Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2025:5943
2025-05-01
Civiel recht; Verbintenissenrecht
11593610 VV EXPL 25-152
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Kort geding ontruiming huurwoning. Vorderingen bij verstek toegewezen. Ontruimingstermijn
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.398 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11593610 VV EXPL 25-152
datum uitspraak: 1 mei 2025
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
1
[eiser 1],
woonplaats: Rotterdam,
2. [eiser 2],
woonplaats: Ede,
eisers,
gemachtigde: mr. M.P.C. van Essen,
tegen
[gedaagde]
,
woonplaats: Schiedam,
gedaagde,
die niet is verschenen.
De eisers worden gezamenlijk ‘[eisers]’ genoemd. Gedaagde wordt ‘[gedaagde]’ genoemd.
1De procedure
1.1.
Het dossier bestaat uit de dagvaarding van 10 april 2025, met bijlagen en de dagvaarding van 12 april 2025, met bijlagen.
1.2.
Op 24 april 2025 is de zaak tijdens een zitting met [eisers] en mr. M.P.C. van Essen besproken. [gedaagde] is niet verschenen. Tegen hem is verstek verleend (artikel 139 Rv).
2De beoordeling
2.1.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv). [eisers] heeft in dit kader aangevoerd dat het uitblijven van huurbetalingen zorgt voor liquiditeitsproblemen, omdat het pand gedeeltelijk door een derde is gefinancierd. Hiermee is het spoedeisend belang gegeven.
2.2.
Het is voldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst zal worden ontbonden. Er is namelijk een huurachterstand van zeven maanden. Het is daarom gerechtvaardigd om in deze procedure vooruit te lopen op de ontbinding en [gedaagde] te veroordelen het gehuurde te ontruimen. De ontruimingstermijn wordt door de kantonrechter vastgesteld op veertien dagen na betekening van het vonnis. De overige eisen worden toegewezen, omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond lijken (artikel 139 Rv).
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.3.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eisers] moet betalen op € 308,44 aan dagvaardingskosten, € 257,00 aan griffierecht, € 543,00 aan salaris voor de gemachtigde en € 135,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 1.243,44. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt vanaf de vijftiende dag na de betekening van het vonnis toegewezen.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.4.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard , omdat [eisers] dat eist (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
3De beslissing
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eisers] te betalen € 10.708,25 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 12 april 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na de betekening van dit vonnis de woning aan [adres] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van [eisers] te stellen;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] aan [eisers] te betalen € 1.529,75 met ingang van de maand april 2025 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt;
3.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eisers] worden begroot op € 1.243,44 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag nadat dit vonnis is betekend tot de dag dat volledig is betaald;
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
64363
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11593610 VV EXPL 25-152
datum uitspraak: 1 mei 2025
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
1
[eiser 1],
woonplaats: Rotterdam,
2. [eiser 2],
woonplaats: Ede,
eisers,
gemachtigde: mr. M.P.C. van Essen,
tegen
[gedaagde]
,
woonplaats: Schiedam,
gedaagde,
die niet is verschenen.
De eisers worden gezamenlijk ‘[eisers]’ genoemd. Gedaagde wordt ‘[gedaagde]’ genoemd.
1De procedure
1.1.
Het dossier bestaat uit de dagvaarding van 10 april 2025, met bijlagen en de dagvaarding van 12 april 2025, met bijlagen.
1.2.
Op 24 april 2025 is de zaak tijdens een zitting met [eisers] en mr. M.P.C. van Essen besproken. [gedaagde] is niet verschenen. Tegen hem is verstek verleend (artikel 139 Rv).
2De beoordeling
2.1.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv). [eisers] heeft in dit kader aangevoerd dat het uitblijven van huurbetalingen zorgt voor liquiditeitsproblemen, omdat het pand gedeeltelijk door een derde is gefinancierd. Hiermee is het spoedeisend belang gegeven.
2.2.
Het is voldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst zal worden ontbonden. Er is namelijk een huurachterstand van zeven maanden. Het is daarom gerechtvaardigd om in deze procedure vooruit te lopen op de ontbinding en [gedaagde] te veroordelen het gehuurde te ontruimen. De ontruimingstermijn wordt door de kantonrechter vastgesteld op veertien dagen na betekening van het vonnis. De overige eisen worden toegewezen, omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond lijken (artikel 139 Rv).
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.3.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eisers] moet betalen op € 308,44 aan dagvaardingskosten, € 257,00 aan griffierecht, € 543,00 aan salaris voor de gemachtigde en € 135,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 1.243,44. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt vanaf de vijftiende dag na de betekening van het vonnis toegewezen.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.4.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard , omdat [eisers] dat eist (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
3De beslissing
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eisers] te betalen € 10.708,25 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 12 april 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na de betekening van dit vonnis de woning aan [adres] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van [eisers] te stellen;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] aan [eisers] te betalen € 1.529,75 met ingang van de maand april 2025 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt;
3.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eisers] worden begroot op € 1.243,44 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag nadat dit vonnis is betekend tot de dag dat volledig is betaald;
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
64363