Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2025:1385

2025-02-10 Bestuursrecht; Belastingrecht ROT 24/10638
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2025-02-10
Publicatiedatum
2025-02-04
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
ROT 24/10638
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Tweede beroep niet tijdig beslissen op bezwaarschrift (Wet hersteloperatie toeslagen/WHT)

Citeert (6)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.948 tekens)
Rechtbank Rotterdam


Bestuursrecht



zaaknummer: ROT 24/10638




uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 februari 2025 als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen




[eiseres] , uit Rotterdam, eiseres,
gemachtigde: mr. S. Arakelyan,


en


Dienst Toeslagen, verweerder.




Procesverloop


Met de uitspraak van 13 december 2023 (ROT 23/7104) heeft de rechtbank verweerder opgedragen een besluit te nemen op het bezwaar van eiseres tegen de beschikking van 5 december 2022 met kenmerk [kenmerk] .



Eiseres heeft opnieuw beroep ingesteld vanwege het niet tijdig nemen van een besluit.



Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.





Overwegingen



De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat zich in deze zaak een van de gevallen voordoet zoals genoemd in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en een zitting daarom niet nodig is.


Niet in geschil is dat verweerder in gebreke is met het tijdig nemen van een besluit. Omdat de rechtbank verweerder eerder heeft opgedragen een besluit te nemen, hoefde eiseres verweerder niet opnieuw in gebreke te stellen. Het maximum van de eerder door de rechtbank opgelegde dwangsom is bereikt. Het beroep is daarom gegrond.


3. Dit beroep is gericht tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar. Er is sprake van een bijzonder geval als bedoeld in artikel 8:55d, derde lid, van de Awb. Verweerder moet binnen twintig weken na de dag waarop de uitspraak wordt verzonden een besluit op het bezwaar van eiseres bekendmaken.
4. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb dat verweerder een dwangsom verbeurt als hij de gestelde termijn overschrijdt. De rechtbank stelt de hoogte van de dwangsom vast op € 50,- per dag dat de termijn overschreden wordt, met een maximum van € 15.000,-. De rechtbank ziet geen aanleiding om een hoger bedrag toe te kennen.
5. Omdat het beroep gegrond is, moet verweerder het door eiseres betaalde griffierecht vergoeden.
6. De rechtbank veroordeelt verweerder verder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 907,- en wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat deze zaak van licht gewicht is, omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Bpb, is niet gebleken.


Beslissing


De rechtbank:



verklaart het beroep gegrond;


vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit;


draagt verweerder op binnen twintig weken na verzending van het afschrift van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken op het bezwaar van eiseres;


bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 50,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;


bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 51,- aan eiseres vergoedt;


veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 453,50.





Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Zoethout, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 10 februari 2025.





De griffier is verhinderd


de uitspraak te ondertekenen.





griffier rechter




Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.



Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 8 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:673.


Zie de uitspraak van deze rechtbank van 15 juli 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:6560.


Zie de uitspraak van deze rechtbank van 15 juli 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:6560.


Zie de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:591; 22 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4784; en 16 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:657.