344
7.2.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] voor de duur van een jaar, te weten tot 19 september 2027;
7.3.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 19 september 2026 tot 19 september 2027;
7.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 20206 door mr. J.S. van den Berge, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R. van der Zeeuw als griffier, en op schrift gesteld op 22 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW).
Artikel 1:260 BW.
Artikel 1:265c, tweede lid, BW.