Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:10076

2026-07-14 Civiel recht; Personen- en familierecht C/10/720438 / FA RK 26-4261
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-07-14
Publicatiedatum
2026-08-14
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zaaknummer
C/10/720438 / FA RK 26-4261
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Beschikking over beëindiging van het ouderlijk gezag.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (17.503 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM


Team Jeugd



Meervoudige Kamer



Zaaknummer: C/10/720438 / FA RK 26-4261
Datum uitspraak: 14 juli 2026




Beschikking van de meervoudige kamer over een gezagsbeëindiging




in de zaak van




de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,



over





[minderjarige]
,
geboren op [geboortedag 1] 2011 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .



De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:





[moeder]
,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres, hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. J. Oversluizen, kantoorhoudende in Rotterdam,





[vader]
,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres, hierna te noemen: de vader,
advocaat: mr. J.F. van Drenth, kantoorhoudende in Gorinchem,




de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Zuid-Holland,

gevestigd in Dordrecht, hierna te noemen: de GI.





1Het verloop van de procedure


1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:


het verzoekschrift van de Raad met bijlagen van 27 mei 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum;


de geboorteakte van [voornaam minderjarige] , binnengekomen bij de rechtbank op 7 juli 2026.





1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 14 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:


de moeder (via een videoverbinding) en haar advocaat;


de advocaat van de vader;


- een vertegenwoordiger van de Raad, te weten [vertegenwoordiger van de raad] ;
- een vertegenwoordiger van de GI, te weten [vertegenwoordiger van de GI] .



1.3.
De vader is tijdens de mondelinge behandeling niet aanwezig geweest. Nadat de rechtbank (direct na de mondelinge behandeling) uitspraak had gedaan, is de vader alsnog verschenen. In het bijzijn van zijn advocaat is de uitspraak aan hem medegedeeld.



1.4.
De rechtbank heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de voorzitter. Tijdens de zitting heeft de voorzitter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.





2De feiten


2.1.
De moeder en de vader zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .



2.2.

[voornaam minderjarige] verblijft op een open groep van Enver, [naam groep] .



2.3.
Op 18 februari 2021 is [voornaam minderjarige] door de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland onder toezicht gesteld van (de voorganger van) de GI. De ondertoezichtstelling is daarna steeds verlengd en loopt nu tot 18 mei 2027. De door de kinderrechter verleende machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder is ook steeds verlengd en geldt ook tot 18 mei 2027.



2.4.
De GI heeft zich bij brief van 24 december 2025 bereid verklaard om de voogdij over [voornaam minderjarige] te aanvaarden als het gezag van de ouders wordt beëindigd.





3Het verzoek


3.1.
De Raad verzoekt het gezag van de vader en de moeder over [voornaam minderjarige] te beëindigen. De Raad adviseert om de GI tot voogd over [voornaam minderjarige] te benoemen. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.



3.2.
De Raad handhaaft ter zitting het verzoek en licht het als volgt toe. [voornaam minderjarige] staat sinds februari 2021 onder toezicht van de GI en sinds februari 2023 woont zij niet meer thuis. Inmiddels is duidelijk dat [voornaam minderjarige] niet meer kan worden teruggeplaatst bij één van haar ouders. De gezinsopname bij de moeder, die in Spanje woont, is niet goed verlopen. Terugplaatsing bij de vader is uitgesloten omdat het de GI, door de houding van de vader, niet is gelukt om zicht te krijgen op zijn opvoedvaardigheden. Ook zijn er vermoedens van bovenmatig middelengebruik door de vader. Beëindiging van het gezag van beide ouders is noodzakelijk omdat het de ouders niet lukt om praktische zaken te regelen die belangrijk zijn voor [voornaam minderjarige] . De moeder is welwillend maar wordt belemmerd door het feit dat zij in Spanje woont. Ook de vader lukt het niet om praktische zaken te regelen. Daarnaast worden noodzakelijke toestemmingsverklaringen voor hulpverlening niet op tijd door hem ingeleverd, waardoor hulpverlening voor [voornaam minderjarige] niet van de grond komt.





4De standpunten


4.1.
De GI ondersteunt het verzoek van de Raad. De GI is nauw betrokken bij [voornaam minderjarige] . De GI is nog zoekende naar wat [voornaam minderjarige] nodig heeft, wat zij wil en hoe de GI daarbij kan aansluiten. Binnenkort wordt een expertisetafel georganiseerd, waarbij meerdere organisaties zullen aansluiten om te bespreken welke hulpverlening het meest passend is voor [voornaam minderjarige] . Het contact tussen de GI en de vader verloopt niet goed. De GI kreeg op een gegeven moment helemaal geen contact meer met hem. Hij was onvindbaar voor de GI en bleek niet meer ingeschreven te staan op een adres in Nederland. Heel af en toe komt de vader bij de GI op de lijn om te vragen hoe het met [voornaam minderjarige] gaat. De afspraken die de GI met de vader maakt, worden door de vader niet nagekomen. Met de moeder heeft de GI wel goed contact, maar doordat zij in Spanje woont en niet meer ingeschreven staat in Nederland, kan zij sommige dingen niet regelen. Wanneer het gezag van beide ouders wordt beëindigd, kunnen zowel praktische zaken als de inzet van passende hulpverlening makkelijker en sneller worden geregeld.



