Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2025:15806

2025-07-30 Civiel recht; Burgerlijk procesrecht C/10/695382 / HA ZA 25-195
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2025-07-30
Publicatiedatum
2026-07-27
Rechtsgebied
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/10/695382 / HA ZA 25-195
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Vordering tot onbevoegdverklaring afgewezen. Geen sprake van een arbitragebeding waarmee partijen vrijwillig en ondubbelzinnig afstand hebben gedaan van het recht op toegang tot de overheidsrechter.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (9.148 tekens)
vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM


Team handel en haven



zaaknummer / rolnummer: C/10/695382 / HA ZA 25-195




Vonnis in incident van 30 juli 2025




in de zaak van




STAR BONAIRE B.V.,
gevestigd te Zaandam,
eiseres in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat mr. L.J.C. Passer te Den Haag,



tegen




SPARKLING IMAGES B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat mr. H.J.D. ter Waarbeek te Zevenaar.




Partijen worden hierna Star Bonaire en Sparkling Images genoemd.






1De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:


de dagvaarding van 24 februari 2025 met producties 1 tot en met 13;


de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid;


de conclusie van antwoord in het incident met productie 14.





1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.






2De beoordeling in het incident

2.1.

Sparkling Images vordert dat de rechtbank zich bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad onbevoegd verklaart, met veroordeling van Star Bonaire in de (na)kosten van dit geding met rente. Volgens Sparkling Images is zij met Star Bonaire geschillenbeslechting door arbitrage overeengekomen. Ter onderbouwing verwijst Sparkling Images naar artikel 16(c) van de Memorandum of Agreement (hierna: MOA), die partijen op 26 september 2024 hebben gesloten: “This Agreement shall be governed by and construed in accordance with the laws of the Netherlands (state place) and any dispute arising out of or in connection with this Agreement shall be referred to arbitration at Rotterdam, (state place), subject to the procedures applicable there.”
Volgens Sparkling Images is hiermee aan de essentialia van een overeenkomst tot arbitrage voldaan en is niet nodig dat een arbitrage instituut, plaats van arbitrage, aantal arbiters of taal waarin moet worden gearbitreerd zijn aangewezen. Artikelen 1026 en 1027 Rv regelen hoe hiermee moet worden omgegaan. Bovendien is Rotterdam als plaats van arbitrage aangewezen en is door partijen overeengekomen dat Nederlands recht van toepassing is.




2.2.
Star Bonaire betwist dat partijen geschillenbeslechting door arbitrage zijn overeengekomen. Volgens haar was er geen wil om te arbitreren en afstand te doen van de overheidsrechter. Star Bonaire voert aan dat niet is voldaan aan de vereisten die gelden voor een geldige arbitrageovereenkomst. Artikel 16(c) van de MOA bevat volgens Star Bonaire zoveel onduidelijkheden dat deze niet bepaalbaar en niet uitvoerbaar is.



2.3.
De rechtbank overweegt als volgt. Artikel 1022 Rv bepaalt dat de rechter bij wie een geschil aanhangig is gemaakt waarover een overeenkomst tot arbitrage is gesloten, zich onbevoegd verklaart als een partij zich voor alle weren op het bestaan van die overeenkomst beroept. Niet in geschil is dat Sparkling Images dit heeft gedaan.



2.4.
Een arbitrageovereenkomst impliceert afstand van het recht op toegang tot het bij de wet ingestelde gerecht. Volgens vaste rechtspraak moet die afstand, net als de afstand van andere fundamentele rechten, vrijwillig en ondubbelzinnig geschieden. Nu partijen twisten over de uitleg van de tussen hen gesloten overeenkomst stelt de rechtbank voorop dat de vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding van partijen is geregeld, niet steeds kan worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van dat contract. Voor de beantwoording van die vraag komt het immers aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.



2.5.

