Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:10068
2026-07-14
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/10/720944 / JE RK 26-1105
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verzoek tot verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (12.205 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/720944 / JE RK 26-1105
Datum uitspraak: 14 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verzoek tot verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedag] 2013 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[moeder]
,
hierna te noemen de moeder, wonende in [plaats 1] ,
bijgestaan door advocaat mr. F. Pool, kantoorhoudende in Rotterdam,
[vader]
,
hierna te noemen de vader, wonende in [plaats 2] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de GI van 4 juni 2026 met bijlagen, ontvangen op 5 juni 2026;
- de toets van de Raad voor de Kinderbescherming van 25 juni 2026, ingekomen op 29 juni 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 14 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder met mr. M.S. Krol, waarnemend advocaat voor mr. F. Pool;
- een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger van de GI] .
1.3.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2De feiten
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] woont bij zijn vader.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 17 juli 2026 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 22 juli 2026.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 januari 2026 de machtiging verlengd [voornaam minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de andere ouder met gezag, te weten de vader, tot 22 juli 2026.
3Het verzoek van de GI
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van negen maanden. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de andere ouder met gezag, te weten de vader, te verlengen voor de duur van negen maanden. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. Sinds januari 2026 woont [voornaam minderjarige] bij de vader. Dit was een grote wens van [voornaam minderjarige] . Na de plaatsing verliep de omgang met de moeder aanvankelijk stroef, omdat [voornaam minderjarige] moest wennen aan de nieuwe situatie. Inmiddels is de omgang weer uitgebreid naar de oorspronkelijke zorgregeling, waarbij [voornaam minderjarige] de moeder en de voormalig pleegouders regelmatig ziet. Het contact tussen de ouders verloopt beter. Vanwege de lange voorgeschiedenis en de relatief prille plaatsing bij de vader, wenst de GI de komende periode de ontwikkelingen te monitoren. Naar mate de tijd vordert, wordt de begeleiding afgebouwd en vindt overgang naar het wijkteam plaats. Ten aanzien van [voornaam minderjarige] verblijf bij de vader is het van belang dat dit formeel vast staat; of dat dit via een machtiging gerealiseerd wordt of dat de ouders [voornaam minderjarige] hoofdverblijfplaats in onderling overleg wijzigen is daarbij niet van belang.
4De standpunten
4.1.
Door en namens de moeder is ter zitting ingestemd met de verlenging van de ondertoezichtstelling. Het is goed dat de jeugdbeschermer nog enige tijd betrokken blijft, onder meer omdat de zorgregeling en de informatievoorziening richting de moeder nog aandacht behoeven. Ook is het goed als [voornaam minderjarige] regelmatig met een vertrouwenspersoon praat en dat er iemand blijft kijken hoe het met hem gaat. Dat gebeurt nu te weinig. Ten aanzien van de machtiging tot uithuisplaatsing wordt namens de moeder naar voren gebracht dat de moeder aanvankelijk nog hoop had dat [voornaam minderjarige] bij haar zou komen wonen, maar dat zij inmiddels realistischer naar de situatie kijkt. De moeder kan ermee instemmen dat [voornaam minderjarige] bij de vader verblijft en hij daar ook zijn hoofdverblijfplaats zal hebben. In dit licht is een machtiging tot uithuisplaatsing niet langer nodig, omdat de ouders met gezag hierover overeenstemming hebben bereikt. Namens de moeder wordt daarom verzocht het verzoek ten aanzien van de verlenging van de machtiging af te wijzen. Deze gezamenlijke beslissing van de ouders geeft bovendien een belangrijk signaal af aan [voornaam minderjarige] . Het laat zien dat beide ouders achter zijn verblijf bij de vader staan en dat zij deze beslissing gezamenlijk dragen. Subsidiair verzoekt zij om de machtiging voor een korte duur te verlengen, zodat de afspraken tussen de ouders op papier kunnen worden gezet.
4.2.
