Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2023:3833
2023-04-26
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/10/656870 / JE RK 23-976
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
toewijzen mondeling spoedverzoek VOTS.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.888 tekens)
beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/656870 / JE RK 23-976
datum uitspraak: 26 april 2023
spoedbeschikking voorlopige ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,
betreffende
[naam kind],
geboren op [geboortedatum] 2022 te [geboorteplaats], hierna te noemen [naam kind].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam 1],
hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats 1],
[naam 2],
hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats 2].
Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het mondelinge spoedverzoek van de Raad van 26 april 2023, gevolgd door het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen bij de griffie op 28 april 2023.
De feitenHet ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de moeder.
[naam kind] woont bij de moeder.
Het verzoek
De Raad heeft de voorlopige ondertoezichtstelling van [naam kind] verzocht voor de duur van drie maanden.
De beoordeling
Uit het verzoek blijkt dat een ernstig vermoeden bestaat dat de grond voor een ondertoezichtstelling is vervuld (artikel 1:255 Burgerlijk Wetboek (BW)). Uit het mondelinge spoedverzoek begrijpt de kinderrechter dat de minderjarige is opgenomen geweest in het ziekenhuis vanwege een gebroken arm. Vermoed wordt dat dit toegebracht letsel is. Onduidelijk is wie dit heeft toegebracht, omdat de minderjarige sinds kort ook bij een nieuwe gastouder heeft verbleven. Ondanks dat de eerste indruk is dat er geen zorgen zijn over de ouders moet dit de komende periode worden uitgesloten. De minderjarige kan immers niet voor zichzelf opkomen. Een voorlopige ondertoezichtstelling is dan ook noodzakelijk om een acute en ernstige bedreiging voor [naam kind] weg te nemen.
[naam kind] zal voorlopig onder toezicht worden gesteld voor een termijn van drie maanden (artikel 1:257 BW).
Het verhoor van de Raad en de belanghebbenden kan niet worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [naam kind]. De Raad en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven op de hierna genoemde zitting.
Aan de ouders is op verzoek van de kinderrechter medegedeeld dat zij een advocaat via het juridisch loket of de vereniging voor jeugdrechtadvocaten kunnen benaderen. Dit kan eventueel ook tegen een laag tarief op basis van een toevoeging van de Raad voor Rechtsbijstand.
De beslissing
De kinderrechter:
stelt [naam kind] voorlopig onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, met ingang van 26 april 2023 tot 26 juli 2023;
bepaalt dat de Raad, de GI en de belanghebbenden zullen worden gehoord ter zitting van
9 mei 2023 om 9:00 uur, welke zitting wordt gehouden in het gerechtsgebouw te Dordrecht, Steegoversloot 36;
de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. T. van den Akker, kinderrechter;
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de Raad, de GI en de belanghebbenden.
Deze beslissing is mondeling gegeven door mr. T. van den Akker, kinderrechter op 26 april 2023 en vastgelegd in de beschikking welke in tegenwoordigheid van mr. L.F. Verhaart als griffier in het openbaar is uitgesproken op 28 april 2023.
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/656870 / JE RK 23-976
datum uitspraak: 26 april 2023
spoedbeschikking voorlopige ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,
betreffende
[naam kind],
geboren op [geboortedatum] 2022 te [geboorteplaats], hierna te noemen [naam kind].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam 1],
hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats 1],
[naam 2],
hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats 2].
Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het mondelinge spoedverzoek van de Raad van 26 april 2023, gevolgd door het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen bij de griffie op 28 april 2023.
De feitenHet ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de moeder.
[naam kind] woont bij de moeder.
Het verzoek
De Raad heeft de voorlopige ondertoezichtstelling van [naam kind] verzocht voor de duur van drie maanden.
De beoordeling
Uit het verzoek blijkt dat een ernstig vermoeden bestaat dat de grond voor een ondertoezichtstelling is vervuld (artikel 1:255 Burgerlijk Wetboek (BW)). Uit het mondelinge spoedverzoek begrijpt de kinderrechter dat de minderjarige is opgenomen geweest in het ziekenhuis vanwege een gebroken arm. Vermoed wordt dat dit toegebracht letsel is. Onduidelijk is wie dit heeft toegebracht, omdat de minderjarige sinds kort ook bij een nieuwe gastouder heeft verbleven. Ondanks dat de eerste indruk is dat er geen zorgen zijn over de ouders moet dit de komende periode worden uitgesloten. De minderjarige kan immers niet voor zichzelf opkomen. Een voorlopige ondertoezichtstelling is dan ook noodzakelijk om een acute en ernstige bedreiging voor [naam kind] weg te nemen.
[naam kind] zal voorlopig onder toezicht worden gesteld voor een termijn van drie maanden (artikel 1:257 BW).
Het verhoor van de Raad en de belanghebbenden kan niet worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [naam kind]. De Raad en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven op de hierna genoemde zitting.
Aan de ouders is op verzoek van de kinderrechter medegedeeld dat zij een advocaat via het juridisch loket of de vereniging voor jeugdrechtadvocaten kunnen benaderen. Dit kan eventueel ook tegen een laag tarief op basis van een toevoeging van de Raad voor Rechtsbijstand.
De beslissing
De kinderrechter:
stelt [naam kind] voorlopig onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, met ingang van 26 april 2023 tot 26 juli 2023;
bepaalt dat de Raad, de GI en de belanghebbenden zullen worden gehoord ter zitting van
9 mei 2023 om 9:00 uur, welke zitting wordt gehouden in het gerechtsgebouw te Dordrecht, Steegoversloot 36;
de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. T. van den Akker, kinderrechter;
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de Raad, de GI en de belanghebbenden.
Deze beslissing is mondeling gegeven door mr. T. van den Akker, kinderrechter op 26 april 2023 en vastgelegd in de beschikking welke in tegenwoordigheid van mr. L.F. Verhaart als griffier in het openbaar is uitgesproken op 28 april 2023.