Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2024:4958
2024-05-17
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
10844818
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verwijzingsvonnis in huurzaak. Kantonrechter te Rotterdam is niet bevoegd. Verwijzing naar de kantonrechter te 's Hertogenbosch.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.527 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10844818 CV EXPL 23-33249
datum uitspraak: 17 mei 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
1
[eiser 1],
2. [eiser 2],
beiden wonende te [woonplaats],
eisers in conventie,
verweerders in (voorwaardelijke) reconventie,
gemachtigde: mr. A.H. Videler,
tegen
1
[gedaagde 1],
2. [gedaagde 2],
beiden gevestigd te [vestigingsplaats],
gedaagden in conventie,
eiseressen in (voorwaardelijke) reconventie,
gemachtigde: mr. M.A.C. Backx.
De partijen worden hierna ‘[eiser 1] en [eiser 2]’ en ‘[gedaagde 1] en [gedaagde 2]’ genoemd.
1De procedure
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 11 december 2023, met bijlagen 1 tot en met 18;
het antwoord en eis in reconventie (tegeneis), met bijlagen 1 tot en met 5;
de mail van 2 februari 2024 met de akte van [eiser 1] en [eiser 2];
de mail van 6 februari 2024 met de akte van [gedaagde 1] en [gedaagde 2];
het antwoord in reconventie tevens eiswijziging, met bijlagen 18 tot en met 20.
1.2.
Partijen zijn uitgenodigd voor een zitting op 15 mei 2024. Deze is niet doorgegaan. Hierna wordt uitgelegd waarom.
2De beoordeling
Kantonrechter te Rotterdam niet bevoegd
2.1.
De kantonrechter te Rotterdam is niet bevoegd om deze zaak te behandelen. Het geschil betreft namelijk de huurwoning van [eiser 1] en [eiser 2] in [woonplaats]. Uit de wet volgt dat in dit soort zaken uitsluitend bevoegd is de rechter binnen wiens rechtsgebied de woning gelegen is (art. 103 Rv).
2.2.
Het was mogelijk geweest om de kantonrechter te Rotterdam bevoegd te maken (art. 108 lid 1 en 2 Rv), maar partijen hebben laten weten niet een daartoe strekkende overeenkomst te hebben gesloten. Gevraagd is om de zitting op 15 mei niet te laten doorgaan en de zaak te verwijzen naar de wel bevoegde rechter.
Verwijzing naar de kantonrechter te ’s Hertogenbosch
2.3.
Omdat de huurwoning in Uden ligt is de kantonrechter te ’s Hertogenbosch bevoegd. Daarom wordt de zaak verwezen naar de rechtbank Oost Brabant, locatie
’s Hertogenbosch, om daar door de kantonrechter te worden behandeld. In art. 110 lid 2 Rv is bepaald dat artikel 74, eerste lid en derde lid, eerste zin, Rv van toepassing zijn. Dat betekent dat de zaak bij de kantonrechter in ’s-Hertogenbosch begint met een oproeping bij exploot.
2.4
De (consequenties van de) aktes van partijen worden gelet op het voorgaande niet beoordeeld.
3De beslissing
De kantonrechter:
verklaart zich onbevoegd in deze zaak;
verwijst de zaak naar de rechtbank Oost Brabant, locatie ’s Hertogenbosch, voor behandeling door de kantonrechter daar.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Lablans en in het openbaar uitgesproken.
465
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10844818 CV EXPL 23-33249
datum uitspraak: 17 mei 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
1
[eiser 1],
2. [eiser 2],
beiden wonende te [woonplaats],
eisers in conventie,
verweerders in (voorwaardelijke) reconventie,
gemachtigde: mr. A.H. Videler,
tegen
1
[gedaagde 1],
2. [gedaagde 2],
beiden gevestigd te [vestigingsplaats],
gedaagden in conventie,
eiseressen in (voorwaardelijke) reconventie,
gemachtigde: mr. M.A.C. Backx.
De partijen worden hierna ‘[eiser 1] en [eiser 2]’ en ‘[gedaagde 1] en [gedaagde 2]’ genoemd.
1De procedure
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 11 december 2023, met bijlagen 1 tot en met 18;
het antwoord en eis in reconventie (tegeneis), met bijlagen 1 tot en met 5;
de mail van 2 februari 2024 met de akte van [eiser 1] en [eiser 2];
de mail van 6 februari 2024 met de akte van [gedaagde 1] en [gedaagde 2];
het antwoord in reconventie tevens eiswijziging, met bijlagen 18 tot en met 20.
1.2.
Partijen zijn uitgenodigd voor een zitting op 15 mei 2024. Deze is niet doorgegaan. Hierna wordt uitgelegd waarom.
2De beoordeling
Kantonrechter te Rotterdam niet bevoegd
2.1.
De kantonrechter te Rotterdam is niet bevoegd om deze zaak te behandelen. Het geschil betreft namelijk de huurwoning van [eiser 1] en [eiser 2] in [woonplaats]. Uit de wet volgt dat in dit soort zaken uitsluitend bevoegd is de rechter binnen wiens rechtsgebied de woning gelegen is (art. 103 Rv).
2.2.
Het was mogelijk geweest om de kantonrechter te Rotterdam bevoegd te maken (art. 108 lid 1 en 2 Rv), maar partijen hebben laten weten niet een daartoe strekkende overeenkomst te hebben gesloten. Gevraagd is om de zitting op 15 mei niet te laten doorgaan en de zaak te verwijzen naar de wel bevoegde rechter.
Verwijzing naar de kantonrechter te ’s Hertogenbosch
2.3.
Omdat de huurwoning in Uden ligt is de kantonrechter te ’s Hertogenbosch bevoegd. Daarom wordt de zaak verwezen naar de rechtbank Oost Brabant, locatie
’s Hertogenbosch, om daar door de kantonrechter te worden behandeld. In art. 110 lid 2 Rv is bepaald dat artikel 74, eerste lid en derde lid, eerste zin, Rv van toepassing zijn. Dat betekent dat de zaak bij de kantonrechter in ’s-Hertogenbosch begint met een oproeping bij exploot.
2.4
De (consequenties van de) aktes van partijen worden gelet op het voorgaande niet beoordeeld.
3De beslissing
De kantonrechter:
verklaart zich onbevoegd in deze zaak;
verwijst de zaak naar de rechtbank Oost Brabant, locatie ’s Hertogenbosch, voor behandeling door de kantonrechter daar.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Lablans en in het openbaar uitgesproken.
465