De vader heeft ter zitting ingestemd met de verlenging van de ondertoezichtstelling. Hij geeft aan dat hij vindt dat de begeleiding vanuit FamilySupporters weinig toevoegt. Wel vindt hij het belangrijk dat [voornaam minderjarige] iemand heeft met wie hij kan praten. [voornaam minderjarige] wil geen vrouwelijke begeleider en het is niet gelukt om een mannelijke begeleider te vinden. De vader steunt het voorstel van de advocaat van de moeder ten aanzien van het aflopen van de machtiging tot uithuisplaatsing. Het is een zeer positieve ontwikkeling dat de moeder deze plaatsing accepteert en het zou [voornaam minderjarige] meer rust geven als de ouders zijn hoofdverblijfplaats onderling konden regelen.
5De beoordeling
5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De afgelopen jaren zijn er vanwege alle onrust en instabiliteit rondom de ouders ernstige zorgen geweest over de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] als gevolg waarvan [voornaam minderjarige] jarenlang uithuisgeplaatst is geweest. Beide ouders hebben de afgelopen periode hard aan hun herstel gewerkt en hebben inmiddels een leven met meer stabiliteit opgebouwd. [voornaam minderjarige] had een grote wens om bij zijn vader te gaan wonen. De plaatsing bij de vader is goed verlopen en hij voelt zich hier goed. Daarnaast is positief dat de samenwerking tussen de ouders is verbeterd en dat zij meer met elkaar in gesprek zijn. Inmiddels loopt de omgang tussen [voornaam minderjarige] en de moeder ook weer conform de oorspronkelijke zorgregeling. De kinderrechter acht deze ontwikkelingen in het leven van [voornaam minderjarige] erg positief. Tegelijkertijd is de kinderrechter, net zoals de ouders, van oordeel dat de betrokkenheid van de GI nog nodig blijft. [voornaam minderjarige] woont pas sinds januari 2026 bij zijn vader. [voornaam minderjarige] heeft veel meegemaakt en zijn vertrouwen in volwassenen is geschaad. Het is daarom belangrijk dat de GI de komende periode volgt of de huidige situatie stabiel blijft en dat [voornaam minderjarige] voldoende ruimte krijgt om vertrouwen in de volwassenen om hem heen verder op te bouwen. Daarbij acht de kinderrechter het van belang dat wordt gekeken naar een passende invulling van een vertrouwenspersoon voor [voornaam minderjarige] , mits [voornaam minderjarige] hiervoor open staat. De eerdere begeleiding vanuit FamilySupporters heeft onvoldoende aangesloten bij de behoefte van [voornaam minderjarige] , maar hij zou hier wel baat bij kunnen hebben. De GI kan hierin de komende periode een rol vervullen.
5.3.
De kinderrechter acht het daarom in het belang van [voornaam minderjarige] dat de GI nog gedurende enige tijd betrokken blijft om de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] te volgen, de samenwerking tussen de ouders indien nodig te ondersteunen en de overdracht naar het vrijwillig kader zorgvuldig vorm te geven. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] voor de duur van negen maanden.
5.4.
Ten aanzien van het verzoek van de GI tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing overweegt de kinderrechter als volgt.
5.5.
Tijdens de zitting hebben de vader en de moeder, die beiden met het gezag over [voornaam minderjarige] zijn belast, verklaard dat zij gezamenlijk achter de verblijfplaats van [voornaam minderjarige] bij de vader staan. De ouders hebben ter zitting naar voren gebracht dat zij onderling zijn overeengekomen dat de hoofdverblijfplaats van [voornaam minderjarige] voortaan bij de vader zal zijn. De kinderrechter acht het positief dat de ouders gezamenlijk deze gezagsbeslissing hebben kunnen nemen. Voor [voornaam minderjarige] is het essentieel dat hij voelt dat beide ouders achter zijn verblijf bij de vader staan. Dit geeft [voornaam minderjarige] duidelijkheid en kan bijdragen aan de nodige rust en stabiliteit. Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter het verzoek van de GI om de machtiging uithuisplaatsing te verlengen, afwijzen.
