Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2025:4799

2025-04-23 Bestuursrecht ROT 24/1956
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2025-04-23
Publicatiedatum
2025-04-22
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
ROT 24/1956
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Boete opgelegd aan slachterij omdat medewerker varken met peddel op de kop sloeg. Geen reden voor twijfel aan de bevindingen in het boeterapport. De rechtbank vindt de opgelegde boete van € 2.500,- evenredig.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (15.596 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM


Bestuursrecht



zaaknummer: ROT 24/1956



uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 april 2025 in de zaak tussen



[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. F.T.M. Peters),


en




de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, voorheen de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. verweerder
(gemachtigde: mr. D.J. van der Bij).





Inleiding


1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen een boete van € 2.500,-, die is opgelegd voor een overtreding van de Wet dieren. Met het besluit van 1 september 2023 heeft verweerder de boete opgelegd.



1.1.
Met het bestreden besluit van 9 januari 2024 op het bezwaar van eiseres heeft verweerder de boete gehandhaafd.



1.2.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.



1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 13 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder, bijgestaan door [naam] , toezichthoudend dierenarts bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.




Totstandkoming van het besluit

2. Verweerder heeft zijn besluit gebaseerd op een rapport van bevindingen dat op 8 maart 2023 is opgemaakt door een toezichthouder van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). De toezichthouder schrijft in het rapport onder meer het volgende.



“Datum en tijdstip van de inspectie: 20 september 2022 omstreeks 10:00 uur.


Ik heb in het bedrijf aangesproken en ben met naam en functie bekend bij: [naam] ,
functie: Medewerker kwaliteitsdienst [eiseres]





Tijdens een inspectie cameratoezicht kijk ik ongeveer 2 uur lang willekeurig beelden uit van de afgelopen maand. De beelden zijn eigendom van het bedrijf en worden 28 dagen bewaard. Ik heb enkel beelden bekeken waar er gewerkt wordt met levende dieren. Dit betekent het moment van het aanvoeren van de dieren totdat de volledige dood is ingetreden bij het dier.




Tijdens mijn inspectie keek ik op een gegeven moment camerabeelden van 26 augustus 2022 uit. Op deze beelden was het opdrijven van de varkens naar de verdovingsmachine te zien. Omstreeks 14:10 uur werd er een groep van ongeveer 5-8 varkens opgedreven om de korf richting de restrainer in te gaan. Om dit te bereiken staat er een medewerker in de aanvoergang om de varkens vanuit de stal op te drijven met een schot en een peddel. Daarnaast staat er iemand naast de baan om waar nodig te helpen de varkens de korf in te drijven, deze medewerker heeft ook een peddel.




De varkens in de beelden van 26 augustus 2022 wilden niet goed vooruit lopen, de dieren keerden zich om en kwamen achteruit terug de korf uit. Het aanwezige personeel probeerde de varkens de juiste kant op te drijven maar dit lukte niet. De varkens hadden geen ruimte om zich opnieuw naar de korf toe te draaien, aangezien de medewerker met een schot de ruimte beperkte voor de dieren. Daarbij gebruikte de medewerker in de aanvoergang een peddel om de dieren op te drijven en om te draaien, de medewerker gebruikte de peddel in eerste instantie om de achterband van de varkens aan te tikken. Echter hadden de varkens nog steeds geen ruimte om voort te bewegen en/of zich om te draaien. Op een gegeven moment sloeg de medewerker, met een slaande bovenhandse beweging, met de peddel op de kop van enkele varkens. Als gevolg klommen enkele dieren op elkaar omdat ze geen ruimte hadden. De peddel is gemaakt van hard plastic en is niet flexibel. Het slaan met een peddel brengt vermijdbare spanning en lijden met zich mee (zie bijlage veterinaire verklaring officiële dierenarts NVWA en extra veterinaire verklaring officiële dierenarts NVWA).




Na het vaststellen van deze bevindingen heb ik mijn collega inspecteur, tevens officiële dierenarts bij de NVWA, op de hoogte gesteld. Op 27 september 2022 hebben ik samen met mijn collega inspecteur, met toezichthoudersnummer 39660, de camerabeelden opnieuw uitgekeken, waarna mijn collega dezelfde bevindingen constateerde als ik (zie bijlage veterinaire verklaring officiële dierenarts NVWA). Tevens heeft mijn andere collega inspecteur, tevens officiële dierenarts bij de NVWA met toezichthoudersnummer 24268, onderschreven dat door bovenstaande bevindingen de dieren vermijdbare spanning en lijden hebben ondervonden (zie bijlage extra veterinaire verklaring officiële dierenarts NVWA).




