Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2023:13095
2023-11-15
Civiel recht; Verbintenissenrecht
C/10/418084 / HA RK 13-93
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Staat van verdeling in rangregelingprocedure.
Citeert (3)
- ECLI:NL:GHAMS:2015:2102 Gerechtshof Amsterdam 02-06-2015
- ECLI:NL:RBZWB:2022:2269 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-04-2022
- ECLI:NL:RBZWB:2022:2269 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-04-2022
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (165.618 tekens)
proces-verbaal sluiting rangregeling
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rekestnummer: C/10/418084 / HA RK 13-93
Proces-verbaal van sluiting rangregeling van de registergoederen:
het appartementsrecht, kadastraal bekend gemeente Maassluis, sectie A, complexaanduiding [complexnummer] , appartementsindex [indexnummer] ;
de garage met ondergrond en erf, plaatselijk bekend [adres 1] te Maassluis, kadastraal bekend gemeente Maassluis, sectie A, nummer [perceelnummer 1] ;
het woonhuis met ondergrond, erf en verder toebehoren, plaatselijk bekend [adres 2] te Spijkenisse, kadastraal bekend gemeente Spijkenisse, sectie D, nummer [perceelnummer 2] ;
het herenhuis met ondergrond, tuin, erf en verder toebehoren, plaatselijk bekend [adres 3] te Rotterdam, kadastraal bekend gemeente Overschie, sectie B, nummer [perceelnummer 3] ;
het woonhuis met ondergrond, erf en verder toebehoren, plaatselijk bekend [adres 4] te Rotterdam, kadastraal bekend gemeente Overschie, sectie B, nummer [perceelnummer 4] ;
het woonhuis met ondergrond, erf en verder toebehoren, plaatselijk bekend [adres 5] te Rotterdam, kadastraal bekend gemeente Overschie, sectie B, nummer [perceelnummer 5] ;
de onroerende zaak, kadastraal omschreven als bedrijvigheid (industrie), plaatselijk bekend [straatnaam] te Rotterdam, kadastraal bekend gemeente Overschie, sectie B, nummer [perceelnummer 6] ;
een perceel grond, gelegen nabij de Wilgenweg te Groot-Ammers, kadastraal bekend gemeente Groot-Ammers, sectie E, nummer [perceelnummer 7] ;
I. (1) een perceel weiland, gelegen nabij de Ambachtsweg te Groot-Ammers, kadastraal bekend gemeente Groot-Ammers, sectie E, nummer [perceelnummer 8] ,(2) een perceel grond, gelegen nabij de Wilgenweg te Groot-Ammers, kadastraal bekend gemeente Groot-Ammers, sectie E, nummer [perceelnummer 9] ,(3) een perceel grond, gelegen aan de Wilgenweg te Groot-Ammers, kadastraal bekend gemeente Groot-Ammers, sectie E, nummer [perceelnummer 10] ;
(1) een perceel grond, gelegen nabij Gelkenes te Groot-Ammers, kadastraal bekend gemeente Groot-Ammers, sectie E, nummer [perceelnummer 11] ,(2) een perceel grond, gelegen nabij de Van Leeuwenhoekweg te Groot-Ammers, kadastraal bekend gemeente Groot-Ammers, sectie E, nummer [perceelnummer 12] ;
ingevolge het op 6 februari 2013 ter griffie van deze rechtbank ingekomen verzoekschrift met bijlagen van:
de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE ROTTERDAM,
zetelende te Rotterdam,
verzoekster,
advocaten: mrs. [naam 9] en [naam 14] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
Op de op 8 september 2017 gehouden mondelinge behandeling hebben partijen geen opmerkingen meer gemaakt over de (tweede) voorlopige staat van verdeling en hebben partijen er tevens mee ingestemd dat hierna geen tussentijdse uitkeringen meer zullen plaatsenvinden maar nog slechts één slotuitkering als alle resterende vorderingen vast zijn komen te staan.
1.2.
Op 15 september 2017 is de tweede voorlopige staat van verdeling ter griffie nedergelegd en heeft de rechter-commissaris mr. [naam 1] , notaris, als houder van de netto-opbrengst bevolen de nog niet eerder voldane kosten te voldoen en de schuldeisers zoals genoemd onder 2.4. en 2.5. van die voorlopige staat van verdeling uit te betalen hetgeen hun volgens rechtsoverweging 2.5 toekomt en het resterende deel van de executieopbrengst onder zich te houden.
Op 22 juni 2018 is op verzoek van mr. [naam 2] het eerdere bevelschrift van 12 september 2017 aan mr. [naam 1] ingetrokken en heeft de rechter-commissaris mr. [naam 2] , notaris te Rotterdam, als houder van de netto-opbrengst, bevolen om aan de onder 2.4. en 2.5. van de Tweede (voorlopige) staat van verdeling d.d. 12 september 2017 genoemde schuldeisers uit te betalen hetgeen hun volgens het bepaalde onder rechtsoverweging 2.5. toekomt en het na deze betalingen resterende deel van de executieopbrengst onder zich te houden.
1.3.
De procedure is vervolgens aangehouden in afwachting van een definitieve beslissing in de twee nog lopende procedures, te weten tussen de gemeente Molenlanden (voorheen Molenwaard) en [naam 3] inzake de betaling van een exploitatiebijdrage en tussen de gemeente Rotterdam, Stichting [naam 4] en [naam fonds] (hierna: gemeente Rotterdam c.s.) enerzijds en [naam 3] anderzijds inzake de veroorzaakte bodemverontreiniging.
1.4.
Op 28 juli 2019 is [naam 3] overleden, zodat enig restant na verdeling van de executieopbrengst aan de erfgenamen van [naam 3] ten goede komt.
1.5.
Op 25 april 2023 is de definitieve (concept) staat van verdeling ter griffie van deze rechtbank nedergelegd. De rechter-commissaris verwijst naar die voorlopige staat van verdeling. Alle belanghebbenden en de erven van de schuldenaar zijn vervolgens uitgenodigd om de door de rechter-commissaris daarop gedane plaatsingen tegen te spreken. Op 14 juni 2023 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Van deze mondelinge behandeling is proces-verbaal opgemaakt. Vervolgens is de mondelinge behandeling aangehouden teneinde een aangepaste definitieve (concept) staat van verdeling op te maken naar aanleiding van de ter gelegenheid van de mondelinge behandeling gedane tegenspraak. De rechter-commissaris verwijst naar voormeld proces-verbaal en de daarin opgenomen betwistingen en wijzigingen van vorderingen en de overeengekomen afspraken ten aanzien van het verdere verloop van de procedure. Tijdens de mondelinge behandeling hebben alle partijen zich akkoord verklaard met het op voorhand accepteren dat de rechter-commissaris in deze nieuwe (definitieve) staat van verdeling op de betreffende geschilpunten een bindende beslissing neemt en hebben zij zich akkoord verklaard met het afstand doen van hun recht om in renvooi te gaan.
1.6.
Op 12 oktober 2023 is de naar aanleiding van de mondelinge behandeling aangepaste (concept) staat van verdeling ter griffie van deze rechtbank nedergelegd, met het verzoek om eerst schriftelijk aan de rechter-commissaris – met afschrift aan de andere partijen – te laten weten of zij bezwaren hebben. Ook is bepaald dat partijen op 15 november 2023 ter zitting kunnen verschijnen om – indien zij zulks wensen – de aangepaste (rente)berekeningen tegen te spreken. Partijen zijn het erover eens dat er geen noodzaak bestaat om de zitting plaats te laten vinden, indien zij zich allen akkoord verklaren met de aangepaste (concept) staat van verdeling.
Naar aanleiding van de hierop ontvangen reacties van mr. [naam 6] , mr. [naam 7] , mr. [naam 8] en mr. [naam 9] is de staat van verdeling aangepast en op 10 november 2023 aan partijen verstuurd, met het verzoek om wederom eerst schriftelijk aan de rechter-commissaris – met afschrift aan de andere partijen – te laten weten of zij akkoord zijn met de staat van verdeling. Op 14 november 2023 heeft de rechtbank van mr. [naam 10] , mr. [naam 11] (mede namens mr. [naam 9] ), mr. [naam 6] , mr. [naam 12] en mr. [naam 7] bericht ontvangen dat zij akkoord zijn met de staat van verdeling van 10 november 2023 en dat zij geen behoefte hebben aan de zitting van 15 november 2023.
1.7.
De griffier heeft vervolgens medegedeeld dat geen tegenspraak is ontvangen en dat de rechter-commissaris de staat van verdeling zonder mondelinge behandeling definitief zal vaststellen zodat de notaris tot uitbetaling kan overgaan. Dit betreft dan ook een papieren mondelinge behandeling waarvan proces-verbaal wordt opgemaakt.
2De resterende vorderingen
Gemeente Molenlanden
2.1.
Bij brief van 3 mei 2022 heeft mr. [naam 8] namens gemeente Molenlanden medegedeeld dat tussen de gemeente Molenlanden en [naam 3] een minnelijke regeling is bereikt, die zij in een vaststellingsovereenkomst hebben vastgelegd. Partijen hebben vastgesteld dat de vordering van de gemeente op [naam 3] een bedrag van € 712.329,04 bedraagt. Omdat de gemeente Molenlanden een bedrag van € 812.329,04 bij wijze van voorschot uit de rangregeling heeft ontvangen, heeft de gemeente Molenlanden het verschil van € 100.000,00 op 8 november 2021 gestort op de rekening van notariskantoor [naam 19] ., als houder van (het restant van) de executieopbrengst. In het kader van de lopende rangregelingsprocedure vermindert de gemeente Molenlanden haar vordering derhalve tot € 712.329,04. Zoals in artikel 1.5 van de vaststellingsovereenkomst afgesproken zullen geen verdere verrekeningen meer plaatsvinden en is de zaak wat de gemeente betreft afgedaan door de terugbetaling van € 100.000,00 op de rekening van het notariskantoor [naam 19] .
2.2.
Naar aanleiding van de definitieve (concept) staat van verdeling van 25 april 2023 heeft mr. [naam 8] namens gemeente Molenlanden per brief van 7 juni 2023 medegedeeld dat zij hiertegen geen bezwaren heeft.
Gemeente Rotterdam, Stichting [naam 4] en [naam fonds]
2.3.
Bij brief van 5 oktober 2022 heeft mr. [naam 14] namens gemeente Rotterdam c.s. verzocht om een (derde) (voorlopige) staat van verdeling op te stellen en daarin hun vorderingen met betrekking tot de door [naam 3] veroorzaakte bodemverontreiniging vast te stellen op basis van de volgende onherroepelijk geworden uitspraken:
het arrest van het gerechtshof Den Haag van 26 mei 2015 in de bodemprocedure,
het vonnis in het incident van de rechtbank Rotterdam van 17 mei 2017 in de schadestaatprocedure,
het vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 14 juni 2019 in de schadestaatprocedure en
- het arrest van het gerechtshof Den Haag van 24 mei 2022 in de schadestaatprocedure.
2.4.
Mr. [naam 14] heeft naar aanleiding hiervan de navolgende vorderingen aangemeld.
1. Voor de gemeente Rotterdam:
- Bodemprocedure
€ 4.961 (griffierecht hoger beroep, zie arrest in bodemprocedure)
€ 9.212 (salaris advocaat hoger beroep, zie arrest in bodemprocedure)
- Schadestaatprocedure
€ 452 (kosten van het incident, zie vonnis in incident in schadestaat)
€ 132.035,84 (hoofdsom excl. wettelijke rente, zie vonnis en arrest in schadestaat)
€ 519,11 (verschotten excl. wettelijke rente, zie vonnis in schadestaat)
€ 1.250 (advocaatkosten excl. wettelijke rente, zie vonnis in schadestaat)
Totaal € 133.804,95, nog te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2019 tot de dag van algehele voldoening
€ 1.794 (griffierecht hoger beroep, zie arrest in schadestaat)
€ 1.617 (advocaatkosten hoger beroep, zie arrest in schadestaat)
€ 52,33 (nasalaris hoger beroep, zie arrest in schadestaat)
2. Voor Stichting [naam 4] :
- Schadestaatprocedure
€ 298.674,45 (hoofdsom excl. wettelijke rente, zie vonnis en arrest in schadestaat)
€ 519,11 (verschotten excl. wettelijke rente, zie vonnis in schadestaat)
€ 1.250 (advocaatkosten excl. wettelijke rente, zie vonnis in schadestaat)
Totaal € 300.443,56, nog te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2019 tot de dag van algehele voldoening
€ 1.794 (griffierecht hoger beroep, zie arrest in schadestaat)
€ 1.617 (advocaatkosten hoger beroep, zie arrest in schadestaat)
€ 52,33 (nasalaris hoger beroep, zie arrest in schadestaat)
3. Voor [naam fonds] :
- Schadestaatprocedure
€ 73.879,87 (hoofdsom excl. wettelijke rente, zie vonnis en arrest in schadestaat)
€ 1.039,51 (verschotten excl. wettelijke rente, zie vonnis in schadestaat)
€ 1.500 (salaris advocaat excl. wettelijke rente, zie vonnis in schadestaat)
Totaal € 76.419,33, nog te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2019 tot de dag van algehele voldoening
€ 1.794 (griffierecht hoger beroep, zie arrest in schadestaat)
€ 1.617 (advocaatkosten hoger beroep, zie arrest in schadestaat)
€ 52,33 (nasalaris hoger beroep, zie arrest in schadestaat)
2.5.
De rechter-commissaris heeft partijen verzocht te reageren op het verzoek van mr. [naam 14] van 5 oktober 2022.
2.6.
Mr. [naam 12] heeft op 20 oktober 2022 namens [naam 15] gereageerd en medegedeeld dat zij akkoord is met het verzoek van mr. [naam 14] .
2.7.
Mr. [naam 8] heeft op 31 oktober 2022 namens de gemeente Molenlanden gereageerd en medegedeeld dat hij zich ten aanzien van de ingediende vorderingen van mr. [naam 14] aan het oordeel van de rechter-commissaris refereert.
2.8.
Mr. [naam 6] heeft op 2 november 2022 namens [vennootschap X] . gereageerd en medegedeeld dat hij zich ten aanzien van de ingediende vorderingen van mr. [naam 14] aan het oordeel van de rechter-commissaris refereert
2.9.
Mr. [naam 7] heeft op 29 november 2022 namens [naam 3] en namens zichzelf gereageerd en bezwaar gemaakt tegen het vaststellen van de door mr. [naam 14] ingediende vorderingen. Gelet op de drie door hem aangevoerde bezwaren, die hieronder verder aan de orde zullen komen, stellen [naam 3] en mr. [naam 7] dat zij niet uitsluiten dat er mogelijk nog andere verrekenbare posten zijn en dat er eerst een (derde) voorlopige staat van verdeling wordt opgesteld.
2.10.
De rechter-commissaris heeft partijen verzocht te reageren op de brief van mr. [naam 7] van 29 november 2022.
2.11.
Hierop is van mr. [naam 8] op 15 december 2022, van mr. [naam 12] op 19 december 2022, van mr. [naam 6] op 21 december 2022 en van mr. [naam 14] op 30 december 2022 een reactie binnen gekomen.
2.12.
Het verzoek van mr. [naam 7] van 30 december om voor een tweede maal het standpunt van [naam 3] en hemzelf kenbaar te mogen maken is door de rechter-commissaris toegewezen. Deze toelichting is per brief van 20 januari 2023 ontvangen.
2.13.
De bezwaren van [naam 3] en mr. [naam 7] houden – kort gezegd – het volgende in.
Artikel 615b Rv
2.13.1.
Ten eerste is in het dictum van de door mr. [naam 14] aangehaalde schadestaatvonnissen alleen voor de proceskosten en de wettelijke rente daarover een veroordeling tot betaling opgenomen. Artikel 615b Rv schrijft voor dat in een schadestaatprocedure de schuldenaar dient te worden “veroordeeld de vastgestelde schade te voldoen (…)”. [naam 3] is in de onderhavige schadestaatprocedure alleen veroordeeld tot betaling van de proceskosten en de wettelijke rente daarover, niet om de vastgestelde schade te voldoen. Volgens [naam 3] betekent dit, primair, dat geen enkele vordering uit de schadestaatprocedure in de rangregeling kan worden opgenomen, en, subsidiair, dat alleen de proceskosten en de wettelijke rente daarover in de rangregeling kunnen worden opgenomen.
2.13.2.
Het standpunt van mr. [naam 14] houdt – kort gezegd – in dat bij de arresten van het gerechtshof Den Haag van 13 maart 2012 en 26 mei 2015 (beide hebben kracht van gewijsde verkregen) is komen vast te staan dat [naam 3] aansprakelijk is voor de door de gemeente Rotterdam c.s. geleden schade vanwege de bodemverontreiniging. Vervolgens is bij het arrest van het gerechtshof Den Haag van 24 mei 2022 (dat eveneens kracht van gewijsde heeft verkregen) de omvang van de schadevergoedingsverplichting van [naam 3] is vastgesteld, zoals hierboven onder 2.4 weergegeven. Volgens de gemeente Rotterdam c.s. is dit afdoende om de toegewezen vorderingen in de rangregeling op te nemen.
2.13.3.
Naar aanleiding van de definitieve (concept) staat van verdeling van 25 april 2023 heeft mr. [naam 7] namens [naam 3] en hemzelf per brief van 9 juni 2023 medegedeeld dat hij zich niet kan vinden in het door de rechter-commissaris ingenomen standpunt op dit punt.
2.13.4.
De rechter-commissaris constateert dat mr. [naam 7] in zijn brief van 9 juni 2023 geen nieuwe informatie op dit punt naar voren heeft gebracht. De rechter-commissaris deelt het standpunt van mr. [naam 7] – dat de hoofdsommen, gelet op artikel 615b Rv, niet zijn komen vast te staan in de betreffende schadestaatvonnissen – niet. Om die reden heeft de rechter-commissaris dit punt niet aan de orde gesteld tijdens de mondelinge behandeling van 14 juni 2023. Het punt is ook niet door één van de partijen aan de orde gesteld.
2.13.5.
De rechter-commissaris blijft daarom bij zijn in de definitieve (concept) staat van verdeling van 25 april 2023 vastgelegde beslissing die luidt als volgt. In deze rangregeling is voor opname voldoende dat de ingediende vorderingen waarvoor beslag is gelegd in rechte zijn komen vast te staan. Hierbij is niet van belang, zoals [naam 3] meent, of in het arrest een veroordeling tot betaling is uitgesproken of niet. Het arrest van het hof van 24 mei 2022 is onherroepelijk geworden en daarmee is de omvang van de vorderingen van Rotterdam c.s. vast komen te staan. Deze vorderingen zullen dan ook dienovereenkomstig in deze staat van verdeling worden opgenomen.
Te verrekenen tegenvorderingen
2.13.6.
Ten tweede dienen volgens [naam 3] en mr. [naam 7] een tweetal vorderingen te worden verrekend met de vordering van de gemeente Rotterdam.
Er zou een bedrag ad € 960,08 met de heer [naam 3] zijn verrekend wegens door de gemeente ontvangen gelden uit derdenbeslag. Deze vordering is bij brief van 6 januari 2016 door de gemeente Rotterdam ingetrokken. Volgens [naam 3] en mr. [naam 7] dient deze betaling alsnog te worden verrekend met de huidige restvordering van de gemeente.
Daarnaast zijn er op de deelvordering van de gemeente Rotterdam ad € 160.000,- uit de tweede voorlopige staat van verdeling reeds betalingen ad € 1.098,34 verricht. Hiervoor verwijzen zij naar een uitdraai van de website van de gemeente Rotterdam. Ook deze bedragen dienen (per ontvangstdatum) te worden ingehouden c.q. verrekend met de huidige restvordering van de gemeente, aldus [naam 3] en mr. [naam 7] .
2.13.7.
Naar aanleiding van de definitieve (concept) staat van verdeling van 25 april 2023 heeft mr. [naam 7] namens [naam 3] en hemzelf per brief van 9 juni 2023 medegedeeld dat hij zich niet kan vinden in het door de rechter-commissaris ingenomen standpunt in de definitieve (concept) staat van verdeling ten aanzien van deze twee tegenvorderingen.
2.13.8.
Ten aanzien van de tegenvordering van € 960,08 is de rechter-commissaris, ook na de brief van 9 juni 2023, niet overtuigd geraakt van de juistheid van het standpunt van mr. [naam 7] . Om die reden heeft de rechter-commissaris het punt niet aan de orde gesteld tijdens de mondelinge behandeling van 14 juni 2023. Het punt is evenmin door één van de partijen aan de orde gesteld.
2.13.9.
De rechter-commissaris blijft daarom bij zijn in de definitieve (concept) staat van verdeling van 25 april 2023 vastgelegde beslissing die luidt als volgt. De rechter-commissaris stelt ten aanzien van de post ad € 960,08 vast dat partijen het erover eens zijn dat de vordering waar de betaling op zag bij de tweede verdeling is ingetrokken. Daarom valt niet in te zien waarom dit bedrag in het kader van deze rangregeling dient te worden verrekend. Dat [naam 3] , buiten deze rangregeling om, mogelijk nog aanspraak kan maken op terugbetaling is niet uitgesloten.
2.13.10.
Het punt met betrekking tot de tegenvordering van € 1.098,34 die [naam 3] op de gemeente Rotterdam heeft is tijdens de mondelinge behandeling van 14 juni 2023 door de rechter-commissaris aan de orde gesteld. Hierop hebben zowel mr. [naam 7] als mr. [naam 9] namens de gemeente Rotterdam gereageerd. Mr. [naam 7] geeft aan dat uit het uittreksel van de gemeente niet blijkt dat het om rentebetalingen gaat. Wat de reden van deze kleine betalingen zijn, is niet bekend bij zijn cliënt. Mogelijkerwijs is het door de gemeente zelf verrekend met een vordering die [naam 3] op de gemeente had. Mr. [naam 7] betwist in elk geval de stelling dat het gaat om rentebetalingen en meent dat de gemeente dit dan nader had moeten onderbouwen. Mr. [naam 9] heeft namens de gemeente Rotterdam aangegeven dat op dit punt geen verweer wordt gevoerd.
2.13.11.
De rechter-commissaris oordeelt als volgt. Nu de gemeente Rotterdam tijdens de mondelinge behandeling heeft aangegeven op dit punt geen verweer te zullen voeren, zal de post van € 1.098,34 met de hoofdsom van de gemeente Rotterdam op [naam 3] ad
€ 133.804,95 (zie onder r.o. 2.4) worden verrekend, zodat hierna overblijft een bedrag van
(€ 133.804,95 minus € 1.098,34 is) € 132.706,61.
Betalingen garagebox
2.13.12.
Daarnaast is door [naam 3] en mr. [naam 7] aangevoerd dat in 2016 een aan [naam 3] in eigendom toebehorende, onder beslag liggende garagebox is verkocht aan een derde met een opbrengst van (na aftrek van de notariskosten) € 13.709,41. Dit bedrag is door de betreffende notaris, notariskantoor [naam 16] , op 27 december 2016 als volgt verdeeld en uitbetaald:
Gemeente Rotterdam € 3.485,50;
[naam fonds] € 945,60;
Gemeente Molenlanden € 2.956,34;
[naam 17] € 6.321,97.
De betreffende schuldeisers zouden willens en wetens hebben nagelaten om hun respectievelijke vorderingen in de rangregeling naar rato te verlagen. [naam 3] en mr. [naam 7] stellen zich primair op het standpunt dat deze deelgenoten ex artikel 3:194 lid 2 BW hun aandeel in die goederen hebben verbeurd aan de andere deelgenoten zodat zij (i) de betreffende bedragen (vermeerderd met hun respectievelijke deel van de notariskosten en de wettelijke rente) terug dienen te storten, (ii) met verval van hun vorderingsrechten voor deze bedragen in de onderhavige rangregeling. Subsidiair verzoeken [naam 3] en mr. [naam 7] om de bedragen bij de respectievelijke partij-vorderingen in mindering te brengen.
2.13.13.
Naar aanleiding van de definitieve (concept) staat van verdeling van 25 april 2023 heeft mr. [naam 7] namens [naam 3] en hemzelf per brief van 9 juni 2023 medegedeeld dat hij zich niet kan vinden in het door de rechter-commissaris ingenomen standpunt ten aanzien van de verkoopopbrengst van de garagebox. Hierin licht mr. [naam 7] toe dat, ondanks dat de garagebox geen object is geweest bij de onderhavige executieverkoop, het wel om dezelfde vorderingen gaat die door de betreffende schuldeisers in deze rangregeling zijn ingediend.
2.13.14.
De rechter-commissaris heeft dit punt tijdens de mondelinge behandeling op 14 juni 2023 aan de orde gesteld. Mr. [naam 9] heeft namens de gemeente Rotterdam en [naam fonds] aangevoerd dat zij het met mr. [naam 7] eens is dat er geen dubbele betalingen gedaan moeten worden, alleen ziet zij niet in dat daarvan sprake is. Het zou volgens mr. [naam 9] kunnen dat de opbrengst van de garagebox is gebruikt ter afbetaling van een andere, niet in deze rangregeling betrokken, vordering van haar cliënten. Dat het bedrag daadwerkelijk is betaald kon de notaris bevestigen dus dat neemt mr. [naam 9] aan. Mr. [naam 10] heeft namens de gemeente Molenlanden aangevoerd dat tussen de gemeente Molenlanden en [naam 3] een vaststellingsovereenkomst is gesloten strekkende tot finale kwijting en dat alles wat voorafgaand aan deze overeenkomst heeft plaatsgevonden, waaronder de garagebox, hierin is opgenomen. Mr. [naam 7] heeft in reactie daarop aangevoerd dat de finale kwijting slechts geldt ten aanzien van punten die destijds ter discussie stonden. Mr. [naam 12] handhaaft het standpunt dat de garagebox buiten de rangregeling valt en dat dit eerder door [naam 3] danwel mr. [naam 7] had moeten worden opgeworpen.
2.13.15.
De rechter-commissaris overweegt als volgt. Op basis van hetgeen door partijen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht komt de rechter-commissaris ten dele tot een ander oordeel dan in de definitieve (concept) staat van verdeling van 25 april 2023 staat vermeld. In de eerste plaats is niet gebleken dat hier sprake is geweest van opzettelijke verzwijging, zodat aan de regel van artikel 3:194 lid 2 BW voorbij wordt gegaan. Overeenkomstig het subsidiaire verzoek zullen de hierboven genoemde bedragen met betrekking tot de gemeente Rotterdam, [naam fonds] en [naam 17] bij de respectievelijke partij-vorderingen in mindering worden gebracht. De rechter-commissaris licht dit toe.
Tussen partijen staat in de eerste plaats vast dat de schuldeisers de door de notaris gedane betalingen hebben ontvangen. Mr. [naam 9] heeft namens de gemeente Rotterdam en [naam fonds] aangegeven dat de opbrengst mogelijk is gebruikt ter afbetaling van een andere vordering, maar zij heeft niet, althans onvoldoende gemotiveerd gesteld welke andere vordering dat dan zou kunnen zijn. Gesteld noch gebleken is dat reeds bij de betaling door [naam 3] een vordering is aangewezen waarop de betaling kan worden afgeboekt. Nu geen gegevens bekend zijn om de wettelijke regeling van artikel 6.43 lid 2 BW uit te kunnen voeren, zal de rechtbank alsnog [naam 3] – als schuldenaar – laten bepalen op welke vordering de betaling wordt toegerekend (naar analogie van artikel 6:43 lid 1 BW). Ook ten aanzien van [naam 17] is niet gebleken dat alternatieve gegevens bekend zijn, zodat ook hier de keuze van [naam 3] zal worden gevolgd. Dit betekent dat de betalingen zullen worden afgeboekt op de resterende hoofdsom van de gemeente Rotterdam ad € 132.706,61 (zie onder 2.13.11), de resterende hoofdsom van [naam fonds] ad € 76.419,33 (zie onder 2.4) en de resterende hoofdsom van [naam 17] ad € 172.500,00, zodat hierna overblijft respectievelijk € 129.221,11 voor de gemeente Rotterdam, € 75.473,73 voor [naam fonds] en € 166.178,03 voor [naam 17] .
Dit ligt anders bij de gemeente Molenlanden vanwege de vaststellingsovereenkomst. De rechter-commissaris is het met de gemeente Molenlanden eens dat uit artikel 2.1. van deze overeenkomst volgt dat partijen elkaar finale kwijting hebben verleend en dat dit ook geldt voor de betaling uit de garagebox. In artikel 2.1. wordt het volgende vermeld:
“Integrale nakoming van de in deze Vaststellingsovereenkomst opgenomen verplichtingen strekt tussen Partijen tot finale kwijting. Partijen verklaren reeds nu dat zij over en weer uit hoofde van de in deze Vaststellingsovereenkomst benoemde onderwerpen geen vorderingen jegens elkaar hebben, nadat het bepaalde in artikel 1 is voldaan. Voorts verklaren partijen dat zij voor het overige ook geen vorderingen over en weer meer tegenover elkaar geldend zullen maken.”
