Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2024:10243

2024-10-11 Strafrecht 10.098056.24 vordering TUL: 13/298063-20
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2024-10-11
Publicatiedatum
2024-10-16
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
10.098056.24 vordering TUL: 13/298063-20
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | NJFS 2024/343

Inhoudsindicatie

Vrijspraak voor het medeplegen van het teweegbrengen van een ontploffing. Vordering benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard. Vordering TUL afgewezen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (2)

Volledige tekst

Volledige tekst (8.421 tekens)
Rechtbank Rotterdam


Team straf 2



Parketnummer: 10.098056.24
Parketnummer vordering TUL: 13/298063-20
Datum uitspraak: 11 oktober 2024
Tegenspraak




Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:





[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
niet ingeschreven in de basisregistratie personen,
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in [detentieadres],
raadsvrouw mr. F.A.M. Engels, advocaat te 's-Gravenhage.




1Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 27 september 2024.



2Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.



3Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. S.I.E. de Graaff heeft gevorderd:


bewezenverklaring van het ten laste gelegde;


veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 (twintig) maanden met aftrek van voorarrest, alsmede ter beschikkingstelling van de verdachte met bevel tot dwangverpleging;


(gedeeltelijke) tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk opgelegde strafdeel in de zaak met parketnummer 13/298063-20.





4Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak


4.1.1.


Standpunt officier van justitie

Het ten laste gelegde kan wettig en overtuigend worden bewezen. De verdachte was aanwezig bij de ontploffing. Op de telefoon van de verdachte staan filmpjes waarop de ontploffing te zien is. Op de zitting heeft de verdachte verklaard dat hij de ontploffing heeft gefilmd. Hoewel de verdachte het explosief niet heeft afgestoken, is de rol van de verdachte van voldoende gewicht is om tot een bewezenverklaring van medeplegen te komen. De medeverdachte regelde op zijn beurt de auto en plaatste het explosief. Gelet op de manier van samenwerken is sprake van nauwe en bewuste samenwerking.



4.1.2.


Beoordeling

De verdachte is aanwezig geweest bij de woning op de [adres] toen daar op 18 maart 2024 door de medeverdachte vuurwerk tot ontploffing is gebracht. De verdachte heeft verklaard dat hem door de medeverdachte was gevraagd om de explosie te filmen en dat heeft hij ook gedaan. De rechtbank is van oordeel dat het enkele filmen geen uitvoeringshandeling van het teweegbrengen van een ontploffing is. Ook overigens is niet gebleken dat de verdachte ter plaatse enige actieve handeling heeft verricht gericht op het teweegbrengen van die ontploffing. Het dossier bevat verder onvoldoende aanknopingspunten om vast te stellen dat de verdachte actief betrokken is geweest in de fase voorafgaand aan de ontploffing.
Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat de gedraging van de verdachte – hoe kwalijk die ook moge zijn – van onvoldoende gewicht is om van een nauwe en bewuste samenwerking te spreken. Dit leidt ertoe dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het medeplegen van het teweegbrengen van de ontploffing.



4.1.3.


Conclusie

Het ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.






5Vorderingen benadeelde partijen
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde partij 1] ter zake van het ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 2.423,30 aan materiële schade en een vergoeding van € 7.500,= aan immateriële schade. Ook heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd: [benadeelde partij 2] ter zake van het ten laste gelegde feit, die een vergoeding van € 7.500,= aan immateriële schade vordert.


De benadeelde partijen zullen in de vorderingen niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat de verdachte van het ten laste gelegde wordt vrijgesproken.



Nu de benadeelde partijen niet ontvankelijk zijn in hun vordering, worden zij veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vorderingen gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.




6Vordering tenuitvoerlegging

6.1.


Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd

Bij vonnis van 20 mei 2021 van de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam is de verdachte veroordeeld voor zover van belang tot een gevangenisstraf van 4 (vier) jaren, waarvan een gedeelte groot 2 (twee) jaren voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.
De proeftijd is ingegaan op 5 augustus 2021.



6.2.


Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden toegewezen. Daarbij merkt de officier van justitie op dat een deel van de vordering, namelijk 1 (één) maand, op 17 maart 2023 reeds is toegewezen door de politierechter in Amsterdam. Derhalve verzoekt de officier om de vordering voor de overige 23 maanden toe te wijzen en het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren voor de andere maand.



6.3.


Beoordeling

Nu de verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde feit, kan niet worden geoordeeld dat de verdachte de algemene voorwaarde niet heeft nageleefd.



Daarom zal de rechtbank de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging afwijzen.





7Bijlage
De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.



8Beslissing
De rechtbank:


verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;



verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk in de vorderingen;



verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in de vordering;



veroordeelt de benadeelde partijen in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;



wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 20 mei 2021 van de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.




Dit vonnis is gewezen door mr. J. de Lange, voorzitter,
en mrs. A. Hello en N. Shahani, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E. van Beek, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.



De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.



Bijlage I




Tekst tenlastelegging




Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat



hij, op of omstreeks 18 maart 2024 te [plaatsnaam], althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijk brand heeft gesticht en/of een ontploffing teweeg heeft gebracht in eenwoning gelegen aan de [adres]door aangestoken/brandend vuurwerk, althans brandbaar en/of explosiefmateriaal, te gooien naar/in aanraking te brengen met die woningten gevolge waarvan een ontploffing heeft plaatsgevonden en/of brand is ontstaanen/of die woning en/of goederen in die woning geheel of gedeeltelijk is/zijnverbrand en/of beschadigd,terwijl daarvan:- gemeen gevaar voor die woning en/of omliggende woningen en/of goederen in diewoning en/of goederen in omliggende woningen, in elk geval gemeen gevaar voorgoederen en/of- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de in die woningaanwezige personen ([naam 1] en/of [naam 2]) en/of in omliggende woningenaanwezige personen, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijkletsel,te duchten was.