4.2.
Door en namens de moeder wordt ter zitting – samengevat – het volgende naar voren gebracht. De moeder stemt in met het verzoek van de Raad. [voornaam minderjarige] heeft therapie en medische zorg nodig en de moeder kan dit vanuit Spanje niet goed regelen voor [voornaam minderjarige] . De moeder heeft het gevoel dat ze [voornaam minderjarige] op dit moment tegenhoudt om zich verder te ontwikkelen. Het is een zware beslissing voor de moeder, maar zij is bereid haar gezag op te geven in het belang van [voornaam minderjarige] .



4.3.
Namens de vader wordt ter zitting – samengevat – het volgende naar voren gebracht. De vader verzet zich tegen beëindiging van zijn gezag. De vader is beschikbaar voor [voornaam minderjarige] , er kan met hem worden overlegd en hij wenst te worden meegenomen in de beslissingen over [voornaam minderjarige] . De vader heeft het gevoel dat hij buiten belangrijke gesprekken en beslissingen wordt gehouden en dat hij van de GI niet dezelfde informatie krijgt als de moeder.





5De beoordeling



Het toetsingskader



5.1.
De rechtbank kan het gezag van een ouder beëindigen als de minderjarige zodanig opgroeit dat hij ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd, en de ouder niet in staat is om de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige te dragen binnen een voor de minderjarige aanvaardbare termijn.



5.2.
Het doel van een kinderbeschermingsmaatregel, zoals beëindiging van het ouderlijk gezag, is de ontwikkelingsbedreiging van de minderjarige weg te nemen als de ouder daartoe niet in staat is. Het gevolg van het beëindigen van het gezag moet in een redelijke verhouding staan tot dat doel. Als de ontwikkelingsbedreiging van de minderjarige kan worden weggenomen met een lichtere maatregel dan gezagsbeëindiging, dan beëindigt de rechtbank het gezag niet. Omdat beëindiging van het gezag ingrijpt in het privé- en gezinsleven van de ouder en de minderjarige, beoordeelt de rechtbank ook of de maatregel niet onnodig ingrijpend is. De belangen van de minderjarige staan bij die beoordeling voorop. De rechtbank weegt deze belangen zorgvuldig af tegen de belangen van de ouder.



Beoordeling van het verzoek




5.3.
De nu 15-jarige [voornaam minderjarige] wordt nog steeds ernstig in haar ontwikkeling bedreigd. Zij heeft veel ingrijpende gebeurtenissen meegemaakt in haar leven. Zo heeft [voornaam minderjarige] op verschillende plekken gewoond en heeft zij meerdere wisselingen van opvoeders en verzorgers meegemaakt. Inmiddels woont zij al bijna twee jaar op een groep van Enver. Er lijkt bij [voornaam minderjarige] sprake te zijn van een verstoorde hechting. Daarnaast heeft zij moeite met het uiten van haar emoties. Verder zijn er zorgen over haar verstoorde dag- en nachtritme. Dat is omgedraaid en [voornaam minderjarige] gaat daardoor al langere tijd niet naar school. Ook lukt het [voornaam minderjarige] niet goed om haar diabetes onder controle te krijgen. Dit schaadt haar gezondheid.



5.4.

De ouders zijn niet in staat om binnen een aanvaardbare termijn de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [voornaam minderjarige] te dragen. Na de scheiding van haar ouders in 2016 is [voornaam minderjarige] bij de vader gaan wonen. De moeder is naar Spanje geëmigreerd. In februari 2023 is [voornaam minderjarige] met spoed uit huis geplaatst vanwege forse verwaarlozing en psychische mishandeling door de vader. Ook waren er zorgen over het middelengebruik van de vader en zou de vader grensoverschrijdend gedrag naar [voornaam minderjarige] hebben vertoond. In de afgelopen jaren is het de GI niet gelukt om zicht te krijgen op de opvoedvaardigheden van de vader en zijn mogelijkheden om die te verbeteren. Ook heeft de vader geen inzicht gegeven in zijn middelengebruik. Er is geen samenwerking tot stand gekomen tussen de vader en de GI. De GI heeft op de zitting toegelicht dat de vader slecht bereikbaar is voor de GI en dat gemaakte afspraken niet door de vader worden nagekomen. Ook stuurt de vader de voor de hulpverlening aan [voornaam minderjarige] benodigde toestemmingsverklaringen niet tijdig retour naar de GI, wat ertoe heeft geleid dat de GI vervangende toestemming heeft moeten vragen aan de rechtbank. Dit is op de zitting niet weersproken. In 2024 heeft een gezinsopname bij de moeder in Spanje plaatsgevonden, om te bezien of [voornaam minderjarige] bij de moeder zou kunnen wonen. Uit deze gezinsopname is echter naar voren gekomen dat de moeder [voornaam minderjarige] gezien haar behoeften niet kan bieden wat zij nodig heeft. Er is daarom negatief geadviseerd over een plaatsing van [voornaam minderjarige] bij de moeder.
Het perspectief van [voornaam minderjarige] ligt hierdoor niet meer thuis bij één van de ouders.