De rechter-commissaris stelt vast dat de vordering van de gemeente Molenlanden op [naam 3] die in de onderhavige rangregeling is ingediend ad € 712.329,04 dezelfde vordering is die middels de vaststellingsovereenkomst tussen partijen is vastgesteld en dus onderwerp is van die vaststellingsovereenkomst. Los daarvan hebben partijen in de laatste volzin verklaard dat zij ook voor het overige geen vorderingen over en weer meer tegenover elkaar geldend zullen maken. Voor zover het verzoek van mr. [naam 7] de betaling aan de gemeente Molenlanden betreft zal dit dus worden afgewezen.
[naam 18]
2.13.16.
Naar aanleiding van de definitieve (concept) staat van verdeling van 25 april 2023 heeft mr. [naam 7] namens [naam 3] en hemzelf per brief van 9 juni 2023 aangevoerd dat de vorderingen van [naam 18] in kort geding in 2012 zijn betwist en weerlegd en dat [naam 3] uiteindelijk is veroordeeld tot betaling van een hoofdsom ad € 17.000,00 en dus niet de – door [naam 18] ingediende vordering – ad € 39.488,82. Verder heeft mr. [naam 7] aangevoerd dat [naam 3] een tegenvordering heeft op [naam 18] omdat laatstgenoemde tekortgeschoten is in diens werkzaamheden. Daarbij beroept [naam 3] zich op verjaring van de vorderingen van [naam 18] .
2.13.17.
Zoals ook tijdens de mondelinge behandeling van 14 juni 2023 medegedeeld, is de rechter-commissaris het met mr. [naam 7] eens dat op grond van het kort geding vonnis uit 2012 – wat bij het opstellen van de definitieve (concept) staat van verdeling van 25 april 2023 over het hoofd is gezien – de vordering van [naam 18] tot € 17.000,00 is toegewezen. Dit betekent dat de vordering van [naam 18] waarvoor beslag op de executieopbrengst is gelegd zal worden aangepast naar € 17.000,00. De gestelde tegenvordering die [naam 3] op [naam 18] meent te hebben is niet benoemd en/of onderbouwd en is dus ook niet komen vast te staan. Nu alleen vaststaande vorderingen worden meegenomen in deze staat van verdeling, gaat de rechter-commissaris aan deze tegenvordering voorbij. Ten aanzien van het beroep op verjaring heeft mr. [naam 7] ter zitting aangevoerd dat de vordering weliswaar door [naam 18] in deze rangregeling is ingediend, maar dat deze niet in de rangregeling is opgenomen. De vordering is dus voor verjaring vatbaar, aldus mr. [naam 7] . De rechter-commissaris volgt dit standpunt niet. De vordering van [naam 18] is in rechte aangemeld en daardoor is de verjaring gestuit. De vordering staat weliswaar “achteraan” vanwege het beslag op de executieopbrengst, maar geconcludeerd moet worden dat de aanmelding een daad van rechtsvervolging is in de zin van artikel 3:316 eerste lid BW Het beroep op verjaring wordt afgewezen.
Stichting [naam 4]
2.14.
Aan Stichting [naam 4] is voor de schade als gevolg van de bodemverontreiniging van perceel [perceelnummer 13] een bedrag van € 300.443,56 vermeerderd met wettelijke rente en kosten toegewezen. Zij heeft tot € 200.000,00 beslag gelegd op de objecten A, B, H, I, en J en tot
€ 249.589,12 op de objecten C, D en F.
2.14.1.
Naar aanleiding van de definitieve (concept) staat van verdeling van 25 april 2023, waarin de vordering van Stichting [naam 4] telkens tot de hoogte van het beslag was opgenomen, heeft mr. [naam 9] per e-mail van 8 juli 2023 aangevoerd dat dit onjuist is. Onder verwijzing naar een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 2 juni 2015 stelt mr. [naam 9] dat in het kader van de uitwinning van een vordering de begroting bij het beslagverlof niet relevant is.
2.15.
De rechter-commissaris heeft dit punt tijdens de mondelinge behandeling op 14 juni 2023 aan de orde gesteld. Hierop hebben naast mr. [naam 9] , ook mr. [naam 7] en mr. [naam 6] gereageerd. Mr. [naam 7] en mr. [naam 6] hebben aangevoerd dat de vordering van Stichting [naam 4] tot het betreffende bedrag is gemaximeerd en vastgesteld op grond van artikel 483f Rv en dat daar destijds geen bezwaar tegen is gemaakt door Stichting [naam 4] . Het is volgens hen niet zo dat een bedrag dat hoger uitvalt dan waarvoor het is genoteerd, nog tot dat hogere bedrag kan worden opgenomen. Anders zouden geen tussentijdse uitkeringen meer mogelijk zijn, omdat er kans bestaat dat er dan te weinig overblijft en schuldeisers de tussentijdse uitkering moeten terugbetalen.
2.16.
De rechter-commissaris komt op dit punt tot een ander oordeel dan in de definitieve (concept) staat van verdeling van 25 april 2023 staat vermeld. De vordering van Stichting [naam 4] zal in het geheel, zoals in de onherroepelijk geworden uitspraken onder r.o. 2.4 vastgesteld, worden opgenomen in de staat van verdeling en dus niet slechts tot de hoogte van het beslag. De rechter-commissaris licht dit toe.
Zoals ook ter zitting besproken, is de vraag of de begroting van de vordering in een verlofbeschikking leidend moet zijn bij het verhaal van die vordering een onderwerp van discussie geweest in de literatuur. De rechter-commissaris volgt de uitspraken van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 25 april 2022 en voormeld arrest van het gerechtshof Amsterdam van 2 juni 2015 op dit punt. Zo overweegt het gerechtshof Amsterdam onder r.o. 3.2.6. dat conservatoir beslag ertoe dient het verhaal van een vordering zeker te stellen. Indien vervolgens de schuldeiser een executoriale titel verkrijgt gaat het conservatoir beslag over in een executoriaal beslag, waarbij de schuldeiser gerechtigd is om het door hem beslagen goed voor het volledige beloop van zijn vordering uit te winnen, ongeacht de begroting bij het beslagverlof.
In dit geval is inmiddels komen vast te staan dat het volledige beloop van de vordering
€ 300.443,56 bedraagt, vermeerderd met wettelijke rente en kosten.
Op grond van artikel 483f Rv kunnen vorderingen die betwist worden voorwaardelijk door de rechter-commissaris worden opgenomen tot een door hem te bepalen bedrag. Dit kan de rechter-commissaris dus zelf invullen en hij is daarbij overigens niet afhankelijk van de begroting in de verlofbeschikking. In deze rangregeling procedure is er destijds voor gekozen om dat bedrag te koppelen aan het door Stichting [naam 4] zelf opgegeven bedrag. Het was wenselijk geweest als Stichting [naam 4] reeds toen had gewezen op een mogelijk hogere uitkomst om eventuele perikelen rondom terugbetalingen van voorschotten te voorkomen. Dat de rechter-commissaris destijds bij het vaststellen van de tussentijdse uitkeringen per beslagobject is uitgegaan van het door Stichting [naam 4] genoemde maximum bedrag werkt echter niet door naar de huidige slotuitkering. Met andere woorden: het feit dat namens de Stichting [naam 4] destijds geen melding is gemaakt van een mogelijk hogere vordering dan wel dat door haar geen bezwaar is gemaakt tegen de vaststelling op grond van artikel 483f Rv kan haar niet worden tegengeworpen.
[vennootschap X] .
2.17.
Mr. [naam 6] heeft naar aanleiding van de definitieve (concept) staat van verdeling van 25 april 2023 per brief van 9 juni 2023 opgemerkt dat onder r.o. 3.4. staat vermeld dat in mindering op de vordering van [vennootschap X] . reeds een bedrag van € 53.265,68 is voldaan, terwijl dit € 53.365,68 zou moeten zijn.Zoals ook tijdens de mondelinge behandeling van 14 juni 2023 medegedeeld, is de rechter-commissaris het met mr. [naam 6] eens dat hier sprake is van een tikfout. Het bedrag zal overeenkomstig worden aangepast.
Overig
2.18.
Ten aanzien van de rentecomponent merkt mr. [naam 6] in zijn brief van 2 november 2022 terecht op dat bij de eerdere voorlopige staten van verdeling rente is meegenomen tot en met 22 april 2014. In tegenstelling tot wat mr. [naam 6] voorstelt, namelijk de wettelijke rente opnemen tot diezelfde datum, zal de rechter-commissaris de wettelijke rente opnemen tot en met 15 november 2023.
2.19.
Zowel mr. [naam 6] als mr. [naam 7] hebben naar aanleiding van de definitieve (concept) staat van verdeling van 25 april 2023 terecht opgemerkt dat bij de renteberekeningen geen rekening is gehouden met de deelbetalingen die naar aanleiding van de voorlopige staten van verdeling uit 2014 en 2017 door sommige partijen zijn ontvangen. Zoals tijdens de mondelinge behandeling van 14 juni 2023 met partijen besproken, heeft de rechter-commissaris deze betaaldata bij de notaris laten navragen. Op 6 juli 2023 heeft [naam 19] notarissen laten weten dat de betalingen zijn verricht vanuit het oude kantoor van mr. [naam 1] en dat de financiële administratie niet mee over is gegaan naar [naam 19] . Op advies van [naam 19] is vervolgens contact opgenomen met [naam 20] notarissen (voorheen [naam 1] notarissen). [naam 20] notarissen heeft per e-mail van 26 juli 2023 een overzicht verstuurd met betaalgegevens. Mr. [naam 1] heeft desgevraagd per e-mail van 15 augustus 2023 laten weten enkel de betaling aan [naam 19] te kunnen bevestigen. Uit het overzicht van [naam 20] blijkt dat de voor de wettelijke rente relevante vorderingen in principe op 28 november 2014 en op 31 oktober 2017 zijn uitbetaald. Dit geldt niet voor de vordering van mr. [naam 7] ad € 67.907,84. Deze is volgens mr. [naam 7] pas op 12 juni 2019 uitbetaald. Per e-mail van 16 augustus heeft de rechter-commissaris aan partijen laten weten van de betaaldata zoals genoemd in het overzicht van [naam 20] uit te gaan, tenzij partijen binnen twee weken met stukken kunnen onderbouwen dat de data van hun deelbetaling(en) afwijkt.
Hierop is namens de gemeente Molenlanden, [naam fonds] en de gemeente Rotterdam gereageerd. Zij hebben met bankafschriften onderbouwd dat:
de gemeente Molenlanden haar deelbetaling ad € 812.329,04 op 10 november 2014 heeft ontvangen,
[naam fonds] haar deelbetaling ad € 6.514,40 op 14 november 2014 heeft ontvangen en de deelbetaling ad € 1.519,15 op 4 oktober 2017,
Gemeente Rotterdam haar deelbetaling ad € 220.292,60 op 25 november 2014 heeft ontvangen en de deelbetaling ad € 918.546,46 op 30 oktober 2017.
Hier zal de rechter-commissaris dan ook vanuit gaan. Ten aanzien van de andere deelbetalingen zal de rechter-commissaris er vanuit gaan dat:
[naam bank] haar deelbetaling ad € 72.364,11 op 31 december 2014 heeft ontvangen,
[naam 17] - [naam 3] haar deelbetaling ad € 155.986,72 op 31 oktober 2017 heeft ontvangen,
Rassers haar deelbetaling ad € 53.365,68 op 31 oktober 2017 heeft ontvangen.
De schuldeisers hebben in werkelijkheid ook de kosten van uitwinning reeds in 2014 vergoed gekregen. Met deze betalingen is hier geen rekening gehouden omdat ze niet van invloed zijn op de herberekening van de wettelijke rente.
2.19.1.
Daarnaast is mr. [naam 7] verzocht om te reageren op de door [naam 20] aangegeven reden dat zijn deelbetaling ad € 67.907,84 nog niet kon worden uitbetaald in 2017, namelijk vanwege het gebrek aan opgeven van het rekeningnummer. Hierop is niet meer gereageerd door mr. [naam 7] .
Zonder opgave van een andere reden, zal de rechter-commissaris er vanuit gaan dat het gebrek aan opgeven van het rekeningnummer de reden is geweest van de late uitbetaling. Het zou niet redelijk zijn als mr. [naam 7] een hoger bedrag aan wettelijke rente zou ontvangen als gevolg van het door hemzelf niet mogelijk maken van een eerdere betaling en daarom zal de rechter-commissaris ten aanzien van diens deelbetaling ad € 67.907,84 ook uitgaan van betaaldatum 31 oktober 2017.
2.19.2.
Voor de renteberekeningen betekent dit het volgende. Gelet op het feit dat sommige deelbetalingen tevens vastgestelde vorderingen bevatten waarover geen wettelijke rente loopt, zal de rechter-commissaris in die gevallen het aandeel berekenen, van de vorderingen waarover wel wettelijke rente loopt, in het totaal vastgestelde bedrag. Vervolgens wordt hetzelfde aandeel berekend uit de deelbetaling. Dat bedrag wordt van de vastgestelde vordering afgetrokken per betaaldatum. Dit komt op het volgende neer.
- Gemeente Rotterdam: in de eerste staat van verdeling is een bedrag van in totaal € 306.741,83 vastgesteld. De vastgestelde vorderingen waarover wettelijke rente wordt berekend zijn € 179.013,01 (58,36% van € 306.741,83) en € 118.339,95 (38,58% van € 306.741,83). Van deze vorderingen wordt per 25 november 2014 respectievelijk € 128.562,76 (58,36% van € 220.292,60) en € 84.988,89 (38,58% van € 220.292,60) afgetrokken.
In de tweede staat van verdeling is aanvullend de vordering van € 960.000,00 vastgesteld. Van deze vordering wordt per 30 oktober 2017 € 918.546,46 (100% van € 918.546,46) afgetrokken.
[naam fonds] : in de eerste staat van verdeling is de vordering van € 8.884,00 vastgesteld. Van deze vordering wordt per 14 november 2014 € 6.514,40 afgetrokken. In de tweede staat van verdeling is geen andere vordering meer vastgesteld, daarom wordt per 4 oktober 2017 € 1.519,15 afgetrokken van de restant vordering.
Mr. [naam 7] : in de tweede staat van verdeling is een bedrag van in totaal € 75.096,81 vastgesteld, waarvan over € 74.331,72 (98,98% van € 75.096,81) wettelijke rente wordt berekend. Van deze vordering wordt per 31 oktober 2017 € 67.215,18 (98,98% van € 67.907,84) afgetrokken.
[vennootschap X] .: in de tweede staat van verdeling is een bedrag van in totaal € 59.015,14 vastgesteld, waarvan over € 56.529,78 (95,79% van € 59.015,14) wettelijke rente wordt berekend. Van deze vordering wordt per 31 oktober 2017 € 51.118,24 (95,79% van € 53.365,68) afgetrokken.
[naam 17] - [naam 3] : in de tweede staat van verdeling is de vordering van € 172.500,00 vastgesteld. Van deze vordering wordt per 31 oktober 2017 € 155.986,72 afgetrokken.
2.20.
Naar aanleiding van de definitieve (concept) staat van verdeling van 12 oktober 2023, hebben mr. [naam 8] , mr. [naam 6] , mr. [naam 7] en mr. [naam 9] per brief van respectievelijk 24 oktober 2023, 25 oktober 2023, 3 november 2023 en 8 november 2023 gereageerd.
Mr. [naam 8] liet namens de gemeente Molenlanden weten dat zij geen bezwaren heeft.
Mr. [naam 6] , mr. [naam 7] en mr. [naam 9] hebben terecht opgemerkt dat de vordering van Stichting [naam 4] moet worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2019, en dus niet vanaf 23 april 2014. De berekeningen zullen overeenkomstig worden aangepast.
Verder heeft mr. [naam 9] terecht opgemerkt dat de door [naam fonds] ingediende vordering € 97.159,39 is, en dus niet € 97.073,61. De rechter-commissaris is het met mr. [naam 9] eens dat hier sprake is van een tikfout. Het bedrag zal overeenkomstig worden aangepast.
2.21.
Aangezien de rechter-commissaris in deze staat van verdeling uitgaat van een slotuitkering, heeft hij de notaris gevraagd om de netto-opbrengst inclusief (negatieve) rente, bankkosten en notariskosten op te geven tot en met de datum van de mondelinge behandeling op 15 november 2023. De notaris heeft per e-mail van 4 oktober 2023 laten weten dat het depotbedrag per 16 november 2023 € 1.356.600,65 zal bedragen.
De totale executieopbrengst van de objecten A tot en met J was € 3.455.100,-. Er is reeds een bedrag van € 2.308.826,00 aan partijen uitgekeerd, waarbij de gemeente Molenlanden in november 2018 een bedrag van € 100.000,- heeft teruggestort. De restant executieopbrengst komt daardoor op een bedrag van € 1.246.274,00. Nu het depotbedrag volgens de notaris per 16 november 2023 € 1.356.600,65 bedraagt, betekent dat dat er een positief saldo aan rente en kosten is van € 110.326,65. Dit bedrag zal pro rata over alle objecten worden verdeeld.
3De (derde en) definitieve staat van verdeling
3.1.
Op basis van de uitkomsten van voornoemde procedures en voormelde ontwikkelingen, komt de rechter-commissaris tot de volgende definitieve plaatsingen.
I Ter zake van kosten van uitwinning:
aan verzoekster, griffierecht € 346,00
aan verzoekster, advocaatsalaris € 452,00
aan Stichting [naam 4] , advocaatsalaris € 452,00
aan [naam fonds] , advocaatsalaris € 452,00
aan [vennootschap X] ., advocaatsalaris € 452,00
aan [naam 15] , advocaatsalaris € 452,00
aan [naam 7] , advocaatsalaris € 452,00
aan de gemeente Molenlanden, advocaatsalaris € 452,00
€ 3.510,00
II Ter zake van registergoed A
a. a) aan verzoekster
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
hoofdsom per saldo € 5.307,16
- voor de verbeurde boete, incl. wettelijke rente daarover tot en met 22 april 2014
hoofdsom per saldo € 179.013,01
wettelijke rente van 23 april 2014 – 25 november 2014 over
€ 179.013,01 € 3.192,81
wettelijke rente van 26 november 2014 – 15 november 2023 over
€ 53.643,06 (€ 182.205,82 minus € 128.562,76) € 12.068,27
- voor proceskosten op grond van het vonnis d.d. 27 maart 2013 en herstelvonnis d.d. 19 juni 2013
hoofdsom per saldo € 4.081,71
- ter zake verbeurde dwangsommen uit twee invorderingsbeschikkingen d.d. 31 mei 2012, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016
hoofdsom per saldo € 1.012.034,28
wettelijke rente van 1 januari 2017 – 30 oktober 2017 over
€ 1.012.034,28 € 16.802,54
wettelijke rente van 31 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 110.290,36 (€ 1.028.836,82 minus € 918.546,46) € 17.084,36
- voor proceskosten hoger beroep bodemprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13] :
hoofdsom per saldo € 14.173,00
- voor kosten incident in schadestaatprocedure
hoofdsom per saldo € 452,00
- voor hoofdsom, verschotten en advocaatkosten
schadestaatprocedure
hoofdsom per saldo € 129.221,11
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 15.223,66
- voor proceskosten hoger beroep schadestaatprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13] :
hoofdsom per saldo: € 3.463,33
Totaal € 1.412.117,24
b) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
hoofdsom per saldo € 8.884,00
wettelijke rente van 23 april 2014 – 14 november 2014 over
€ 8.884,00 € 150,42
wettelijke rente van 15 november 2014 – 4 oktober 2017 over
€ 2.520,02 (€ 9.034,42 minus € 6.514,40) € 151,72
wettelijke rente van 5 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 1.152,59 (€ 2.671,74 minus € 1.519,15) € 180,56
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
hoofdsom per saldo € 75.473,73
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 8.891,63
- voor proceskosten hoger beroep schadestaatprocedure bodemverontreiniging:
hoofdsom per saldo: € 3.463,33
totaal € 97.195,39
c) aan Stichting [naam 4]
- voor schade als gevolg van de bodemverontreiniging van perceel [perceelnummer 13]
hoofdsom per saldo € 300.443,56
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 35.395,55
totaal € 335.839,11
e) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:
hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014: € 56.529,78
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over € 56.529,78 € 4.503,16
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 9.914,70 (€ 61.032,94 minus € 51.118,24) € 1.535,15
vast recht € 1.789,00
overige verschotten € 76,92
beslagkosten € 545,38
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012 € 74,06
totaal € 65.053,45
d) aan [naam 7]
- voor vordering uit honorarium(i) hoofdsom per 1 mei 2012: € 70.000,00
(ii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 mei 2012 –
31 oktober 2017 over € 70.000,00 € 10.252,27
(iii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 november 2017 –
15 november 2023 over € 13.037,09 (€ 80.252,27 minus € 67.215,18) € 2.018,60
(iiii) deurwaarderskosten: € 765,09
totaal € 83.035,96
f) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
hoofdsom per saldo € 166.178,03
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over
€ 166.178,03 € 13.237,72
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 23.429,03 (€ 179.415,75 minus € 155.986,72) € 3.627,64
totaal € 183.043,39
III Ter zake van registergoed B
a. a) aan verzoekster
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
hoofdsom per saldo € 5.307,16
- voor de verbeurde boete, incl. wettelijke rente daarover tot en met 22 april 2014
hoofdsom per saldo € 179.013,01
wettelijke rente van 23 april 2014 – 25 november 2014 over
€ 179.013,01 € 3.192,81
wettelijke rente van 26 november 2014 – 15 november 2023 over
€ 53.643,06 (€ 182.205,82 minus € 128.562,76) € 12.068,27
- voor proceskosten op grond van het vonnis d.d. 27 maart 2013 en herstelvonnis d.d. 19 juni 2013
hoofdsom per saldo € 4.081,71
- ter zake verbeurde dwangsommen uit twee invorderingsbeschikkingen d.d. 31 mei 2012, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016
hoofdsom per saldo € 1.012.034,28
wettelijke rente van 1 januari 2017 – 30 oktober 2017 over
€ 1.012.034,28 € 16.802,54
wettelijke rente van 31 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 110.290,36 (€ 1.028.836,82 minus € 918.546,46) € 17.084,36
- voor proceskosten hoger beroep bodemprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13] :
hoofdsom per saldo € 14.173,00
- voor kosten incident in schadestaatprocedure
hoofdsom per saldo € 452,00
- voor hoofdsom, verschotten en advocaatkosten
schadestaatprocedure
hoofdsom per saldo € 129.221,11
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 15.223,66
- voor proceskosten hoger beroep schadestaatprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13] :
hoofdsom per saldo: € 3.463,33
Totaal € 1.412.117,24
b) aan de gemeente Molenlanden
- uit hoofde de vaststellingsovereenkomst
hoofdsom per saldo € 712.329,04
totaal € 712.329,04
b) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
hoofdsom per saldo € 8.884,00
wettelijke rente van 23 april 2014 – 14 november 2014 over
€ 8.884,00 € 150,42
wettelijke rente van 15 november 2014 – 4 oktober 2017 over
€ 2.520,02 (€ 9.034,42 minus € 6.514,40) € 151,72
wettelijke rente van 5 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 1.152,59 (€ 2.671,74 minus € 1.519,15) € 180,56
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
hoofdsom per saldo € 75.473,73
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 8.891,63
- voor proceskosten hoger beroep schadestaatprocedure bodemverontreiniging:
hoofdsom per saldo: € 3.463,33
totaal € 97.195,39
c) aan Stichting [naam 4]
- voor schade als gevolg van de bodemverontreiniging van perceel [perceelnummer 13]
hoofdsom per saldo € 300.443,56
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 35.395,55
totaal € 335.839,11
d) aan [naam 7]
- voor vordering uit honorarium(i) hoofdsom per 1 mei 2012: € 70.000,00
(ii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 mei 2012 –
31 oktober 2017 over € 70.000,00 € 10.252,27
(iii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 november 2017 –
15 november 2023 over € 13.037,09 (€ 80.252,27 minus € 67.215,18) € 2.018,60
(iiii) deurwaarderskosten: € 765,09
totaal € 83.035,96
e) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:
hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014: € 56.529,78
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over € 56.529,78 € 4.503,16
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 9.914,70 (€ 61.032,94 minus € 51.118,24) € 1.535,15
vast recht € 1.789,00
overige verschotten € 76,92
beslagkosten € 545,38
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012 € 74,06
totaal € 65.053,45
f) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
hoofdsom per saldo € 166.178,03
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over
€ 166.178,03 € 13.237,72
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 23.429,03 (€ 179.415,75 minus € 155.986,72) € 3.627,64
totaal € 183.043,39
IV Ter zake van registergoed C
a. a) aan verzoekster
- voor de verbeurde boete, incl. wettelijke rente daarover tot en met 22 april 2014
hoofdsom per saldo € 179.013,01
wettelijke rente van 23 april 2014 – 25 november 2014 over
€ 179.013,01 € 3.192,81
wettelijke rente van 26 november 2014 – 15 november 2023 over
€ 53.643,06 (€ 182.205,82 minus € 128.562,76) € 12.068,27
- voor proceskosten op grond van het vonnis d.d. 27 maart 2013 en herstelvonnis d.d. 19 juni 2013
hoofdsom per saldo € 4.081,71
- voor vordering uit dwangbevel van 9 november 2004, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014hoofdsom per saldo € 118.339,95
wettelijke rente van 23 april 2014 – 25 november 2014 over
€ 118.339,95 € 2.110,67
wettelijke rente van 26 november 2014 – 15 november 2023 over
€ 35.461,73 (€ 120.450,62 minus € 84.988,89) € 7.977,95
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
hoofdsom per saldo € 5.307,16
- ter zake verbeurde dwangsommen uit twee invorderingsbeschikkingen d.d. 31 mei 2012, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016
hoofdsom per saldo € 1.012.034,28
wettelijke rente van 1 januari 2017 – 30 oktober 2017 over
€ 1.012.034,28 € 16.802,54
wettelijke rente van 31 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 110.290,36 (€ 1.028.836,82 minus € 918.546,46) € 17.084,36
- voor proceskosten hoger beroep bodemprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13] :
hoofdsom per saldo € 14.173,00
- voor kosten incident in schadestaatprocedure
hoofdsom per saldo € 452,00
- voor hoofdsom, verschotten en advocaatkosten
schadestaatprocedure
hoofdsom per saldo € 129.221,11
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 15.223,66
- voor proceskosten hoger beroep schadestaatprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13] :
hoofdsom per saldo: € 3.463,33
Totaal € 1.540.545,81
b) aan de gemeente Molenlanden
- uit hoofde de vaststellingsovereenkomst
hoofdsom per saldo € 712.329,04
totaal € 712.329,04
b) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
hoofdsom per saldo € 8.884,00
wettelijke rente van 23 april 2014 – 14 november 2014 over
€ 8.884,00 € 150,42
wettelijke rente van 15 november 2014 – 4 oktober 2017 over
€ 2.520,02 (€ 9.034,42 minus € 6.514,40) € 151,72
wettelijke rente van 5 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 1.152,59 (€ 2.671,74 minus € 1.519,15) € 180,56
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
hoofdsom per saldo € 75.473,73
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 8.891,63
- voor proceskosten hoger beroep schadestaatprocedure bodemverontreiniging:
hoofdsom per saldo: € 3.463,33
totaal € 97.195,39
c) aan Stichting [naam 4]
- voor schade als gevolg van de bodemverontreiniging van perceel [perceelnummer 13]
hoofdsom per saldo € 300.443,56
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 35.395,55
totaal € 335.839,11
d) aan [naam 7]
- voor vordering uit honorarium(i) hoofdsom per 1 mei 2012: € 70.000,00
(ii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 mei 2012 –
31 oktober 2017 over € 70.000,00 € 10.252,27
(iii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 november 2017 –
15 november 2023 over € 13.037,09 (€ 80.252,27 minus € 67.215,18) € 2.018,60
(iiii) deurwaarderskosten: € 765,09
totaal € 83.035,96
e) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:
hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014: € 56.529,78
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over € 56.529,78 € 4.503,16
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 9.914,70 (€ 61.032,94 minus € 51.118,24) € 1.535,15
vast recht € 1.789,00
overige verschotten € 76,92
beslagkosten € 545,38
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012 € 74,06
totaal € 65.053,45
f) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
hoofdsom per saldo € 166.178,03
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over
€ 166.178,03 € 13.237,72
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 23.429,03 (€ 179.415,75 minus € 155.986,72) € 3.627,64
