Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2025:15039

2025-12-18 Civiel recht; Arbeidsrecht 11846490 VZ VERZ 25-5726
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2025-12-18
Publicatiedatum
2025-12-24
Rechtsgebied
Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure
Beschikking
Zaaknummer
11846490 VZ VERZ 25-5726
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | VAAN-AR-Updates.nl 2026-0019 | AR-Updates.nl 2026-0019

Inhoudsindicatie

Arbeidsrecht. Ontbindingsverzoek op e-grond toegewezen. Werknemer is niet verschenen in deze procedure en heeft dus de stellingen van werkgeefster niet weersproken. Werknemer onttrekt zich structureel aan contact met werkgever en bedrijfsarts. De opzegtermijn wordt in acht genomen bij het bepalen van de datum dat de arbeidsovereenkomst eindigt, omdat ernstige verwijtbaarheid niet wordt aangenomen. Ter zitting is ter sprake gekomen dat werknemer in een slechte psychische toestand lijkt te verkeren. Daarom kan niet vastgesteld worden dat de gedragingen van werknemer hem in ernstige mate kunnen worden toegerekend.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.956 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM


locatie Rotterdam



zaaknummer: 11846490 VZ VERZ 25-5726



datum uitspraak: 18 december 2025




Beschikking van de kantonrechter




in de zaak van





[verzoekster]
,
vestigingsplaats: Rotterdam,
verzoekster,
gemachtigde: mr. E.W. Kingma,



tegen





[verweerder]
,
woonplaats: Rotterdam,
verweerder,
die niet heeft gereageerd.



De partijen worden hierna ‘[verzoekster]’ en ‘[verweerder]’ genoemd.





1De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit het verzoekschrift met bijlagen en de mail van [verzoekster] van 19 november 2025 met een bijlage, zijnde een oproepingsexploot.



1.2.
Op 16 december 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was namens [verzoekster] [naam] aanwezig, met de gemachtigde van [verzoekster]. [verweerder] is, hoewel hij daartoe bij exploot is opgeroepen, niet verschenen op de zitting.





2De beoordeling



Waar gaat de zaak over?




2.1.
De kantonrechter stelt voorop dat, omdat [verweerder] niet heeft gereageerd in deze procedure en dus de stellingen van [verzoekster] niet heeft betwist, uitgegaan wordt van de juistheid van die stellingen.



2.2.


[verweerder] is sinds 22 november 2021 bij [verzoekster] in dienst. De functie van [verweerder] is Operator Productie A. [verweerder] heeft zich op 18 april 2025 ziekgemeld.
Op 24 april 2025 heeft [verweerder] aan zijn leidinggevende bericht dat hij zich fysiek en mentaal uitgeput voelt, geen motivatie meer heeft, kampt met depressieve gevoelens en dat zijn langste tijd bij [verzoekster] erop zit. Op 28 april 2025 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen partijen, waarbij [verweerder] heeft aangegeven dat hij niet meer terug wilde keren bij [verzoekster]. Daarna heeft [verzoekster], ondanks pogingen daartoe, geen contact meer kunnen krijgen met [verweerder].

[verzoekster] heeft op 1 mei 2025 de arbodienst ingeschakeld, maar [verweerder] is steeds niet verschenen op gesprekken met de bedrijfsarts, waarvoor hij werd uitgenodigd.

[verzoekster] heeft met ingang van 1 juli 2025 de loonbetaling aan [verweerder] gestaakt.
Dit heeft er niet toe geleid dat [verweerder] contact opnam met [verzoekster].




2.3.

[verzoekster] verzoekt nu de arbeidsovereenkomst met [verweerder] op de kortst mogelijke termijn te ontbinden, primair omdat sprake is verwijtbaar handelen of nalaten (e-grond).



De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden





2.4.
De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden. Als het opzegverbod tijdens ziekte geldt, gaat de kantonrechter ervan uit dat het verzoek hier geen verband mee houdt (artikel 7:671b lid 6 BW). Er is verder voldaan aan de voorwaarden voor opzegging (artikel 7:669 lid 1 BW). Dit laatste wordt hierna toegelicht.



Er is een redelijke grond





2.5.
Een voorwaarde voor ontbinding van een arbeidsovereenkomst is dat daar een redelijke grond voor is (artikel 7:669 lid 1 BW).



2.6.

[verzoekster] stelt (primair) dat sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerder], waardoor het niet redelijk is om de arbeidsovereenkomst voort te laten duren (artikel 7:669 lid 3 onder e BW). De kantonrechter vindt dat sprake is van deze redelijke grond. [verweerder] onttrekt zich immers structureel aan contact met [verzoekster] en de bedrijfsarts, en als er sprake is van arbeidsongeschiktheid, dan weigert hij op deze manier ook medewerking te verlenen aan herstel en re-integratie. Dit acht de kantonrechter zodanig verwijtbaar dat ontbinding van de arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd is.




[verweerder] kan niet worden herplaatst





2.7.

Voor ontbinding is verder vereist dat [verweerder] niet binnen een redelijke termijn kan worden herplaatst in een andere passende functie (artikel 7:669 lid 1 BW).
Omdat sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerder], ligt het niet voor de hand dat [verweerder] kan worden herplaatst.




De arbeidsovereenkomst eindigt op 1 februari 2026





2.8.

Het einde van de arbeidsovereenkomst wordt bepaald op 1 februari 2026 (artikel 7:671b lid 9 BW). Daarbij is rekening gehouden met de opzegtermijn en de duur van deze procedure, omdat niet wordt aangenomen dat sprake van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerder].
Hoewel niet is vastgesteld wat de gezondheidssituatie van [verweerder] precies is, lijkt hij in een slechte psychische toestand te verkeren. [verzoekster] heeft op de zitting beaamd dat dat inderdaad het geval lijkt te zijn. Het kan daarom niet worden vastgesteld dat de gedragingen van [verweerder] hem in ernstige mate kunnen worden toegerekend. Daarmee kan niet worden geconstateerd dat sprake is van ernstige verwijtbaarheid.






[verweerder] moet de proceskosten betalen





2.9.

[verweerder] wordt als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. De kantonrechter begroot de kosten die [verweerder] aan [verzoekster] moet betalen op € 135,00 aan griffierecht, € 543,00 aan salaris voor de gemachtigde en € 135,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 813,00. Hier kan nog een bedrag bij komen als deze beschikking wordt betekend.



De beschikking is voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad





2.10.
Deze beschikking wordt voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 288 Rv).





3De beslissing
De kantonrechter:


3.1.
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen per 1 februari 2026;



3.2.
veroordeelt [verweerder] in de proceskosten, die aan de kant van [verzoekster] worden begroot op € 813,00;



3.3.
verklaart deze beschikking voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.



3.4.
wijst al het andere af.


Deze beschikking is gegeven door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
757