Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2023:2061
2023-03-02
Civiel recht; Verbintenissenrecht
9665407 \ CV EXPL 22-498
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Ambtshalve toetsen, rolbeslissing in verstekzaak: eiseres mag zich uitlaten over voorgenomen (gedeeltelijke) vernietiging wegens schending informatieverplichtingen 6:230m BW
Citeert (2)
- ECLI:NL:HR:2021:1677 Hoge Raad 12-11-2021
- ECLI:EU:C:2022:269
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2023:1083 Parket bij de Hoge Raad 28-11-2023
Volledige tekst
Volledige tekst (2.702 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Dordrecht
zaaknummer: 9665407 \ CV EXPL 22-498
datum uitspraak: 2 maart 2023
Rolbeslissing van de kantonrechter
in de zaak van
Intrum Nederland B.V.,
te Amsterdam,
eiseres bij exploot van dagvaarding van 19 januari 2022,
gemachtigde: J.J. Sikkema,
tegen
[gedaagde01] ,
te [plaats01] ,
gedaagde,
die niet in de procedure is verschenen.
De Hoge Raad heeft beslist dat (1) de rechter in zaken met consumenten ambtshalve moet onderzoeken of aan bepaalde informatieverplichtingen is voldaan en (2) dat als sprake is van een voldoende ernstige schending van zo’n verplichting de rechter ambtshalve een sanctie moet toepassen.
precontractuele informatie
Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter is de volgende informatie niet bij of voorafgaand aan het aangaan van de overeenkomst aan de consument verstrekt. Het gaat om de informatie zoals vermeld in artikel 6:230m lid 1 BW onder:
a (voornaamste kenmerken zaken of diensten),
b (identiteit van de handelaar),
c (adresgegevens handelaar),
e (totale prijs),
g (wijze van betaling, levering(stermijn)),
h/k (ontbindingsrecht),
o (duur overeenkomst en opzeggingsvoorwaarden),
p (minimumduur voor de consument).
bestelknop
Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter is in deze zaak niet voldaan aan de informatieverplichting zoals bedoeld in artikel 6:230v lid 3 BW. Uit het dossier volgt namelijk niet dat uit de tekst op een eventuele bestelknop voldoende duidelijk volgt dat sprake is van een betalingsverplichting.
sanctie
De kantonrechter is voornemens om de betalingsverplichting van de consument te verminderen overeenkomstig de op rechtspraak.nl gepubliceerde Sanctierichtlijn. De kantonrechter is daarbij voorlopig van oordeel dat een eventuele schending van artikel 6:230v lid 3 BW moet worden gerekend als één schending. De betalingsverplichting van de consument zal dus worden verminderd met 25% of 50%. Voordat daartoe wordt overgegaan, wordt eiseres in de gelegenheid gesteld om met een akte te reageren.
De kantonrechter verwijst de zaak naar de rolzitting van
donderdag 30 maart 2023 om 10.00 uur
voor een reactie van eiseres.
De schriftelijke reactie dient in tweevoud ingestuurd te worden en uiterlijk de dag vóór genoemde rolzitting om 12.00 uur ter griffie ontvangen te zijn. Eiseres kan het processtuk ook zelf of door tussenkomst van een gemachtigde indienen op genoemde rolzitting.
Deze beslissing is gegeven door mr. P. Joele en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
851
HR 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
Zie ook HvJ EU 7 april 2022, ECLI:EU:C:2022:269.
locatie Dordrecht
zaaknummer: 9665407 \ CV EXPL 22-498
datum uitspraak: 2 maart 2023
Rolbeslissing van de kantonrechter
in de zaak van
Intrum Nederland B.V.,
te Amsterdam,
eiseres bij exploot van dagvaarding van 19 januari 2022,
gemachtigde: J.J. Sikkema,
tegen
[gedaagde01] ,
te [plaats01] ,
gedaagde,
die niet in de procedure is verschenen.
De Hoge Raad heeft beslist dat (1) de rechter in zaken met consumenten ambtshalve moet onderzoeken of aan bepaalde informatieverplichtingen is voldaan en (2) dat als sprake is van een voldoende ernstige schending van zo’n verplichting de rechter ambtshalve een sanctie moet toepassen.
precontractuele informatie
Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter is de volgende informatie niet bij of voorafgaand aan het aangaan van de overeenkomst aan de consument verstrekt. Het gaat om de informatie zoals vermeld in artikel 6:230m lid 1 BW onder:
a (voornaamste kenmerken zaken of diensten),
b (identiteit van de handelaar),
c (adresgegevens handelaar),
e (totale prijs),
g (wijze van betaling, levering(stermijn)),
h/k (ontbindingsrecht),
o (duur overeenkomst en opzeggingsvoorwaarden),
p (minimumduur voor de consument).
bestelknop
Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter is in deze zaak niet voldaan aan de informatieverplichting zoals bedoeld in artikel 6:230v lid 3 BW. Uit het dossier volgt namelijk niet dat uit de tekst op een eventuele bestelknop voldoende duidelijk volgt dat sprake is van een betalingsverplichting.
sanctie
De kantonrechter is voornemens om de betalingsverplichting van de consument te verminderen overeenkomstig de op rechtspraak.nl gepubliceerde Sanctierichtlijn. De kantonrechter is daarbij voorlopig van oordeel dat een eventuele schending van artikel 6:230v lid 3 BW moet worden gerekend als één schending. De betalingsverplichting van de consument zal dus worden verminderd met 25% of 50%. Voordat daartoe wordt overgegaan, wordt eiseres in de gelegenheid gesteld om met een akte te reageren.
De kantonrechter verwijst de zaak naar de rolzitting van
donderdag 30 maart 2023 om 10.00 uur
voor een reactie van eiseres.
De schriftelijke reactie dient in tweevoud ingestuurd te worden en uiterlijk de dag vóór genoemde rolzitting om 12.00 uur ter griffie ontvangen te zijn. Eiseres kan het processtuk ook zelf of door tussenkomst van een gemachtigde indienen op genoemde rolzitting.
Deze beslissing is gegeven door mr. P. Joele en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
851
HR 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
Zie ook HvJ EU 7 april 2022, ECLI:EU:C:2022:269.