totaal € 183.043,39
V Ter zake van registergoed D
a. a) aan verzoekster
- voor de verbeurde boete, incl. wettelijke rente daarover tot en met 22 april 2014
hoofdsom per saldo € 179.013,01
wettelijke rente van 23 april 2014 – 25 november 2014 over
€ 179.013,01 € 3.192,81
wettelijke rente van 26 november 2014 – 15 november 2023 over
€ 53.643,06 (€ 182.205,82 minus € 128.562,76) € 12.068,27
- voor proceskosten op grond van het vonnis d.d. 27 maart 2013 en herstelvonnis d.d. 19 juni 2013
hoofdsom per saldo € 4.081,71
- voor vordering uit dwangbevel van 9 november 2004, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014hoofdsom per saldo € 118.339,95
wettelijke rente van 23 april 2014 – 25 november 2014 over
€ 118.339,95 € 2.110,67
wettelijke rente van 26 november 2014 – 15 november 2023 over
€ 35.461,73 (€ 120.450,62 minus € 84.988,89) € 7.977,95
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
hoofdsom per saldo € 5.307,16
- ter zake verbeurde dwangsommen uit twee invorderingsbeschikkingen d.d. 31 mei 2012, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016
hoofdsom per saldo € 1.012.034,28
wettelijke rente van 1 januari 2017 – 30 oktober 2017 over
€ 1.012.034,28 € 16.802,54
wettelijke rente van 31 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 110.290,36 (€ 1.028.836,82 minus € 918.546,46) € 17.084,36
- voor proceskosten hoger beroep bodemprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13] :
hoofdsom per saldo € 14.173,00
- voor kosten incident in schadestaatprocedure
hoofdsom per saldo € 452,00
- voor hoofdsom, verschotten en advocaatkosten
schadestaatprocedure
hoofdsom per saldo € 129.221,11
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 15.223,66
- voor proceskosten hoger beroep schadestaatprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13] :
hoofdsom per saldo: € 3.463,33
Totaal € 1.540.545,81
b) aan de gemeente Molenlanden
- uit hoofde de vaststellingsovereenkomst
hoofdsom per saldo € 712.329,04
totaal € 712.329,04
b) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
hoofdsom per saldo € 8.884,00
wettelijke rente van 23 april 2014 – 14 november 2014 over
€ 8.884,00 € 150,42
wettelijke rente van 15 november 2014 – 4 oktober 2017 over
€ 2.520,02 (€ 9.034,42 minus € 6.514,40) € 151,72
wettelijke rente van 5 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 1.152,59 (€ 2.671,74 minus € 1.519,15) € 180,56
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
hoofdsom per saldo € 75.473,73
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 8.891,63
- voor proceskosten hoger beroep schadestaatprocedure bodemverontreiniging:
hoofdsom per saldo: € 3.463,33
totaal € 97.195,39
c) aan Stichting [naam 4]
- voor schade als gevolg van de bodemverontreiniging van perceel [perceelnummer 13]
hoofdsom per saldo € 300.443,56
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 35.395,55
totaal € 335.839,11
d) aan [naam 7]
- voor vordering uit honorarium(i) hoofdsom per 1 mei 2012: € 70.000,00
(ii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 mei 2012 –
31 oktober 2017 over € 70.000,00 € 10.252,27
(iii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 november 2017 –
15 november 2023 over € 13.037,09 (€ 80.252,27 minus € 67.215,18) € 2.018,60
(iiii) deurwaarderskosten: € 765,09
totaal € 83.035,96
e) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:
hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014: € 56.529,78
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over € 56.529,78 € 4.503,16
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 9.914,70 (€ 61.032,94 minus € 51.118,24) € 1.535,15
vast recht € 1.789,00
overige verschotten € 76,92
beslagkosten € 545,38
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012 € 74,06
totaal € 65.053,45
f) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
hoofdsom per saldo € 166.178,03
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over
€ 166.178,03 € 13.237,72
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 23.429,03 (€ 179.415,75 minus € 155.986,72) € 3.627,64
totaal € 183.043,39
VI Ter zake van registergoed E
a. a) aan verzoekster
- voor vordering uit dwangbevel van 9 november 2004, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014hoofdsom per saldo € 118.339,95
wettelijke rente van 23 april 2014 – 25 november 2014 over
€ 118.339,95 € 2.110,67
wettelijke rente van 26 november 2014 – 15 november 2023 over
€ 35.461,73 (€ 120.450,62 minus € 84.988,89) € 7.977,95
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
hoofdsom per saldo € 5.307,16
- ter zake verbeurde dwangsommen uit twee invorderingsbeschikkingen d.d. 31 mei 2012, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016
hoofdsom per saldo € 1.012.034,28
wettelijke rente van 1 januari 2017 – 30 oktober 2017 over
€ 1.012.034,28 € 16.802,54
wettelijke rente van 31 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 110.290,36 (€ 1.028.836,82 minus € 918.546,46) € 17.084,36
totaal € 1.179.656,91
b) aan de gemeente Molenlanden
- uit hoofde de vaststellingsovereenkomst
hoofdsom per saldo € 712.329,04
totaal € 712.329,04
b) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
hoofdsom per saldo € 8.884,00
wettelijke rente van 23 april 2014 – 14 november 2014 over
€ 8.884,00 € 150,42
wettelijke rente van 15 november 2014 – 4 oktober 2017 over
€ 2.520,02 (€ 9.034,42 minus € 6.514,40) € 151,72
wettelijke rente van 5 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 1.152,59 (€ 2.671,74 minus € 1.519,15) € 180,56
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
hoofdsom per saldo € 75.473,73
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 8.891,63
- voor proceskosten hoger beroep schadestaatprocedure bodemverontreiniging:
hoofdsom per saldo: € 3.463,33
totaal € 97.195,39
d) aan [naam 7]
- voor vordering uit honorarium(i) hoofdsom per 1 mei 2012: € 70.000,00
(ii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 mei 2012 –
31 oktober 2017 over € 70.000,00 € 10.252,27
(iii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 november 2017 –
15 november 2023 over € 13.037,09 (€ 80.252,27 minus € 67.215,18) € 2.018,60
(iiii) deurwaarderskosten: € 765,09
totaal € 83.035,96
e) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:
hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014: € 56.529,78
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over € 56.529,78 € 4.503,16
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 9.914,70 (€ 61.032,94 minus € 51.118,24) € 1.535,15
vast recht € 1.789,00
overige verschotten € 76,92
beslagkosten € 545,38
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012 € 74,06
totaal € 65.053,45
f) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
hoofdsom per saldo € 166.178,03
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over
€ 166.178,03 € 13.237,72
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 23.429,03 (€ 179.415,75 minus € 155.986,72) € 3.627,64
totaal € 183.043,39
g) aan [naam bank] bij voorrang
- voor vordering uit eerste hypotheek
hoofdsom per saldo € 68.067,00
wettelijke rente over € 68.067,00 tot 28 februari 2013 € 4.297,11
wettelijke rente over € 72.364,11 van 1 maart 2013 –
31 december 2014 € 4.045,53
totaal € 76.409,64
VII Ter zake van registergoed F
a. a) aan verzoekster
- voor de verbeurde boete, incl. wettelijke rente daarover tot en met 22 april 2014
hoofdsom per saldo € 179.013,01
wettelijke rente van 23 april 2014 – 25 november 2014 over
€ 179.013,01 € 3.192,81
wettelijke rente van 26 november 2014 – 15 november 2023 over
€ 53.643,06 (€ 182.205,82 minus € 128.562,76) € 12.068,27
- voor proceskosten op grond van het vonnis d.d. 27 maart 2013 en herstelvonnis d.d. 19 juni 2013
hoofdsom per saldo € 4.081,71
- voor vordering uit dwangbevel van 9 november 2004, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014hoofdsom per saldo € 118.339,95
wettelijke rente van 23 april 2014 – 25 november 2014 over
€ 118.339,95 € 2.110,67
wettelijke rente van 26 november 2014 – 15 november 2023 over
€ 35.461,73 (€ 120.450,62 minus € 84.988,89) € 7.977,95
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
hoofdsom per saldo € 5.307,16
- ter zake verbeurde dwangsommen uit twee invorderingsbeschikkingen d.d. 31 mei 2012, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016
hoofdsom per saldo € 1.012.034,28
wettelijke rente van 1 januari 2017 – 30 oktober 2017 over
€ 1.012.034,28 € 16.802,54
wettelijke rente van 31 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 110.290,36 (€ 1.028.836,82 minus € 918.546,46) € 17.084,36
- voor proceskosten hoger beroep bodemprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13] :
hoofdsom per saldo € 14.173,00
- voor kosten incident in schadestaatprocedure
hoofdsom per saldo € 452,00
- voor hoofdsom, verschotten en advocaatkosten
schadestaatprocedure
hoofdsom per saldo € 129.221,11
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 15.223,66
- voor proceskosten hoger beroep schadestaatprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13] :
hoofdsom per saldo: € 3.463,33
Totaal € 1.540.545,81
b) aan de gemeente Molenlanden
- uit hoofde de vaststellingsovereenkomst
hoofdsom per saldo € 712.329,04
totaal € 712.329,04
b) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
hoofdsom per saldo € 8.884,00
wettelijke rente van 23 april 2014 – 14 november 2014 over
€ 8.884,00 € 150,42
wettelijke rente van 15 november 2014 – 4 oktober 2017 over
€ 2.520,02 (€ 9.034,42 minus € 6.514,40) € 151,72
wettelijke rente van 5 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 1.152,59 (€ 2.671,74 minus € 1.519,15) € 180,56
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
hoofdsom per saldo € 75.473,73
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 8.891,63
- voor proceskosten hoger beroep schadestaatprocedure bodemverontreiniging:
hoofdsom per saldo: € 3.463,33
totaal € 97.195,39
c) aan Stichting [naam 4]
- voor schade als gevolg van de bodemverontreiniging van perceel [perceelnummer 13]
hoofdsom per saldo € 300.443,56
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 35.395,55
totaal € 335.839,11
d) aan [naam 7]
- voor vordering uit honorarium(i) hoofdsom per 1 mei 2012: € 70.000,00
(ii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 mei 2012 –
31 oktober 2017 over € 70.000,00 € 10.252,27
(iii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 november 2017 –
15 november 2023 over € 13.037,09 (€ 80.252,27 minus € 67.215,18) € 2.018,60
(iiii) deurwaarderskosten: € 765,09
totaal € 83.035,96
e) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:
hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014: € 56.529,78
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over € 56.529,78 € 4.503,16
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 9.914,70 (€ 61.032,94 minus € 51.118,24) € 1.535,15
vast recht € 1.789,00
overige verschotten € 76,92
beslagkosten € 545,38
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012 € 74,06
totaal € 65.053,45
f) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
hoofdsom per saldo € 166.178,03
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over
€ 166.178,03 € 13.237,72
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 23.429,03 (€ 179.415,75 minus € 155.986,72) € 3.627,64
totaal € 183.043,39
VIII Ter zake van registergoed G
a. a) aan verzoekster
- voor vordering uit dwangbevel van 9 november 2004, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014hoofdsom per saldo € 118.339,95
wettelijke rente van 23 april 2014 – 25 november 2014 over
€ 118.339,95 € 2.110,67
wettelijke rente van 26 november 2014 – 15 november 2023 over
€ 35.461,73 (€ 120.450,62 minus € 84.988,89) € 7.977,95
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
hoofdsom per saldo € 5.307,16
- ter zake verbeurde dwangsommen uit twee invorderingsbeschikkingen d.d. 31 mei 2012, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016
hoofdsom per saldo € 1.012.034,28
wettelijke rente van 1 januari 2017 – 30 oktober 2017 over
€ 1.012.034,28 € 16.802,54
wettelijke rente van 31 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 110.290,36 (€ 1.028.836,82 minus € 918.546,46) € 17.084,36
totaal € 1.179.656,91
b) aan de gemeente Molenlanden
- uit hoofde de vaststellingsovereenkomst
hoofdsom per saldo € 712.329,04
totaal € 712.329,04
b) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
hoofdsom per saldo € 8.884,00
wettelijke rente van 23 april 2014 – 14 november 2014 over
€ 8.884,00 € 150,42
wettelijke rente van 15 november 2014 – 4 oktober 2017 over
€ 2.520,02 (€ 9.034,42 minus € 6.514,40) € 151,72
wettelijke rente van 5 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 1.152,59 (€ 2.671,74 minus € 1.519,15) € 180,56
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
hoofdsom per saldo € 75.473,73
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 8.891,63
- voor proceskosten hoger beroep schadestaatprocedure bodemverontreiniging:
hoofdsom per saldo: € 3.463,33
totaal € 97.195,39
d) aan [naam 7]
- voor vordering uit honorarium(i) hoofdsom per 1 mei 2012: € 70.000,00
(ii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 mei 2012 –
31 oktober 2017 over € 70.000,00 € 10.252,27
(iii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 november 2017 –
15 november 2023 over € 13.037,09 (€ 80.252,27 minus € 67.215,18) € 2.018,60
(iiii) deurwaarderskosten: € 765,09
totaal € 83.035,96
e) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:
hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014: € 56.529,78
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over € 56.529,78 € 4.503,16
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 9.914,70 (€ 61.032,94 minus € 51.118,24) € 1.535,15
vast recht € 1.789,00
overige verschotten € 76,92
beslagkosten € 545,38
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012 € 74,06
totaal € 65.053,45
f) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
hoofdsom per saldo € 166.178,03
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over
€ 166.178,03 € 13.237,72
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 23.429,03 (€ 179.415,75 minus € 155.986,72) € 3.627,64
totaal € 183.043,39
IX Ter zake van registergoed H
a. a) aan verzoekster
- voor de verbeurde boete, incl. wettelijke rente daarover tot en met 22 april 2014
hoofdsom per saldo € 179.013,01
wettelijke rente van 23 april 2014 – 25 november 2014 over
€ 179.013,01 € 3.192,81
wettelijke rente van 26 november 2014 – 15 november 2023 over
€ 53.643,06 (€ 182.205,82 minus € 128.562,76) € 12.068,27
- voor proceskosten op grond van het vonnis d.d. 27 maart 2013 en herstelvonnis d.d. 19 juni 2013
hoofdsom per saldo € 4.081,71
- voor vordering uit dwangbevel van 9 november 2004, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014hoofdsom per saldo € 118.339,95
wettelijke rente van 23 april 2014 – 25 november 2014 over
€ 118.339,95 € 2.110,67
wettelijke rente van 26 november 2014 – 15 november 2023 over
€ 35.461,73 (€ 120.450,62 minus € 84.988,89) € 7.977,95
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
hoofdsom per saldo € 5.307,16
- ter zake verbeurde dwangsommen uit twee invorderingsbeschikkingen d.d. 31 mei 2012, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016
hoofdsom per saldo € 1.012.034,28
wettelijke rente van 1 januari 2017 – 30 oktober 2017 over
€ 1.012.034,28 € 16.802,54
wettelijke rente van 31 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 110.290,36 (€ 1.028.836,82 minus € 918.546,46) € 17.084,36
- voor proceskosten hoger beroep bodemprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13] :
hoofdsom per saldo € 14.173,00
- voor kosten incident in schadestaatprocedure
hoofdsom per saldo € 452,00
- voor hoofdsom, verschotten en advocaatkosten
schadestaatprocedure
hoofdsom per saldo € 129.221,11
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 15.223,66
- voor proceskosten hoger beroep schadestaatprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13] :
hoofdsom per saldo: € 3.463,33
Totaal € 1.540.545,81
b) aan de gemeente Molenlanden
- uit hoofde de vaststellingsovereenkomst
hoofdsom per saldo € 712.329,04
totaal € 712.329,04
b) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
hoofdsom per saldo € 8.884,00
wettelijke rente van 23 april 2014 – 14 november 2014 over
€ 8.884,00 € 150,42
wettelijke rente van 15 november 2014 – 4 oktober 2017 over
€ 2.520,02 (€ 9.034,42 minus € 6.514,40) € 151,72
wettelijke rente van 5 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 1.152,59 (€ 2.671,74 minus € 1.519,15) € 180,56
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
hoofdsom per saldo € 75.473,73
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 8.891,63
- voor proceskosten hoger beroep schadestaatprocedure bodemverontreiniging:
hoofdsom per saldo: € 3.463,33
totaal € 97.195,39
c) aan Stichting [naam 4]
- voor schade als gevolg van de bodemverontreiniging van perceel [perceelnummer 13]
hoofdsom per saldo € 300.443,56
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 35.395,55
totaal € 335.839,11
d) aan [naam 7]
- voor vordering uit honorarium(i) hoofdsom per 1 mei 2012: € 70.000,00
(ii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 mei 2012 –
31 oktober 2017 over € 70.000,00 € 10.252,27
(iii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 november 2017 –
15 november 2023 over € 13.037,09 (€ 80.252,27 minus € 67.215,18) € 2.018,60
(iiii) deurwaarderskosten: € 765,09
totaal € 83.035,96
e) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:
hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014: € 56.529,78
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over € 56.529,78 € 4.503,16
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 9.914,70 (€ 61.032,94 minus € 51.118,24) € 1.535,15
vast recht € 1.789,00
overige verschotten € 76,92
beslagkosten € 545,38
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012 € 74,06
totaal € 65.053,45
f) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
hoofdsom per saldo € 166.178,03
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over
€ 166.178,03 € 13.237,72
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 23.429,03 (€ 179.415,75 minus € 155.986,72) € 3.627,64
totaal € 183.043,39
X Ter zake van registergoed I
a. a) aan verzoekster
- voor de verbeurde boete, incl. wettelijke rente daarover tot en met 22 april 2014
hoofdsom per saldo € 179.013,01
wettelijke rente van 23 april 2014 – 25 november 2014 over
€ 179.013,01 € 3.192,81
wettelijke rente van 26 november 2014 – 15 november 2023 over
€ 53.643,06 (€ 182.205,82 minus € 128.562,76) € 12.068,27
- voor proceskosten op grond van het vonnis d.d. 27 maart 2013 enherstelvonnis d.d. 19 juni 2013
hoofdsom per saldo € 4.081,71
- voor vordering uit dwangbevel van 9 november 2004, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014hoofdsom per saldo € 118.339,95
wettelijke rente van 23 april 2014 – 25 november 2014 over
€ 118.339,95 € 2.110,67
wettelijke rente van 26 november 2014 – 15 november 2023 over
€ 35.461,73 (€ 120.450,62 minus € 84.988,89) € 7.977,95
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
hoofdsom per saldo € 5.307,16
- ter zake verbeurde dwangsommen uit twee invorderingsbeschikkingen d.d. 31 mei 2012, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016
hoofdsom per saldo € 1.012.034,28
wettelijke rente van 1 januari 2017 – 30 oktober 2017 over
€ 1.012.034,28 € 16.802,54
wettelijke rente van 31 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 110.290,36 (€ 1.028.836,82 minus € 918.546,46) € 17.084,36
- voor proceskosten hoger beroep bodemprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13] :
hoofdsom per saldo € 14.173,00
- voor kosten incident in schadestaatprocedure
hoofdsom per saldo € 452,00
- voor hoofdsom, verschotten en advocaatkosten
schadestaatprocedure
hoofdsom per saldo € 129.221,11
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 15.223,66
- voor proceskosten hoger beroep schadestaatprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13] :
hoofdsom per saldo: € 3.463,33
Totaal € 1.540.545,81
b) aan de gemeente Molenlanden
- uit hoofde de vaststellingsovereenkomst
hoofdsom per saldo € 712.329,04
totaal € 712.329,04
b) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
hoofdsom per saldo € 8.884,00
wettelijke rente van 23 april 2014 – 14 november 2014 over
€ 8.884,00 € 150,42
wettelijke rente van 15 november 2014 – 4 oktober 2017 over
€ 2.520,02 (€ 9.034,42 minus € 6.514,40) € 151,72
wettelijke rente van 5 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 1.152,59 (€ 2.671,74 minus € 1.519,15) € 180,56
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
hoofdsom per saldo € 75.473,73
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 8.891,63
- voor proceskosten hoger beroep schadestaatprocedure bodemverontreiniging:
hoofdsom per saldo: € 3.463,33
totaal € 97.195,39
c) aan Stichting [naam 4]
- voor schade als gevolg van de bodemverontreiniging van perceel [perceelnummer 13]
hoofdsom per saldo € 300.443,56
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 35.395,55
totaal € 335.839,11
d) aan [naam 7]
- voor vordering uit honorarium(i) hoofdsom per 1 mei 2012: € 70.000,00
(ii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 mei 2012 –
31 oktober 2017 over € 70.000,00 € 10.252,27
(iii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 november 2017 –
15 november 2023 over € 13.037,09 (€ 80.252,27 minus € 67.215,18) € 2.018,60
(iiii) deurwaarderskosten: € 765,09
totaal € 83.035,96
e) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:
hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014: € 56.529,78
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over € 56.529,78 € 4.503,16
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 9.914,70 (€ 61.032,94 minus € 51.118,24) € 1.535,15
vast recht € 1.789,00
overige verschotten € 76,92
beslagkosten € 545,38
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012 € 74,06
totaal € 65.053,45
f) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
hoofdsom per saldo € 166.178,03
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over
€ 166.178,03 € 13.237,72
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 23.429,03 (€ 179.415,75 minus € 155.986,72) € 3.627,64
totaal € 183.043,39
XI Ter zake van registergoed J
a. a) aan verzoekster
- voor de verbeurde boete, incl. wettelijke rente daarover tot en met 22 april 2014
hoofdsom per saldo € 179.013,01
wettelijke rente van 23 april 2014 – 25 november 2014 over
€ 179.013,01 € 3.192,81
wettelijke rente van 26 november 2014 – 15 november 2023 over
€ 53.643,06 (€ 182.205,82 minus € 128.562,76) € 12.068,27
- voor proceskosten op grond van het vonnis d.d. 27 maart 2013 en herstelvonnis d.d. 19 juni 2013
hoofdsom per saldo € 4.081,71
- voor vordering uit dwangbevel van 9 november 2004, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014hoofdsom per saldo € 118.339,95
wettelijke rente van 23 april 2014 – 25 november 2014 over
€ 118.339,95 € 2.110,67
wettelijke rente van 26 november 2014 – 15 november 2023 over
€ 35.461,73 (€ 120.450,62 minus € 84.988,89) € 7.977,95
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
hoofdsom per saldo € 5.307,16
- ter zake verbeurde dwangsommen uit twee invorderingsbeschikkingen d.d. 31 mei 2012, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016
hoofdsom per saldo € 1.012.034,28
wettelijke rente van 1 januari 2017 – 30 oktober 2017 over
€ 1.012.034,28 € 16.802,54
wettelijke rente van 31 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 110.290,36 (€ 1.028.836,82 minus € 918.546,46) € 17.084,36
- voor proceskosten hoger beroep bodemprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13] :
hoofdsom per saldo € 14.173,00
- voor kosten incident in schadestaatprocedure
hoofdsom per saldo € 452,00
- voor hoofdsom, verschotten en advocaatkosten
schadestaatprocedure
hoofdsom per saldo € 129.221,11
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 15.223,66
- voor proceskosten hoger beroep schadestaatprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13] :
hoofdsom per saldo: € 3.463,33
Totaal € 1.540.545,81
b) aan de gemeente Molenlanden
- uit hoofde de vaststellingsovereenkomst
hoofdsom per saldo € 712.329,04
totaal € 712.329,04
b) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
hoofdsom per saldo € 8.884,00
wettelijke rente van 23 april 2014 – 14 november 2014 over
€ 8.884,00 € 150,42
wettelijke rente van 15 november 2014 – 4 oktober 2017 over
€ 2.520,02 (€ 9.034,42 minus € 6.514,40) € 151,72
wettelijke rente van 5 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 1.152,59 (€ 2.671,74 minus € 1.519,15) € 180,56
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
hoofdsom per saldo € 75.473,73
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 8.891,63
- voor proceskosten hoger beroep schadestaatprocedure bodemverontreiniging:
hoofdsom per saldo: € 3.463,33
totaal € 97.195,39
c) aan Stichting [naam 4]
- voor schade als gevolg van de bodemverontreiniging van perceel [perceelnummer 13]
hoofdsom per saldo € 300.443,56
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 35.395,55
totaal € 335.839,11
d) aan [naam 7]
- voor vordering uit honorarium(i) hoofdsom per 1 mei 2012: € 70.000,00
(ii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 mei 2012 –
31 oktober 2017 over € 70.000,00 € 10.252,27
(iii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 november 2017 –
15 november 2023 over € 13.037,09 (€ 80.252,27 minus € 67.215,18) € 2.018,60
(iiii) deurwaarderskosten: € 765,09
totaal € 83.035,96
e) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:
hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014: € 56.529,78
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over € 56.529,78 € 4.503,16
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 9.914,70 (€ 61.032,94 minus € 51.118,24) € 1.535,15
vast recht € 1.789,00
overige verschotten € 76,92
beslagkosten € 545,38
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012 € 74,06
totaal € 65.053,45
f) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
hoofdsom per saldo € 166.178,03
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over
€ 166.178,03 € 13.237,72
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 23.429,03 (€ 179.415,75 minus € 155.986,72) € 3.627,64
totaal € 183.043,39
3.2.
Nu de restant executieopbrengst van voornoemde registergoederen € 3.455.100,00 + het positieve saldo aan rente en kosten ad € 110.326,65= € 3.565.426,65 bedraagt, kunnen de onder I vermelde kosten geheel uit de netto opbrengst worden voldaan en kunnen vervolgens de onder II tot en met XI genoemde vorderingen geheel, naar evenredigheid van ieders geplaatste vordering per object, worden voldaan. Zoals hierna zal blijken kunnen alle vorderingen van de onder 3.1 genoemde partijen in zijn geheel worden voldaan uit de optelsom van de vastgestelde bedragen per object.
De onder I vermelde kosten zullen gemakshalve worden toegerekend aan registergoederen I en J, nu alle schuldeisers op die registergoederen beslag(en) hebben gelegd en de opbrengst van deze registergoederen, gelet op de totale executieopbrengst, aanzienlijk is.
3.3.
