Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2024:28

2024-01-05 Civiel recht; Arbeidsrecht 10770779
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2024-01-05
Publicatiedatum
2024-01-08
Rechtsgebied
Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure
Beschikking
Zaaknummer
10770779
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | AR-Updates.nl 2024-0106 | VAAN-AR-Updates.nl 2024-0106

Inhoudsindicatie

Transitievergoeding na start procedure alsnog betaald. Alleen beslissing over wettelijke rente en proceskosten. Geen verweer. Verzoeken toegewezen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.944 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM




locatie Rotterdam





zaaknummer: 10770779 VZ VERZ 23-9583





datum uitspraak: 5 januari 2024






Beschikking van de kantonrechter






in de zaak van






[verzoeker01]

,


wonende te [woonplaats01] ,


verzoeker,


gemachtigde: mr. L.A. Alderlieste, advocaat te Rotterdam,





tegen






Leenheer B.V.

,


gevestigd te Rotterdam,


verweerster,


die niet is verschenen.





Partijen worden hierna ‘ [verzoeker01] ’ en ‘Leenheer’ genoemd.







1

De procedure



1.1.


Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:




het verzoekschrift (ontvangen op 27 oktober 2023), met bijlagen;




het e-mailbericht van de gemachtigde van [verzoeker01] van 17 november 2023;




de brief van de griffier d.d. 19 december 2023 gericht aan Leenheer, waarin zij nogmaals is opgeroepen voor de mondelinge behandeling op 3 januari 2024 om 13.30 uur. In die brief is Leenheer tevens geadviseerd om in overleg te treden met de gemachtigde van [verzoeker01] , aangezien de hoofdsom inmiddels door haar betaald is en het geschil enkel nog betrekking heeft op de proceskostenvergoeding en de wettelijke rente.







1.2.


Op 3 januari 2024 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. [verzoeker01] en zijn gemachtigde waren daarbij aanwezig. Leenheer is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.







2

De beoordeling



2.1.


Leenheer heeft geen verweer gevoerd. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat de stellingen van [verzoeker01] juist zijn.





Waar gaat de zaak over?






2.2.



[verzoeker01] werkte van 1 februari 2023 tot en met 31 juli 2023 op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor Leenheer. Leenheer heeft deze arbeidsovereenkomst niet verlengd. Zij heeft na afloop van het contract, ondanks verzoeken van [verzoeker01] , in eerste instantie de transitievergoeding niet betaald. [verzoeker01] is daarom deze procedure gestart. Hij verzocht om Leenheer te veroordelen om aan hem de transitievergoeding van € 714,05, met rente, en de kosten van deze procedure te betalen. Na indiening van het verzoekschrift heeft Leenheer de transitievergoeding alsnog betaald op 16 november 2023. [verzoeker01] verzoekt daarom nu alleen nog Leenheer te veroordelen om de rente en de proceskosten te betalen.




Leenheer moet wettelijke rente over de transitievergoeding betalen






2.3.


Leenheer had de transitievergoeding uiterlijk op 31 augustus 2023 moeten betalen (artikel 7:686a lid 1 BW), maar zij heeft pas op 16 november 2023 betaald. Zij moet daarom de wettelijke rente over de transitievergoeding betalen vanaf 1 september 2023 tot 16 november 2023 (artikel 6:119 BW). Het verzoek van [verzoeker01] wordt in die zin toegewezen.





Leenheer moet ook de proceskosten betalen






2.4.


Leenheer heeft de transitievergoeding pas betaald na indiening van het onderhavige verzoekschrift door [verzoeker01] . Leenheer geldt daarmee als de in het ongelijk gestelde partij en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 289 Rv). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [verzoeker01] tot vandaag vast op € 86,- aan griffierecht, € 529,- aan salaris voor de gemachtigde en € 132,- aan nakosten. Dit is totaal € 747,-. Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend.





De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad






2.5.


Deze beschikking wordt, zoals verzocht, uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 288 Rv).







3

De beslissing


De kantonrechter:




3.1.


veroordeelt Leenheer om aan [verzoeker01] de wettelijke rente van

artikel 6:119 BW te betalen over € 714,05 vanaf 1 september 2023 tot 16 november 2023;





3.2.


veroordeelt Leenheer in de proceskosten, die aan de kant van [verzoeker01] tot vandaag worden vastgesteld op € 747,-;





3.3.


verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.




Deze beschikking is gegeven door mr. W.J.J. Wetzels en in het openbaar uitgesproken.


33394