Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2025:15803
2025-11-04
Strafrecht
25-022440
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Beklag ex. artikel 552a Sv is gegrond verklaard door de rechtbank. Klaagster heeft de personenauto van een Belgische relatie -met wie zij al jarenlang zaken doet- te goeder trouw gekocht. De personenauto is met succes bij de RDW aangeboden voor een keuring. Standpunt OM is dat deze personenauto in Portugal als gestolen staat geregistreerd. In het dossier bevindt zich slechts een uitdraai waaruit volgt dat de betreffende personenauto staat gesignaleerd.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (7.947 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM
Strafrecht
Zittingsplaats Rotterdam
raadkamernummer : 25-022440
datum : 4 november 2025
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klaagster] ., klaagster,
gevestigd op het adres [adres] , [postcode] [plaats] , ter zitting vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger] ,
bijgestaan door mr. C.G.A. Mattheussens, advocaat te Roosendaal.
Feiten
Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv, blijkt dat op 21 mei 2025 onder een ander dan klaagster een personenauto van het merk Toyota Za5p, Portugees kenteken [kentekennummer 1] , Nederlands kenteken [kentekennummer 2] in beslag is genomen.
Procedure
Het klaagschrift is op 8 juli 2025 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De rechtbank heeft op 3 oktober 2025 en 4 november 2025 het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld en heeft de klaagster, de advocaat, mr. C.G.A. Mattheussens en de officier van justitie, mr. A.W. van Gemert op zitting gehoord.
Beklag
Het beklag strekt tot teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp.
Namens de klaagster is aangevoerd dat zij de eigenaar is van de personenauto. Klaagster heeft de personenauto te goeder trouw gekocht van haar Belgische relatie [bedrijf] B.V., met wie zij al jarenlang zaken doet. Zij heeft hierbij alle bijhorende (originele) bescheiden ontvangen. Voordat de personenauto in Nederland werd ingevoerd, is de personenauto ter keuring aan de RDW aangeboden en door de RDW is de personenauto in orde bevonden. Er was geen enkele grondslag om te vermoeden dat de personenauto niet conform de wettelijke eisen kon worden aangekocht en verkocht. Het aankoopbedrag van € 38.000,= was gelet op het type auto, de kilometerstand en de ouderdom van de personenauto een reëel aankoopbedrag welk bedrag ook door de klaagster is betaald.
Op grond van deze feiten en omstandigheden mocht klaagster er redelijkerwijs van uitgaan dat [bedrijf] B.V. beschikkingsbevoegd was om de personenauto te verkopen en de eigendom te leveren.
Vervolgens heeft klaagster de personenauto als handelaar verkocht aan [persoon A] . [persoon A] heeft als particulier bij een erkende dealer een personenauto gekocht tegen een marktconforme prijs en hem zijn de originele documenten geleverd. Nu [persoon A] de vernietiging van de koopovereenkomst heeft ingeroepen en daaraan uitvoering is gegevens en [bedrijf] B.V. de vernietiging van de tussen haar en klaagster gesloten koopovereenkomst betwist, dient te gelden dat klaagster thans als rechthebbende dient te gelden. Het beslag dient bij gebreke van strafvorderlijk belang te worden opgeheven en teruggave dient te worden gelast aan klaagster nu de personenauto door haar te goeder trouw is verkregen.
Ter onderbouwing van het bovenstaande wordt verwezen naar een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West Brabant van 1 februari 2022.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie verzet zich tegen teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp aan de klaagster en heeft daartoe aangevoerd dat het belang van strafvordering zich daartegen verzet, omdat de personenauto in Portugal als gestolen staat geregistreerd. Bij controle bij de RDW bleek het chassisnummer vervalst en het originele te behoren bij de in Portugal gestolen auto.
Klaagster is te goeder trouw geweest, maar de oorspronkeleijke eigenaar kan de personenauto echter bij diefstal gedurende drie jaar daarna terugvorderen. De oorspronkele eigenaar, een Portugese overheidsinstelling, vordert de personenauto daadwerkelijk terug.
De koper kan zich hiertegen verweren indien het een consumentenkoop betreft, dat is hier echter niet het geval. De personenauto is bedrijfsmatig door klaagster aangekocht. Daarmee is de Portugese overheidsinstelling eigenaar.
De personenauto is, vanwege de diefstal, vatbaar voor onttrekking aan het verkeer en niet hoogst onwaarschijnlijk is het dat de strafrechter zal gelasten dat de personenauto in dat geval aan het verkeer wordt onttrokken.
Beoordeling
De rechtbank is bevoegd.
De rechtbank stelt dat vast is komen te staan dat de bedoelde personenauto op 21 mei 2025 op rechtmatige wijze onder een ander dan klaagster in beslag is genomen en dat het beslag nog voortduurt.
Verder stelt de rechtbank vast dat de eigendom van de personenauto als gevolg van de vernietigde (ver)koopovereenkomst tussen klaagster en een derde (weer) rust bij klaagster. Daarmee is klaagster belanghebbende en is zij ontvankelijk.
