Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:10013

2026-07-13 Civiel recht; Personen- en familierecht C/10/720731 / JE RK 26-1070
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-07-13
Publicatiedatum
2026-08-13
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zaaknummer
C/10/720731 / JE RK 26-1070
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

verlenging ondertoezichtstelling

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (9.609 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM


Team Jeugd



Zaaknummer: C/10/720731 / JE RK 26-1070
Datum uitspraak: 13 juli 2026




Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling




in de zaak van




het Landelijk Expertise Team Jeugdbescherming,
gevestigd te Utrecht,
hierna te noemen het LET JB,
namens de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam,
hierna te noemen de GI,



over





[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2023 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [voornaam minderjarige] .



De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:





[naam moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. G.B. van de Bunt, kantoorhoudende in Putten,





[naam vader]
,
hierna te noemen de vader,
zonder vaste woon- of verblijfplaats,
momenteel gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting in [plaats] ,
advocaat mr. J.M. Poortinga, kantoorhoudende in Putten.





1Het verloop van de procedure


1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van het LET JB van 2 juni 2026, ontvangen op 2 juni 2026;
- het ongedateerde bericht van mr. J.M. Poortinga, ontvangen op 7 juli 2026.



1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de advocaat van de vader, te weten mr. N.R. Pronk, die telefonisch is aangesloten, en heeft waargenomen voor mr. J.M. Poortinga;

- de advocaat van de moeder;
- twee vertegenwoordigers van het LET JB, te weten [persoon A] en [persoon B] .



1.3.
Bijzondere toegang is verleend aan [persoon C] , werkzaam als stagiair op het kantoor van mr. N.R. Pronk.



1.4.
De vader is met bericht van zijn advocaat van afwezigheid niet verschenen. De moeder is niet verschenen. De advocaat van de moeder heeft de afwezigheid ter zitting toegelicht. De kinderrechter stelt vast dat de ouders juist zijn opgeroepen.





2De feiten


2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .



2.2.

[voornaam minderjarige] woont bij zijn moeder.



2.3.
Bij beschikking van 12 januari 2026 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 21 juli 2026.





3Het verzoek


3.1.
Het LET JB verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.





4De standpunten


4.1.

Het LET JB heeft ter zitting het verzoek gehandhaafd en als volgt nader toegelicht.
Er zijn nog steeds zorgen over [voornaam minderjarige] . De samenwerking met de vader wordt vanwege zijn detentie op een zwaarbeveiligde afdeling van de Penitentiaire Inrichting bemoeilijkt. Vanuit veiligheidsoverleggen zijn er signalen dat de vader nog een periode in detentie zal blijven en dat hij een serieuze rol in een criminele organisatie lijkt te hebben gespeeld. Hiermee zal in het belang van [voornaam minderjarige] rekening moeten worden gehouden.
Onlangs heeft een goed gesprek met de vader plaatsgevonden. Vervolgens is een eerste begeleid omgangsmoment tussen [voornaam minderjarige] en de vader afgesproken. De moeder wil geen direct contact met de vader. Zij is niet bestand tegen de druk van de vader. Het is de verwachting dat wanneer de vader uit detentie zal komen, hij [voornaam minderjarige] en de moeder zal opzoeken. De moeder kan niet altijd overzien welke gevaren de vader met zich mee kan brengen. De betrokkenheid van de jeugdbescherming blijft nodig om de moeder te ondersteunen en om de situatie tussen de ouders te blijven monitoren.




4.2.
Namens de moeder heeft haar advocaat ter zitting aangegeven dat de moeder achter een verlenging van de ondertoezichtstelling staat. De moeder voelt echter ook wel enige weerstand tegen een ondertoezichtstelling. Het gaat nu goed met de moeder en met [voornaam minderjarige] . De moeder is met zichzelf aan de slag gegaan. Zij verwerkt haar trauma en werkt aan haar zelfvertrouwen. Dit zijn positieve ontwikkelingen. De moeder staat open voor contact tussen [voornaam minderjarige] en de vader. De moeder ziet echter ook in, dat als de vader vrij zou komen, dat het LET JB dan alsnog nodig is voor de begeleiding en ondersteuning.



4.3.
Namens de vader heeft zijn advocaat ter zitting aangegeven dat de gronden voor de ondertoezichtstelling niet worden betwist. Wel is verzocht om de duur van de ondertoezichtstelling te beperken voor een tussentijds toetsmoment. Het doel zou dan zijn om te bezien of de vader in vrijheid wordt gesteld en hoe de begeleide omgang tussen [voornaam minderjarige] en de vader verloopt.





5De beoordeling


5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.



5.2.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] nog steeds ernstig wordt bedreigd. [voornaam minderjarige] is opgegroeid in een gezin, waarbij sprake is geweest van herhaaldelijke conflicten tussen de ouders en huiselijk geweld van de vader naar de moeder toe. De vader heeft moeite om zijn emoties te reguleren en laat een patroon zien van het uitoefenen van druk op anderen. In relaties laat de moeder zien dat zij gevoelig is voor beïnvloeding en dat zij geneigd is om het gedrag van anderen, ook als dit grensoverschrijdend is, langere tijd te accepteren. Er blijven daarbij zorgen bestaan over de weerbaarheid van de moeder naar de vader toe. Daar komt bij dat er signalen zijn dat de vader een rol heeft gespeeld in een criminele organisatie. Vanuit dit criminele netwerk zou sprake zijn van ernstige bedreigingen naar hem. Nu de vader in detentie op een extra beveiligde afdeling verblijft, bestaat het risico dat mogelijke dreiging zich verplaatst naar [voornaam minderjarige] en de moeder. De zorgen over de veiligheidssituatie en de mogelijke impact daarvan op [voornaam minderjarige] en de moeder blijven dan ook onverminderd aanwezig.



5.3.
Gelet op al het voorgaande kan de ernstige ontwikkelingsbedreiging niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. Om de belangen van [voornaam minderjarige] te behartigen en zijn veiligheid te waarborgen is het van belang dat de jeugdbescherming ook het komende jaar bij [voornaam minderjarige] betrokken zal blijven en de regie blijft voeren. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] daarom voor de duur van een jaar. De kinderrechter ziet geen aanleiding om partijen te belasten met een tussentijds toetsmoment, zoals namens de vader is verzocht.



5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.





6De beslissing


De kinderrechter:



6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 21 juli 2027;


6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.









Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2026 door mr. J. Groot, kinderrechter, in aanwezigheid van C.S. Montijn als griffier, en op schrift gesteld op 17 juli 2026.













































Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:



degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;


andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.





Artikel 1:260 BW.