Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2025:1418
2025-01-30
Civiel recht; Verbintenissenrecht
10860266 CV EXPL 24-78
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Aanneming. Aanbouw vertoont gebreken. Vordering van aannemer afgewezen. Vordering in reconventie toegewezen. Verwijzing naar schadestaatprocedure.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (8.527 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Dordrecht
zaaknummer: 10860266/ CV EXPL 24-78
vonnis van 30 januari 2025 van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [woonplaats 1] ,
eiser in conventie,
verweerder in reconventie,
gemachtigde: Juristo Incasso Juristen B.V.,
tegen
1 [gedaagde 1] , en:
2. [gedaagde 2],
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde in conventie,
eisers in reconventie,
gemachtigde: Van Beest, Knol & Vermeulen.
Partijen worden aangeduid als [eiser] en [gedaagden]
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kantonrechter heeft kennis genomen van de stukken die zijn genoemd in het tussenvonnis van 15 augustus 2024.
1.2.
Bij tussenvonnis van 15 augustus 2024 is [naam] van
Kode Consult benoemd tot deskundige om – kortweg - vragen te beantwoorden over de gebreken aan de aanbouw. De kantonrechter heeft bepaald dat [gedaagden] het voorschot van € 5.420,80 moeten betalen.
1.3.
Ondanks twee uitstellen hebben [gedaagden] het voorschot niet betaald. De zaak is naar de rol van 30 januari 2025 verwezen voor vonnis.
2Samenvatting
2.1.
[gedaagden] hebben [eiser] onder meer opdracht gegeven tot het bouwen van een aanbouw aan hun woning. [eiser] vordert betaling van een restant van de aanneemsom. De kantonrechter wijst de vordering af. De aanbouw is niet opgeleverd en vertoont gebreken.
2.2.
[gedaagden] hebben tegenvorderingen ingesteld. Zij vorderen schadevergoeding, omdat de aanbouw gebreken vertoont. Omdat [gedaagden] het voorschot van de deskundige niet hebben betaald, kan de kantonrechter de schade niet begroten. De kantonrechter veroordeelt [eiser] tot het betalen van een schadevergoeding op te maken bij staat. De tegenvordering van [gedaagden] zal worden toegewezen voor wat betreft de tuindeuren en de raamkozijnen. [eiser] heeft die niet geleverd. [gedaagden] vorderen dat de kantonrechter de aanneemovereenkomsten ontbindt. [eiser] moet terugbetalen wat [gedaagden] hebben betaald.
3De feiten
De kantonrechter verwijst naar de feiten die zijn weergegeven in het tussenvonnis van 4 juli 2024.
4Het geschil
In conventie
4.1.
[eiser] vordert dat [gedaagden] bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 16.513,38 met rente en kosten. [gedaagden] hebben verweer gevoerd.
In reconventie
4.2.
[gedaagden] vorderen een schadevergoeding van € 160.000,00 en kosten. [gedaagden] hebben ter zitting hun vordering vermeerderd en zij vorderen ook ontbinding van de aannemingsovereenkomsten voor de tuindeuren en de raamkozijnen.
5De beoordeling
In conventie
5.1.
de kantonrechter verwijst naar het tussenvonnis van 4 juli 2024, waarin is geoordeeld dat [gedaagden] betaling van de vorderingen van [eiser] mochten opschorten. Om die reden wordt de vordering van [eiser] afgewezen.
In reconventie
Tuindeuren en raamkozijnen
5.2.
[gedaagden] hebben € 4.130,00 betaald voor de levering en plaatsing van tuindeuren die niet zijn geleverd en geplaatst. [gedaagden] hebben € 2.500,00 betaald voor de levering en plaatsing van raamkozijnen die niet zijn geleverd en geplaatst. [eiser] is op 7 november 2022 in gebreke gesteld, maar is niet nagekomen. Ter zitting hebben [gedaagden] verklaard dat zij hun geld terug willen. De kantonrechter begrijpt deze verklaring als een beroep op ontbinding. Die vordering is toewijsbaar. [eiser] is immers tekortgekomen in de nakoming van deze twee aannemingsovereenkomsten en hij is in verzuim. De aannemingsovereenkomsten met betrekking tot de tuindeuren en de raamkozijnen zullen worden ontbonden. Dat heeft tot gevolg dat [eiser] moet terugbetalen wat [gedaagden] hebben betaald. [eiser] zal worden veroordeeld om € 6.630,00 terug te betalen.
Aanbouw
5.3.
[gedaagden] stellen dat [eiser] is tekortgekomen in de nakoming van de aannemingsovereenkomst met betrekking tot de aanbouw en dat zij als gevolg hiervan een schade hebben geleden van € 160.000,00.
5.4.