De rechter-commissaris stelt vast dat per heden met betrekking tot de niet betwiste vorderingen en de inmiddels vaststaande vorderingen de navolgende bedragen aan de schuldeisers toekomen:
Ter zake van kosten van uitwinning
1. aan verzoekster, griffierecht € 346,002. aan verzoekster, advocaatsalaris € 452,003. aan Stichting [naam 4] , advocaatsalaris € 452,004. aan [naam fonds] , advocaatsalaris € 452,005. aan [vennootschap X] ., advocaatsalaris € 452,006. aan [naam 15] , advocaatsalaris € 452,007. aan [naam 7] , advocaatsalaris € 452,008. aan de gemeente Molenlanden, advocaatsalaris € 452,00
Totaal € 3.510,00
Ter zake van registergoed A
Executieopbrengst registergoed A: € 10.200,00
Rente en kosten t/m 15 november 2023 € 325,70
Totaal bedrag vastgestelde bedragen registergoed A: € 2.176.284,54
Uitkeringspercentage (€ 10.525,70 / € 2.176.284,54): 0,00483655
a. a) aan verzoekster
- voor verbeurde boete, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014
(€ 179.013,01 x 0,00483655=) € 865,81
wettelijke rente 23 april 2014 – 25 november 2014
(€ 3.192,81 x 0,00483655=) € 15,44
wettelijke rente 26 november 2014 – 15 november 2023
(€ 12.068,27 x 0,00483655=) € 58,37
- voor proceskosten op grond van het vonnis d.d. 27 maart 2013 en herstelvonnis d.d. 19 juni 2013
(€ 4.081,71 x 0,00483655=) € 19,74
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
(€ 5.307,16 x 0,00483655=) € 25,67
- verbeurde dwangsommen, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016 (€ 1.012.034,28x 0,00483655=) € 4.894,75
wettelijke rente 1 januari 2017 – 30 oktober 2017
(€ 16.802,54 x 0,00483655=) € 81,27
wettelijke rente 31 oktober 2017 – 15 november 2023
(€ 17.084,36 x 0,00483655=) € 82,63
- voor kosten hoger beroep bodemprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13]
(€ 14.173,00 x 0,00483655=) € 68,55
- voor kosten incident in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 452,00 x 0,00483655=) € 2,19
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 129.221,11 x 0,00483655=) € 624,98
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 15.223,66 x 0,00483655=) € 73,63
- voor kosten hoger beroep in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 3.463,33 x 0,00483655=) € 16,75
Totaal € 6.829,78
b) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
(€ 8.884,00 x 0,00483655=) € 42,97
wettelijke rente 23 april 2014 – 14 november 2014
(€ 150,42 x 0,00483655=) € 0,73
wettelijke rente 15 november 2014 – 4 oktober 2017
(€ 151,72 x 0,00483655=) € 0,87
wettelijke rente 5 oktober 2017 – 15 november 2023
(€ 180,56 x 0,00483655=) € 0,87
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 75.473,73 x 0,00483655=) € 365,03
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 8.891,63 x 0,00483655=) € 43,00
- voor kosten hoger beroep in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 3.463,33 x 0,00483655=) € 16,75
Totaal € 470,09
c) aan Stichting [naam 4]
- voor schade als gevolg van de bodemverontreiniging van perceel [perceelnummer 13]
(€ 300.443,56 x 0,00483655=) € 1.453,11
wettelijke rente 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 35.395,55 x 0,00483655=) € 171,19
Totaal € 1.624,30
d) aan mr. [naam 7]
- voor vordering uit honorarium
(€ 70.000,00 x 0,00483655=) € 338,56
wettelijke rente 1 mei 2012 – 31 oktober 2017
(€ 10.252,27 x 0,00483655=) € 49,59 wettelijke rente 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 2.018,60 x 0,00483655=) € 9,76
deurwaarderskosten
(€ 765,09 x 0,00483655=) € 3,70
Totaal € 401,61
e) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014(€ 56.529,78 x 0,00483655=) € 273,41wettelijke rente vanaf 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 4.503,16 x 0,00483655=) € 21,78
wettelijke rente vanaf 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 1.535,15 x 0,00483655=) € 7,42
vast recht
(€ 1.789,00 x 0,00483655=) € 8,65
overige verschotten
(€ 76,92 x 0,00483655=) € 0,37
beslagkosten
(€ 545,38 x 0,00483655=) € 2,64
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012
(€ 74,06 x 0,00483655=) € 0,36
Totaal € 314,63
f) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
(€ 166.178,03 x 0,00483655=) € 803,73
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 13.237,72 x 0,00483655=) € 64,02
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 3.627,64 x 0,00483655=) € 17,55
Totaal € 885,30
Ter zake van registergoed B
Executieopbrengst registergoed B: € 11.100,00
Rente en kosten t/m 15 november 2023 € 354,44
Totaal bedrag vastgestelde bedragen registergoed B: € 2.888.613,58
Uitkeringspercentage (€ 11.454,44 / € 2.888.613,58): 0,00396538
a. a) aan verzoekster
- voor verbeurde boete, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014
(€ 179.013,01 x 0,00396538=) € 709,85
wettelijke rente 23 april 2014 – 25 november 2014
(€ 3.192,81 x 0,00396538=) € 12,66
wettelijke rente 26 november 2014 – 15 november 2023
(€ 11.963,50 x 0,00396538=) € 47,86
- voor proceskosten op grond van het vonnis d.d. 27 maart 2013 en herstelvonnis d.d. 19 juni 2013
(€ 4.081,71 x 0,00396538=) € 16,19
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
(€ 5.307,16 x 0,00396538=) € 21,04
- verbeurde dwangsommen, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016 (€ 1.012.034,28x 0,00396538=) € 4.013,10
wettelijke rente 1 januari 2017 – 30 oktober 2017
(€ 16.802,54 x 0,00396538=) € 66,63
wettelijke rente 31 oktober 2017 – 15 november 2023
(€ 17.084,36 x 0,00396538=) € 67,75
- voor kosten hoger beroep bodemprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13]
(€ 14.173,00 x 0,00396538=) € 56,20
- voor kosten incident in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 452,00 x 0,00396538=) € 1,79
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 129.221,11 x 0,00396538=) € 512,41
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 15.223,66 x 0,00396538=) € 60,37
- voor kosten hoger beroep in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 3.463,33 x 0,00396538=) € 13,73
Totaal € 5.599,58
b) aan de gemeente Molenlanden
- uit hoofde van de vaststellingsovereenkomst
(€ 712.329,04 x 0,00396538=) € 2.824,66
Totaal € 2.824,66
c) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
(€ 8.884,00 x 0,00396538=) € 35,23
wettelijke rente 23 april 2014 – 14 november 2014
(€ 150,42 x 0,00396538=) € 0,60
wettelijke rente 15 november 2014 – 4 oktober 2017
(€ 151,72 x 0,00396538=) € 0,60
wettelijke rente 5 oktober 2017 – 15 november 2023
(€ 180,56 x 0,00396538=) € 0,72
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 75.473,73 x 0,00396538=) € 299,28
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 8.891,63 x 0,00396538=) € 35,26
- voor kosten hoger beroep in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 3.463,33 x 0,00396538=) € 13,73
Totaal € 385,42
d) aan Stichting [naam 4]
- voor schade als gevolg van de bodemverontreiniging van perceel [perceelnummer 13]
(€ 300.443,56 x 0,00396538=) € 1.191,37
wettelijke rente 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 35.395,55 x 0,00396538=) € 140,36
Totaal € 1.331,73
e) aan mr. [naam 7]
- voor vordering uit honorarium
(€ 70.000,00 x 0,00396538=) € 277,58
wettelijke rente 1 mei 2012 – 31 oktober 2017
(€ 10.252,27 x 0,00396538=) € 40,65 wettelijke rente 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 2.018,60 x 0,00396538=) € 8,00
deurwaarderskosten
(€ 765,09 x 0,00396538=) € 3,03
Totaal € 329,27
f) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014(€ 56.529,78 x 0,00396538=) € 224,16wettelijke rente vanaf 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 4.503,16 x 0,00396538=) € 17,86
wettelijke rente vanaf 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 1.535,15 x 0,00396538=) € 6,09
vast recht
(€ 1.789,00 x 0,00396538=) € 7,09
overige verschotten
(€ 76,92 x 0,00396538=) € 0,31
beslagkosten
(€ 545,38 x 0,00396538=) € 2,16
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012
(€ 74,06 x 0,00396538=) € 0,29
Totaal € 257,96
g) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
(€ 166.178,03 x 0,00396538=) € 658,96
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 13.237,72 x 0,00396538=) € 52,49
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 3.627,64 x 0,00396538=) € 14,38
Totaal € 725,84
Ter zake van registergoed C
Executieopbrengst registergoed C: € 328.400,00
Rente en kosten t/m 15 november 2023 € 10.486,32
Totaal bedrag vastgestelde bedragen registergoed C: € 3.017.042,15
Uitkeringspercentage (€ 338.886,32 / € 3.017.042,15): 0,11232403
a. a) aan verzoekster
- voor verbeurde boete, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014
(€ 179.013,01 x 0,11232403=) € 20.107,46
wettelijke rente 23 april 2014 – 25 november 2014
(€ 3.192,81 x 0,11232403=) € 358,63
wettelijke rente 26 november 2014 – 15 november 2023
(€ 12.068,27 x 0,11232403=) € 1.355,56
- voor proceskosten op grond van het vonnis d.d. 27 maart 2013 en herstelvonnis d.d. 19 juni 2013
(€ 4.081,71 x 0,11232403=) € 458,47
- voor vordering uit dwangbevel van 9 november 2014, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014
(€ 118.339,95 x 0,11232403=) € 13.292,42
wettelijke rente over dit bedrag 23 april 2014 – 25 november 2014
(€ 2.110,67 x 0,11232403=) € 237,08
wettelijke rente over dit bedrag 26 november 2014 – 15 november 2023
(€ 7.977,95 x 0,11232403=) € 896,12
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
(€ 5.307,16 x 0,11232403=) € 596,12
- verbeurde dwangsommen, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016 (€ 1.012.034,28x 0,11232403=) € 113.675,77
wettelijke rente 1 januari 2017 – 30 oktober 2017
(€ 16.802,54 x 0,11232403=) € 1.887,33
wettelijke rente 31 oktober 2017 – 15 november 2023
(€ 17.084,36 x 0,11232403=) € 1.918,98
- voor kosten hoger beroep bodemprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13]
(€ 14.173,00 x 0,11232403=) € 1.591,97
- voor kosten incident in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 452,00 x 0,11232403=) € 50,77
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13]
(€ 129.221,11 x 0,11232403=) € 14.514,64
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 15.223,66 x 0,11232403=) € 1.709,98
- voor kosten hoger beroep in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 3.463,33 x 0,11232403=) € 389,02
Totaal € 173.040,31
b) aan de gemeente Molenlanden
- uit hoofde van de vaststellingsovereenkomst
(€ 712.329,04 x 0,11232403=) € 80.011,67
Totaal € 80.011,67
c) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
(€ 8.884,00 x 0,11232403=) € 997,89
wettelijke rente 23 april 2014 – 14 november 2014
(€ 150,42 x 0,11232403=) € 16,90
wettelijke rente 15 november 2014 – 4 oktober 2017
(€ 151,72 x 0,11232403=) € 17,04
wettelijke rente 5 oktober 2017 – 15 november 2023
(€ 180,56 x 0,11232403=) € 20,28
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 75.473,73 x 0,11232403=) € 8.477,51
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 8.891,63 x 0,11232403=) € 998,74
- voor kosten hoger beroep in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 3.463,33 x 0,11232403=) € 389,02
Totaal € 10.917,38
d) aan Stichting [naam 4]
- voor schade als gevolg van de bodemverontreiniging van perceel [perceelnummer 13]
(€ 300.443,56 x 0,11232403=) € 33.747,03
wettelijke rente 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 35.395,55 x 0,11232403=) € 3.975,77
Totaal € 37.722,80
e) aan mr. [naam 7]
- voor vordering uit honorarium
(€ 70.000,00 x 0,11232403=) € 7.862,68
wettelijke rente 1 mei 2012 – 31 oktober 2017
(€ 10.252,27 x 0,11232403=) € 1.151,58 wettelijke rente 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 2.018,60 x 0,11232403=) € 226,74
deurwaarderskosten
(€ 765,09 x 0,11232403=) € 85,94
Totaal € 9.326,93
f) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014(€ 56.529,78 x 0,11232403=) € 6.349,65wettelijke rente vanaf 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 4.503,16 x 0,11232403=) € 505,81
wettelijke rente vanaf 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 1.535,15 x 0,11232403=) € 172,43
vast recht
(€ 1.789,00 x 0,11232403=) € 200,95
overige verschotten
(€ 76,92 x 0,11232403=) € 8,64
beslagkosten
(€ 545,38 x 0,11232403=) € 61,26
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012
(€ 74,06 x 0,11232403=) € 8,32
Totaal € 7.307,07
g) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
(€ 166.178,03 x 0,11232403=) € 18.665,79
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 13.237,72 x 0,11232403=) € 1.486,91
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 3.627,64 x 0,11232403=) € 407,47
Totaal € 20.560,17
Ter zake registergoed D
Executieopbrengst registergoed D: € 111.400,00
Rente en kosten t/m 15 november 2023 € 3.557,17
Totaal bedrag vastgestelde bedragen registergoed D: € 3.017.042,15
Uitkeringspercentage (€ 114.957,17 / € 3.017.042,15): 0,03810261
a. a) aan verzoekster
- voor verbeurde boete, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014
(€ 179.013,01 x 0,03810261=) € 6.820,86
wettelijke rente 23 april 2014 – 25 november 2014
(€ 3.192,81 x 0,03810261=) € 121,65
Wettelijke rente 26 november 2014 – 15 november 2023
(€ 12.068,27 x 0,03810261=) € 459,83
- voor proceskosten op grond van het vonnis d.d. 27 maart 2013 en herstelvonnis d.d. 19 juni 2013
(€ 4.081,71 x 0,03810261=) € 155,52
- voor vordering uit dwangbevel van 9 november 2014, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014
(€ 118.339,95 x 0,03810261=) € 4.509,06
wettelijke rente over dit bedrag 23 april 2014 – 25 november 2014
(€ 2.110,67 x 0,03810261=) € 80,42
wettelijke rente over dit bedrag 26 november 2014 – 15 november 2023
(€ 7.977,95 x 0,03810261=) € 303,98
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
(€ 5.307,16 x 0,03810261=) € 202,22
- verbeurde dwangsommen, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016 (€ 1.012.034,28x 0,03810261=) € 38.561,15
wettelijke rente 1 januari 2017 – 30 oktober 2017
(€ 16.802,54 x 0,03810261=) € 640,22
wettelijke rente 31 oktober 2017 – 15 november 2023
(€ 17.084,36 x 0,03810261=) € 650,96
- voor kosten hoger beroep bodemprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13]
(€ 14.173,00 x 0,03810261=) € 540,03
- voor kosten incident in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 452,00 x 0,03810261 =) € 17,22
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13]
(€ 129.221,11 x 0,03810261=) € 4.923,66
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 15.223,66 x 0,03810261=) € 580,06
- voor kosten hoger beroep in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 3.463,33 x 0,03810261=) € 131,96
Totaal € 58.698,82
b) aan de gemeente Molenlanden
- uit hoofde van de vaststellingsovereenkomst
(€ 712.329,04 x 0,03810261=) € 27.141,60
Totaal € 27.141,60
c) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
(€ 8.884,00 x 0,03810261=) € 338,50
wettelijke rente 23 april 2014 – 14 november 2014
(€ 150,42 x 0,03810261=) € 5,73
wettelijke rente 15 november 2014 – 4 oktober 2017
(€ 151,72 x 0,03810261=) € 5,78
Wettelijke rente 5 oktober 2017 – 15 november 2023
(€ 180,56 x 0,03810261=) € 6,88
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 75.473,73 x 0,03810261=) € 2.875,75
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 8.891,63 x 0,03810261=) € 338,79
- voor kosten hoger beroep in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 3.463,33 x 0,03810261=) € 131,96
Totaal € 3.703,40
d) aan Stichting [naam 4]
- voor schade als gevolg van de bodemverontreiniging van perceel [perceelnummer 13]
(€ 300.443,56 x 0,03810261=) € 11.447,68
wettelijke rente 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 35.395,55 x 0,03810261=) € 1.348,66
Totaal € 12.796,35
e) aan mr. [naam 7]
- voor vordering uit honorarium
(€ 70.000,00 x 0,03810261=) € 2.667,18
wettelijke rente 1 mei 2012 – 31 oktober 2017
(€ 10.252,27 x 0,03810261=) € 390,64 wettelijke rente 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 2.018,60 x 0,03810261=) € 76,91
deurwaarderskosten
(€ 765,09 x 0,03810261=) € 29,15
Totaal € 3.163,89
f) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014(€ 56.529,78 x 0,03810261=) € 2.153,93wettelijke rente vanaf 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 4.503,16 x 0,03810261=) € 171,58
wettelijke rente vanaf 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 1.535,15 x 0,03810261=) € 58,49
vast recht
(€ 1.789,00 x 0,03810261=) € 68,17
overige verschotten
(€ 76,92 x 0,03810261=) € 2,93
beslagkosten
(€ 545,38 x 0,03810261=) € 20,78
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012
(€ 74,06 x 0,03810261=) € 2,82
Totaal € 2.478,71
g) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
(€ 166.178,03 x 0,03810261=) € 6.331,82
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 13.237,72 x 0,03810261=) € 504,39
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 3.627,64 x 0,03810261=) € 138,22
Totaal € 6.974,43
Ter zake registergoed E
Executieopbrengst registergoed E: € 93.000,00
Rente en kosten t/m 15 november 2023 € 2.969,63
Totaal bedrag vastgestelde bedragen registergoed E: € 2.320.314,14
Uitkeringspercentage na voldoening van
de bevoorrechte schuldeiser (€ 23.605,52 / € 2.320.314,14): 0,01017342
a. a) aan [naam bank] bij voorrang
- voor vordering uit eerste hypotheek
hoofdsom per saldo € 68.067,00
- wettelijke rente over de hoofdsom tot 28 februari 2013 € 4.297,11
Totaal € 72.364,11
a. a) aan verzoekster
- voor vordering uit dwangbevel van 9 november 2004, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014
(€ 118.339,95 x 0,01017342=) € 1.203,92
wettelijke rente over dit bedrag 23 april 2014 – 25 november 2014
(€ 2.110,67 x 0,01017342=) € 21,47
wettelijke rente over dit bedrag 26 november 2014 – 15 november 2023
(€ 7.977,95 x 0,01017342=) € 81,16
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
(€ 5.307,16 x 0,01017342=) € 53,99
- verbeurde dwangsommen, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016 (€ 1.012.034,28x 0,01017342=) € 10.295,85
wettelijke rente 1 januari 2017 – 30 oktober 2017
(€ 16.802,54 x 0,01017342=) € 170,94
wettelijke rente 31 oktober 2017 – 25 november 2023
(€ 17.084,36 x 0,01017342=) € 173,81
Totaal € 12.001,15
b) aan de gemeente Molenlanden
- uit hoofde van de vaststellingsovereenkomst
(€ 712.329,04 x 0,01017342=) € 7.246,82
Totaal € 7.246,82
c) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
(€ 8.884,00 x 0,01017342=) € 90,38
wettelijke rente 23 april 2014 – 14 november 2014
(€ 150,42 x 0,01017342=) € 1,53
wettelijke rente 15 november 2014 – 4 oktober 2017
(€ 151,72 x 0,01017342=) € 1,54
Wettelijke rente 5 oktober 2017 – 15 november 2023
(€ 180,56 x 0,01017342=) € 1,84
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 75.473,73 x 0,01017342=) € 767,83
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 8.891,63 x 0,01017342=) € 90,46
- voor kosten hoger beroep in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 3.463,33 x 0,01017342=) € 35,23
Totaal € 988,81
d) aan mr. [naam 7]
- voor vordering uit honorarium
(€ 70.000,00 x 0,01017342=) € 712,14
wettelijke rente 1 mei 2012 – 31 oktober 2017
(€ 10.252,27 x 0,01017342=) € 104,30 wettelijke rente 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 2.018,60 x 0,01017342=) € 20,54
deurwaarderskosten
(€ 765,09 x 0,01017342=) € 7,78
Totaal € 844,76
e) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014(€ 56.529,78 x 0,01017342=) € 575,10wettelijke rente vanaf 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 4.503,16 x 0,01017342=) € 45,81
wettelijke rente vanaf 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 1.535,15 x 0,01017342=) € 15,62
vast recht
(€ 1.789,00 x 0,01017342=) € 18,20
overige verschotten
(€ 76,92 x 0,01017342=) € 0,78
beslagkosten
(€ 545,38 x 0,01017342=) € 5,55
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012
(€ 74,06 x 0,01017342=) € 0,75
Totaal € 661,82
f) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
(€ 166.178,03 x 0,01017342=) € 1.690,60
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 13.237,72 x 0,01017342=) € 134,67
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 3.627,64 x 0,01017342=) € 36,91
Totaal € 1.862,18
Ter zake registergoed F
Executieopbrengst registergoed F: € 79.000,00
Rente en kosten t/m 15 november 2023 € 2.522,59
Totaal bedrag vastgestelde bedragen registergoed F: € 3.017.042,15
Uitkeringspercentage (€ 81.522,59 / € 3.017.042,15): 0,0270207
a. a) aan verzoekster
- voor verbeurde boete, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014
(€ 179.013,01 x 0,0270207=) € 4.837,06
wettelijke rente 23 april 2014 – 25 november 2014
(€ 3.192,81 x 0,0270207=) € 86,27
Wettelijke rente 26 november 2014 – 15 november 2023
(€ 12.068,27 x 0,0270207=) € 326,09
- voor proceskosten op grond van het vonnis d.d. 27 maart 2013 en herstelvonnis d.d. 19 juni 2013
(€ 4.081,71 x 0,0270207=) € 110,29
- voor vordering uit dwangbevel van 9 november 2014, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014
(€ 118.339,95 x 0,0270207=) € 3.197,63
wettelijke rente over dit bedrag 23 april 2014 – 25 november 2014
(€ 2.110,67 x 0,0270207=) € 57,03
wettelijke rente over dit bedrag 26 november 2014 – 15 november 2023
(€ 7.977,95 x 0,0270207=) € 215,57
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
(€ 5.307,16 x 0,0270207=) € 143,40
- verbeurde dwangsommen, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016 (€ 1.012.034,28x 0,0270207=) € 27.345,87
wettelijke rente 1 januari 2017 – 30 oktober 2017
(€ 16.802,54 x 0,0270207=) € 454,02
wettelijke rente 31 oktober 2017 – 15 november 2023
(€ 17.084,36 x 0,0270207=) € 461,63
- voor kosten hoger beroep bodemprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13]
(€ 14.173,00 x 0,0270207=) € 382,96
- voor kosten incident in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 452,00 x 0,0270207=) € 12,21
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13]
(€ 129.221,11 x 0,0270207=) € 3.491,64
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 15.223,66 x 0,0270207=) € 411,35
- voor kosten hoger beroep in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 3.463,33 x 0,0270207=) € 93,58
Totaal € 41.626,63
b) aan de gemeente Molenlanden
- uit hoofde van de vaststellingsovereenkomst
(€ 712.329,04 x 0,0270207=) € 19.247,63
Totaal € 19.247,63
c) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
(€ 8.884,00 x 0,0270207=) € 240,05
wettelijke rente 23 april 2014 – 14 november 2014
(€ 150,42 x 0,0270207=) € 4,06
wettelijke rente 15 november 2014 – 4 oktober 2017
(€ 151,72 x 0,0270207=) € 4,10
Wettelijke rente 5 oktober 2017 – 15 november 2023
(€ 180,56 x 0,0270207=) € 4,88
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 75.473,73 x 0,0270207=) € 2.039,35
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 8.891,63 x 0,0270207=) € 240,26
- voor kosten hoger beroep in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 3.463,33 x 0,0270207=) € 93,58
Totaal € 2.626,29
d) aan Stichting [naam 4]
- voor schade als gevolg van de bodemverontreiniging van perceel [perceelnummer 13]
(€ 300.443,56 x 0,0270207=) € 8.118,20
wettelijke rente 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 35.395,55 x 0,0270207=) € 956,41
Totaal € 9.074,61
e) aan mr. [naam 7]
- voor vordering uit honorarium
(€ 70.000,00 x 0,0270207=) € 1.891,45
wettelijke rente 1 mei 2012 – 31 oktober 2017
(€ 10.252,27 x 0,0270207=) € 277,02 wettelijke rente 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 2.018,60 x 0,0270207=) € 54,54
deurwaarderskosten
(€ 765,09 x 0,0270207=) € 20,67
Totaal € 2.243,69
f) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014(€ 56.529,78 x 0,0270207=) € 1.527,47wettelijke rente vanaf 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 4.503,16 x 0,0270207=) € 121,68
wettelijke rente vanaf 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 1.535,15 x 0,0270207=) € 41,48
vast recht
(€ 1.789,00 x 0,0270207=) € 48,34
overige verschotten
(€ 76,92 x 0,0270207=) € 2,08
beslagkosten
(€ 545,38 x 0,0270207=) € 14,74
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012
(€ 74,06 x 0,0270207=) € 2,00
Totaal € 1.757,79
g) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
(€ 166.178,03 x 0,0270207=) € 4. 490 ,25
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 13.237,72 x 0,0270207=) € 357,69
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 3.627,64 x 0,0270207=) € 98,02
Totaal € 4.945,96
Ter zake registergoed G
Executieopbrengst registergoed G: € 67.000,00
Rente en kosten t/m 15 november 2023 € 2.139,41
Totaal bedrag vastgestelde bedragen registergoed G: € 2.320.314,14
Uitkeringspercentage (€ 69.139,41 / € 2.320.314,14): 0,02979744
a. a) aan verzoekster
- voor vordering uit dwangbevel van 9 november 2004, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014
(€ 118.339,95 x 0,02979744=) € 3.526,23
wettelijke rente over dit bedrag 23 april 2014 – 25 november 2014
(€ 2.110,67 x 0,02979744=) € 62,89
wettelijke rente over dit bedrag 26 november 2014 – 15 november 2023
(€ 7.977,95 x 0,02979744=) € 237,72
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
(€ 5.307,16 x 0,02979744=) € 158,14
- verbeurde dwangsommen, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016 (€ 1.012.034,28x 0,02979744=) € 30.156,03
wettelijke rente 1 januari 2017 – 30 oktober 2017
(€ 16.802,54 x 0,02979744=) € 500,67
wettelijke rente 31 oktober 2017 – 25 november 2023
(€ 17.084,36 x 0,02979744=) € 509,07
Totaal € 35.150,76
b) aan de gemeente Molenlanden
- uit hoofde van de vaststellingsovereenkomst
(€ 712.329,04 x 0,02979744=) € 21.225,58
Totaal € 21.225,58
c) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
(€ 8.884,00 x 0,02979744=) € 264,72
wettelijke rente 23 april 2014 – 14 november 2014
(€ 150,42 x 0,02979744=) € 4,48
wettelijke rente 15 november 2014 – 4 oktober 2017
(€ 151,72 x 0,02979744=) € 4,52
wettelijke rente 5 oktober 2017 – 15 november 2023
(€ 180,56 x 0,02979744=) € 5,38
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 75.473,73 x 0,02979744=) € 2.248,92
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 8.891,63 x 0,02979744=) € 264,95
- voor kosten hoger beroep in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 3.463,33 x 0,02979744=) € 103,20
Totaal € 2.896,17
d) aan mr. [naam 7]
- voor vordering uit honorarium
(€ 70.000,00 x 0,02979744=) € 2.085,82
wettelijke rente 1 mei 2012 – 31 oktober 2017
(€ 10.252,27 x 0,02979744=) € 305,49 wettelijke rente 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 2.018,60 x 0,02979744=) € 60,15
deurwaarderskosten
(€ 765,09 x 0,02979744=) € 22,80
Totaal € 2.474,26
e) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014(€ 56.529,78 x 0,02979744=) € 268,62wettelijke rente vanaf 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 4.503,16 x 0,02979744=) € 21,40
wettelijke rente vanaf 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 1.535,15 x 0,02979744=) € 7,29
vast recht
(€ 1.789,00 x 0,02979744=) € 8,50
overige verschotten
(€ 76,92 x 0,02979744=) € 0,37
beslagkosten
(€ 545,38 x 0,02979744=) € 2,59
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012
(€ 74,06 x 0,02979744=) € 0,35
Totaal € 309,12
f) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
(€ 166.178,03 x 0,02979744=) € 4.951,68
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 13.237,72 x 0,02979744=) € 394,45
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 3.627,64 x 0,02979744=) € 108,09
Totaal € 5.454,22
Ter zake registergoed H
Executieopbrengst registergoed H: € 65.000,00
Rente en kosten t/m 15 november 2023 € 2.075,55
Totaal bedrag vastgestelde bedragen registergoed H: € 3.017.042,15
Uitkeringspercentage (€ 67.075,55 / € 3.017.042,15): 0,02223222
a. a) aan verzoekster
- voor verbeurde boete, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014
(€ 179.013,01 x 0,02223222=) € 3.979,86
wettelijke rente 23 april 2014 – 25 november 2014
(€ 3.192,81 x 0,02223222=) € 70,98
Wettelijke rente 26 november 2014 – 15 november 2023
(€ 12.068,27 x 0,02223222=) € 268,30
- voor proceskosten op grond van het vonnis d.d. 27 maart 2013 en herstelvonnis d.d. 19 juni 2013
(€ 4.081,71 x 0,02223222=) € 90,75
- voor vordering uit dwangbevel van 9 november 2014, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014
(€ 118.339,95 x 0,02223222=) € 2.630,96
wettelijke rente over dit bedrag 23 april 2014 – 25 november 2014
(€ 2.110,67 x 0,02223222=) € 46,92
wettelijke rente over dit bedrag 26 november 2014 – 15 november 2023
(€ 7.977,95 x 0,02223222=) € 177,37
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
(€ 5.307,16 x 0,02223222=) € 117,99
- verbeurde dwangsommen, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016 (€ 1.012.034,28x 0,02223222=) € 22.499,77
wettelijke rente 1 januari 2017 – 30 oktober 2017
(€ 16.802,54 x 0,02223222=) € 373,56
