Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2025:5909

2025-02-14 Civiel recht; Personen- en familierecht C/10/692275 / JE RK 25-45
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2025-02-14
Publicatiedatum
2025-05-15
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zaaknummer
C/10/692275 / JE RK 25-45
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Twee kinderen worden ernstig in hun ontwikkeling bedreigd. Het gebrek aan contact tussen één van de kinderen en de vader schaadt de ontwikkeling, terwijl het kind graag contact wil. Ouders moeten onder regie van de GI duidelijke afspraken maken over contact.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (8.472 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM


Team Jeugd



Zaaknummer: C/10/692275 / JE RK 25-45
Datum uitspraak: 14 februari 2025




Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling




in de zaak van




de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west,
gevestigd in Dordrecht, hierna te noemen: de GI,



over





[minderjarige 1]
,
geboren op [geboortedatum 1] 2013 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] ,





[minderjarige 2]
,
geboren op [geboortedatum 2] 2016 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] .



De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:





[naam vader]
,
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 1] ,





[naam moeder]
,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 2] ,





[naam stiefmoeder] ,

hierna te noemen: de stiefmoeder, wonende in [woonplaats 2] .





1Het verloop van de procedure


1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 9 januari 2025, binnengekomen bij de rechtbank op dezelfde datum.



1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 14 februari 2025. Daarbij waren aanwezig:


de moeder;


de stiefmoeder;


- twee vertegenwoordigers van de GI, [persoon A] en [persoon B] .



1.3.
De vader heeft zich bij e-mailbericht van 13 februari 2025 afgemeld voor de zitting, met daarbij de vermelding dat hij geen bezwaar heeft tegen het verzoek van de GI.







2De feiten


2.1.
De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] .



2.2.

[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wonen bij de moeder en de stiefmoeder.



2.3.
Bij beschikking van 20 februari 2024 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verlengd tot 5 maart 2025.





3Het verzoek


3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.



3.2.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. [voornaam minderjarige 2] heeft veel last van het ontbreken van contact met haar vader. De vader geeft aan dat hij contact wil. Tegelijkertijd is dit contact door de vader meerdere keren gestagneerd. Voordat contact plaatsvindt, moet er zekerheid zijn dat het contact niet opnieuw zal stagneren. Als de vader uiteindelijk toch geen contact wil of dit niet haalbaar blijkt, is het aan hem om dit duidelijk aan de kinderen uit te leggen. [voornaam minderjarige 2] gaat momenteel naar een zorgboerderij die binnenkort stopt, waarna zij zal overstappen naar een andere zorgboerderij. [voornaam minderjarige 1] gaat naar de opvang bij Syndion. Yulius heeft geadviseerd om psychiatrische systeembehandeling (PST) in te zetten, maar dit traject moet nog van start gaan.





4Het standpunt van de moeder


4.1.
De moeder stemt in met het verzoek. De vader is in het contact met de kinderen vaak niet betrouwbaar gebleken, waarbij hij soms kwam opdagen en vervolgens weer wegbleef. Dit veroorzaakt veel onduidelijkheid en boosheid bij [voornaam minderjarige 2] . Daarom moet samen met de GI goed gekeken worden wat in het belang van de kinderen is.





5Het standpunt van de stiefmoeder


5.1.
De stiefmoeder stemt in met het verzoek. De vader wilde eerder geen contact met de kinderen, maar veranderde later van gedachten. De voortdurende onzekerheid over het contact met haar vader maakt haar boos, zoals toen zij zag dat andere kinderen door hun vader naar school werden gebracht. [voornaam minderjarige 2] heeft behoefte aan duidelijkheid, maar dat kunnen de stiefmoeder en de moeder haar op dit punt niet bieden.





6De beoordeling


6.1.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd van een ondertoezichtstelling. De kinderrechter overweegt daartoe het volgende.





6.2.

[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] worden nog steeds ernstig in hun ontwikkeling bedreigd. De ontwikkelingsbedreiging, zoals omschreven in de beschikking van 20 februari 2024, is onverminderd aanwezig. In beginsel geldt voor alle kinderen dat het in hun belang is om op een prettige en onbelaste wijze contact te hebben met beide ouders. [voornaam minderjarige 1] heeft op dit moment geen behoefte aan contact met de vader. Dat geldt niet voor [voornaam minderjarige 2] . Het is schrijnend dat [voornaam minderjarige 2] al lange tijd geen contact heeft met haar vader, terwijl zij dit graag wil. De vader is wisselend in zijn wens om [voornaam minderjarige 2] te zien en in de mogelijkheden voor contact. Deze voortdurende onzekerheid en onduidelijkheid is schadelijk voor haar ontwikkeling, temeer omdat [voornaam minderjarige 2] kampt met een hechtingsstoornis. De kinderrechter benadrukt dat het een recht van het kind is om contact te hebben met beide ouders, en daarmee een plicht voor de ouders om zich daarvoor in te spannen. Hoewel de kinderrechter begrip heeft voor de persoonlijke omstandigheden van de vader, is de kinderrechter van oordeel dat de vader meer moeite moet doen om ruimte te creëren voor contact met de kinderen. Als dit niet lukt of hij daar hulp bij nodig heeft, dient hij daarover duidelijk te zijn. Voor het komende jaar verwacht de kinderrechter dat de ouders onder regie van de GI in staat zijn om hierover duidelijke afspraken met elkaar te maken, aangezien het niet langer te verantwoorden is naar [voornaam minderjarige 2] toe om hierover in onzekerheid te verkeren. Voor de komende periode acht de kinderrechter het ook van belang dat de hulpverlening voor de kinderen wordt voortgezet en dat PST van start gaat.



6.3.
Gelet op voorgaande en de instemming van partijen, acht de kinderrechter de betrokkenheid van een jeugdbeschermer langer noodzakelijk. De kinderrechter verlengt daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] voor de duur van een jaar.



6.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.





7De beslissing


De kinderrechter:



7.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] tot 5 maart 2026;


7.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2025 door mr. J.C.M. Persoon, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 24 februari 2025.





Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:



door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;


door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.


Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.



Zoals genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW).


Artikel 1:260, eerste lid, BW.