Ik stelde vast dat bij het verplaatsen van dieren, er handelingen werden verricht die verboden zijn. Het gebruik van de peddel is toegestaan, echter is het verboden om de dieren te slaan.”



Daarnaast is er een veterinaire verklaring van een toezichthoudende dierenarts van 19 oktober 2022 waarin het volgende staat:




“Ik ben door mijn collega-inspecteur, met toezichthoudersnummer 0036063, gevraagd om op dinsdag 27 september 2022 samen te kijken naar camerabeelden die eerder tijdens cameratoezicht zijn beoordeeld.




De camerabeelden die wij samen hebben gekeken zijn van 26 augustus 2022.





Ik heb gezien dat omstreeks 14:10 uur varkens worden opgedreven richting de restrainer. De varkens liepen niet recht vooruit de korf in richting de restrainer. Zij draaiden zich om met de achterband richting de korf. De varkens hadden geen ruimte om zich om te draaien naar de korf, omdat er een stalmedewerker in de baan bij de varkens met een schot voor hen stond en zij niet vooruit liepen. Op een bepaald moment gebruikte deze stalmedewerker, die in de aanvoerbaan stond, de peddel om op het hoofd van enkele varkens te slaan. Hierna klommen enkele varkens op elkaar.




Ik stelde vast dat bij het verplaatsen van dieren in het slachthuis handelingen werden verricht die verboden zijn.”



Daarnaast is er een verklaring van een andere toezichthoudende dierenarts van 28 februari 2023 waarin het volgende staat:




“Ik ben door mijn collega-inspecteur, met toezichthoudersnummer 0122615, gevraagd om als deskundige te beoordelen of het slaan met een peddel op de kop van een varken pijn veroorzaakt bij het dier.




Vanuit mijn deskundigheid als dierenarts kan ik verklaren dat het slaan met een peddel op de kop van een varken, vermijdbare angst en daardoor de spanning veroorzaakt. De peddel is gemaakt van hard plastic en is niet flexibel. Het slaan met een peddel brengt vermijdbare spanning met zich mee. Dat uitte zich in dat enkele dieren op elkaar klommen omdat ze geen ruimte hadden. Bovendien is de kop een heel gevoelig deel van een dier en het slaan op dit deel resulteert in het nog ergere lijden van het dier.”


3. Op grond van het rapport van bevindingen heeft verweerder vastgesteld dat eiseres de volgende beboetbare feiten heeft gepleegd:
a. “De bedrijfsexploitant waarborgt niet dat de in bijlage III opgenomen operationele voorschriften voor slachthuizen in acht worden genomen, want het is verboden om een dier te slaan.”

Volgens verweerder heeft eiseres daarmee een overtreding begaan van artikel 6.2, eerste lid, van de Wet dieren, gelezen in samenhang met artikel 5.8 van de Regeling houders van dieren, en met artikel 15, eerste lid, en Bijlage III, punt 1.8, onder a, van Verordening 1099/20091.
Voor deze overtreding geldt op grond van de Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren een standaardboetebedrag van € 2.500,-.

b. “Bij het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten werd er niet voor gezorgd dat de dieren elke vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden werd bespaard.”

Volgens verweerder heeft eiseres daarmee een overtreding begaan van artikel 6.2, eerste lid, van de Wet dieren, gelezen in samenhang met artikel 5.8 van de Regeling houders van dieren, en met artikel 3, eerste lid, van Verordening 1099/2009.
Voor deze overtreding geldt op grond van de Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren een standaardboetebedrag van € 2.500,-.



Bij de vaststelling van de hoogte van de boete heeft verweerder rekening gehouden met de omstandigheid dat de beboetbare feiten een dusdanige samenhang vertonen dat voor deze overtredingen tezamen slechts eenmaal een boetebedrag vastgesteld is, te weten eenmaal het boetebedrag van € 2.500.


4. De rechtbank beoordeelt of verweerder terecht heeft vastgesteld dat eiseres de beboetbare feiten heeft gepleegd en of verweerder daarvoor terecht een boete heeft gegeven. De rechtbank doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.

5. De rechtbank komt tot het oordeel dat verweerder de boete terecht heeft opgelegd. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit oordeel heeft.

6. Eiseres betwist niet dat de geconstateerde handelingen hebben plaatsgevonden. Wel plaatst eiseres vraagtekens bij de vaststelling dat hiermee vermijdbare pijn, lijden en spanning is toegebracht. Eiseres heeft dit dan ook niet erkend in haar zienswijze. Wel beseften de stalmedewerkers, nadat ze de beelden hadden bekeken, dat zij niet goed hadden gehandeld in hun omgang met de varkens. In het permanente streven van eiseres om te allen tijde alle risico’s op aantasting van dierenwelzijn te verminderen, is besloten de peddels in de stal en het verdoofgebied niet langer te gebruiken.