wettelijke rente 31 oktober 2017 – 15 november 2023
(€ 17.084,36 x 0,02223222=) € 379,82
- voor kosten hoger beroep bodemprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13]
(€ 14.173,00 x 0,02223222=) € 315,10
- voor kosten incident in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 452,00 x 0,02223222=) € 10,05
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13]
(€ 129.221,11 x 0,02223222=) € 2.872,87
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 15.223,66 x 0,02223222=) € 338,46
- voor kosten hoger beroep in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 3.463,33 x 0,02223222=) € 77,00
Totaal € 34.249,75
b) aan de gemeente Molenlanden
- uit hoofde van de vaststellingsovereenkomst
(€ 712.329,04 x 0,02223222=) € 15.836,66
Totaal € 15.836,66
c) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
(€ 8.884,00 x 0,02223222=) € 197,51
Wettelijke rente 23 april 2014 – 14 november 2014
(€ 150,42 x 0,02223222=) € 3,34
Wettelijke rente 15 november 2014 – 4 oktober 2017
(€ 151,72 x 0,02223222=) € 3,37
Wettelijke rente 5 oktober 2017 – 15 november 2023
(€ 180,56 x 0,02223222=) € 4,01
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 75.473,73 x 0,02223222=) € 1.677,95
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 8.891,63 x 0,02223222=) € 197,68
- voor kosten hoger beroep in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 3.463,33 x 0,02223222=) € 77,00
Totaal € 2.160,87
d) aan Stichting [naam 4]
- voor schade als gevolg van de bodemverontreiniging van perceel [perceelnummer 13]
(€ 300.443,56 x 0,02223222=) € 6.679,53
wettelijke rente 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 35.395,55 x 0,02223222=) € 786,92
Totaal € 7.466,45
e) aan mr. [naam 7]
- voor vordering uit honorarium
(€ 70.000,00 x 0,02223222=) € 1.556,26
wettelijke rente 1 mei 2012 – 31 oktober 2017
(€ 10.252,27 x 0,02223222=) € 227,93 wettelijke rente 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 2.018,60 x 0,02223222=) € 44,88
deurwaarderskosten
(€ 765,09 x 0,02223222=) € 17,01
Totaal € 1.846,07
f) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014(€ 56.529,78 x 0,02223222=) € 1.256,78wettelijke rente vanaf 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 4.503,16 x 0,02223222=) € 100,12
wettelijke rente vanaf 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 1.535,15 x 0,02223222=) € 34,13
vast recht
(€ 1.789,00 x 0,02223222=) € 39,77
overige verschotten
(€ 76,92 x 0,02223222=) € 1,71
beslagkosten
(€ 545,38 x 0,02223222=) € 12,13
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012
(€ 74,06 x 0,02223222=) € 1,65
Totaal € 1.446,28
g) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
(€ 166.178,03 x 0,02223222=) € 3.694,51
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 13.237,72 x 0,02223222=) € 294,30
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 3.627,64 x 0,02223222=) € 80,65
Totaal € 4.069,46
Ter zake registergoed I
Executieopbrengst registergoed I (i+ii+iii): € 1.500.000,00
Rente en kosten t/m 15 november 2023 € 47.897,30
Executiekosten (50% x € 3.510,00) € 1.755,00
Totaal bedrag vastgestelde bedragen registergoed I: € 3.017.042,15
Uitkeringspercentage (€ 1.546.142,30 / € 3.017.042,15): 0,51246957
a. a) aan verzoekster
- voor verbeurde boete, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014
(€ 179.013,01 x 0,51246957=) € 91.738,72
wettelijke rente 23 april 2014 – 25 november 2014
(€ 3.192,81 x 0,51246957=) € 1.636,22
wettelijke rente 26 november 2014 – 15 november 2023
(€ 12.068,27 x 0,51246957=) € 6.184,62
- voor proceskosten op grond van het vonnis d.d. 27 maart 2013 en herstelvonnis d.d. 19 juni 2013
(€ 4.081,71 x 0,51246957=) € 2.091,75
- voor vordering uit dwangbevel van 9 november 2014, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014
(€ 118.339,95 x 0,51246957=) € 60.645,62
wettelijke rente over dit bedrag 23 april 2014 – 25 november 2014
(€ 2.110,67 x 0,51246957=) € 1.081,65
wettelijke rente over dit bedrag 26 november 2014 – 15 november 2023
(€ 7.977,95 x 0,51246957=) € 4.088,46
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
(€ 5.307,16 x 0,51246957=) € 2.719,76
- verbeurde dwangsommen, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016 (€ 1.012.034,28x 0,51246957=) € 518.636,77
wettelijke rente 1 januari 2017 – 30 oktober 2017
(€ 16.802,54 x 0,51246957=) € 8.610,79
wettelijke rente 31 oktober 2017 – 15 november 2023
(€ 17.084,36 x 0,51246957=) € 8.755,21
- voor kosten hoger beroep bodemprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13]
(€ 14.173,00 x 0,51246957=) € 7.263,23
- voor kosten incident in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 452,00 x 0,51246957=) € 231,64
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13]
(€ 129.221,11 x 0,51246957=) € 66.221,89
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 15.223,66 x 0,51246957=) € 7.801,66
- voor kosten hoger beroep in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 3.463,33 x 0,51246957=) € 1.774,85
Totaal € 789.482,85
b) aan de gemeente Molenlanden
- uit hoofde van de vaststellingsovereenkomst
(€ 712.329,04 x 0,51246957=) € 365.046,96
Totaal € 360.046,96
c) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
(€ 8.884,00 x 0,51246957=) € 4.552,78
wettelijke rente 23 april 2014 – 14 november 2014
(€ 150,42 x 0,51246957=) € 77,09
wettelijke rente 15 november 2014 – 4 oktober 2017
(€ 151,72 x 0,51246957=) € 77,75
wettelijke rente 5 oktober 2017 – 15 november 2023
(€ 180,56 x 0,51246957=) € 92,53
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 75.473,73 x 0,51246957=) € 38.677,99
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 8.891,63 x 0,51246957=) € 4.556,69
- voor kosten hoger beroep in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 3.463,33 x 0,51246957=) € 1.774,85
Totaal € 49.809,68
d) aan Stichting [naam 4]
- voor schade als gevolg van de bodemverontreiniging van perceel [perceelnummer 13]
(€ 300.443,56 x 0,51246957=) € 153.968,18
wettelijke rente 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 35.395,55 x 0,51246957=) € 18.139,14
Totaal € 172.107,32
e) aan mr. [naam 7]
- voor vordering uit honorarium
(€ 70.000,00 x 0,51246957=) € 35.872,87
wettelijke rente 1 mei 2012 – 31 oktober 2017
(€ 10.252,27 x 0,51246957=) € 5.253,98 wettelijke rente 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 2.018,60 x 0,51246957=) € 1.034,47
deurwaarderskosten
(€ 765,09 x 0,51246957=) € 392,09
Totaal € 42.553,40
f) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014(€ 56.529,78 x 0,51246957=) € 28.969,79wettelijke rente vanaf 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 4.503,16 x 0,51246957=) € 2.307,73
wettelijke rente vanaf 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 1.535,15 x 0,51246957=) € 786,72
vast recht
(€ 1.789,00 x 0,51246957=) € 916,81
overige verschotten
(€ 76,92 x 0,51246957=) € 39,42
beslagkosten
(€ 545,38 x 0,51246957=) € 279,49
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012
(€ 74,06 x 0,51246957=) € 37,95
Totaal € 33.337,91
g) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
(€ 166.178,03 x 0,51246957=) € 85.161,18
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 13.237,72 x 0,51246957=) € 6.783,93
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 3.627,64 x 0,51246957=) € 1.859,06
Totaal € 93.804,17
Ter zake registergoed J
Executieopbrengst registergoed I (i+ii): € 1.190.000,00
Rente en kosten t/m 15 juni 2023 € 37.998,53
Executiekosten (50% x € 3.510,00) € 1.755,00
Totaal bedrag vastgestelde bedragen registergoed I: € 3.017.042,15
Uitkeringspercentage (€ 1.226.243,53 / € 3.017.042,15): 0,40643898
a. a) aan verzoekster
- voor verbeurde boete, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014
(€ 179.013,01 x 0,40643898=) € 72.757,87
wettelijke rente 23 april 2014 – 25 november 2014
(€ 3.192,81 x 0,40643898=) € 1.297,68
wettelijke rente 26 november 2014 – 15 november 2023
(€ 12.068,27 x 0,40643898=) € 4.905,02
- voor proceskosten op grond van het vonnis d.d. 27 maart 2013 en herstelvonnis d.d. 19 juni 2013
(€ 4.081,71 x 0,40643898=) € 1.658,97
- voor vordering uit dwangbevel van 9 november 2014, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014
(€ 118.339,95 x 0,40643898=) € 48.097,97
wettelijke rente over dit bedrag 23 april 2014 – 25 november 2014
(€ 2.110,67 x 0,40643898=) € 857,86
wettelijke rente over dit bedrag 26 november 2014 – 15 november 2023
(€ 7.977,95 x 0,40643898=) € 3.242,55
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
(€ 5.307,16 x 0,40643898=) € 2.157,04
- verbeurde dwangsommen, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016 (€ 1.012.034,28x 0,40643898=) € 411.330,18
wettelijke rente 1 januari 2017 – 30 oktober 2017
(€ 16.802,54 x 0,40643898=) € 6.829,21
wettelijke rente 31 oktober 2017 – 15 november 2023
(€ 17.084,36 x 0,40643898=) € 6.943,75
- voor kosten hoger beroep bodemprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13]
(€ 14.173,00 x 0,40643898=) € 5.760,46
- voor kosten incident in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 452,00 x 0,40643898=) € 183,71
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13]
(€ 129.221,11 x 0,40643898=) € 52.520,50
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 15.223,66 x 0,40643898=) € 6.187,49
- voor kosten hoger beroep in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 3.463,33 x 0,40643898=) € 1.407,63
Totaal € 626.137,87
b) aan de gemeente Molenlanden
- uit hoofde van de vaststellingsovereenkomst
(€ 712.329,04 x 0,40643898=) € 289.518,29
Totaal € 289.518,29
c) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
(€ 8.884,00 x 0,40643898=) € 3.610,80
wettelijke rente 23 april 2014 – 14 november 2014
(€ 150,42 x 0,40643898=) € 61,14
wettelijke rente 15 november 2014 – 4 oktober 2017
(€ 151,72 x 0,40643898=) € 61,66
wettelijke rente 5 oktober 2017 – 15 november 2023
(€ 180,56 x 0,40643898=) € 73,39
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 75.473,73 x 0,40643898=) € 30.675,47
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 8.891,63 x 0,40643898=) € 3.613,91
- voor kosten hoger beroep in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 3.463,33 x 0,40643898=) € 1.407,63
Totaal € 39.504,00
d) aan Stichting [naam 4]
- voor schade als gevolg van de bodemverontreiniging van perceel [perceelnummer 13]
(€ 300.443,56 x 0,40643898=) € 122.111,97
wettelijke rente 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 35.395,55 x 0,40643898=) € 14.386,13
Totaal € 136.498,11
e) aan mr. [naam 7]
- voor vordering uit honorarium
(€ 70.000,00 x 0,40643898=) € 28.450,73
wettelijke rente 1 mei 2012 – 31 oktober 2017
(€ 10.252,27 x 0,40643898=) € 4.166,92 wettelijke rente 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 2.018,60 x 0,40643898=) € 820,44
deurwaarderskosten
(€ 765,09 x 0,40643898=) € 310,96
Totaal € 33.749,05
f) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014(€ 56.529,78 x 0,40643898=) € 22.975,91wettelijke rente vanaf 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 4.503,16 x 0,40643898=) € 1.830,26
wettelijke rente vanaf 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 1.535,15 x 0,40643898=) € 623,94
vast recht
(€ 1.789,00 x 0,40643898=) € 727,12
overige verschotten
(€ 76,92 x 0,40643898=) € 31,26
beslagkosten
(€ 545,38 x 0,40643898=) € 221,66
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012
(€ 74,06 x 0,40643898=) € 30,10
Totaal € 26.440,26
g) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
(€ 166.178,03 x 0,40643898=) € 67.541,23
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 13.237,72 x 0,40643898=) € 5.380,33
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 3.627,64 x 0,40643898=) € 1.474,41
Totaal € 74.395,97
3.4.
Op basis van de op 23 juli 2014 en 12 september 2017 vastgestelde (voorlopige) staten van verdeling is aan verzoekster reeds een bedrag van
€ 220.292,60 + € 798 + € 918.546,46 = € 1.139.637,06 uitgekeerd, aan [naam bank] een bedrag van € 72.364,11, aan de gemeente Molenlanden een bedrag van € 812.329,04 + € 452 minus het op 8 november 2021 teruggestorte bedrag van € 100.000,00 = € 712.781,04, aan [naam fonds] een bedrag van € 6.514,40 + € 452 + € 1.519,15 = € 8.485,55, aan Stichting [naam 4] een bedrag van € 452, aan mr. [naam 7] een bedrag van € 67.907,84 + € 452 = € 68.359,84, aan [vennootschap X] . een bedrag van € 53.365,68 + € 452 = € 53.817,68 en aan [naam 15] een bedrag van € 155.986,72 + € 452 = € 156.438,72.
Deze bedragen moeten verrekend worden met het totaal van de onder 3.3 definitief vastgestelde bedragen, waarbij steeds niet meer dan de in de rangregeling ingediende vordering van iedere partij wordt toegewezen. Voor verzoekster is het totaal vastgestelde bedrag € 1.782.817,50 zodat haar ingediende vordering van € 1.540.371,78 (incl. de wettelijke rente tot en met 15 november 2023) en kosten van uitwinning van € 798 volledig wordt voldaan, voor [naam bank] is het vastgestelde bedrag € 72.364,11 zodat haar ingediende vordering van € 72.364,11 (incl. de wettelijke rente tot 28 februari 2013) volledig is voldaan, voor gemeente Molenlanden is het totaal vastgestelde bedrag € 823.099,87 zodat haar ingediende vordering van € 712.329,04 en kosten van uitwinning van € 452 volledig is voldaan, voor [naam fonds] € 113.462,11 zodat haar ingediende vordering van
€ 97.195,39 (incl. de wettelijke rente tot en met 15 november 2023) en kosten van uitwinning van € 452 volledig wordt voldaan, voor Stichting [naam 4] € 378.621,67 zodat haar ingediende vordering van € 335.839,11 (incl. de wettelijke rente tot en met 15 november 2023) en kosten van uitwinning van € 452 volledig wordt voldaan, voor mr. [naam 7] € 96.932,93 zodat zijn ingediende vordering van € 83.035,96 (incl. de wettelijke rente tot en met 15 november 2023) en kosten van uitwinning van € 452 volledig wordt voldaan, voor [vennootschap X] . € 74.311,55 zodat haar ingediende vordering van € 65.666,90 (incl. de wettelijke rente tot en met 15 november 2023) en kosten van uitwinning van € 452 volledig wordt voldaan en voor [naam 15] € 213.677,70 zodat ook haar ingediende vordering van € 182.973,41 (incl. de wettelijke rente tot en met 15 november 2023) en kosten van uitwinning van € 452 volledig wordt voldaan.
3.5.
Dit betekent dat thans aanvullend aan verzoekster een bedrag van € 401.532,72 zal worden uitgekeerd, aan [naam fonds] € 89.161,84 aan Stichting [naam 4] € 335.839,11, aan mr. [naam 7] € 15.128,12, aan [vennootschap X] . € 12.301,22 en aan [naam 15] € 26.986,69.
Het resterende deel van de executieopbrengst bedraagt € 1.356.600,65 minus € 880.949,70 = € 475.650,95. Dit betekent dat de vordering van [naam 18] waarvoor beslag op de executieopbrengst is gelegd (zie onder 2.8 en 3.8 van de eerste (voorlopige) staat van verdeling van 23 juli 2014), ter hoogte van € 17.000,00 (zie 2.13.17), volledig uit de executieopbrengst kan worden voldaan.
3.6.
Uit het resterende deel van de executieopbrengst ter hoogte van € 458.650,95 kan eventueel aanvullende verschuldigde rente worden voldaan en de eventueel bijkomende bankkosten en notariskosten vanaf 15 november 2023. Wat overblijft komt aan de erfgenamen van [naam 3] ten goede.
3.7.
Na te hebben bepaald dat een bevelschrift dient te worden uitgegeven ter uitvoering van bovenstaande rangregeling, sluit de rechter-commissaris dit proces-verbaal van rangregeling op 15 november 2023.
Waarvan proces-verbaal,
mr. P.C. Santema
rechter-commissaris
3597/32
BEVELSCHRIFT
De rechter-commissaris,
beveelt mr. [naam 2] , notaris te Rotterdam, als houder van de netto-opbrengst, aan de hiervoor onder 3.3. en 3.5. genoemde schuldeisers uit te betalen hetgeen hun volgens het bepaalde onder 3.5. van deze staat van verdeling (aanvullend) toekomt.
Aldus gegeven op 15 november 2023.
mr. P.C. Santema
rechter-commissaris
ECLI:NL:GHAMS:2015:2102.
Zie bijvoorbeeld de noten van mr. A. Steneker (JOR 2022/192) en mr. H.J.S.M. Langbroek (JOR 2022/66) bij ECLI:NL:RBZWB:2022:2269.
ECLI:NL:RBZWB:2022:2269.
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rekestnummer: C/10/418084 / HA RK 13-93
Proces-verbaal van sluiting rangregeling van de registergoederen:
het appartementsrecht, kadastraal bekend gemeente Maassluis, sectie A, complexaanduiding [complexnummer] , appartementsindex [indexnummer] ;
de garage met ondergrond en erf, plaatselijk bekend [adres 1] te Maassluis, kadastraal bekend gemeente Maassluis, sectie A, nummer [perceelnummer 1] ;
het woonhuis met ondergrond, erf en verder toebehoren, plaatselijk bekend [adres 2] te Spijkenisse, kadastraal bekend gemeente Spijkenisse, sectie D, nummer [perceelnummer 2] ;
het herenhuis met ondergrond, tuin, erf en verder toebehoren, plaatselijk bekend [adres 3] te Rotterdam, kadastraal bekend gemeente Overschie, sectie B, nummer [perceelnummer 3] ;
het woonhuis met ondergrond, erf en verder toebehoren, plaatselijk bekend [adres 4] te Rotterdam, kadastraal bekend gemeente Overschie, sectie B, nummer [perceelnummer 4] ;
het woonhuis met ondergrond, erf en verder toebehoren, plaatselijk bekend [adres 5] te Rotterdam, kadastraal bekend gemeente Overschie, sectie B, nummer [perceelnummer 5] ;
de onroerende zaak, kadastraal omschreven als bedrijvigheid (industrie), plaatselijk bekend [straatnaam] te Rotterdam, kadastraal bekend gemeente Overschie, sectie B, nummer [perceelnummer 6] ;
een perceel grond, gelegen nabij de Wilgenweg te Groot-Ammers, kadastraal bekend gemeente Groot-Ammers, sectie E, nummer [perceelnummer 7] ;
I. (1) een perceel weiland, gelegen nabij de Ambachtsweg te Groot-Ammers, kadastraal bekend gemeente Groot-Ammers, sectie E, nummer [perceelnummer 8] ,(2) een perceel grond, gelegen nabij de Wilgenweg te Groot-Ammers, kadastraal bekend gemeente Groot-Ammers, sectie E, nummer [perceelnummer 9] ,(3) een perceel grond, gelegen aan de Wilgenweg te Groot-Ammers, kadastraal bekend gemeente Groot-Ammers, sectie E, nummer [perceelnummer 10] ;
(1) een perceel grond, gelegen nabij Gelkenes te Groot-Ammers, kadastraal bekend gemeente Groot-Ammers, sectie E, nummer [perceelnummer 11] ,(2) een perceel grond, gelegen nabij de Van Leeuwenhoekweg te Groot-Ammers, kadastraal bekend gemeente Groot-Ammers, sectie E, nummer [perceelnummer 12] ;
ingevolge het op 6 februari 2013 ter griffie van deze rechtbank ingekomen verzoekschrift met bijlagen van:
de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE ROTTERDAM,
zetelende te Rotterdam,
verzoekster,
advocaten: mrs. [naam 9] en [naam 14] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
Op de op 8 september 2017 gehouden mondelinge behandeling hebben partijen geen opmerkingen meer gemaakt over de (tweede) voorlopige staat van verdeling en hebben partijen er tevens mee ingestemd dat hierna geen tussentijdse uitkeringen meer zullen plaatsenvinden maar nog slechts één slotuitkering als alle resterende vorderingen vast zijn komen te staan.
1.2.
Op 15 september 2017 is de tweede voorlopige staat van verdeling ter griffie nedergelegd en heeft de rechter-commissaris mr. [naam 1] , notaris, als houder van de netto-opbrengst bevolen de nog niet eerder voldane kosten te voldoen en de schuldeisers zoals genoemd onder 2.4. en 2.5. van die voorlopige staat van verdeling uit te betalen hetgeen hun volgens rechtsoverweging 2.5 toekomt en het resterende deel van de executieopbrengst onder zich te houden.
Op 22 juni 2018 is op verzoek van mr. [naam 2] het eerdere bevelschrift van 12 september 2017 aan mr. [naam 1] ingetrokken en heeft de rechter-commissaris mr. [naam 2] , notaris te Rotterdam, als houder van de netto-opbrengst, bevolen om aan de onder 2.4. en 2.5. van de Tweede (voorlopige) staat van verdeling d.d. 12 september 2017 genoemde schuldeisers uit te betalen hetgeen hun volgens het bepaalde onder rechtsoverweging 2.5. toekomt en het na deze betalingen resterende deel van de executieopbrengst onder zich te houden.
1.3.
De procedure is vervolgens aangehouden in afwachting van een definitieve beslissing in de twee nog lopende procedures, te weten tussen de gemeente Molenlanden (voorheen Molenwaard) en [naam 3] inzake de betaling van een exploitatiebijdrage en tussen de gemeente Rotterdam, Stichting [naam 4] en [naam fonds] (hierna: gemeente Rotterdam c.s.) enerzijds en [naam 3] anderzijds inzake de veroorzaakte bodemverontreiniging.
1.4.
Op 28 juli 2019 is [naam 3] overleden, zodat enig restant na verdeling van de executieopbrengst aan de erfgenamen van [naam 3] ten goede komt.
1.5.
Op 25 april 2023 is de definitieve (concept) staat van verdeling ter griffie van deze rechtbank nedergelegd. De rechter-commissaris verwijst naar die voorlopige staat van verdeling. Alle belanghebbenden en de erven van de schuldenaar zijn vervolgens uitgenodigd om de door de rechter-commissaris daarop gedane plaatsingen tegen te spreken. Op 14 juni 2023 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Van deze mondelinge behandeling is proces-verbaal opgemaakt. Vervolgens is de mondelinge behandeling aangehouden teneinde een aangepaste definitieve (concept) staat van verdeling op te maken naar aanleiding van de ter gelegenheid van de mondelinge behandeling gedane tegenspraak. De rechter-commissaris verwijst naar voormeld proces-verbaal en de daarin opgenomen betwistingen en wijzigingen van vorderingen en de overeengekomen afspraken ten aanzien van het verdere verloop van de procedure. Tijdens de mondelinge behandeling hebben alle partijen zich akkoord verklaard met het op voorhand accepteren dat de rechter-commissaris in deze nieuwe (definitieve) staat van verdeling op de betreffende geschilpunten een bindende beslissing neemt en hebben zij zich akkoord verklaard met het afstand doen van hun recht om in renvooi te gaan.
1.6.
Op 12 oktober 2023 is de naar aanleiding van de mondelinge behandeling aangepaste (concept) staat van verdeling ter griffie van deze rechtbank nedergelegd, met het verzoek om eerst schriftelijk aan de rechter-commissaris – met afschrift aan de andere partijen – te laten weten of zij bezwaren hebben. Ook is bepaald dat partijen op 15 november 2023 ter zitting kunnen verschijnen om – indien zij zulks wensen – de aangepaste (rente)berekeningen tegen te spreken. Partijen zijn het erover eens dat er geen noodzaak bestaat om de zitting plaats te laten vinden, indien zij zich allen akkoord verklaren met de aangepaste (concept) staat van verdeling.
Naar aanleiding van de hierop ontvangen reacties van mr. [naam 6] , mr. [naam 7] , mr. [naam 8] en mr. [naam 9] is de staat van verdeling aangepast en op 10 november 2023 aan partijen verstuurd, met het verzoek om wederom eerst schriftelijk aan de rechter-commissaris – met afschrift aan de andere partijen – te laten weten of zij akkoord zijn met de staat van verdeling. Op 14 november 2023 heeft de rechtbank van mr. [naam 10] , mr. [naam 11] (mede namens mr. [naam 9] ), mr. [naam 6] , mr. [naam 12] en mr. [naam 7] bericht ontvangen dat zij akkoord zijn met de staat van verdeling van 10 november 2023 en dat zij geen behoefte hebben aan de zitting van 15 november 2023.
1.7.
De griffier heeft vervolgens medegedeeld dat geen tegenspraak is ontvangen en dat de rechter-commissaris de staat van verdeling zonder mondelinge behandeling definitief zal vaststellen zodat de notaris tot uitbetaling kan overgaan. Dit betreft dan ook een papieren mondelinge behandeling waarvan proces-verbaal wordt opgemaakt.
2De resterende vorderingen
Gemeente Molenlanden
2.1.
Bij brief van 3 mei 2022 heeft mr. [naam 8] namens gemeente Molenlanden medegedeeld dat tussen de gemeente Molenlanden en [naam 3] een minnelijke regeling is bereikt, die zij in een vaststellingsovereenkomst hebben vastgelegd. Partijen hebben vastgesteld dat de vordering van de gemeente op [naam 3] een bedrag van € 712.329,04 bedraagt. Omdat de gemeente Molenlanden een bedrag van € 812.329,04 bij wijze van voorschot uit de rangregeling heeft ontvangen, heeft de gemeente Molenlanden het verschil van € 100.000,00 op 8 november 2021 gestort op de rekening van notariskantoor [naam 19] ., als houder van (het restant van) de executieopbrengst. In het kader van de lopende rangregelingsprocedure vermindert de gemeente Molenlanden haar vordering derhalve tot € 712.329,04. Zoals in artikel 1.5 van de vaststellingsovereenkomst afgesproken zullen geen verdere verrekeningen meer plaatsvinden en is de zaak wat de gemeente betreft afgedaan door de terugbetaling van € 100.000,00 op de rekening van het notariskantoor [naam 19] .
2.2.
Naar aanleiding van de definitieve (concept) staat van verdeling van 25 april 2023 heeft mr. [naam 8] namens gemeente Molenlanden per brief van 7 juni 2023 medegedeeld dat zij hiertegen geen bezwaren heeft.
Gemeente Rotterdam, Stichting [naam 4] en [naam fonds]
2.3.
Bij brief van 5 oktober 2022 heeft mr. [naam 14] namens gemeente Rotterdam c.s. verzocht om een (derde) (voorlopige) staat van verdeling op te stellen en daarin hun vorderingen met betrekking tot de door [naam 3] veroorzaakte bodemverontreiniging vast te stellen op basis van de volgende onherroepelijk geworden uitspraken:
het arrest van het gerechtshof Den Haag van 26 mei 2015 in de bodemprocedure,
het vonnis in het incident van de rechtbank Rotterdam van 17 mei 2017 in de schadestaatprocedure,
het vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 14 juni 2019 in de schadestaatprocedure en
- het arrest van het gerechtshof Den Haag van 24 mei 2022 in de schadestaatprocedure.
2.4.
Mr. [naam 14] heeft naar aanleiding hiervan de navolgende vorderingen aangemeld.
1. Voor de gemeente Rotterdam:
- Bodemprocedure
€ 4.961 (griffierecht hoger beroep, zie arrest in bodemprocedure)
€ 9.212 (salaris advocaat hoger beroep, zie arrest in bodemprocedure)
- Schadestaatprocedure
€ 452 (kosten van het incident, zie vonnis in incident in schadestaat)
€ 132.035,84 (hoofdsom excl. wettelijke rente, zie vonnis en arrest in schadestaat)
€ 519,11 (verschotten excl. wettelijke rente, zie vonnis in schadestaat)
€ 1.250 (advocaatkosten excl. wettelijke rente, zie vonnis in schadestaat)
Totaal € 133.804,95, nog te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2019 tot de dag van algehele voldoening
€ 1.794 (griffierecht hoger beroep, zie arrest in schadestaat)
€ 1.617 (advocaatkosten hoger beroep, zie arrest in schadestaat)
€ 52,33 (nasalaris hoger beroep, zie arrest in schadestaat)
2. Voor Stichting [naam 4] :
- Schadestaatprocedure
€ 298.674,45 (hoofdsom excl. wettelijke rente, zie vonnis en arrest in schadestaat)
€ 519,11 (verschotten excl. wettelijke rente, zie vonnis in schadestaat)
€ 1.250 (advocaatkosten excl. wettelijke rente, zie vonnis in schadestaat)
Totaal € 300.443,56, nog te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2019 tot de dag van algehele voldoening
€ 1.794 (griffierecht hoger beroep, zie arrest in schadestaat)
€ 1.617 (advocaatkosten hoger beroep, zie arrest in schadestaat)
€ 52,33 (nasalaris hoger beroep, zie arrest in schadestaat)
3. Voor [naam fonds] :
- Schadestaatprocedure
€ 73.879,87 (hoofdsom excl. wettelijke rente, zie vonnis en arrest in schadestaat)
€ 1.039,51 (verschotten excl. wettelijke rente, zie vonnis in schadestaat)
€ 1.500 (salaris advocaat excl. wettelijke rente, zie vonnis in schadestaat)
Totaal € 76.419,33, nog te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2019 tot de dag van algehele voldoening
€ 1.794 (griffierecht hoger beroep, zie arrest in schadestaat)
€ 1.617 (advocaatkosten hoger beroep, zie arrest in schadestaat)
€ 52,33 (nasalaris hoger beroep, zie arrest in schadestaat)
2.5.
De rechter-commissaris heeft partijen verzocht te reageren op het verzoek van mr. [naam 14] van 5 oktober 2022.
2.6.
Mr. [naam 12] heeft op 20 oktober 2022 namens [naam 15] gereageerd en medegedeeld dat zij akkoord is met het verzoek van mr. [naam 14] .
2.7.
Mr. [naam 8] heeft op 31 oktober 2022 namens de gemeente Molenlanden gereageerd en medegedeeld dat hij zich ten aanzien van de ingediende vorderingen van mr. [naam 14] aan het oordeel van de rechter-commissaris refereert.
2.8.
Mr. [naam 6] heeft op 2 november 2022 namens [vennootschap X] . gereageerd en medegedeeld dat hij zich ten aanzien van de ingediende vorderingen van mr. [naam 14] aan het oordeel van de rechter-commissaris refereert
2.9.
Mr. [naam 7] heeft op 29 november 2022 namens [naam 3] en namens zichzelf gereageerd en bezwaar gemaakt tegen het vaststellen van de door mr. [naam 14] ingediende vorderingen. Gelet op de drie door hem aangevoerde bezwaren, die hieronder verder aan de orde zullen komen, stellen [naam 3] en mr. [naam 7] dat zij niet uitsluiten dat er mogelijk nog andere verrekenbare posten zijn en dat er eerst een (derde) voorlopige staat van verdeling wordt opgesteld.