5.5.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat aan het wettelijke criterium voor een gezagsbeëindiging is voldaan.



5.6.
De vraag die vervolgens moet worden beantwoord, is of een gezagsbeëindiging de meest geëigende maatregel is om de ontwikkelingsbedreiging van [voornaam minderjarige] af te wenden of dat kan worden volstaan met een minder ingrijpende maatregel. De rechtbank overweegt als volgt.



5.7.
De moeder is betrokken bij [voornaam minderjarige] en heeft een goede samenwerkingsrelatie met de GI. Doordat zij is geëmigreerd naar Spanje en dus niet meer is ingeschreven in Nederland, is zij evenwel niet in staat om belangrijke zaken voor [voornaam minderjarige] te regelen, zoals bijvoorbeeld het openen van een bankrekening of het afsluiten van een telefoonabonnement. Ook de vader is niet in staat gebleken om belangrijke zaken voor [voornaam minderjarige] te regelen. Met de GI gemaakte afspraken komt hij niet na. Ook stuurt hij toestemmingsverklaringen niet (op tijd) terug naar de GI, waardoor de noodzakelijke hulpverlening voor [voornaam minderjarige] niet goed of onvoldoende van de grond komt. Daarnaast ontvangt Enver met regelmaat aanmaningen omdat de ouders in gebreke blijven om de rekeningen voor [voornaam minderjarige] te betalen, bijvoorbeeld van een fietsreparatie. Dit levert onzekerheid en veel onrust op voor [voornaam minderjarige] . Het is in haar belang dat er snel en effectief belangrijke beslissingen over haar kunnen worden genomen. De enige mogelijkheid daartoe is het beëindigen van het gezag van de ouders en het benoemen van een voogd die de benodigde gezagsbeslissingen kan nemen. In het gesprek met de voorzitter heeft [voornaam minderjarige] te kennen gegeven dat dit ook haar voorkeur heeft.



5.8.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat een gezagsbeëindigende maatregel noodzakelijk en proportioneel is. De rechtbank wijst het verzoek van de Raad tot beëindiging van het gezag van de vader en de moeder daarom toe.



Voogdij




5.9.
Door de beëindiging van het gezag van de vader en de moeder is er niemand meer om gezagsbeslissingen over [voornaam minderjarige] te nemen. De rechtbank benoemt daarom een voogd over [voornaam minderjarige] die voortaan de gezagsbeslissingen neemt. De Raad adviseert de GI te belasten met de voogdij en de GI heeft zich bereid verklaard de voogdij op zich te nemen. De GI is al langere tijd bij [voornaam minderjarige] betrokken en kent haar goed. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de GI moet worden belast met de voogdij.



5.10.
De rechtbank zal bepalen dat de vader en de moeder aan de GI rekening en verantwoording moeten afleggen over het door hen gevoerde bewind over het vermogen van [voornaam minderjarige] . Dit betekent dat zij de GI op de hoogte moeten stellen van alle geldzaken die over [voornaam minderjarige] gaan, zodat de GI vanaf nu voor [voornaam minderjarige] de geldzaken kan regelen.



Tot slot




5.11.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.



5.12.
De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.





6De beslissing


De rechtbank:



6.1.
beëindigt het ouderlijk gezag van [vader], geboren op [geboortedag 2] 1981 op [geboorteplaats 3] , en [moeder], geboren op [geboortedag 3] 1984 in [geboorteplaats 2] (Duitsland), over [minderjarige], geboren op [geboortedag 1] 2011 in [geboorteplaats 1] ;



6.2.
benoemt de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Zuid-Holland, gevestigd in Dordrecht, tot voogd over genoemde minderjarige;



6.3.
bepaalt dat de vader en de moeder rekening en verantwoording moeten afleggen over het door hen gevoerde bewind over het vermogen van genoemde minderjarige;


6.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.









Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026 door mr. L.L.H. Roebroek, voorzitter tevens kinderrechter, en mr. G.M. Paling en mr. drs. H. Biemond, kinderrechters, in aanwezigheid van mr. M.C.J. Holierhoek als griffier, en op schrift gesteld op 30 juli 2026.













































Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:



degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;


andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.





Artikel 1:266, eerste lid, onder a BW.


Artikel 8 EVRM en artikel 3 IVRK.


Artikel 1:275, eerste lid, BW.


Artikel 1:276, eerste lid, BW.


Artikel 2 Besluit gezagsregisters.