Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2024:7177

2024-07-30 Civiel recht; Verbintenissenrecht C/10/683168 / KG ZA 24-732
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2024-07-30
Publicatiedatum
2024-08-01
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Kort geding
Zaaknummer
C/10/683168 / KG ZA 24-732
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Kort geding. Krakers bedrijfspand. Verstek. Toewijzing ontruiming maar niet onmidellijk. Wettelijke termijn drie dagen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.260 tekens)
vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM


Team handel en haven




zaaknummer / rolnummer: C/10/683168 / KG ZA 24-732




Vonnis in kort geding van 30 juli 2024




in de zaak van



de besloten vennootschap HCI 360 INNSBRUCKWEG B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
eiseres,
advocaat mr. J.A. le Clercq te Amsterdam,



tegen





ZIJ DIE VERBLIJVEN OF WONEN OP DE ONROERENDE ZAAK OF EEN GEDEELTE DAARVAN, STAANDE EN GELEGEN TE ( [postcode] ) ROTTERDAM AAN DE [straatnaam] [huisnummers],
te Rotterdam,
gedaagden,
niet verschenen.






1De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit de dagvaarding met producties en de mondelinge behandeling op 29 juli 2024.






2De beoordeling

2.1.
Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat het gevraagde verstek wordt verleend.



2.2.
Voor zover het gevorderde niet onrechtmatig of ongegrond is, wordt het toegewezen.



2.3.

Afgewezen wordt het deel van de vordering “dat de onroerende zaak onmiddellijk mag worden ontruimd”. Onmiddellijke ontruiming is in strijd met artikel 555 lid 1 Rv dat bepaalt: “De gedwongen ontruiming van onroerende zaken moet worden voorafgegaan door een exploot van een deurwaarder, houdende bevel om binnen drie dagen aan de executoriale titel te voldoen, alsmede een vermelding van de datum van ontruiming.”.
De gevorderde machtiging sterke arm is, gelet op het bepaalde in artikel 557 en 444 lid 2 Rv, niet nodig en wordt daarom ook afgewezen.
De gevorderde dwangsom wordt eveneens afgewezen. De mogelijkheid tot gedwongen ontruiming is al een voldoende dwangmiddel.
Tenuitvoerlegging op de minuut wordt afgewezen omdat de mogelijkheid daartoe is afgeschaft met ingang van 1 januari 2002. Uitvoerbaarheid op alle dagen en uren wordt afgewezen omdat de noodzaak van ontruiming buiten de uren tussen 07.00 en 20.00 uur – op maandag tot en met zaterdag – niet is gesteld en onderbouwd.




2.4.
Gedaagden worden als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. De kosten van eiseres worden begroot op:
- dagvaarding € 112,37
- griffierecht 688,00
- salaris advocaat 715,00
- nakosten 135,00


Totaal € 1.650,37




2.5.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.






3De beslissing
De voorzieningenrechter


3.1.
verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagden,



3.2.

veroordeelt gedaagden de door hen gekraakte onroerende zaak gelegen aan de [straatnaam] [huisnummers] ( [postcode] ) Rotterdam, met al de hunnen en het hunne
leeg en ontruimd aan eiseres op te leveren binnen drie dagen nadat eiseres exploot heeft gedaan op de wijze van artikel 555 lid 1 Rv en bepaalt dat eiseres dit vonnis gedurende zes maanden na de ontruiming ten uitvoer kan leggen in geval van hernieuwde kraak conform artikel 557a lid 3 Rv,




3.3.
veroordeelt gedaagden in de proceskosten van € 1.650,37, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als gedaagden niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten gedaagden € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;



3.4.
veroordeelt gedaagden in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan.



3.5.
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,



3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.


Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2024.



[2517/2009]