Zoals is geoordeeld in het tussenvonnis van 4 juli 2024 vertoont de aanbouw die [eiser] heeft gebouwd gebreken. [eiser] is in de nakoming tekortgekomen. [gedaagden] hebben de aannemingsovereenkomst met betrekking tot de aanbouw niet ontbonden en vorderen ook niet de ontbinding, dus de kantonrechter kan [eiser] niet veroordelen om de aanneemsommen terug te betalen. [gedaagden] vorderen schadevergoeding. Die vordering wordt toegewezen. [eiser] is aansprakelijk voor de schade die hij heeft toegebracht aan de aanbouw zelf en aan de woning. Dat het herstel van die schade € 160.000,00 zal kosten, zoals [gedaagden] stellen, staat echter onvoldoende vast. [gedaagden] hebben de gelegenheid gehad om door middel van een deskundigenbericht de omvang van de schade aannemelijk te maken, maar zij hebben die mogelijkheid niet benut. Zij hebben immers het voorschot van de deskundige niet betaald. Daardoor kan de kantonrechter de schade die [gedaagden] hebben geleden niet begroten.
5.5.
Dat er aanzienlijke schade is, staat wel voldoende vast. De kantonrechter veroordeelt [eiser] daarom tot het betalen van schadevergoeding op te maken bij staat. Dat betekent dat het initiatief bij [gedaagden] wordt gelegd om deze procedure eventueel een vervolg te geven. In de schadestaatprocedure zal de omvang van de schade kunnen worden vastgesteld.
In conventie en in reconventie
5.6.
[eiser] is overwegend in het ongelijk gesteld en hij en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagden] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
2.442,00
2 x € 406,00 plus 2 x € 815,00
- nakosten
€
135,00
Totaal
€
2.577,00
6De beslissing
De kantonrechter
in conventie:
6.1.
wijst de vordering van [eiser] af,
in reconventie:
6.2.
ontbindt de aannemingsovereenkomst tussen [eiser] en [gedaagden] met betrekking tot de tuindeuren (offertenummer 202200045) en de raamkozijnen (offertenummer 202200050),
6.3.
veroordeelt [eiser] om aan [gedaagden] te betalen € 6.630,00,
6.4.
veroordeelt [eiser] tot vergoeding aan [gedaagden] van de door [gedaagden] te lijden schade in verband met het herstel van de aanbouw en de woning, nader op te maken bij staat,
6.5.
veroordeelt [eiser] om aan [gedaagden] te betalen € 2.577,00 aan proceskosten,
6.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.D. Olden en uitgesproken op de openbare terechtzitting door de rolrechter.
[3669]
Artikel 6:265 BW.
Artikel 612 Rv.
locatie Dordrecht
zaaknummer: 10860266/ CV EXPL 24-78
vonnis van 30 januari 2025 van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [woonplaats 1] ,
eiser in conventie,
verweerder in reconventie,
gemachtigde: Juristo Incasso Juristen B.V.,
tegen
1 [gedaagde 1] , en:
2. [gedaagde 2],
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde in conventie,
eisers in reconventie,
gemachtigde: Van Beest, Knol & Vermeulen.
Partijen worden aangeduid als [eiser] en [gedaagden]
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kantonrechter heeft kennis genomen van de stukken die zijn genoemd in het tussenvonnis van 15 augustus 2024.
1.2.
Bij tussenvonnis van 15 augustus 2024 is [naam] van
Kode Consult benoemd tot deskundige om – kortweg - vragen te beantwoorden over de gebreken aan de aanbouw. De kantonrechter heeft bepaald dat [gedaagden] het voorschot van € 5.420,80 moeten betalen.
1.3.
Ondanks twee uitstellen hebben [gedaagden] het voorschot niet betaald. De zaak is naar de rol van 30 januari 2025 verwezen voor vonnis.
2Samenvatting
2.1.
[gedaagden] hebben [eiser] onder meer opdracht gegeven tot het bouwen van een aanbouw aan hun woning. [eiser] vordert betaling van een restant van de aanneemsom. De kantonrechter wijst de vordering af. De aanbouw is niet opgeleverd en vertoont gebreken.
2.2.
[gedaagden] hebben tegenvorderingen ingesteld. Zij vorderen schadevergoeding, omdat de aanbouw gebreken vertoont. Omdat [gedaagden] het voorschot van de deskundige niet hebben betaald, kan de kantonrechter de schade niet begroten. De kantonrechter veroordeelt [eiser] tot het betalen van een schadevergoeding op te maken bij staat. De tegenvordering van [gedaagden] zal worden toegewezen voor wat betreft de tuindeuren en de raamkozijnen. [eiser] heeft die niet geleverd. [gedaagden] vorderen dat de kantonrechter de aanneemovereenkomsten ontbindt. [eiser] moet terugbetalen wat [gedaagden] hebben betaald.
3De feiten
De kantonrechter verwijst naar de feiten die zijn weergegeven in het tussenvonnis van 4 juli 2024.