2.10.
De rechter-commissaris heeft partijen verzocht te reageren op de brief van mr. [naam 7] van 29 november 2022.
2.11.
Hierop is van mr. [naam 8] op 15 december 2022, van mr. [naam 12] op 19 december 2022, van mr. [naam 6] op 21 december 2022 en van mr. [naam 14] op 30 december 2022 een reactie binnen gekomen.
2.12.
Het verzoek van mr. [naam 7] van 30 december om voor een tweede maal het standpunt van [naam 3] en hemzelf kenbaar te mogen maken is door de rechter-commissaris toegewezen. Deze toelichting is per brief van 20 januari 2023 ontvangen.
2.13.
De bezwaren van [naam 3] en mr. [naam 7] houden – kort gezegd – het volgende in.
Artikel 615b Rv
2.13.1.
Ten eerste is in het dictum van de door mr. [naam 14] aangehaalde schadestaatvonnissen alleen voor de proceskosten en de wettelijke rente daarover een veroordeling tot betaling opgenomen. Artikel 615b Rv schrijft voor dat in een schadestaatprocedure de schuldenaar dient te worden “veroordeeld de vastgestelde schade te voldoen (…)”. [naam 3] is in de onderhavige schadestaatprocedure alleen veroordeeld tot betaling van de proceskosten en de wettelijke rente daarover, niet om de vastgestelde schade te voldoen. Volgens [naam 3] betekent dit, primair, dat geen enkele vordering uit de schadestaatprocedure in de rangregeling kan worden opgenomen, en, subsidiair, dat alleen de proceskosten en de wettelijke rente daarover in de rangregeling kunnen worden opgenomen.
2.13.2.
Het standpunt van mr. [naam 14] houdt – kort gezegd – in dat bij de arresten van het gerechtshof Den Haag van 13 maart 2012 en 26 mei 2015 (beide hebben kracht van gewijsde verkregen) is komen vast te staan dat [naam 3] aansprakelijk is voor de door de gemeente Rotterdam c.s. geleden schade vanwege de bodemverontreiniging. Vervolgens is bij het arrest van het gerechtshof Den Haag van 24 mei 2022 (dat eveneens kracht van gewijsde heeft verkregen) de omvang van de schadevergoedingsverplichting van [naam 3] is vastgesteld, zoals hierboven onder 2.4 weergegeven. Volgens de gemeente Rotterdam c.s. is dit afdoende om de toegewezen vorderingen in de rangregeling op te nemen.
2.13.3.
Naar aanleiding van de definitieve (concept) staat van verdeling van 25 april 2023 heeft mr. [naam 7] namens [naam 3] en hemzelf per brief van 9 juni 2023 medegedeeld dat hij zich niet kan vinden in het door de rechter-commissaris ingenomen standpunt op dit punt.
2.13.4.
De rechter-commissaris constateert dat mr. [naam 7] in zijn brief van 9 juni 2023 geen nieuwe informatie op dit punt naar voren heeft gebracht. De rechter-commissaris deelt het standpunt van mr. [naam 7] – dat de hoofdsommen, gelet op artikel 615b Rv, niet zijn komen vast te staan in de betreffende schadestaatvonnissen – niet. Om die reden heeft de rechter-commissaris dit punt niet aan de orde gesteld tijdens de mondelinge behandeling van 14 juni 2023. Het punt is ook niet door één van de partijen aan de orde gesteld.
2.13.5.
De rechter-commissaris blijft daarom bij zijn in de definitieve (concept) staat van verdeling van 25 april 2023 vastgelegde beslissing die luidt als volgt. In deze rangregeling is voor opname voldoende dat de ingediende vorderingen waarvoor beslag is gelegd in rechte zijn komen vast te staan. Hierbij is niet van belang, zoals [naam 3] meent, of in het arrest een veroordeling tot betaling is uitgesproken of niet. Het arrest van het hof van 24 mei 2022 is onherroepelijk geworden en daarmee is de omvang van de vorderingen van Rotterdam c.s. vast komen te staan. Deze vorderingen zullen dan ook dienovereenkomstig in deze staat van verdeling worden opgenomen.
Te verrekenen tegenvorderingen
2.13.6.
Ten tweede dienen volgens [naam 3] en mr. [naam 7] een tweetal vorderingen te worden verrekend met de vordering van de gemeente Rotterdam.
Er zou een bedrag ad € 960,08 met de heer [naam 3] zijn verrekend wegens door de gemeente ontvangen gelden uit derdenbeslag. Deze vordering is bij brief van 6 januari 2016 door de gemeente Rotterdam ingetrokken. Volgens [naam 3] en mr. [naam 7] dient deze betaling alsnog te worden verrekend met de huidige restvordering van de gemeente.
Daarnaast zijn er op de deelvordering van de gemeente Rotterdam ad € 160.000,- uit de tweede voorlopige staat van verdeling reeds betalingen ad € 1.098,34 verricht. Hiervoor verwijzen zij naar een uitdraai van de website van de gemeente Rotterdam. Ook deze bedragen dienen (per ontvangstdatum) te worden ingehouden c.q. verrekend met de huidige restvordering van de gemeente, aldus [naam 3] en mr. [naam 7] .
2.13.7.
Naar aanleiding van de definitieve (concept) staat van verdeling van 25 april 2023 heeft mr. [naam 7] namens [naam 3] en hemzelf per brief van 9 juni 2023 medegedeeld dat hij zich niet kan vinden in het door de rechter-commissaris ingenomen standpunt in de definitieve (concept) staat van verdeling ten aanzien van deze twee tegenvorderingen.
2.13.8.
Ten aanzien van de tegenvordering van € 960,08 is de rechter-commissaris, ook na de brief van 9 juni 2023, niet overtuigd geraakt van de juistheid van het standpunt van mr. [naam 7] . Om die reden heeft de rechter-commissaris het punt niet aan de orde gesteld tijdens de mondelinge behandeling van 14 juni 2023. Het punt is evenmin door één van de partijen aan de orde gesteld.
2.13.9.
De rechter-commissaris blijft daarom bij zijn in de definitieve (concept) staat van verdeling van 25 april 2023 vastgelegde beslissing die luidt als volgt. De rechter-commissaris stelt ten aanzien van de post ad € 960,08 vast dat partijen het erover eens zijn dat de vordering waar de betaling op zag bij de tweede verdeling is ingetrokken. Daarom valt niet in te zien waarom dit bedrag in het kader van deze rangregeling dient te worden verrekend. Dat [naam 3] , buiten deze rangregeling om, mogelijk nog aanspraak kan maken op terugbetaling is niet uitgesloten.
2.13.10.
Het punt met betrekking tot de tegenvordering van € 1.098,34 die [naam 3] op de gemeente Rotterdam heeft is tijdens de mondelinge behandeling van 14 juni 2023 door de rechter-commissaris aan de orde gesteld. Hierop hebben zowel mr. [naam 7] als mr. [naam 9] namens de gemeente Rotterdam gereageerd. Mr. [naam 7] geeft aan dat uit het uittreksel van de gemeente niet blijkt dat het om rentebetalingen gaat. Wat de reden van deze kleine betalingen zijn, is niet bekend bij zijn cliënt. Mogelijkerwijs is het door de gemeente zelf verrekend met een vordering die [naam 3] op de gemeente had. Mr. [naam 7] betwist in elk geval de stelling dat het gaat om rentebetalingen en meent dat de gemeente dit dan nader had moeten onderbouwen. Mr. [naam 9] heeft namens de gemeente Rotterdam aangegeven dat op dit punt geen verweer wordt gevoerd.
2.13.11.
De rechter-commissaris oordeelt als volgt. Nu de gemeente Rotterdam tijdens de mondelinge behandeling heeft aangegeven op dit punt geen verweer te zullen voeren, zal de post van € 1.098,34 met de hoofdsom van de gemeente Rotterdam op [naam 3] ad
€ 133.804,95 (zie onder r.o. 2.4) worden verrekend, zodat hierna overblijft een bedrag van
(€ 133.804,95 minus € 1.098,34 is) € 132.706,61.
Betalingen garagebox
2.13.12.
Daarnaast is door [naam 3] en mr. [naam 7] aangevoerd dat in 2016 een aan [naam 3] in eigendom toebehorende, onder beslag liggende garagebox is verkocht aan een derde met een opbrengst van (na aftrek van de notariskosten) € 13.709,41. Dit bedrag is door de betreffende notaris, notariskantoor [naam 16] , op 27 december 2016 als volgt verdeeld en uitbetaald:
Gemeente Rotterdam € 3.485,50;
[naam fonds] € 945,60;
Gemeente Molenlanden € 2.956,34;
[naam 17] € 6.321,97.
De betreffende schuldeisers zouden willens en wetens hebben nagelaten om hun respectievelijke vorderingen in de rangregeling naar rato te verlagen. [naam 3] en mr. [naam 7] stellen zich primair op het standpunt dat deze deelgenoten ex artikel 3:194 lid 2 BW hun aandeel in die goederen hebben verbeurd aan de andere deelgenoten zodat zij (i) de betreffende bedragen (vermeerderd met hun respectievelijke deel van de notariskosten en de wettelijke rente) terug dienen te storten, (ii) met verval van hun vorderingsrechten voor deze bedragen in de onderhavige rangregeling. Subsidiair verzoeken [naam 3] en mr. [naam 7] om de bedragen bij de respectievelijke partij-vorderingen in mindering te brengen.
2.13.13.
Naar aanleiding van de definitieve (concept) staat van verdeling van 25 april 2023 heeft mr. [naam 7] namens [naam 3] en hemzelf per brief van 9 juni 2023 medegedeeld dat hij zich niet kan vinden in het door de rechter-commissaris ingenomen standpunt ten aanzien van de verkoopopbrengst van de garagebox. Hierin licht mr. [naam 7] toe dat, ondanks dat de garagebox geen object is geweest bij de onderhavige executieverkoop, het wel om dezelfde vorderingen gaat die door de betreffende schuldeisers in deze rangregeling zijn ingediend.
2.13.14.
De rechter-commissaris heeft dit punt tijdens de mondelinge behandeling op 14 juni 2023 aan de orde gesteld. Mr. [naam 9] heeft namens de gemeente Rotterdam en [naam fonds] aangevoerd dat zij het met mr. [naam 7] eens is dat er geen dubbele betalingen gedaan moeten worden, alleen ziet zij niet in dat daarvan sprake is. Het zou volgens mr. [naam 9] kunnen dat de opbrengst van de garagebox is gebruikt ter afbetaling van een andere, niet in deze rangregeling betrokken, vordering van haar cliënten. Dat het bedrag daadwerkelijk is betaald kon de notaris bevestigen dus dat neemt mr. [naam 9] aan. Mr. [naam 10] heeft namens de gemeente Molenlanden aangevoerd dat tussen de gemeente Molenlanden en [naam 3] een vaststellingsovereenkomst is gesloten strekkende tot finale kwijting en dat alles wat voorafgaand aan deze overeenkomst heeft plaatsgevonden, waaronder de garagebox, hierin is opgenomen. Mr. [naam 7] heeft in reactie daarop aangevoerd dat de finale kwijting slechts geldt ten aanzien van punten die destijds ter discussie stonden. Mr. [naam 12] handhaaft het standpunt dat de garagebox buiten de rangregeling valt en dat dit eerder door [naam 3] danwel mr. [naam 7] had moeten worden opgeworpen.
2.13.15.
De rechter-commissaris overweegt als volgt. Op basis van hetgeen door partijen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht komt de rechter-commissaris ten dele tot een ander oordeel dan in de definitieve (concept) staat van verdeling van 25 april 2023 staat vermeld. In de eerste plaats is niet gebleken dat hier sprake is geweest van opzettelijke verzwijging, zodat aan de regel van artikel 3:194 lid 2 BW voorbij wordt gegaan. Overeenkomstig het subsidiaire verzoek zullen de hierboven genoemde bedragen met betrekking tot de gemeente Rotterdam, [naam fonds] en [naam 17] bij de respectievelijke partij-vorderingen in mindering worden gebracht. De rechter-commissaris licht dit toe.
Tussen partijen staat in de eerste plaats vast dat de schuldeisers de door de notaris gedane betalingen hebben ontvangen. Mr. [naam 9] heeft namens de gemeente Rotterdam en [naam fonds] aangegeven dat de opbrengst mogelijk is gebruikt ter afbetaling van een andere vordering, maar zij heeft niet, althans onvoldoende gemotiveerd gesteld welke andere vordering dat dan zou kunnen zijn. Gesteld noch gebleken is dat reeds bij de betaling door [naam 3] een vordering is aangewezen waarop de betaling kan worden afgeboekt. Nu geen gegevens bekend zijn om de wettelijke regeling van artikel 6.43 lid 2 BW uit te kunnen voeren, zal de rechtbank alsnog [naam 3] – als schuldenaar – laten bepalen op welke vordering de betaling wordt toegerekend (naar analogie van artikel 6:43 lid 1 BW). Ook ten aanzien van [naam 17] is niet gebleken dat alternatieve gegevens bekend zijn, zodat ook hier de keuze van [naam 3] zal worden gevolgd. Dit betekent dat de betalingen zullen worden afgeboekt op de resterende hoofdsom van de gemeente Rotterdam ad € 132.706,61 (zie onder 2.13.11), de resterende hoofdsom van [naam fonds] ad € 76.419,33 (zie onder 2.4) en de resterende hoofdsom van [naam 17] ad € 172.500,00, zodat hierna overblijft respectievelijk € 129.221,11 voor de gemeente Rotterdam, € 75.473,73 voor [naam fonds] en € 166.178,03 voor [naam 17] .
Dit ligt anders bij de gemeente Molenlanden vanwege de vaststellingsovereenkomst. De rechter-commissaris is het met de gemeente Molenlanden eens dat uit artikel 2.1. van deze overeenkomst volgt dat partijen elkaar finale kwijting hebben verleend en dat dit ook geldt voor de betaling uit de garagebox. In artikel 2.1. wordt het volgende vermeld:
“Integrale nakoming van de in deze Vaststellingsovereenkomst opgenomen verplichtingen strekt tussen Partijen tot finale kwijting. Partijen verklaren reeds nu dat zij over en weer uit hoofde van de in deze Vaststellingsovereenkomst benoemde onderwerpen geen vorderingen jegens elkaar hebben, nadat het bepaalde in artikel 1 is voldaan. Voorts verklaren partijen dat zij voor het overige ook geen vorderingen over en weer meer tegenover elkaar geldend zullen maken.”
De rechter-commissaris stelt vast dat de vordering van de gemeente Molenlanden op [naam 3] die in de onderhavige rangregeling is ingediend ad € 712.329,04 dezelfde vordering is die middels de vaststellingsovereenkomst tussen partijen is vastgesteld en dus onderwerp is van die vaststellingsovereenkomst. Los daarvan hebben partijen in de laatste volzin verklaard dat zij ook voor het overige geen vorderingen over en weer meer tegenover elkaar geldend zullen maken. Voor zover het verzoek van mr. [naam 7] de betaling aan de gemeente Molenlanden betreft zal dit dus worden afgewezen.
[naam 18]
2.13.16.
Naar aanleiding van de definitieve (concept) staat van verdeling van 25 april 2023 heeft mr. [naam 7] namens [naam 3] en hemzelf per brief van 9 juni 2023 aangevoerd dat de vorderingen van [naam 18] in kort geding in 2012 zijn betwist en weerlegd en dat [naam 3] uiteindelijk is veroordeeld tot betaling van een hoofdsom ad € 17.000,00 en dus niet de – door [naam 18] ingediende vordering – ad € 39.488,82. Verder heeft mr. [naam 7] aangevoerd dat [naam 3] een tegenvordering heeft op [naam 18] omdat laatstgenoemde tekortgeschoten is in diens werkzaamheden. Daarbij beroept [naam 3] zich op verjaring van de vorderingen van [naam 18] .
2.13.17.
Zoals ook tijdens de mondelinge behandeling van 14 juni 2023 medegedeeld, is de rechter-commissaris het met mr. [naam 7] eens dat op grond van het kort geding vonnis uit 2012 – wat bij het opstellen van de definitieve (concept) staat van verdeling van 25 april 2023 over het hoofd is gezien – de vordering van [naam 18] tot € 17.000,00 is toegewezen. Dit betekent dat de vordering van [naam 18] waarvoor beslag op de executieopbrengst is gelegd zal worden aangepast naar € 17.000,00. De gestelde tegenvordering die [naam 3] op [naam 18] meent te hebben is niet benoemd en/of onderbouwd en is dus ook niet komen vast te staan. Nu alleen vaststaande vorderingen worden meegenomen in deze staat van verdeling, gaat de rechter-commissaris aan deze tegenvordering voorbij. Ten aanzien van het beroep op verjaring heeft mr. [naam 7] ter zitting aangevoerd dat de vordering weliswaar door [naam 18] in deze rangregeling is ingediend, maar dat deze niet in de rangregeling is opgenomen. De vordering is dus voor verjaring vatbaar, aldus mr. [naam 7] . De rechter-commissaris volgt dit standpunt niet. De vordering van [naam 18] is in rechte aangemeld en daardoor is de verjaring gestuit. De vordering staat weliswaar “achteraan” vanwege het beslag op de executieopbrengst, maar geconcludeerd moet worden dat de aanmelding een daad van rechtsvervolging is in de zin van artikel 3:316 eerste lid BW Het beroep op verjaring wordt afgewezen.
Stichting [naam 4]
2.14.
Aan Stichting [naam 4] is voor de schade als gevolg van de bodemverontreiniging van perceel [perceelnummer 13] een bedrag van € 300.443,56 vermeerderd met wettelijke rente en kosten toegewezen. Zij heeft tot € 200.000,00 beslag gelegd op de objecten A, B, H, I, en J en tot
€ 249.589,12 op de objecten C, D en F.
2.14.1.
Naar aanleiding van de definitieve (concept) staat van verdeling van 25 april 2023, waarin de vordering van Stichting [naam 4] telkens tot de hoogte van het beslag was opgenomen, heeft mr. [naam 9] per e-mail van 8 juli 2023 aangevoerd dat dit onjuist is. Onder verwijzing naar een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 2 juni 2015 stelt mr. [naam 9] dat in het kader van de uitwinning van een vordering de begroting bij het beslagverlof niet relevant is.
2.15.
De rechter-commissaris heeft dit punt tijdens de mondelinge behandeling op 14 juni 2023 aan de orde gesteld. Hierop hebben naast mr. [naam 9] , ook mr. [naam 7] en mr. [naam 6] gereageerd. Mr. [naam 7] en mr. [naam 6] hebben aangevoerd dat de vordering van Stichting [naam 4] tot het betreffende bedrag is gemaximeerd en vastgesteld op grond van artikel 483f Rv en dat daar destijds geen bezwaar tegen is gemaakt door Stichting [naam 4] . Het is volgens hen niet zo dat een bedrag dat hoger uitvalt dan waarvoor het is genoteerd, nog tot dat hogere bedrag kan worden opgenomen. Anders zouden geen tussentijdse uitkeringen meer mogelijk zijn, omdat er kans bestaat dat er dan te weinig overblijft en schuldeisers de tussentijdse uitkering moeten terugbetalen.
2.16.
De rechter-commissaris komt op dit punt tot een ander oordeel dan in de definitieve (concept) staat van verdeling van 25 april 2023 staat vermeld. De vordering van Stichting [naam 4] zal in het geheel, zoals in de onherroepelijk geworden uitspraken onder r.o. 2.4 vastgesteld, worden opgenomen in de staat van verdeling en dus niet slechts tot de hoogte van het beslag. De rechter-commissaris licht dit toe.
Zoals ook ter zitting besproken, is de vraag of de begroting van de vordering in een verlofbeschikking leidend moet zijn bij het verhaal van die vordering een onderwerp van discussie geweest in de literatuur. De rechter-commissaris volgt de uitspraken van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 25 april 2022 en voormeld arrest van het gerechtshof Amsterdam van 2 juni 2015 op dit punt. Zo overweegt het gerechtshof Amsterdam onder r.o. 3.2.6. dat conservatoir beslag ertoe dient het verhaal van een vordering zeker te stellen. Indien vervolgens de schuldeiser een executoriale titel verkrijgt gaat het conservatoir beslag over in een executoriaal beslag, waarbij de schuldeiser gerechtigd is om het door hem beslagen goed voor het volledige beloop van zijn vordering uit te winnen, ongeacht de begroting bij het beslagverlof.
In dit geval is inmiddels komen vast te staan dat het volledige beloop van de vordering
€ 300.443,56 bedraagt, vermeerderd met wettelijke rente en kosten.
Op grond van artikel 483f Rv kunnen vorderingen die betwist worden voorwaardelijk door de rechter-commissaris worden opgenomen tot een door hem te bepalen bedrag. Dit kan de rechter-commissaris dus zelf invullen en hij is daarbij overigens niet afhankelijk van de begroting in de verlofbeschikking. In deze rangregeling procedure is er destijds voor gekozen om dat bedrag te koppelen aan het door Stichting [naam 4] zelf opgegeven bedrag. Het was wenselijk geweest als Stichting [naam 4] reeds toen had gewezen op een mogelijk hogere uitkomst om eventuele perikelen rondom terugbetalingen van voorschotten te voorkomen. Dat de rechter-commissaris destijds bij het vaststellen van de tussentijdse uitkeringen per beslagobject is uitgegaan van het door Stichting [naam 4] genoemde maximum bedrag werkt echter niet door naar de huidige slotuitkering. Met andere woorden: het feit dat namens de Stichting [naam 4] destijds geen melding is gemaakt van een mogelijk hogere vordering dan wel dat door haar geen bezwaar is gemaakt tegen de vaststelling op grond van artikel 483f Rv kan haar niet worden tegengeworpen.
[vennootschap X] .
2.17.
Mr. [naam 6] heeft naar aanleiding van de definitieve (concept) staat van verdeling van 25 april 2023 per brief van 9 juni 2023 opgemerkt dat onder r.o. 3.4. staat vermeld dat in mindering op de vordering van [vennootschap X] . reeds een bedrag van € 53.265,68 is voldaan, terwijl dit € 53.365,68 zou moeten zijn.Zoals ook tijdens de mondelinge behandeling van 14 juni 2023 medegedeeld, is de rechter-commissaris het met mr. [naam 6] eens dat hier sprake is van een tikfout. Het bedrag zal overeenkomstig worden aangepast.
Overig
2.18.
Ten aanzien van de rentecomponent merkt mr. [naam 6] in zijn brief van 2 november 2022 terecht op dat bij de eerdere voorlopige staten van verdeling rente is meegenomen tot en met 22 april 2014. In tegenstelling tot wat mr. [naam 6] voorstelt, namelijk de wettelijke rente opnemen tot diezelfde datum, zal de rechter-commissaris de wettelijke rente opnemen tot en met 15 november 2023.
2.19.
Zowel mr. [naam 6] als mr. [naam 7] hebben naar aanleiding van de definitieve (concept) staat van verdeling van 25 april 2023 terecht opgemerkt dat bij de renteberekeningen geen rekening is gehouden met de deelbetalingen die naar aanleiding van de voorlopige staten van verdeling uit 2014 en 2017 door sommige partijen zijn ontvangen. Zoals tijdens de mondelinge behandeling van 14 juni 2023 met partijen besproken, heeft de rechter-commissaris deze betaaldata bij de notaris laten navragen. Op 6 juli 2023 heeft [naam 19] notarissen laten weten dat de betalingen zijn verricht vanuit het oude kantoor van mr. [naam 1] en dat de financiële administratie niet mee over is gegaan naar [naam 19] . Op advies van [naam 19] is vervolgens contact opgenomen met [naam 20] notarissen (voorheen [naam 1] notarissen). [naam 20] notarissen heeft per e-mail van 26 juli 2023 een overzicht verstuurd met betaalgegevens. Mr. [naam 1] heeft desgevraagd per e-mail van 15 augustus 2023 laten weten enkel de betaling aan [naam 19] te kunnen bevestigen. Uit het overzicht van [naam 20] blijkt dat de voor de wettelijke rente relevante vorderingen in principe op 28 november 2014 en op 31 oktober 2017 zijn uitbetaald. Dit geldt niet voor de vordering van mr. [naam 7] ad € 67.907,84. Deze is volgens mr. [naam 7] pas op 12 juni 2019 uitbetaald. Per e-mail van 16 augustus heeft de rechter-commissaris aan partijen laten weten van de betaaldata zoals genoemd in het overzicht van [naam 20] uit te gaan, tenzij partijen binnen twee weken met stukken kunnen onderbouwen dat de data van hun deelbetaling(en) afwijkt.
Hierop is namens de gemeente Molenlanden, [naam fonds] en de gemeente Rotterdam gereageerd. Zij hebben met bankafschriften onderbouwd dat:
de gemeente Molenlanden haar deelbetaling ad € 812.329,04 op 10 november 2014 heeft ontvangen,
[naam fonds] haar deelbetaling ad € 6.514,40 op 14 november 2014 heeft ontvangen en de deelbetaling ad € 1.519,15 op 4 oktober 2017,
Gemeente Rotterdam haar deelbetaling ad € 220.292,60 op 25 november 2014 heeft ontvangen en de deelbetaling ad € 918.546,46 op 30 oktober 2017.
Hier zal de rechter-commissaris dan ook vanuit gaan. Ten aanzien van de andere deelbetalingen zal de rechter-commissaris er vanuit gaan dat:
[naam bank] haar deelbetaling ad € 72.364,11 op 31 december 2014 heeft ontvangen,
[naam 17] - [naam 3] haar deelbetaling ad € 155.986,72 op 31 oktober 2017 heeft ontvangen,
Rassers haar deelbetaling ad € 53.365,68 op 31 oktober 2017 heeft ontvangen.
De schuldeisers hebben in werkelijkheid ook de kosten van uitwinning reeds in 2014 vergoed gekregen. Met deze betalingen is hier geen rekening gehouden omdat ze niet van invloed zijn op de herberekening van de wettelijke rente.
2.19.1.
Daarnaast is mr. [naam 7] verzocht om te reageren op de door [naam 20] aangegeven reden dat zijn deelbetaling ad € 67.907,84 nog niet kon worden uitbetaald in 2017, namelijk vanwege het gebrek aan opgeven van het rekeningnummer. Hierop is niet meer gereageerd door mr. [naam 7] .
Zonder opgave van een andere reden, zal de rechter-commissaris er vanuit gaan dat het gebrek aan opgeven van het rekeningnummer de reden is geweest van de late uitbetaling. Het zou niet redelijk zijn als mr. [naam 7] een hoger bedrag aan wettelijke rente zou ontvangen als gevolg van het door hemzelf niet mogelijk maken van een eerdere betaling en daarom zal de rechter-commissaris ten aanzien van diens deelbetaling ad € 67.907,84 ook uitgaan van betaaldatum 31 oktober 2017.
2.19.2.
Voor de renteberekeningen betekent dit het volgende. Gelet op het feit dat sommige deelbetalingen tevens vastgestelde vorderingen bevatten waarover geen wettelijke rente loopt, zal de rechter-commissaris in die gevallen het aandeel berekenen, van de vorderingen waarover wel wettelijke rente loopt, in het totaal vastgestelde bedrag. Vervolgens wordt hetzelfde aandeel berekend uit de deelbetaling. Dat bedrag wordt van de vastgestelde vordering afgetrokken per betaaldatum. Dit komt op het volgende neer.
- Gemeente Rotterdam: in de eerste staat van verdeling is een bedrag van in totaal € 306.741,83 vastgesteld. De vastgestelde vorderingen waarover wettelijke rente wordt berekend zijn € 179.013,01 (58,36% van € 306.741,83) en € 118.339,95 (38,58% van € 306.741,83). Van deze vorderingen wordt per 25 november 2014 respectievelijk € 128.562,76 (58,36% van € 220.292,60) en € 84.988,89 (38,58% van € 220.292,60) afgetrokken.
In de tweede staat van verdeling is aanvullend de vordering van € 960.000,00 vastgesteld. Van deze vordering wordt per 30 oktober 2017 € 918.546,46 (100% van € 918.546,46) afgetrokken.
[naam fonds] : in de eerste staat van verdeling is de vordering van € 8.884,00 vastgesteld. Van deze vordering wordt per 14 november 2014 € 6.514,40 afgetrokken. In de tweede staat van verdeling is geen andere vordering meer vastgesteld, daarom wordt per 4 oktober 2017 € 1.519,15 afgetrokken van de restant vordering.
Mr. [naam 7] : in de tweede staat van verdeling is een bedrag van in totaal € 75.096,81 vastgesteld, waarvan over € 74.331,72 (98,98% van € 75.096,81) wettelijke rente wordt berekend. Van deze vordering wordt per 31 oktober 2017 € 67.215,18 (98,98% van € 67.907,84) afgetrokken.
[vennootschap X] .: in de tweede staat van verdeling is een bedrag van in totaal € 59.015,14 vastgesteld, waarvan over € 56.529,78 (95,79% van € 59.015,14) wettelijke rente wordt berekend. Van deze vordering wordt per 31 oktober 2017 € 51.118,24 (95,79% van € 53.365,68) afgetrokken.