5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 22 april 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
6.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026 door mr. S. Riege, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 23 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:260 BW.
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/720944 / JE RK 26-1105
Datum uitspraak: 14 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verzoek tot verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedag] 2013 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[moeder]
,
hierna te noemen de moeder, wonende in [plaats 1] ,
bijgestaan door advocaat mr. F. Pool, kantoorhoudende in Rotterdam,
[vader]
,
hierna te noemen de vader, wonende in [plaats 2] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de GI van 4 juni 2026 met bijlagen, ontvangen op 5 juni 2026;
- de toets van de Raad voor de Kinderbescherming van 25 juni 2026, ingekomen op 29 juni 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 14 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder met mr. M.S. Krol, waarnemend advocaat voor mr. F. Pool;
- een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger van de GI] .
1.3.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2De feiten
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] woont bij zijn vader.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 17 juli 2026 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 22 juli 2026.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 januari 2026 de machtiging verlengd [voornaam minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de andere ouder met gezag, te weten de vader, tot 22 juli 2026.
3Het verzoek van de GI
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van negen maanden. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de andere ouder met gezag, te weten de vader, te verlengen voor de duur van negen maanden. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. Sinds januari 2026 woont [voornaam minderjarige] bij de vader. Dit was een grote wens van [voornaam minderjarige] . Na de plaatsing verliep de omgang met de moeder aanvankelijk stroef, omdat [voornaam minderjarige] moest wennen aan de nieuwe situatie. Inmiddels is de omgang weer uitgebreid naar de oorspronkelijke zorgregeling, waarbij [voornaam minderjarige] de moeder en de voormalig pleegouders regelmatig ziet. Het contact tussen de ouders verloopt beter. Vanwege de lange voorgeschiedenis en de relatief prille plaatsing bij de vader, wenst de GI de komende periode de ontwikkelingen te monitoren. Naar mate de tijd vordert, wordt de begeleiding afgebouwd en vindt overgang naar het wijkteam plaats. Ten aanzien van [voornaam minderjarige] verblijf bij de vader is het van belang dat dit formeel vast staat; of dat dit via een machtiging gerealiseerd wordt of dat de ouders [voornaam minderjarige] hoofdverblijfplaats in onderling overleg wijzigen is daarbij niet van belang.
4De standpunten
4.1.
Door en namens de moeder is ter zitting ingestemd met de verlenging van de ondertoezichtstelling. Het is goed dat de jeugdbeschermer nog enige tijd betrokken blijft, onder meer omdat de zorgregeling en de informatievoorziening richting de moeder nog aandacht behoeven. Ook is het goed als [voornaam minderjarige] regelmatig met een vertrouwenspersoon praat en dat er iemand blijft kijken hoe het met hem gaat. Dat gebeurt nu te weinig. Ten aanzien van de machtiging tot uithuisplaatsing wordt namens de moeder naar voren gebracht dat de moeder aanvankelijk nog hoop had dat [voornaam minderjarige] bij haar zou komen wonen, maar dat zij inmiddels realistischer naar de situatie kijkt. De moeder kan ermee instemmen dat [voornaam minderjarige] bij de vader verblijft en hij daar ook zijn hoofdverblijfplaats zal hebben. In dit licht is een machtiging tot uithuisplaatsing niet langer nodig, omdat de ouders met gezag hierover overeenstemming hebben bereikt. Namens de moeder wordt daarom verzocht het verzoek ten aanzien van de verlenging van de machtiging af te wijzen. Deze gezamenlijke beslissing van de ouders geeft bovendien een belangrijk signaal af aan [voornaam minderjarige] . Het laat zien dat beide ouders achter zijn verblijf bij de vader staan en dat zij deze beslissing gezamenlijk dragen. Subsidiair verzoekt zij om de machtiging voor een korte duur te verlengen, zodat de afspraken tussen de ouders op papier kunnen worden gezet.
4.2.