4Het geschil
In conventie
4.1.
[eiser] vordert dat [gedaagden] bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 16.513,38 met rente en kosten. [gedaagden] hebben verweer gevoerd.
In reconventie
4.2.
[gedaagden] vorderen een schadevergoeding van € 160.000,00 en kosten. [gedaagden] hebben ter zitting hun vordering vermeerderd en zij vorderen ook ontbinding van de aannemingsovereenkomsten voor de tuindeuren en de raamkozijnen.
5De beoordeling
In conventie
5.1.
de kantonrechter verwijst naar het tussenvonnis van 4 juli 2024, waarin is geoordeeld dat [gedaagden] betaling van de vorderingen van [eiser] mochten opschorten. Om die reden wordt de vordering van [eiser] afgewezen.
In reconventie
Tuindeuren en raamkozijnen
5.2.
[gedaagden] hebben € 4.130,00 betaald voor de levering en plaatsing van tuindeuren die niet zijn geleverd en geplaatst. [gedaagden] hebben € 2.500,00 betaald voor de levering en plaatsing van raamkozijnen die niet zijn geleverd en geplaatst. [eiser] is op 7 november 2022 in gebreke gesteld, maar is niet nagekomen. Ter zitting hebben [gedaagden] verklaard dat zij hun geld terug willen. De kantonrechter begrijpt deze verklaring als een beroep op ontbinding. Die vordering is toewijsbaar. [eiser] is immers tekortgekomen in de nakoming van deze twee aannemingsovereenkomsten en hij is in verzuim. De aannemingsovereenkomsten met betrekking tot de tuindeuren en de raamkozijnen zullen worden ontbonden. Dat heeft tot gevolg dat [eiser] moet terugbetalen wat [gedaagden] hebben betaald. [eiser] zal worden veroordeeld om € 6.630,00 terug te betalen.
Aanbouw
5.3.
[gedaagden] stellen dat [eiser] is tekortgekomen in de nakoming van de aannemingsovereenkomst met betrekking tot de aanbouw en dat zij als gevolg hiervan een schade hebben geleden van € 160.000,00.
5.4.
Zoals is geoordeeld in het tussenvonnis van 4 juli 2024 vertoont de aanbouw die [eiser] heeft gebouwd gebreken. [eiser] is in de nakoming tekortgekomen. [gedaagden] hebben de aannemingsovereenkomst met betrekking tot de aanbouw niet ontbonden en vorderen ook niet de ontbinding, dus de kantonrechter kan [eiser] niet veroordelen om de aanneemsommen terug te betalen. [gedaagden] vorderen schadevergoeding. Die vordering wordt toegewezen. [eiser] is aansprakelijk voor de schade die hij heeft toegebracht aan de aanbouw zelf en aan de woning. Dat het herstel van die schade € 160.000,00 zal kosten, zoals [gedaagden] stellen, staat echter onvoldoende vast. [gedaagden] hebben de gelegenheid gehad om door middel van een deskundigenbericht de omvang van de schade aannemelijk te maken, maar zij hebben die mogelijkheid niet benut. Zij hebben immers het voorschot van de deskundige niet betaald. Daardoor kan de kantonrechter de schade die [gedaagden] hebben geleden niet begroten.
5.5.
Dat er aanzienlijke schade is, staat wel voldoende vast. De kantonrechter veroordeelt [eiser] daarom tot het betalen van schadevergoeding op te maken bij staat. Dat betekent dat het initiatief bij [gedaagden] wordt gelegd om deze procedure eventueel een vervolg te geven. In de schadestaatprocedure zal de omvang van de schade kunnen worden vastgesteld.
In conventie en in reconventie
5.6.
[eiser] is overwegend in het ongelijk gesteld en hij en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagden] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
2.442,00
2 x € 406,00 plus 2 x € 815,00
- nakosten
€
135,00
Totaal
€
2.577,00
6De beslissing
De kantonrechter
in conventie:
6.1.
wijst de vordering van [eiser] af,
in reconventie:
6.2.
ontbindt de aannemingsovereenkomst tussen [eiser] en [gedaagden] met betrekking tot de tuindeuren (offertenummer 202200045) en de raamkozijnen (offertenummer 202200050),
6.3.
veroordeelt [eiser] om aan [gedaagden] te betalen € 6.630,00,
6.4.
veroordeelt [eiser] tot vergoeding aan [gedaagden] van de door [gedaagden] te lijden schade in verband met het herstel van de aanbouw en de woning, nader op te maken bij staat,
6.5.
veroordeelt [eiser] om aan [gedaagden] te betalen € 2.577,00 aan proceskosten,
6.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.D. Olden en uitgesproken op de openbare terechtzitting door de rolrechter.
[3669]
Artikel 6:265 BW.
Artikel 612 Rv.