De officier van justitie heeft bevestigd dat in Nederland geen strafrechtelijk onderzoek loopt naar de inbeslaggenomen personenauto en dat klaagster (of haar directeur) niet als verdachte is of zal worden aangemerkt. Onder die omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het belang van strafvordering zich niet verzet tegen opheffing van het beslag.
Vervolgens ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld aan wie de personenauto dient te worden teruggegeven.
Namens klaagster is aangevoerd dat zij rechthebbende is aangezien zij bij de aanschaf van de personenauto te goeder trouw was. Zij heeft de personenauto gekocht bij een erkende onderneming, bij de levering zijn originele documenten verstrekt en het aankoopbedrag is marktconform. Daarnaast had klaagster geen reden om onregelmatigheden te vermoeden omdat zij de personenauto met succes bij de RDW heeft aangeboden voor een keuring. Klaagster heeft haar standpunt onderbouwd met stukken. Door de officier van justitie is met een beroep op artikel 3:86 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) het standpunt ingenomen dat de personenauto moet worden geretourneerd aan de oorspronkelijke eigenaar. Aangevoerd is dat de personenauto is ontvreemd in Portugal en dat de oorspronkelijke eigenaar (een Portugese overheidsinstelling) verzocht heeft om teruggave van de personenauto. Het standpunt van de officier van justitie is niet onderbouwd met stukken. Er is geen aangifte overlegd en evenmin iets waaruit blijkt dat de oorspronkelijke eigenaar zich binnen de vervaltermijn van 3 jaren tot de politie heeft gewend en te kennen heeft gegeven de personenauto als eigendom te willen opeisen. In het dossier bevindt zich slechts een uitdraai (SIRENE) waaruit volgt dat de betreffende personenauto staat gesignaleerd met als reden: “gestolen, verduisterd of vermist object”.
Met deze stand van zaken en gezien het summier karakter van het onderzoek in raadkamer is de rechtbank van oordeel dat klaagster als te goeder trouw kan worden aangemerkt en een beroep op artikel 3:86 BW door of namens de oorspronkelijke eigenaar niet opgaat, zodat de rechtbank van oordeel is dat klaagster rechthebbende is. Het beklag zal gegrond worden verklaard en teruggave aan klaagster zal worden gelast.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beklag gegrond en gelast de teruggave van de personenauto van het merk Toyota Za5p, Portugees kenteken [kentekennummer 1] , Nederlands kenteken [kentekennummer 2] aan klaagster.
Deze beslissing is gegeven door
mr. L.J.M. Janssen, rechter,
in tegenwoordigheid van S. Schlabs, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 17 november 2025.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor het Openbaar Ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na dagtekening van deze beslissing.
Strafrecht
Zittingsplaats Rotterdam
raadkamernummer : 25-022440
datum : 4 november 2025
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klaagster] ., klaagster,
gevestigd op het adres [adres] , [postcode] [plaats] , ter zitting vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger] ,
bijgestaan door mr. C.G.A. Mattheussens, advocaat te Roosendaal.
Feiten
Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv, blijkt dat op 21 mei 2025 onder een ander dan klaagster een personenauto van het merk Toyota Za5p, Portugees kenteken [kentekennummer 1] , Nederlands kenteken [kentekennummer 2] in beslag is genomen.
Procedure
Het klaagschrift is op 8 juli 2025 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De rechtbank heeft op 3 oktober 2025 en 4 november 2025 het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld en heeft de klaagster, de advocaat, mr. C.G.A. Mattheussens en de officier van justitie, mr. A.W. van Gemert op zitting gehoord.
Beklag
Het beklag strekt tot teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp.
Namens de klaagster is aangevoerd dat zij de eigenaar is van de personenauto. Klaagster heeft de personenauto te goeder trouw gekocht van haar Belgische relatie [bedrijf] B.V., met wie zij al jarenlang zaken doet. Zij heeft hierbij alle bijhorende (originele) bescheiden ontvangen. Voordat de personenauto in Nederland werd ingevoerd, is de personenauto ter keuring aan de RDW aangeboden en door de RDW is de personenauto in orde bevonden. Er was geen enkele grondslag om te vermoeden dat de personenauto niet conform de wettelijke eisen kon worden aangekocht en verkocht. Het aankoopbedrag van € 38.000,= was gelet op het type auto, de kilometerstand en de ouderdom van de personenauto een reëel aankoopbedrag welk bedrag ook door de klaagster is betaald.
Op grond van deze feiten en omstandigheden mocht klaagster er redelijkerwijs van uitgaan dat [bedrijf] B.V. beschikkingsbevoegd was om de personenauto te verkopen en de eigendom te leveren.
