Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2025:2026

2025-02-21 Civiel recht; Verbintenissenrecht 11393555 CV EXPL 24-27939
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2025-02-21
Publicatiedatum
2025-02-18
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
11393555 CV EXPL 24-27939
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Eis afgewezen. Proceskosten gecompenseerd. Huurachterstand minder dan één maand huur. Anderhalve week na de dagvaarding komt afrekening stookkosten ter hoogte van teruggave van bijna drie maanden huur. Verrekening. In strijd met goede procesorde om op dat moment toch te dagvaarden. Rente en incassokosten afgewezen door onredelijk bezwarend boetebeding in de algemene voorwaarden.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.715 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM


locatie Rotterdam



zaaknummer: 11393555 CV EXPL 24-27939



datum uitspraak: 21 februari 2025




Vonnis van de kantonrechter




in de zaak van




Stichting Woonplus Schiedam,
vestigingsplaats: Schiedam,
eiseres,
gemachtigde: Timmermans gerechtsdeurwaarders,



tegen





[gedaagde]
,
woonplaats: [woonplaats],
gedaagde,
die zelf procedeert.





1De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:


de dagvaarding van 28 oktober 2024, met bijlagen;


het antwoord;


de akte van Woonplus.





1.2.

[gedaagde] heeft niet meer gereageerd op de akte van Woonplus.





2De beoordeling



Waar gaat de zaak over?




2.1.

[gedaagde] huurt vanaf 24 februari 2010 een woning van Woonplus. De huur is nu € 886,70 per maand. Op de datum van de dagvaarding (28 oktober 2024) had [gedaagde] een huurachterstand van € 629,62. Woonplus eist in de dagvaarding dat [gedaagde] dat bedrag met rente en kosten moet betalen. [gedaagde] erkent dat zij deze huurachterstand heeft, maar wijst op een teruggave stookkosten voor de periode tot en met juni 2024 van € 2.493,14 van 7 november 2024. Daar wil zij haar achterstand mee verrekenen. Dat doet de kantonrechter, zodat er geen huurachterstand meer bestaat. De rente en incassokosten zijn niet toewijsbaar, omdat hierover in de algemene voorwaarden een oneerlijk beding staat. Hierna wordt uitgelegd hoe tot dit oordeel is gekomen.



Er bestaat geen huurachterstand meer





2.2.
Het bedrag dat [gedaagde] van Woonplus terug krijgt voor de afrekening stookkosten van 1 juli 2023 tot 30 juni 204 is veel hoger dan de huurachterstand. [gedaagde] wil haar huurschuld verrekenen met de teruggave van de stookkosten (artikel 6:127 lid 1 BW). Zij voldoet aan de eisen voor verrekening. Door de verrekening bestaat er geen huurschuld meer.



Woonplus heeft geen recht op rente en incassokosten





2.3.
De kantonrechter wijst de incassokosten en de rente af. In artikel 13.3 van de algemene voorwaarden van Woonplus staat hierover namelijk een oneerlijke bepaling:


3. Indien huurder enige bepaling uit deze Algemene Voorwaarden overtreedt kan huurder verplicht worden tot het betalen van een onmiddellijk opeisbare boete van € 50,- (niveau 2003, geïndexeerd volgens de CBS consumentenprijsindex, alle Huishoudens, 2000=100) per kalenderdag ten behoeve van verhuurder, onverminderd zijn verplichting om alsnog overeenkomstig deze Algemene Voorwaarden te handelen en onverminderd verhuurders overige rechten op schadevergoeding.



Omdat die bepaling oneerlijk is, mag Woonplus daar geen beroep op doen en kan zij ook geen aanspraak maken op de incassokosten en rente uit de wet. De bepaling is oneerlijk, omdat daarin staat dat [gedaagde] een boete moet betalen als zij niet aan de verplichtingen uit de algemene voorwaarden voldoet. Daaronder valt ook het op tijd betalen van de huur (artikel 7.1 van de algemene voorwaarden). Op grond van de wet zou [gedaagde] als zij te laat betaalt alleen de wettelijke rente en incassokosten moeten betalen. Woonplus wijkt met de boete dus in het nadeel van een consument af van de wet door daarnaast een boete op te leggen. Dat maakt deze bepaling hier oneerlijk.




Verder geen oneerlijke bepalingen





2.4.
De kantonrechter heeft onderzocht of er nog andere oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zijn. Bepalingen die voor de beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst. Omdat de rente en incassokosten zijn afgewezen door de oneerlijke boetebepaling in de algemene voorwaarden, wordt het incassokostenbeding in artikel 5 van de huurovereenkomst niet beoordeeld.



De partijen dragen de eigen proceskosten





2.5.
De kantonrechter bepaalt dat de partijen de eigen proceskosten dragen. Dat betekent dat zij geen vergoeding hoeven te betalen voor de kosten die de andere partij heeft gemaakt. Hierna wordt uitgelegd waarom.



2.6.
Het bedrag van de huurachterstand is lager dan één maand huur. De teruggave stookkosten is bijna drie maanden huur. De afrekening van die stookkosten dateert van anderhalve week na de datum van de dagvaarding, terwijl het om de stookkosten tot en met juni 2024 gaat. Woonplus had als verhuurder op dat moment moeten weten dat die afrekening eraan zat te komen. Met die wetenschap is het onder deze omstandigheden in strijd met de goede procesorde om [gedaagde] ruim een week daarvoor toch te dagvaarden.





3De beslissing
De kantonrechter:


3.1.
wijst de eis af;



3.2.
bepaalt dat de partijen de eigen proceskosten dragen.


Dit vonnis is gewezen door mr. A. Lablans en in het openbaar uitgesproken.
703




Hof van Justitie van de Europese Unie 27 januari 2021 (Dexia)