6.1.
Volgens vaste jurisprudentie van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) , mag een bestuursorgaan in beginsel uitgaan van de bevindingen in een rapport van bevindingen, indien de controle is verricht en het rapport is opgemaakt door een hiertoe bevoegde toezichthouder en het rapport zelf geen grond biedt om aan de juistheid van de bevindingen te twijfelen. Een toezichthouder wordt geacht te beschikken over de benodigde expertise om het wettelijk geregelde toezicht te houden. Aan de bevindingen van een toezichthouder van de NVWA kan daarom niet lichtvaardig voorbij worden gegaan. Indien de bevindingen worden betwist, zal moeten worden onderzocht of er, gelet op de aard en inhoud van die betwisting, grond bestaat voor zodanige twijfel aan die bevindingen dat deze niet of niet volledig aan de vaststelling van de overtreding ten grondslag kunnen worden gelegd.



6.2.

Naar het oordeel van de rechtbank is in het rapport van bevindingen duidelijk beschreven wat de toezichthouder op de camerabeelden van 26 augustus 2022 heeft waargenomen. Deze toezichthouder zag dat een medewerker met een niet flexibele, hard plastic peddel op de kop van enkele varkens sloeg met een bovenhandse slaande beweging. Ingeval een toezichthouder het vermoeden heeft dat er sprake is van een omissie, worden de beelden vervolgens bekeken door een toezichthoudend dierenarts. Daarom heeft in dit geval een week later, op 27 september 2022, een officiële dierenarts van de NVWA de beelden (samen met de toezichthouder) nogmaals bekeken. Volgens verweerder is dit een gebruikelijke (zorgvuldige) werkwijze en is dit niet ingegeven door twijfel over de gedane constatering, zoals eiseres in bezwaar wel heeft gesteld. Deze dierenarts heeft vervolgens in de veterinaire verklaring van 19 oktober 2022 verklaard dat een stalmedewerker een peddel gebruikte om op het hoofd van enkele varkens te slaan.
De door een tweede dierenarts op 28 februari 2023 afgegeven veterinaire verklaring is evenmin opgesteld vanwege mogelijke twijfel over bovengenoemde bevindingen. Deze verklaring is alleen opgesteld, omdat de eerdere veterinaire verklaring van 19 oktober 2022 geen verklaring bevatte over het al dan niet veroorzaken van pijn, spanning of lijden door de geconstateerde handelingen. In de verklaring van 28 februari 2023 is daar alsnog op ingegaan.
De rechtbank ziet geen aanleiding om aan de inhoud van het rapport van bevindingen of van de twee veterinaire verklaringen te twijfelen. Uit de veterinaire verklaring van 28 februari 2023 blijkt dat het slaan met een peddel vermijdbare spanning met zich meebrengt, wat zich uitte doordat enkele dieren op elkaar klommen omdat ze geen ruimte hadden. Verder blijkt uit de verklaring dat de kop bovendien een heel gevoelig deel van een dier is en dat het slaan op juist dit deel resulteert in een verergering van het lijden van het dier.
Naar het oordeel van de rechtbank blijkt hieruit in voldoende mate dat sprake is van de hiervoor genoemde twee overtredingen.




6.3.

De rechtbank vindt in dit geval de opgelegde boete evenredig, gelet op de aard en ernst van de geconstateerde overtredingen.
De rechtbank stelt vast dat eiseres geen bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 5:46, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft aangevoerd op grond waarvan verweerder de boete had moeten matigen.
Weliswaar heeft eiseres na de constatering de maatregel genomen om het gebruik van peddels niet meer toe te staan in de stal of het verdoofgebied, maar dat doet niet aan de geconstateerde overtredingen en de pijn en spanning die dat heeft veroorzaakt.






Conclusie en gevolgen


7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de boete in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.






Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.






Deze uitspraak is gedaan door mr. S.M. Goossens, rechter, in aanwezigheid van P. Deinum, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 23 april 2025.






De rechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen









griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.


Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen (https://mijn.rechtspraak.nl/keuze)” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het College van Beroep voor het bedrijfsleven, Postbus 20021, 2500 EA ’s-Gravenhage.



Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.




onder meer herhaald in ECLI:NL:CBB:2022:168 en ECLI:NL:CBB:2024:370