De vader heeft ter zitting ingestemd met de verlenging van de ondertoezichtstelling. Hij geeft aan dat hij vindt dat de begeleiding vanuit FamilySupporters weinig toevoegt. Wel vindt hij het belangrijk dat [voornaam minderjarige] iemand heeft met wie hij kan praten. [voornaam minderjarige] wil geen vrouwelijke begeleider en het is niet gelukt om een mannelijke begeleider te vinden. De vader steunt het voorstel van de advocaat van de moeder ten aanzien van het aflopen van de machtiging tot uithuisplaatsing. Het is een zeer positieve ontwikkeling dat de moeder deze plaatsing accepteert en het zou [voornaam minderjarige] meer rust geven als de ouders zijn hoofdverblijfplaats onderling konden regelen.
5De beoordeling
5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De afgelopen jaren zijn er vanwege alle onrust en instabiliteit rondom de ouders ernstige zorgen geweest over de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] als gevolg waarvan [voornaam minderjarige] jarenlang uithuisgeplaatst is geweest. Beide ouders hebben de afgelopen periode hard aan hun herstel gewerkt en hebben inmiddels een leven met meer stabiliteit opgebouwd. [voornaam minderjarige] had een grote wens om bij zijn vader te gaan wonen. De plaatsing bij de vader is goed verlopen en hij voelt zich hier goed. Daarnaast is positief dat de samenwerking tussen de ouders is verbeterd en dat zij meer met elkaar in gesprek zijn. Inmiddels loopt de omgang tussen [voornaam minderjarige] en de moeder ook weer conform de oorspronkelijke zorgregeling. De kinderrechter acht deze ontwikkelingen in het leven van [voornaam minderjarige] erg positief. Tegelijkertijd is de kinderrechter, net zoals de ouders, van oordeel dat de betrokkenheid van de GI nog nodig blijft. [voornaam minderjarige] woont pas sinds januari 2026 bij zijn vader. [voornaam minderjarige] heeft veel meegemaakt en zijn vertrouwen in volwassenen is geschaad. Het is daarom belangrijk dat de GI de komende periode volgt of de huidige situatie stabiel blijft en dat [voornaam minderjarige] voldoende ruimte krijgt om vertrouwen in de volwassenen om hem heen verder op te bouwen. Daarbij acht de kinderrechter het van belang dat wordt gekeken naar een passende invulling van een vertrouwenspersoon voor [voornaam minderjarige] , mits [voornaam minderjarige] hiervoor open staat. De eerdere begeleiding vanuit FamilySupporters heeft onvoldoende aangesloten bij de behoefte van [voornaam minderjarige] , maar hij zou hier wel baat bij kunnen hebben. De GI kan hierin de komende periode een rol vervullen.
5.3.
De kinderrechter acht het daarom in het belang van [voornaam minderjarige] dat de GI nog gedurende enige tijd betrokken blijft om de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] te volgen, de samenwerking tussen de ouders indien nodig te ondersteunen en de overdracht naar het vrijwillig kader zorgvuldig vorm te geven. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] voor de duur van negen maanden.
5.4.
Ten aanzien van het verzoek van de GI tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing overweegt de kinderrechter als volgt.
5.5.
Tijdens de zitting hebben de vader en de moeder, die beiden met het gezag over [voornaam minderjarige] zijn belast, verklaard dat zij gezamenlijk achter de verblijfplaats van [voornaam minderjarige] bij de vader staan. De ouders hebben ter zitting naar voren gebracht dat zij onderling zijn overeengekomen dat de hoofdverblijfplaats van [voornaam minderjarige] voortaan bij de vader zal zijn. De kinderrechter acht het positief dat de ouders gezamenlijk deze gezagsbeslissing hebben kunnen nemen. Voor [voornaam minderjarige] is het essentieel dat hij voelt dat beide ouders achter zijn verblijf bij de vader staan. Dit geeft [voornaam minderjarige] duidelijkheid en kan bijdragen aan de nodige rust en stabiliteit. Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter het verzoek van de GI om de machtiging uithuisplaatsing te verlengen, afwijzen.
5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 22 april 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
6.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026 door mr. S. Riege, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 23 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:260 BW.