[naam 17] - [naam 3] : in de tweede staat van verdeling is de vordering van € 172.500,00 vastgesteld. Van deze vordering wordt per 31 oktober 2017 € 155.986,72 afgetrokken.
2.20.
Naar aanleiding van de definitieve (concept) staat van verdeling van 12 oktober 2023, hebben mr. [naam 8] , mr. [naam 6] , mr. [naam 7] en mr. [naam 9] per brief van respectievelijk 24 oktober 2023, 25 oktober 2023, 3 november 2023 en 8 november 2023 gereageerd.
Mr. [naam 8] liet namens de gemeente Molenlanden weten dat zij geen bezwaren heeft.
Mr. [naam 6] , mr. [naam 7] en mr. [naam 9] hebben terecht opgemerkt dat de vordering van Stichting [naam 4] moet worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2019, en dus niet vanaf 23 april 2014. De berekeningen zullen overeenkomstig worden aangepast.
Verder heeft mr. [naam 9] terecht opgemerkt dat de door [naam fonds] ingediende vordering € 97.159,39 is, en dus niet € 97.073,61. De rechter-commissaris is het met mr. [naam 9] eens dat hier sprake is van een tikfout. Het bedrag zal overeenkomstig worden aangepast.
2.21.
Aangezien de rechter-commissaris in deze staat van verdeling uitgaat van een slotuitkering, heeft hij de notaris gevraagd om de netto-opbrengst inclusief (negatieve) rente, bankkosten en notariskosten op te geven tot en met de datum van de mondelinge behandeling op 15 november 2023. De notaris heeft per e-mail van 4 oktober 2023 laten weten dat het depotbedrag per 16 november 2023 € 1.356.600,65 zal bedragen.
De totale executieopbrengst van de objecten A tot en met J was € 3.455.100,-. Er is reeds een bedrag van € 2.308.826,00 aan partijen uitgekeerd, waarbij de gemeente Molenlanden in november 2018 een bedrag van € 100.000,- heeft teruggestort. De restant executieopbrengst komt daardoor op een bedrag van € 1.246.274,00. Nu het depotbedrag volgens de notaris per 16 november 2023 € 1.356.600,65 bedraagt, betekent dat dat er een positief saldo aan rente en kosten is van € 110.326,65. Dit bedrag zal pro rata over alle objecten worden verdeeld.
3De (derde en) definitieve staat van verdeling
3.1.
Op basis van de uitkomsten van voornoemde procedures en voormelde ontwikkelingen, komt de rechter-commissaris tot de volgende definitieve plaatsingen.
I Ter zake van kosten van uitwinning:
aan verzoekster, griffierecht € 346,00
aan verzoekster, advocaatsalaris € 452,00
aan Stichting [naam 4] , advocaatsalaris € 452,00
aan [naam fonds] , advocaatsalaris € 452,00
aan [vennootschap X] ., advocaatsalaris € 452,00
aan [naam 15] , advocaatsalaris € 452,00
aan [naam 7] , advocaatsalaris € 452,00
aan de gemeente Molenlanden, advocaatsalaris € 452,00
€ 3.510,00
II Ter zake van registergoed A
a. a) aan verzoekster
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
hoofdsom per saldo € 5.307,16
- voor de verbeurde boete, incl. wettelijke rente daarover tot en met 22 april 2014
hoofdsom per saldo € 179.013,01
wettelijke rente van 23 april 2014 – 25 november 2014 over
€ 179.013,01 € 3.192,81
wettelijke rente van 26 november 2014 – 15 november 2023 over
€ 53.643,06 (€ 182.205,82 minus € 128.562,76) € 12.068,27
- voor proceskosten op grond van het vonnis d.d. 27 maart 2013 en herstelvonnis d.d. 19 juni 2013
hoofdsom per saldo € 4.081,71
- ter zake verbeurde dwangsommen uit twee invorderingsbeschikkingen d.d. 31 mei 2012, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016
hoofdsom per saldo € 1.012.034,28
wettelijke rente van 1 januari 2017 – 30 oktober 2017 over
€ 1.012.034,28 € 16.802,54
wettelijke rente van 31 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 110.290,36 (€ 1.028.836,82 minus € 918.546,46) € 17.084,36
- voor proceskosten hoger beroep bodemprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13] :
hoofdsom per saldo € 14.173,00
- voor kosten incident in schadestaatprocedure
hoofdsom per saldo € 452,00
- voor hoofdsom, verschotten en advocaatkosten
schadestaatprocedure
hoofdsom per saldo € 129.221,11
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 15.223,66
- voor proceskosten hoger beroep schadestaatprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13] :
hoofdsom per saldo: € 3.463,33
Totaal € 1.412.117,24
b) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
hoofdsom per saldo € 8.884,00
wettelijke rente van 23 april 2014 – 14 november 2014 over
€ 8.884,00 € 150,42
wettelijke rente van 15 november 2014 – 4 oktober 2017 over
€ 2.520,02 (€ 9.034,42 minus € 6.514,40) € 151,72
wettelijke rente van 5 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 1.152,59 (€ 2.671,74 minus € 1.519,15) € 180,56
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
hoofdsom per saldo € 75.473,73
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 8.891,63
- voor proceskosten hoger beroep schadestaatprocedure bodemverontreiniging:
hoofdsom per saldo: € 3.463,33
totaal € 97.195,39
c) aan Stichting [naam 4]
- voor schade als gevolg van de bodemverontreiniging van perceel [perceelnummer 13]
hoofdsom per saldo € 300.443,56
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 35.395,55
totaal € 335.839,11
e) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:
hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014: € 56.529,78
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over € 56.529,78 € 4.503,16
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 9.914,70 (€ 61.032,94 minus € 51.118,24) € 1.535,15
vast recht € 1.789,00
overige verschotten € 76,92
beslagkosten € 545,38
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012 € 74,06
totaal € 65.053,45
d) aan [naam 7]
- voor vordering uit honorarium(i) hoofdsom per 1 mei 2012: € 70.000,00
(ii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 mei 2012 –
31 oktober 2017 over € 70.000,00 € 10.252,27
(iii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 november 2017 –
15 november 2023 over € 13.037,09 (€ 80.252,27 minus € 67.215,18) € 2.018,60
(iiii) deurwaarderskosten: € 765,09
totaal € 83.035,96
f) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
hoofdsom per saldo € 166.178,03
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over
€ 166.178,03 € 13.237,72
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 23.429,03 (€ 179.415,75 minus € 155.986,72) € 3.627,64
totaal € 183.043,39
III Ter zake van registergoed B
a. a) aan verzoekster
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
hoofdsom per saldo € 5.307,16
- voor de verbeurde boete, incl. wettelijke rente daarover tot en met 22 april 2014
hoofdsom per saldo € 179.013,01
wettelijke rente van 23 april 2014 – 25 november 2014 over
€ 179.013,01 € 3.192,81
wettelijke rente van 26 november 2014 – 15 november 2023 over
€ 53.643,06 (€ 182.205,82 minus € 128.562,76) € 12.068,27
- voor proceskosten op grond van het vonnis d.d. 27 maart 2013 en herstelvonnis d.d. 19 juni 2013
hoofdsom per saldo € 4.081,71
- ter zake verbeurde dwangsommen uit twee invorderingsbeschikkingen d.d. 31 mei 2012, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016
hoofdsom per saldo € 1.012.034,28
wettelijke rente van 1 januari 2017 – 30 oktober 2017 over
€ 1.012.034,28 € 16.802,54
wettelijke rente van 31 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 110.290,36 (€ 1.028.836,82 minus € 918.546,46) € 17.084,36
- voor proceskosten hoger beroep bodemprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13] :
hoofdsom per saldo € 14.173,00
- voor kosten incident in schadestaatprocedure
hoofdsom per saldo € 452,00
- voor hoofdsom, verschotten en advocaatkosten
schadestaatprocedure
hoofdsom per saldo € 129.221,11
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 15.223,66
- voor proceskosten hoger beroep schadestaatprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13] :
hoofdsom per saldo: € 3.463,33
Totaal € 1.412.117,24
b) aan de gemeente Molenlanden
- uit hoofde de vaststellingsovereenkomst
hoofdsom per saldo € 712.329,04
totaal € 712.329,04
b) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
hoofdsom per saldo € 8.884,00
wettelijke rente van 23 april 2014 – 14 november 2014 over
€ 8.884,00 € 150,42
wettelijke rente van 15 november 2014 – 4 oktober 2017 over
€ 2.520,02 (€ 9.034,42 minus € 6.514,40) € 151,72
wettelijke rente van 5 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 1.152,59 (€ 2.671,74 minus € 1.519,15) € 180,56
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
hoofdsom per saldo € 75.473,73
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 8.891,63
- voor proceskosten hoger beroep schadestaatprocedure bodemverontreiniging:
hoofdsom per saldo: € 3.463,33
totaal € 97.195,39
c) aan Stichting [naam 4]
- voor schade als gevolg van de bodemverontreiniging van perceel [perceelnummer 13]
hoofdsom per saldo € 300.443,56
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 35.395,55
totaal € 335.839,11
d) aan [naam 7]
- voor vordering uit honorarium(i) hoofdsom per 1 mei 2012: € 70.000,00
(ii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 mei 2012 –
31 oktober 2017 over € 70.000,00 € 10.252,27
(iii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 november 2017 –
15 november 2023 over € 13.037,09 (€ 80.252,27 minus € 67.215,18) € 2.018,60
(iiii) deurwaarderskosten: € 765,09
totaal € 83.035,96
e) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:
hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014: € 56.529,78
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over € 56.529,78 € 4.503,16
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 9.914,70 (€ 61.032,94 minus € 51.118,24) € 1.535,15
vast recht € 1.789,00
overige verschotten € 76,92
beslagkosten € 545,38
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012 € 74,06
totaal € 65.053,45
f) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
hoofdsom per saldo € 166.178,03
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over
€ 166.178,03 € 13.237,72
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 23.429,03 (€ 179.415,75 minus € 155.986,72) € 3.627,64
totaal € 183.043,39
IV Ter zake van registergoed C
a. a) aan verzoekster
- voor de verbeurde boete, incl. wettelijke rente daarover tot en met 22 april 2014
hoofdsom per saldo € 179.013,01
wettelijke rente van 23 april 2014 – 25 november 2014 over
€ 179.013,01 € 3.192,81
wettelijke rente van 26 november 2014 – 15 november 2023 over
€ 53.643,06 (€ 182.205,82 minus € 128.562,76) € 12.068,27
- voor proceskosten op grond van het vonnis d.d. 27 maart 2013 en herstelvonnis d.d. 19 juni 2013
hoofdsom per saldo € 4.081,71
- voor vordering uit dwangbevel van 9 november 2004, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014hoofdsom per saldo € 118.339,95
wettelijke rente van 23 april 2014 – 25 november 2014 over
€ 118.339,95 € 2.110,67
wettelijke rente van 26 november 2014 – 15 november 2023 over
€ 35.461,73 (€ 120.450,62 minus € 84.988,89) € 7.977,95
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
hoofdsom per saldo € 5.307,16
- ter zake verbeurde dwangsommen uit twee invorderingsbeschikkingen d.d. 31 mei 2012, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016
hoofdsom per saldo € 1.012.034,28
wettelijke rente van 1 januari 2017 – 30 oktober 2017 over
€ 1.012.034,28 € 16.802,54
wettelijke rente van 31 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 110.290,36 (€ 1.028.836,82 minus € 918.546,46) € 17.084,36
- voor proceskosten hoger beroep bodemprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13] :
hoofdsom per saldo € 14.173,00
- voor kosten incident in schadestaatprocedure
hoofdsom per saldo € 452,00
- voor hoofdsom, verschotten en advocaatkosten
schadestaatprocedure
hoofdsom per saldo € 129.221,11
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 15.223,66
- voor proceskosten hoger beroep schadestaatprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13] :
hoofdsom per saldo: € 3.463,33
Totaal € 1.540.545,81
b) aan de gemeente Molenlanden
- uit hoofde de vaststellingsovereenkomst
hoofdsom per saldo € 712.329,04
totaal € 712.329,04
b) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
hoofdsom per saldo € 8.884,00
wettelijke rente van 23 april 2014 – 14 november 2014 over
€ 8.884,00 € 150,42
wettelijke rente van 15 november 2014 – 4 oktober 2017 over
€ 2.520,02 (€ 9.034,42 minus € 6.514,40) € 151,72
wettelijke rente van 5 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 1.152,59 (€ 2.671,74 minus € 1.519,15) € 180,56
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
hoofdsom per saldo € 75.473,73
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 8.891,63
- voor proceskosten hoger beroep schadestaatprocedure bodemverontreiniging:
hoofdsom per saldo: € 3.463,33
totaal € 97.195,39
c) aan Stichting [naam 4]
- voor schade als gevolg van de bodemverontreiniging van perceel [perceelnummer 13]
hoofdsom per saldo € 300.443,56
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 35.395,55
totaal € 335.839,11
d) aan [naam 7]
- voor vordering uit honorarium(i) hoofdsom per 1 mei 2012: € 70.000,00
(ii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 mei 2012 –
31 oktober 2017 over € 70.000,00 € 10.252,27
(iii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 november 2017 –
15 november 2023 over € 13.037,09 (€ 80.252,27 minus € 67.215,18) € 2.018,60
(iiii) deurwaarderskosten: € 765,09
totaal € 83.035,96
e) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:
hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014: € 56.529,78
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over € 56.529,78 € 4.503,16
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 9.914,70 (€ 61.032,94 minus € 51.118,24) € 1.535,15
vast recht € 1.789,00
overige verschotten € 76,92
beslagkosten € 545,38
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012 € 74,06
totaal € 65.053,45
f) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
hoofdsom per saldo € 166.178,03
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over
€ 166.178,03 € 13.237,72
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 23.429,03 (€ 179.415,75 minus € 155.986,72) € 3.627,64
totaal € 183.043,39
V Ter zake van registergoed D
a. a) aan verzoekster
- voor de verbeurde boete, incl. wettelijke rente daarover tot en met 22 april 2014
hoofdsom per saldo € 179.013,01
wettelijke rente van 23 april 2014 – 25 november 2014 over
€ 179.013,01 € 3.192,81
wettelijke rente van 26 november 2014 – 15 november 2023 over
€ 53.643,06 (€ 182.205,82 minus € 128.562,76) € 12.068,27
- voor proceskosten op grond van het vonnis d.d. 27 maart 2013 en herstelvonnis d.d. 19 juni 2013
hoofdsom per saldo € 4.081,71
- voor vordering uit dwangbevel van 9 november 2004, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014hoofdsom per saldo € 118.339,95
wettelijke rente van 23 april 2014 – 25 november 2014 over
€ 118.339,95 € 2.110,67
wettelijke rente van 26 november 2014 – 15 november 2023 over
€ 35.461,73 (€ 120.450,62 minus € 84.988,89) € 7.977,95
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
hoofdsom per saldo € 5.307,16
- ter zake verbeurde dwangsommen uit twee invorderingsbeschikkingen d.d. 31 mei 2012, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016
hoofdsom per saldo € 1.012.034,28
wettelijke rente van 1 januari 2017 – 30 oktober 2017 over
€ 1.012.034,28 € 16.802,54
wettelijke rente van 31 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 110.290,36 (€ 1.028.836,82 minus € 918.546,46) € 17.084,36
- voor proceskosten hoger beroep bodemprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13] :
hoofdsom per saldo € 14.173,00
- voor kosten incident in schadestaatprocedure
hoofdsom per saldo € 452,00
- voor hoofdsom, verschotten en advocaatkosten
schadestaatprocedure
hoofdsom per saldo € 129.221,11
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 15.223,66
- voor proceskosten hoger beroep schadestaatprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13] :
hoofdsom per saldo: € 3.463,33
Totaal € 1.540.545,81
b) aan de gemeente Molenlanden
- uit hoofde de vaststellingsovereenkomst
hoofdsom per saldo € 712.329,04
totaal € 712.329,04
b) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
hoofdsom per saldo € 8.884,00
wettelijke rente van 23 april 2014 – 14 november 2014 over
€ 8.884,00 € 150,42
wettelijke rente van 15 november 2014 – 4 oktober 2017 over
€ 2.520,02 (€ 9.034,42 minus € 6.514,40) € 151,72
wettelijke rente van 5 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 1.152,59 (€ 2.671,74 minus € 1.519,15) € 180,56
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
hoofdsom per saldo € 75.473,73
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 8.891,63
- voor proceskosten hoger beroep schadestaatprocedure bodemverontreiniging:
hoofdsom per saldo: € 3.463,33
totaal € 97.195,39
c) aan Stichting [naam 4]
- voor schade als gevolg van de bodemverontreiniging van perceel [perceelnummer 13]
hoofdsom per saldo € 300.443,56
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 35.395,55
totaal € 335.839,11
d) aan [naam 7]
- voor vordering uit honorarium(i) hoofdsom per 1 mei 2012: € 70.000,00
(ii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 mei 2012 –
31 oktober 2017 over € 70.000,00 € 10.252,27
(iii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 november 2017 –
15 november 2023 over € 13.037,09 (€ 80.252,27 minus € 67.215,18) € 2.018,60
(iiii) deurwaarderskosten: € 765,09
totaal € 83.035,96
e) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:
hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014: € 56.529,78
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over € 56.529,78 € 4.503,16
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 9.914,70 (€ 61.032,94 minus € 51.118,24) € 1.535,15
vast recht € 1.789,00
overige verschotten € 76,92
beslagkosten € 545,38
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012 € 74,06
totaal € 65.053,45
f) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
hoofdsom per saldo € 166.178,03
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over
€ 166.178,03 € 13.237,72
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 23.429,03 (€ 179.415,75 minus € 155.986,72) € 3.627,64
totaal € 183.043,39
VI Ter zake van registergoed E
a. a) aan verzoekster
- voor vordering uit dwangbevel van 9 november 2004, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014hoofdsom per saldo € 118.339,95
wettelijke rente van 23 april 2014 – 25 november 2014 over
€ 118.339,95 € 2.110,67
wettelijke rente van 26 november 2014 – 15 november 2023 over
€ 35.461,73 (€ 120.450,62 minus € 84.988,89) € 7.977,95
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
hoofdsom per saldo € 5.307,16
- ter zake verbeurde dwangsommen uit twee invorderingsbeschikkingen d.d. 31 mei 2012, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016
hoofdsom per saldo € 1.012.034,28
wettelijke rente van 1 januari 2017 – 30 oktober 2017 over
€ 1.012.034,28 € 16.802,54
wettelijke rente van 31 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 110.290,36 (€ 1.028.836,82 minus € 918.546,46) € 17.084,36
totaal € 1.179.656,91
b) aan de gemeente Molenlanden
- uit hoofde de vaststellingsovereenkomst
hoofdsom per saldo € 712.329,04
totaal € 712.329,04
b) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
hoofdsom per saldo € 8.884,00
wettelijke rente van 23 april 2014 – 14 november 2014 over
€ 8.884,00 € 150,42
wettelijke rente van 15 november 2014 – 4 oktober 2017 over
€ 2.520,02 (€ 9.034,42 minus € 6.514,40) € 151,72
wettelijke rente van 5 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 1.152,59 (€ 2.671,74 minus € 1.519,15) € 180,56
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
hoofdsom per saldo € 75.473,73
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 8.891,63
- voor proceskosten hoger beroep schadestaatprocedure bodemverontreiniging:
hoofdsom per saldo: € 3.463,33
totaal € 97.195,39
d) aan [naam 7]
- voor vordering uit honorarium(i) hoofdsom per 1 mei 2012: € 70.000,00
(ii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 mei 2012 –
31 oktober 2017 over € 70.000,00 € 10.252,27
(iii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 november 2017 –
15 november 2023 over € 13.037,09 (€ 80.252,27 minus € 67.215,18) € 2.018,60
(iiii) deurwaarderskosten: € 765,09
totaal € 83.035,96
e) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:
hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014: € 56.529,78
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over € 56.529,78 € 4.503,16
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 9.914,70 (€ 61.032,94 minus € 51.118,24) € 1.535,15
vast recht € 1.789,00
overige verschotten € 76,92
beslagkosten € 545,38
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012 € 74,06
totaal € 65.053,45
f) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
hoofdsom per saldo € 166.178,03
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over
€ 166.178,03 € 13.237,72
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 23.429,03 (€ 179.415,75 minus € 155.986,72) € 3.627,64
totaal € 183.043,39
g) aan [naam bank] bij voorrang
- voor vordering uit eerste hypotheek
hoofdsom per saldo € 68.067,00
wettelijke rente over € 68.067,00 tot 28 februari 2013 € 4.297,11
wettelijke rente over € 72.364,11 van 1 maart 2013 –
31 december 2014 € 4.045,53
totaal € 76.409,64
VII Ter zake van registergoed F
a. a) aan verzoekster
- voor de verbeurde boete, incl. wettelijke rente daarover tot en met 22 april 2014
hoofdsom per saldo € 179.013,01
wettelijke rente van 23 april 2014 – 25 november 2014 over
€ 179.013,01 € 3.192,81
wettelijke rente van 26 november 2014 – 15 november 2023 over
€ 53.643,06 (€ 182.205,82 minus € 128.562,76) € 12.068,27
- voor proceskosten op grond van het vonnis d.d. 27 maart 2013 en herstelvonnis d.d. 19 juni 2013
hoofdsom per saldo € 4.081,71
- voor vordering uit dwangbevel van 9 november 2004, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014hoofdsom per saldo € 118.339,95
wettelijke rente van 23 april 2014 – 25 november 2014 over
€ 118.339,95 € 2.110,67
wettelijke rente van 26 november 2014 – 15 november 2023 over
€ 35.461,73 (€ 120.450,62 minus € 84.988,89) € 7.977,95
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
hoofdsom per saldo € 5.307,16
- ter zake verbeurde dwangsommen uit twee invorderingsbeschikkingen d.d. 31 mei 2012, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016
hoofdsom per saldo € 1.012.034,28
wettelijke rente van 1 januari 2017 – 30 oktober 2017 over
€ 1.012.034,28 € 16.802,54
wettelijke rente van 31 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 110.290,36 (€ 1.028.836,82 minus € 918.546,46) € 17.084,36
- voor proceskosten hoger beroep bodemprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13] :
hoofdsom per saldo € 14.173,00
- voor kosten incident in schadestaatprocedure
hoofdsom per saldo € 452,00
- voor hoofdsom, verschotten en advocaatkosten
schadestaatprocedure
hoofdsom per saldo € 129.221,11
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 15.223,66
- voor proceskosten hoger beroep schadestaatprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13] :
hoofdsom per saldo: € 3.463,33
Totaal € 1.540.545,81
b) aan de gemeente Molenlanden
- uit hoofde de vaststellingsovereenkomst
hoofdsom per saldo € 712.329,04
totaal € 712.329,04
b) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
hoofdsom per saldo € 8.884,00
wettelijke rente van 23 april 2014 – 14 november 2014 over
€ 8.884,00 € 150,42
wettelijke rente van 15 november 2014 – 4 oktober 2017 over
€ 2.520,02 (€ 9.034,42 minus € 6.514,40) € 151,72
wettelijke rente van 5 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 1.152,59 (€ 2.671,74 minus € 1.519,15) € 180,56
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
hoofdsom per saldo € 75.473,73
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 8.891,63
- voor proceskosten hoger beroep schadestaatprocedure bodemverontreiniging:
hoofdsom per saldo: € 3.463,33
totaal € 97.195,39
c) aan Stichting [naam 4]
- voor schade als gevolg van de bodemverontreiniging van perceel [perceelnummer 13]
hoofdsom per saldo € 300.443,56
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 35.395,55
totaal € 335.839,11
d) aan [naam 7]
- voor vordering uit honorarium(i) hoofdsom per 1 mei 2012: € 70.000,00
(ii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 mei 2012 –
31 oktober 2017 over € 70.000,00 € 10.252,27
(iii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 november 2017 –
15 november 2023 over € 13.037,09 (€ 80.252,27 minus € 67.215,18) € 2.018,60
(iiii) deurwaarderskosten: € 765,09
totaal € 83.035,96
e) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:
hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014: € 56.529,78
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over € 56.529,78 € 4.503,16
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 9.914,70 (€ 61.032,94 minus € 51.118,24) € 1.535,15
vast recht € 1.789,00
overige verschotten € 76,92
beslagkosten € 545,38
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012 € 74,06
totaal € 65.053,45
f) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
hoofdsom per saldo € 166.178,03
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over
€ 166.178,03 € 13.237,72
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 23.429,03 (€ 179.415,75 minus € 155.986,72) € 3.627,64
totaal € 183.043,39
VIII Ter zake van registergoed G
a. a) aan verzoekster
- voor vordering uit dwangbevel van 9 november 2004, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014hoofdsom per saldo € 118.339,95
wettelijke rente van 23 april 2014 – 25 november 2014 over
€ 118.339,95 € 2.110,67
wettelijke rente van 26 november 2014 – 15 november 2023 over
€ 35.461,73 (€ 120.450,62 minus € 84.988,89) € 7.977,95
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
hoofdsom per saldo € 5.307,16
- ter zake verbeurde dwangsommen uit twee invorderingsbeschikkingen d.d. 31 mei 2012, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016
hoofdsom per saldo € 1.012.034,28
wettelijke rente van 1 januari 2017 – 30 oktober 2017 over
€ 1.012.034,28 € 16.802,54
wettelijke rente van 31 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 110.290,36 (€ 1.028.836,82 minus € 918.546,46) € 17.084,36
totaal € 1.179.656,91
b) aan de gemeente Molenlanden
- uit hoofde de vaststellingsovereenkomst
hoofdsom per saldo € 712.329,04
totaal € 712.329,04
b) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
hoofdsom per saldo € 8.884,00
wettelijke rente van 23 april 2014 – 14 november 2014 over
€ 8.884,00 € 150,42
wettelijke rente van 15 november 2014 – 4 oktober 2017 over
€ 2.520,02 (€ 9.034,42 minus € 6.514,40) € 151,72
wettelijke rente van 5 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 1.152,59 (€ 2.671,74 minus € 1.519,15) € 180,56
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
hoofdsom per saldo € 75.473,73
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 8.891,63
- voor proceskosten hoger beroep schadestaatprocedure bodemverontreiniging:
hoofdsom per saldo: € 3.463,33
totaal € 97.195,39
d) aan [naam 7]
- voor vordering uit honorarium(i) hoofdsom per 1 mei 2012: € 70.000,00
(ii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 mei 2012 –
31 oktober 2017 over € 70.000,00 € 10.252,27
(iii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 november 2017 –
15 november 2023 over € 13.037,09 (€ 80.252,27 minus € 67.215,18) € 2.018,60
(iiii) deurwaarderskosten: € 765,09
totaal € 83.035,96
e) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:
hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014: € 56.529,78
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over € 56.529,78 € 4.503,16
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 9.914,70 (€ 61.032,94 minus € 51.118,24) € 1.535,15
vast recht € 1.789,00
overige verschotten € 76,92
beslagkosten € 545,38
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012 € 74,06
totaal € 65.053,45
f) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
hoofdsom per saldo € 166.178,03
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over
€ 166.178,03 € 13.237,72
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 23.429,03 (€ 179.415,75 minus € 155.986,72) € 3.627,64
totaal € 183.043,39
IX Ter zake van registergoed H
a. a) aan verzoekster
- voor de verbeurde boete, incl. wettelijke rente daarover tot en met 22 april 2014
hoofdsom per saldo € 179.013,01
wettelijke rente van 23 april 2014 – 25 november 2014 over
€ 179.013,01 € 3.192,81
wettelijke rente van 26 november 2014 – 15 november 2023 over
€ 53.643,06 (€ 182.205,82 minus € 128.562,76) € 12.068,27
- voor proceskosten op grond van het vonnis d.d. 27 maart 2013 en herstelvonnis d.d. 19 juni 2013
hoofdsom per saldo € 4.081,71
- voor vordering uit dwangbevel van 9 november 2004, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014hoofdsom per saldo € 118.339,95
wettelijke rente van 23 april 2014 – 25 november 2014 over
€ 118.339,95 € 2.110,67
wettelijke rente van 26 november 2014 – 15 november 2023 over
€ 35.461,73 (€ 120.450,62 minus € 84.988,89) € 7.977,95
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
hoofdsom per saldo € 5.307,16
- ter zake verbeurde dwangsommen uit twee invorderingsbeschikkingen d.d. 31 mei 2012, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016