Vervolgens heeft klaagster de personenauto als handelaar verkocht aan [persoon A] . [persoon A] heeft als particulier bij een erkende dealer een personenauto gekocht tegen een marktconforme prijs en hem zijn de originele documenten geleverd. Nu [persoon A] de vernietiging van de koopovereenkomst heeft ingeroepen en daaraan uitvoering is gegevens en [bedrijf] B.V. de vernietiging van de tussen haar en klaagster gesloten koopovereenkomst betwist, dient te gelden dat klaagster thans als rechthebbende dient te gelden. Het beslag dient bij gebreke van strafvorderlijk belang te worden opgeheven en teruggave dient te worden gelast aan klaagster nu de personenauto door haar te goeder trouw is verkregen.
Ter onderbouwing van het bovenstaande wordt verwezen naar een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West Brabant van 1 februari 2022.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie verzet zich tegen teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp aan de klaagster en heeft daartoe aangevoerd dat het belang van strafvordering zich daartegen verzet, omdat de personenauto in Portugal als gestolen staat geregistreerd. Bij controle bij de RDW bleek het chassisnummer vervalst en het originele te behoren bij de in Portugal gestolen auto.
Klaagster is te goeder trouw geweest, maar de oorspronkeleijke eigenaar kan de personenauto echter bij diefstal gedurende drie jaar daarna terugvorderen. De oorspronkele eigenaar, een Portugese overheidsinstelling, vordert de personenauto daadwerkelijk terug.
De koper kan zich hiertegen verweren indien het een consumentenkoop betreft, dat is hier echter niet het geval. De personenauto is bedrijfsmatig door klaagster aangekocht. Daarmee is de Portugese overheidsinstelling eigenaar.
De personenauto is, vanwege de diefstal, vatbaar voor onttrekking aan het verkeer en niet hoogst onwaarschijnlijk is het dat de strafrechter zal gelasten dat de personenauto in dat geval aan het verkeer wordt onttrokken.
Beoordeling
De rechtbank is bevoegd.
De rechtbank stelt dat vast is komen te staan dat de bedoelde personenauto op 21 mei 2025 op rechtmatige wijze onder een ander dan klaagster in beslag is genomen en dat het beslag nog voortduurt.
Verder stelt de rechtbank vast dat de eigendom van de personenauto als gevolg van de vernietigde (ver)koopovereenkomst tussen klaagster en een derde (weer) rust bij klaagster. Daarmee is klaagster belanghebbende en is zij ontvankelijk.
De officier van justitie heeft bevestigd dat in Nederland geen strafrechtelijk onderzoek loopt naar de inbeslaggenomen personenauto en dat klaagster (of haar directeur) niet als verdachte is of zal worden aangemerkt. Onder die omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het belang van strafvordering zich niet verzet tegen opheffing van het beslag.
Vervolgens ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld aan wie de personenauto dient te worden teruggegeven.
Namens klaagster is aangevoerd dat zij rechthebbende is aangezien zij bij de aanschaf van de personenauto te goeder trouw was. Zij heeft de personenauto gekocht bij een erkende onderneming, bij de levering zijn originele documenten verstrekt en het aankoopbedrag is marktconform. Daarnaast had klaagster geen reden om onregelmatigheden te vermoeden omdat zij de personenauto met succes bij de RDW heeft aangeboden voor een keuring. Klaagster heeft haar standpunt onderbouwd met stukken. Door de officier van justitie is met een beroep op artikel 3:86 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) het standpunt ingenomen dat de personenauto moet worden geretourneerd aan de oorspronkelijke eigenaar. Aangevoerd is dat de personenauto is ontvreemd in Portugal en dat de oorspronkelijke eigenaar (een Portugese overheidsinstelling) verzocht heeft om teruggave van de personenauto. Het standpunt van de officier van justitie is niet onderbouwd met stukken. Er is geen aangifte overlegd en evenmin iets waaruit blijkt dat de oorspronkelijke eigenaar zich binnen de vervaltermijn van 3 jaren tot de politie heeft gewend en te kennen heeft gegeven de personenauto als eigendom te willen opeisen. In het dossier bevindt zich slechts een uitdraai (SIRENE) waaruit volgt dat de betreffende personenauto staat gesignaleerd met als reden: “gestolen, verduisterd of vermist object”.
Met deze stand van zaken en gezien het summier karakter van het onderzoek in raadkamer is de rechtbank van oordeel dat klaagster als te goeder trouw kan worden aangemerkt en een beroep op artikel 3:86 BW door of namens de oorspronkelijke eigenaar niet opgaat, zodat de rechtbank van oordeel is dat klaagster rechthebbende is. Het beklag zal gegrond worden verklaard en teruggave aan klaagster zal worden gelast.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beklag gegrond en gelast de teruggave van de personenauto van het merk Toyota Za5p, Portugees kenteken [kentekennummer 1] , Nederlands kenteken [kentekennummer 2] aan klaagster.
Deze beslissing is gegeven door
mr. L.J.M. Janssen, rechter,
in tegenwoordigheid van S. Schlabs, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 17 november 2025.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor het Openbaar Ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na dagtekening van deze beslissing.