Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2024:10556

2024-10-30 Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht 24/7765
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2024-10-30
Publicatiedatum
2024-10-24
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
24/7765
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Beroep niet tijdig beslissen op bezwaarschrift WHT

Citeert (5)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.940 tekens)
Rechtbank Rotterdam


Bestuursrecht



zaaknummer: ROT 24/7765




uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 oktober 2024 als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen




[naam eiseres] , uit Rotterdam, eiseres,
gemachtigde: mr. N. Köse-Albayrak,


en


Dienst Toeslagen, verweerder.




Procesverloop


Eiseres heeft bij verweerder een bezwaarschrift ingediend tegen besluiten van 31 augustus 2022 met kenmerken [kenmerk A] , [kenmerk B] en [kenmerk C] .



Eiseres heeft beroep ingesteld vanwege het uitblijven van een besluit op bezwaar.



Verweerder heeft op 3 september 2024 een verweerschrift ingediend.





Overwegingen



De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat zich in deze zaak een van de gevallen voordoet zoals genoemd in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en een zitting daarom niet nodig is.


Eiseres heeft zich bij verweerder gemeld voor een herstelmaatregel op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Verweerder heeft daarover een beschikkingen gegeven, waartegen eiseres een bezwaarschrift heeft ingediend.


Niet in geschil is dat de termijn om te beslissen op het bezwaar is overschreden. Eiseres heeft verweerder in gebreke gesteld en sinds de ontvangst daarvan door verweerder zijn meer dan twee weken verstreken. Niet is gebleken dat verweerder alsnog heeft beslist op het bezwaar. Het beroep is daarom gegrond.


Vanwege de zeer grote omvang van de hersteloperatie toeslagen is sprake van een bijzonder geval als bedoeld in artikel 8:55d, derde lid, van de Awb. Verweerder moet binnen 40 weken na de datum van het verweerschrift een beslissing op bezwaar bekendmaken. Verweerder moet uiterlijk op 10 juni 2025 een beslissing op bezwaar bekendmaken.


5. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb dat verweerder een dwangsom verbeurt als hij de gestelde termijn overschrijdt. De rechtbank stelt de hoogte van deze dwangsom vast op € 50,- per dag dat de termijn overschreden wordt, met een maximum van € 15.000,-.
6. Omdat het beroep gegrond is, moet verweerder het door eiseres betaalde griffierecht vergoeden.
7. De rechtbank veroordeelt verweerder verder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 875,- en wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat deze zaak van licht gewicht is, omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Bpb, is niet gebleken.


Beslissing


De rechtbank:



verklaart het beroep gegrond;


vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit;


draagt verweerder op uiterlijk 10 juni 2025 alsnog een besluit bekend te maken op het bezwaar van eiseres;


bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 50,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;


bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 51,- aan eiseres vergoedt;


veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 437,50.





Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Dingemanse, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 30 oktober 2024.




De griffier is verhinderd


de uitspraak te ondertekenen






griffier rechter




Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.




Zie de uitspraak van deze rechtbank van 15 juli 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:6560.


Zie de uitspraak van deze rechtbank van 15 juli 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:6560.


Zie de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:591; 22 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4784; en 16 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:657.