Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2023:7101
2023-08-04
Civiel recht
10610509 VZ VERZ 23-137
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Erfrecht. Artikel 4:209 lid 1 BW. Verzoek opheffing vereffening van de vereffenaar en de erfgenamen. De erfgenamen zijn niet bevoegd om namens de nalatenschap in rechte op te treden (artikel 4:211 lid 2 BW), zodat zij niet-ontvankelijk worden verklaard. De vereffenaar heeft onvoldoende onderbouwd dat er sprake is van geringe waarde van de baten. Verzoek afgewezen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.139 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Dordrecht
zaaknummer: 10610509 VZ VERZ 23-137
datum uitspraak: 4 augustus 2023
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
1.
[verzoekster01] ,
in de hoedanigheid van vereffenaar in de nalatenschap van [naam01] ,
kantoorhoudende te [plaats01] ,
verzoekster,
die zelf procedeert,
2.
[verzoeker01] ,
3. [verzoeker02] ,
4. [verzoeker03]
5. [verzoeker04]
,
verzoekers,
gemachtigde: mr. C. Vrieling.
Verzoekster wordt hierna “de vereffenaar” genoemd.
1.
De procedure
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
- het verzoekschrift, ontvangen op 12 juli 2023, met bijlagen.
2.
De beoordeling
2.1.
Op [datum01] is in [plaats02] overleden de mevrouw [naam01] , geboren op [geboortedatum01] 1937 in [geboorteplaats01] (hierna: de overledene). De laatste woonplaats van de overledene was [plaats03] . [verzoekster01] is door de rechtbank Rotterdam bij beschikking van 19 april 2023 benoemd tot vereffenaar in de nalatenschap van de overledene.
2.2.
De vereffenaar en verzoekers verzoeken om op grond van artikel 4:209 lid 1 BW de opheffing van de vereffening te bevelen wegens de geringe waarde van de baten.
2.3.
Nu de rechtbank een vereffenaar heeft benoemd, zijn verzoekers niet bevoegd om namens de nalatenschap in rechte op te treden (artikel 4:211 lid 2 BW). De kantonrechter zal verzoekers daarom niet-ontvankelijk verklaren in hun verzoek.
2.4.
De vereffenaar onderbouwt onvoldoende dat er sprake is van een geringe waarde van de baten. Uit de overgelegde boedelbeschrijving volgt dat de nalatenschap – exclusief de vereffeningskosten – een positief saldo van € 25.664,45 heeft. Aangezien de vereffening tot en met heden volgens de vereffenaar € 2.874,02 heeft gekost, is het niet de verwachting dat de vereffeningskosten de activa zullen overtreffen. Er is daarom geen wettelijke grond om de vereffening – die strekt tot bescherming van de belangen van de schuldeisers van de nalatenschap – op te heffen. Het verzoek van verzoekster tot opheffen van de vereffening zal dan ook worden afgewezen.
2.5.
Ter voorlichting van de betrokkenen wijst de kantonrechter op de Richtlijnen Vereffening nalatenschappen (te vinden op rechtspraak.nl). Het is aan de vereffenaar om de nalatenschap af te wikkelen conform deze richtlijnen.
3.
De beslissing
De kantonrechter:
3.1.
verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek;
3.2.
wijst het verzoek van verzoekster af.
Deze beschikking is gegeven door mr. dr. P.G.J. van den Berg en in het openbaar uitgesproken.
31688
locatie Dordrecht
zaaknummer: 10610509 VZ VERZ 23-137
datum uitspraak: 4 augustus 2023
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
1.
[verzoekster01] ,
in de hoedanigheid van vereffenaar in de nalatenschap van [naam01] ,
kantoorhoudende te [plaats01] ,
verzoekster,
die zelf procedeert,
2.
[verzoeker01] ,
3. [verzoeker02] ,
4. [verzoeker03]
5. [verzoeker04]
,
verzoekers,
gemachtigde: mr. C. Vrieling.
Verzoekster wordt hierna “de vereffenaar” genoemd.
1.
De procedure
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
- het verzoekschrift, ontvangen op 12 juli 2023, met bijlagen.
2.
De beoordeling
2.1.
Op [datum01] is in [plaats02] overleden de mevrouw [naam01] , geboren op [geboortedatum01] 1937 in [geboorteplaats01] (hierna: de overledene). De laatste woonplaats van de overledene was [plaats03] . [verzoekster01] is door de rechtbank Rotterdam bij beschikking van 19 april 2023 benoemd tot vereffenaar in de nalatenschap van de overledene.
2.2.
De vereffenaar en verzoekers verzoeken om op grond van artikel 4:209 lid 1 BW de opheffing van de vereffening te bevelen wegens de geringe waarde van de baten.
2.3.
Nu de rechtbank een vereffenaar heeft benoemd, zijn verzoekers niet bevoegd om namens de nalatenschap in rechte op te treden (artikel 4:211 lid 2 BW). De kantonrechter zal verzoekers daarom niet-ontvankelijk verklaren in hun verzoek.
2.4.
De vereffenaar onderbouwt onvoldoende dat er sprake is van een geringe waarde van de baten. Uit de overgelegde boedelbeschrijving volgt dat de nalatenschap – exclusief de vereffeningskosten – een positief saldo van € 25.664,45 heeft. Aangezien de vereffening tot en met heden volgens de vereffenaar € 2.874,02 heeft gekost, is het niet de verwachting dat de vereffeningskosten de activa zullen overtreffen. Er is daarom geen wettelijke grond om de vereffening – die strekt tot bescherming van de belangen van de schuldeisers van de nalatenschap – op te heffen. Het verzoek van verzoekster tot opheffen van de vereffening zal dan ook worden afgewezen.
2.5.
Ter voorlichting van de betrokkenen wijst de kantonrechter op de Richtlijnen Vereffening nalatenschappen (te vinden op rechtspraak.nl). Het is aan de vereffenaar om de nalatenschap af te wikkelen conform deze richtlijnen.
3.
De beslissing
De kantonrechter:
3.1.
verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek;
3.2.
wijst het verzoek van verzoekster af.
Deze beschikking is gegeven door mr. dr. P.G.J. van den Berg en in het openbaar uitgesproken.
31688