De MOA is gebaseerd op de “Saleform 2012” een internationaal standaardmodelcontract van BIMCO dat kan worden gebruikt bij de koop en verkoop van zeeschepen. Onder ‘16. Law and Arbitration’ bevat dit model drie alternatieven (a), (b) en (c) waarvan de alternatieven die niet van toepassing zijn moeten worden doorgehaald. De alternatieven (a) en (b) zijn volledig uitgewerkt in het model en zien op arbitrageprocedures in (a) Londen en (b) New York. De bedingen onder (a) en (b) bevatten concrete verwijzingen naar het toepasselijke arbitragereglement: onder (a) wordt verwezen naar de toepasselijkheid van de ‘London Maritime Arbitrators Associaion (LMAA) Terms’ en onder (b) naar ‘the rules of the Society of Maritime Arbitrators, Inc.’. Verder zijn onder (a) en (b) het aantal arbiters en de benoemingsprocedure opgenomen.
Alternatief (c) dient nader te worden aangevuld:
“c) This Agreement shall be governed by and construed in accordance with the laws of [Type here] (state place) and any dispute arising out of or in connection with this Agreement shall be referred to arbitration at [Type here] (state place), subject to the procedures applicable there.”




2.6.
In de MOA zijn (a) en (b) doorgehaald. Uit het ingevulde beding zoals opgenomen onder (c) van de MOA blijkt (vertaald naar het Nederlands) ten aanzien van arbitrage dat “geschillen die voortvloeien uit of in verband met de overeenkomst worden verwezen naar arbitrage te Rotterdam, met inachtneming van de aldaar toepasselijke procedures”. Uit dit beding blijkt niet bij welke arbitrage-instantie de arbitrage zal plaatsvinden. Verder is (dientengevolge) ook niet duidelijk welk arbitragereglement zal worden toegepast.



2.7.

De rechtbank stelt vast dat bij het aangaan van dit beding (en ook naderhand) tussen partijen geen wilsovereenstemming heeft bestaan over deze punten: het blijkt niet uit de tekst van het beding, niet uit de stellingen van partijen en ook zijn geen omstandigheden gesteld of gebleken op grond waarvan partijen er redelijkerwijs vanuit mochten gaan dat hierover overeenstemming bestond. Het betreft echter wel punten die bij het aangaan van een overeenkomst waarbij geschillen aan de rechter worden onttrokken voor partijen van essentieel belang zijn, wat wordt bevestigd door het feit dat onder (a) en (b) wel wordt verwezen naar het toepasselijke arbitragereglement. Het beding is ook - zolang geen overeenstemming bestaat over het toepasselijke reglement of de aangewezen arbitrage-instantie - niet-uitvoerbaar. Het betreft bovendien meer dan onduidelijke of onuitvoerbare onderdelen in het beding waarvoor de regeling van artikel 1026 en 1027 Rv mogelijk een oplossing kan bieden.
Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook geen sprake van een arbitragebeding waarmee partijen vrijwillig en ondubbelzinnig afstand hebben gedaan van het recht op toegang tot de overheidsrechter.




2.8.
Deze rechtbank is als de rechtbank van de gekozen plaats (Rotterdam) bevoegd. De vordering tot onbevoegdverklaring zal worden afgewezen.



2.9.

Sparkling Images is in het incident in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Deze kosten van Star Bonaire worden begroot op: salaris advocaat € 614,00 (1 punt in liquidatietarief II) en € 178,00 aan nakosten (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing). Dat is in totaal € 792,00.
De gevorderde wettelijke rente hierover zal worden toegewezen zoals in het dictum bepaald.







3De beslissing
De rechtbank



in het incident




3.1.
wijst af de vordering tot onbevoegdverklaring,



3.2.
veroordeelt Sparkling Images in de kosten van de procedure, aan de zijde van Star Bonaire begroot op € 792,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Wordt bij niet betaling het vonnis daarna betekend, dan moet Sprakling Images € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening,



3.3.
veroordeelt Sparkling Images in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan,



3.4.
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,



in de hoofdzaak





3.5.
verwijst de zaak naar de rol van 10 september 2025 voor conclusie van antwoord,



3.6.
houdt iedere verdere beslissing aan.



Dit vonnis is gewezen door mr. D.L. Spierings en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2025.
615/2459




Baltic and International Maritime Council