hoofdsom per saldo € 1.012.034,28
wettelijke rente van 1 januari 2017 – 30 oktober 2017 over
€ 1.012.034,28 € 16.802,54
wettelijke rente van 31 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 110.290,36 (€ 1.028.836,82 minus € 918.546,46) € 17.084,36
- voor proceskosten hoger beroep bodemprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13] :
hoofdsom per saldo € 14.173,00
- voor kosten incident in schadestaatprocedure
hoofdsom per saldo € 452,00
- voor hoofdsom, verschotten en advocaatkosten
schadestaatprocedure
hoofdsom per saldo € 129.221,11
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 15.223,66
- voor proceskosten hoger beroep schadestaatprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13] :
hoofdsom per saldo: € 3.463,33
Totaal € 1.540.545,81
b) aan de gemeente Molenlanden
- uit hoofde de vaststellingsovereenkomst
hoofdsom per saldo € 712.329,04
totaal € 712.329,04
b) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
hoofdsom per saldo € 8.884,00
wettelijke rente van 23 april 2014 – 14 november 2014 over
€ 8.884,00 € 150,42
wettelijke rente van 15 november 2014 – 4 oktober 2017 over
€ 2.520,02 (€ 9.034,42 minus € 6.514,40) € 151,72
wettelijke rente van 5 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 1.152,59 (€ 2.671,74 minus € 1.519,15) € 180,56
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
hoofdsom per saldo € 75.473,73
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 8.891,63
- voor proceskosten hoger beroep schadestaatprocedure bodemverontreiniging:
hoofdsom per saldo: € 3.463,33
totaal € 97.195,39
c) aan Stichting [naam 4]
- voor schade als gevolg van de bodemverontreiniging van perceel [perceelnummer 13]
hoofdsom per saldo € 300.443,56
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 35.395,55
totaal € 335.839,11
d) aan [naam 7]
- voor vordering uit honorarium(i) hoofdsom per 1 mei 2012: € 70.000,00
(ii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 mei 2012 –
31 oktober 2017 over € 70.000,00 € 10.252,27
(iii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 november 2017 –
15 november 2023 over € 13.037,09 (€ 80.252,27 minus € 67.215,18) € 2.018,60
(iiii) deurwaarderskosten: € 765,09
totaal € 83.035,96
e) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:
hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014: € 56.529,78
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over € 56.529,78 € 4.503,16
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 9.914,70 (€ 61.032,94 minus € 51.118,24) € 1.535,15
vast recht € 1.789,00
overige verschotten € 76,92
beslagkosten € 545,38
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012 € 74,06
totaal € 65.053,45
f) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
hoofdsom per saldo € 166.178,03
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over
€ 166.178,03 € 13.237,72
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 23.429,03 (€ 179.415,75 minus € 155.986,72) € 3.627,64
totaal € 183.043,39
X Ter zake van registergoed I
a. a) aan verzoekster
- voor de verbeurde boete, incl. wettelijke rente daarover tot en met 22 april 2014
hoofdsom per saldo € 179.013,01
wettelijke rente van 23 april 2014 – 25 november 2014 over
€ 179.013,01 € 3.192,81
wettelijke rente van 26 november 2014 – 15 november 2023 over
€ 53.643,06 (€ 182.205,82 minus € 128.562,76) € 12.068,27
- voor proceskosten op grond van het vonnis d.d. 27 maart 2013 enherstelvonnis d.d. 19 juni 2013
hoofdsom per saldo € 4.081,71
- voor vordering uit dwangbevel van 9 november 2004, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014hoofdsom per saldo € 118.339,95
wettelijke rente van 23 april 2014 – 25 november 2014 over
€ 118.339,95 € 2.110,67
wettelijke rente van 26 november 2014 – 15 november 2023 over
€ 35.461,73 (€ 120.450,62 minus € 84.988,89) € 7.977,95
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
hoofdsom per saldo € 5.307,16
- ter zake verbeurde dwangsommen uit twee invorderingsbeschikkingen d.d. 31 mei 2012, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016
hoofdsom per saldo € 1.012.034,28
wettelijke rente van 1 januari 2017 – 30 oktober 2017 over
€ 1.012.034,28 € 16.802,54
wettelijke rente van 31 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 110.290,36 (€ 1.028.836,82 minus € 918.546,46) € 17.084,36
- voor proceskosten hoger beroep bodemprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13] :
hoofdsom per saldo € 14.173,00
- voor kosten incident in schadestaatprocedure
hoofdsom per saldo € 452,00
- voor hoofdsom, verschotten en advocaatkosten
schadestaatprocedure
hoofdsom per saldo € 129.221,11
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 15.223,66
- voor proceskosten hoger beroep schadestaatprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13] :
hoofdsom per saldo: € 3.463,33
Totaal € 1.540.545,81
b) aan de gemeente Molenlanden
- uit hoofde de vaststellingsovereenkomst
hoofdsom per saldo € 712.329,04
totaal € 712.329,04
b) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
hoofdsom per saldo € 8.884,00
wettelijke rente van 23 april 2014 – 14 november 2014 over
€ 8.884,00 € 150,42
wettelijke rente van 15 november 2014 – 4 oktober 2017 over
€ 2.520,02 (€ 9.034,42 minus € 6.514,40) € 151,72
wettelijke rente van 5 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 1.152,59 (€ 2.671,74 minus € 1.519,15) € 180,56
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
hoofdsom per saldo € 75.473,73
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 8.891,63
- voor proceskosten hoger beroep schadestaatprocedure bodemverontreiniging:
hoofdsom per saldo: € 3.463,33
totaal € 97.195,39
c) aan Stichting [naam 4]
- voor schade als gevolg van de bodemverontreiniging van perceel [perceelnummer 13]
hoofdsom per saldo € 300.443,56
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 35.395,55
totaal € 335.839,11
d) aan [naam 7]
- voor vordering uit honorarium(i) hoofdsom per 1 mei 2012: € 70.000,00
(ii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 mei 2012 –
31 oktober 2017 over € 70.000,00 € 10.252,27
(iii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 november 2017 –
15 november 2023 over € 13.037,09 (€ 80.252,27 minus € 67.215,18) € 2.018,60
(iiii) deurwaarderskosten: € 765,09
totaal € 83.035,96
e) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:
hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014: € 56.529,78
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over € 56.529,78 € 4.503,16
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 9.914,70 (€ 61.032,94 minus € 51.118,24) € 1.535,15
vast recht € 1.789,00
overige verschotten € 76,92
beslagkosten € 545,38
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012 € 74,06
totaal € 65.053,45
f) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
hoofdsom per saldo € 166.178,03
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over
€ 166.178,03 € 13.237,72
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 23.429,03 (€ 179.415,75 minus € 155.986,72) € 3.627,64
totaal € 183.043,39
XI Ter zake van registergoed J
a. a) aan verzoekster
- voor de verbeurde boete, incl. wettelijke rente daarover tot en met 22 april 2014
hoofdsom per saldo € 179.013,01
wettelijke rente van 23 april 2014 – 25 november 2014 over
€ 179.013,01 € 3.192,81
wettelijke rente van 26 november 2014 – 15 november 2023 over
€ 53.643,06 (€ 182.205,82 minus € 128.562,76) € 12.068,27
- voor proceskosten op grond van het vonnis d.d. 27 maart 2013 en herstelvonnis d.d. 19 juni 2013
hoofdsom per saldo € 4.081,71
- voor vordering uit dwangbevel van 9 november 2004, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014hoofdsom per saldo € 118.339,95
wettelijke rente van 23 april 2014 – 25 november 2014 over
€ 118.339,95 € 2.110,67
wettelijke rente van 26 november 2014 – 15 november 2023 over
€ 35.461,73 (€ 120.450,62 minus € 84.988,89) € 7.977,95
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
hoofdsom per saldo € 5.307,16
- ter zake verbeurde dwangsommen uit twee invorderingsbeschikkingen d.d. 31 mei 2012, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016
hoofdsom per saldo € 1.012.034,28
wettelijke rente van 1 januari 2017 – 30 oktober 2017 over
€ 1.012.034,28 € 16.802,54
wettelijke rente van 31 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 110.290,36 (€ 1.028.836,82 minus € 918.546,46) € 17.084,36
- voor proceskosten hoger beroep bodemprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13] :
hoofdsom per saldo € 14.173,00
- voor kosten incident in schadestaatprocedure
hoofdsom per saldo € 452,00
- voor hoofdsom, verschotten en advocaatkosten
schadestaatprocedure
hoofdsom per saldo € 129.221,11
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 15.223,66
- voor proceskosten hoger beroep schadestaatprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13] :
hoofdsom per saldo: € 3.463,33
Totaal € 1.540.545,81
b) aan de gemeente Molenlanden
- uit hoofde de vaststellingsovereenkomst
hoofdsom per saldo € 712.329,04
totaal € 712.329,04
b) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
hoofdsom per saldo € 8.884,00
wettelijke rente van 23 april 2014 – 14 november 2014 over
€ 8.884,00 € 150,42
wettelijke rente van 15 november 2014 – 4 oktober 2017 over
€ 2.520,02 (€ 9.034,42 minus € 6.514,40) € 151,72
wettelijke rente van 5 oktober 2017 – 15 november 2023 over
€ 1.152,59 (€ 2.671,74 minus € 1.519,15) € 180,56
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
hoofdsom per saldo € 75.473,73
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 8.891,63
- voor proceskosten hoger beroep schadestaatprocedure bodemverontreiniging:
hoofdsom per saldo: € 3.463,33
totaal € 97.195,39
c) aan Stichting [naam 4]
- voor schade als gevolg van de bodemverontreiniging van perceel [perceelnummer 13]
hoofdsom per saldo € 300.443,56
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023 € 35.395,55
totaal € 335.839,11
d) aan [naam 7]
- voor vordering uit honorarium(i) hoofdsom per 1 mei 2012: € 70.000,00
(ii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 mei 2012 –
31 oktober 2017 over € 70.000,00 € 10.252,27
(iii) wettelijke rente ex art. 6:119 BW van 1 november 2017 –
15 november 2023 over € 13.037,09 (€ 80.252,27 minus € 67.215,18) € 2.018,60
(iiii) deurwaarderskosten: € 765,09
totaal € 83.035,96
e) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:
hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014: € 56.529,78
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over € 56.529,78 € 4.503,16
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 9.914,70 (€ 61.032,94 minus € 51.118,24) € 1.535,15
vast recht € 1.789,00
overige verschotten € 76,92
beslagkosten € 545,38
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012 € 74,06
totaal € 65.053,45
f) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
hoofdsom per saldo € 166.178,03
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017 over
€ 166.178,03 € 13.237,72
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023 over
€ 23.429,03 (€ 179.415,75 minus € 155.986,72) € 3.627,64
totaal € 183.043,39
3.2.
Nu de restant executieopbrengst van voornoemde registergoederen € 3.455.100,00 + het positieve saldo aan rente en kosten ad € 110.326,65= € 3.565.426,65 bedraagt, kunnen de onder I vermelde kosten geheel uit de netto opbrengst worden voldaan en kunnen vervolgens de onder II tot en met XI genoemde vorderingen geheel, naar evenredigheid van ieders geplaatste vordering per object, worden voldaan. Zoals hierna zal blijken kunnen alle vorderingen van de onder 3.1 genoemde partijen in zijn geheel worden voldaan uit de optelsom van de vastgestelde bedragen per object.
De onder I vermelde kosten zullen gemakshalve worden toegerekend aan registergoederen I en J, nu alle schuldeisers op die registergoederen beslag(en) hebben gelegd en de opbrengst van deze registergoederen, gelet op de totale executieopbrengst, aanzienlijk is.
3.3.
De rechter-commissaris stelt vast dat per heden met betrekking tot de niet betwiste vorderingen en de inmiddels vaststaande vorderingen de navolgende bedragen aan de schuldeisers toekomen:
Ter zake van kosten van uitwinning
1. aan verzoekster, griffierecht € 346,002. aan verzoekster, advocaatsalaris € 452,003. aan Stichting [naam 4] , advocaatsalaris € 452,004. aan [naam fonds] , advocaatsalaris € 452,005. aan [vennootschap X] ., advocaatsalaris € 452,006. aan [naam 15] , advocaatsalaris € 452,007. aan [naam 7] , advocaatsalaris € 452,008. aan de gemeente Molenlanden, advocaatsalaris € 452,00
Totaal € 3.510,00
Ter zake van registergoed A
Executieopbrengst registergoed A: € 10.200,00
Rente en kosten t/m 15 november 2023 € 325,70
Totaal bedrag vastgestelde bedragen registergoed A: € 2.176.284,54
Uitkeringspercentage (€ 10.525,70 / € 2.176.284,54): 0,00483655
a. a) aan verzoekster
- voor verbeurde boete, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014
(€ 179.013,01 x 0,00483655=) € 865,81
wettelijke rente 23 april 2014 – 25 november 2014
(€ 3.192,81 x 0,00483655=) € 15,44
wettelijke rente 26 november 2014 – 15 november 2023
(€ 12.068,27 x 0,00483655=) € 58,37
- voor proceskosten op grond van het vonnis d.d. 27 maart 2013 en herstelvonnis d.d. 19 juni 2013
(€ 4.081,71 x 0,00483655=) € 19,74
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
(€ 5.307,16 x 0,00483655=) € 25,67
- verbeurde dwangsommen, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016 (€ 1.012.034,28x 0,00483655=) € 4.894,75
wettelijke rente 1 januari 2017 – 30 oktober 2017
(€ 16.802,54 x 0,00483655=) € 81,27
wettelijke rente 31 oktober 2017 – 15 november 2023
(€ 17.084,36 x 0,00483655=) € 82,63
- voor kosten hoger beroep bodemprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13]
(€ 14.173,00 x 0,00483655=) € 68,55
- voor kosten incident in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 452,00 x 0,00483655=) € 2,19
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 129.221,11 x 0,00483655=) € 624,98
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 15.223,66 x 0,00483655=) € 73,63
- voor kosten hoger beroep in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 3.463,33 x 0,00483655=) € 16,75
Totaal € 6.829,78
b) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
(€ 8.884,00 x 0,00483655=) € 42,97
wettelijke rente 23 april 2014 – 14 november 2014
(€ 150,42 x 0,00483655=) € 0,73
wettelijke rente 15 november 2014 – 4 oktober 2017
(€ 151,72 x 0,00483655=) € 0,87
wettelijke rente 5 oktober 2017 – 15 november 2023
(€ 180,56 x 0,00483655=) € 0,87
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 75.473,73 x 0,00483655=) € 365,03
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 8.891,63 x 0,00483655=) € 43,00
- voor kosten hoger beroep in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 3.463,33 x 0,00483655=) € 16,75
Totaal € 470,09
c) aan Stichting [naam 4]
- voor schade als gevolg van de bodemverontreiniging van perceel [perceelnummer 13]
(€ 300.443,56 x 0,00483655=) € 1.453,11
wettelijke rente 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 35.395,55 x 0,00483655=) € 171,19
Totaal € 1.624,30
d) aan mr. [naam 7]
- voor vordering uit honorarium
(€ 70.000,00 x 0,00483655=) € 338,56
wettelijke rente 1 mei 2012 – 31 oktober 2017
(€ 10.252,27 x 0,00483655=) € 49,59 wettelijke rente 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 2.018,60 x 0,00483655=) € 9,76
deurwaarderskosten
(€ 765,09 x 0,00483655=) € 3,70
Totaal € 401,61
e) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014(€ 56.529,78 x 0,00483655=) € 273,41wettelijke rente vanaf 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 4.503,16 x 0,00483655=) € 21,78
wettelijke rente vanaf 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 1.535,15 x 0,00483655=) € 7,42
vast recht
(€ 1.789,00 x 0,00483655=) € 8,65
overige verschotten
(€ 76,92 x 0,00483655=) € 0,37
beslagkosten
(€ 545,38 x 0,00483655=) € 2,64
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012
(€ 74,06 x 0,00483655=) € 0,36
Totaal € 314,63
f) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
(€ 166.178,03 x 0,00483655=) € 803,73
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 13.237,72 x 0,00483655=) € 64,02
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 3.627,64 x 0,00483655=) € 17,55
Totaal € 885,30
Ter zake van registergoed B
Executieopbrengst registergoed B: € 11.100,00
Rente en kosten t/m 15 november 2023 € 354,44
Totaal bedrag vastgestelde bedragen registergoed B: € 2.888.613,58
Uitkeringspercentage (€ 11.454,44 / € 2.888.613,58): 0,00396538
a. a) aan verzoekster
- voor verbeurde boete, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014
(€ 179.013,01 x 0,00396538=) € 709,85
wettelijke rente 23 april 2014 – 25 november 2014
(€ 3.192,81 x 0,00396538=) € 12,66
wettelijke rente 26 november 2014 – 15 november 2023
(€ 11.963,50 x 0,00396538=) € 47,86
- voor proceskosten op grond van het vonnis d.d. 27 maart 2013 en herstelvonnis d.d. 19 juni 2013
(€ 4.081,71 x 0,00396538=) € 16,19
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
(€ 5.307,16 x 0,00396538=) € 21,04
- verbeurde dwangsommen, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016 (€ 1.012.034,28x 0,00396538=) € 4.013,10
wettelijke rente 1 januari 2017 – 30 oktober 2017
(€ 16.802,54 x 0,00396538=) € 66,63
wettelijke rente 31 oktober 2017 – 15 november 2023
(€ 17.084,36 x 0,00396538=) € 67,75
- voor kosten hoger beroep bodemprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13]
(€ 14.173,00 x 0,00396538=) € 56,20
- voor kosten incident in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 452,00 x 0,00396538=) € 1,79
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 129.221,11 x 0,00396538=) € 512,41
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 15.223,66 x 0,00396538=) € 60,37
- voor kosten hoger beroep in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 3.463,33 x 0,00396538=) € 13,73
Totaal € 5.599,58
b) aan de gemeente Molenlanden
- uit hoofde van de vaststellingsovereenkomst
(€ 712.329,04 x 0,00396538=) € 2.824,66
Totaal € 2.824,66
c) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
(€ 8.884,00 x 0,00396538=) € 35,23
wettelijke rente 23 april 2014 – 14 november 2014
(€ 150,42 x 0,00396538=) € 0,60
wettelijke rente 15 november 2014 – 4 oktober 2017
(€ 151,72 x 0,00396538=) € 0,60
wettelijke rente 5 oktober 2017 – 15 november 2023
(€ 180,56 x 0,00396538=) € 0,72
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 75.473,73 x 0,00396538=) € 299,28
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 8.891,63 x 0,00396538=) € 35,26
- voor kosten hoger beroep in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 3.463,33 x 0,00396538=) € 13,73
Totaal € 385,42
d) aan Stichting [naam 4]
- voor schade als gevolg van de bodemverontreiniging van perceel [perceelnummer 13]
(€ 300.443,56 x 0,00396538=) € 1.191,37
wettelijke rente 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 35.395,55 x 0,00396538=) € 140,36
Totaal € 1.331,73
e) aan mr. [naam 7]
- voor vordering uit honorarium
(€ 70.000,00 x 0,00396538=) € 277,58
wettelijke rente 1 mei 2012 – 31 oktober 2017
(€ 10.252,27 x 0,00396538=) € 40,65 wettelijke rente 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 2.018,60 x 0,00396538=) € 8,00
deurwaarderskosten
(€ 765,09 x 0,00396538=) € 3,03
Totaal € 329,27
f) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014(€ 56.529,78 x 0,00396538=) € 224,16wettelijke rente vanaf 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 4.503,16 x 0,00396538=) € 17,86
wettelijke rente vanaf 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 1.535,15 x 0,00396538=) € 6,09
vast recht
(€ 1.789,00 x 0,00396538=) € 7,09
overige verschotten
(€ 76,92 x 0,00396538=) € 0,31
beslagkosten
(€ 545,38 x 0,00396538=) € 2,16
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012
(€ 74,06 x 0,00396538=) € 0,29
Totaal € 257,96
g) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
(€ 166.178,03 x 0,00396538=) € 658,96
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 13.237,72 x 0,00396538=) € 52,49
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 3.627,64 x 0,00396538=) € 14,38
Totaal € 725,84
Ter zake van registergoed C
Executieopbrengst registergoed C: € 328.400,00
Rente en kosten t/m 15 november 2023 € 10.486,32
Totaal bedrag vastgestelde bedragen registergoed C: € 3.017.042,15
Uitkeringspercentage (€ 338.886,32 / € 3.017.042,15): 0,11232403
a. a) aan verzoekster
- voor verbeurde boete, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014
(€ 179.013,01 x 0,11232403=) € 20.107,46
wettelijke rente 23 april 2014 – 25 november 2014
(€ 3.192,81 x 0,11232403=) € 358,63
wettelijke rente 26 november 2014 – 15 november 2023
(€ 12.068,27 x 0,11232403=) € 1.355,56
- voor proceskosten op grond van het vonnis d.d. 27 maart 2013 en herstelvonnis d.d. 19 juni 2013
(€ 4.081,71 x 0,11232403=) € 458,47
- voor vordering uit dwangbevel van 9 november 2014, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014
(€ 118.339,95 x 0,11232403=) € 13.292,42
wettelijke rente over dit bedrag 23 april 2014 – 25 november 2014
(€ 2.110,67 x 0,11232403=) € 237,08
wettelijke rente over dit bedrag 26 november 2014 – 15 november 2023
(€ 7.977,95 x 0,11232403=) € 896,12
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
(€ 5.307,16 x 0,11232403=) € 596,12
- verbeurde dwangsommen, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016 (€ 1.012.034,28x 0,11232403=) € 113.675,77
wettelijke rente 1 januari 2017 – 30 oktober 2017
(€ 16.802,54 x 0,11232403=) € 1.887,33
wettelijke rente 31 oktober 2017 – 15 november 2023
(€ 17.084,36 x 0,11232403=) € 1.918,98
- voor kosten hoger beroep bodemprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13]
(€ 14.173,00 x 0,11232403=) € 1.591,97
- voor kosten incident in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 452,00 x 0,11232403=) € 50,77
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13]
(€ 129.221,11 x 0,11232403=) € 14.514,64
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 15.223,66 x 0,11232403=) € 1.709,98
- voor kosten hoger beroep in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 3.463,33 x 0,11232403=) € 389,02
Totaal € 173.040,31
b) aan de gemeente Molenlanden
- uit hoofde van de vaststellingsovereenkomst
(€ 712.329,04 x 0,11232403=) € 80.011,67
Totaal € 80.011,67
c) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
(€ 8.884,00 x 0,11232403=) € 997,89
wettelijke rente 23 april 2014 – 14 november 2014
(€ 150,42 x 0,11232403=) € 16,90
wettelijke rente 15 november 2014 – 4 oktober 2017
(€ 151,72 x 0,11232403=) € 17,04
wettelijke rente 5 oktober 2017 – 15 november 2023
(€ 180,56 x 0,11232403=) € 20,28
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 75.473,73 x 0,11232403=) € 8.477,51
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 8.891,63 x 0,11232403=) € 998,74
- voor kosten hoger beroep in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 3.463,33 x 0,11232403=) € 389,02
Totaal € 10.917,38
d) aan Stichting [naam 4]
- voor schade als gevolg van de bodemverontreiniging van perceel [perceelnummer 13]
(€ 300.443,56 x 0,11232403=) € 33.747,03
wettelijke rente 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 35.395,55 x 0,11232403=) € 3.975,77
Totaal € 37.722,80
e) aan mr. [naam 7]
- voor vordering uit honorarium
(€ 70.000,00 x 0,11232403=) € 7.862,68
wettelijke rente 1 mei 2012 – 31 oktober 2017
(€ 10.252,27 x 0,11232403=) € 1.151,58 wettelijke rente 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 2.018,60 x 0,11232403=) € 226,74
deurwaarderskosten
(€ 765,09 x 0,11232403=) € 85,94
Totaal € 9.326,93
f) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014(€ 56.529,78 x 0,11232403=) € 6.349,65wettelijke rente vanaf 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 4.503,16 x 0,11232403=) € 505,81
wettelijke rente vanaf 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 1.535,15 x 0,11232403=) € 172,43
vast recht
(€ 1.789,00 x 0,11232403=) € 200,95
overige verschotten
(€ 76,92 x 0,11232403=) € 8,64
beslagkosten
(€ 545,38 x 0,11232403=) € 61,26
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012
(€ 74,06 x 0,11232403=) € 8,32
Totaal € 7.307,07
g) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
(€ 166.178,03 x 0,11232403=) € 18.665,79
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 13.237,72 x 0,11232403=) € 1.486,91
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 3.627,64 x 0,11232403=) € 407,47
Totaal € 20.560,17
Ter zake registergoed D
Executieopbrengst registergoed D: € 111.400,00
Rente en kosten t/m 15 november 2023 € 3.557,17
Totaal bedrag vastgestelde bedragen registergoed D: € 3.017.042,15
Uitkeringspercentage (€ 114.957,17 / € 3.017.042,15): 0,03810261
a. a) aan verzoekster
- voor verbeurde boete, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014
(€ 179.013,01 x 0,03810261=) € 6.820,86
wettelijke rente 23 april 2014 – 25 november 2014
(€ 3.192,81 x 0,03810261=) € 121,65
Wettelijke rente 26 november 2014 – 15 november 2023
(€ 12.068,27 x 0,03810261=) € 459,83
- voor proceskosten op grond van het vonnis d.d. 27 maart 2013 en herstelvonnis d.d. 19 juni 2013
(€ 4.081,71 x 0,03810261=) € 155,52
- voor vordering uit dwangbevel van 9 november 2014, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014
(€ 118.339,95 x 0,03810261=) € 4.509,06
wettelijke rente over dit bedrag 23 april 2014 – 25 november 2014
(€ 2.110,67 x 0,03810261=) € 80,42
wettelijke rente over dit bedrag 26 november 2014 – 15 november 2023
(€ 7.977,95 x 0,03810261=) € 303,98
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
(€ 5.307,16 x 0,03810261=) € 202,22
- verbeurde dwangsommen, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016 (€ 1.012.034,28x 0,03810261=) € 38.561,15
wettelijke rente 1 januari 2017 – 30 oktober 2017
(€ 16.802,54 x 0,03810261=) € 640,22
wettelijke rente 31 oktober 2017 – 15 november 2023
(€ 17.084,36 x 0,03810261=) € 650,96
- voor kosten hoger beroep bodemprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13]
(€ 14.173,00 x 0,03810261=) € 540,03
- voor kosten incident in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 452,00 x 0,03810261 =) € 17,22
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13]
(€ 129.221,11 x 0,03810261=) € 4.923,66
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 15.223,66 x 0,03810261=) € 580,06
- voor kosten hoger beroep in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 3.463,33 x 0,03810261=) € 131,96
Totaal € 58.698,82
b) aan de gemeente Molenlanden
- uit hoofde van de vaststellingsovereenkomst
(€ 712.329,04 x 0,03810261=) € 27.141,60
Totaal € 27.141,60
c) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
(€ 8.884,00 x 0,03810261=) € 338,50
wettelijke rente 23 april 2014 – 14 november 2014
(€ 150,42 x 0,03810261=) € 5,73
wettelijke rente 15 november 2014 – 4 oktober 2017
(€ 151,72 x 0,03810261=) € 5,78
Wettelijke rente 5 oktober 2017 – 15 november 2023
(€ 180,56 x 0,03810261=) € 6,88
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 75.473,73 x 0,03810261=) € 2.875,75
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 8.891,63 x 0,03810261=) € 338,79
- voor kosten hoger beroep in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 3.463,33 x 0,03810261=) € 131,96
Totaal € 3.703,40
d) aan Stichting [naam 4]
- voor schade als gevolg van de bodemverontreiniging van perceel [perceelnummer 13]
(€ 300.443,56 x 0,03810261=) € 11.447,68
wettelijke rente 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 35.395,55 x 0,03810261=) € 1.348,66
Totaal € 12.796,35
e) aan mr. [naam 7]
- voor vordering uit honorarium
(€ 70.000,00 x 0,03810261=) € 2.667,18
wettelijke rente 1 mei 2012 – 31 oktober 2017
(€ 10.252,27 x 0,03810261=) € 390,64 wettelijke rente 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 2.018,60 x 0,03810261=) € 76,91
deurwaarderskosten
(€ 765,09 x 0,03810261=) € 29,15
Totaal € 3.163,89
f) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014(€ 56.529,78 x 0,03810261=) € 2.153,93wettelijke rente vanaf 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 4.503,16 x 0,03810261=) € 171,58
wettelijke rente vanaf 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 1.535,15 x 0,03810261=) € 58,49
vast recht
(€ 1.789,00 x 0,03810261=) € 68,17
overige verschotten
(€ 76,92 x 0,03810261=) € 2,93
beslagkosten
(€ 545,38 x 0,03810261=) € 20,78
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012
(€ 74,06 x 0,03810261=) € 2,82
Totaal € 2.478,71
g) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
(€ 166.178,03 x 0,03810261=) € 6.331,82
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 13.237,72 x 0,03810261=) € 504,39
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 3.627,64 x 0,03810261=) € 138,22
Totaal € 6.974,43
Ter zake registergoed E
Executieopbrengst registergoed E: € 93.000,00
Rente en kosten t/m 15 november 2023 € 2.969,63
Totaal bedrag vastgestelde bedragen registergoed E: € 2.320.314,14
Uitkeringspercentage na voldoening van
de bevoorrechte schuldeiser (€ 23.605,52 / € 2.320.314,14): 0,01017342
a. a) aan [naam bank] bij voorrang
- voor vordering uit eerste hypotheek
hoofdsom per saldo € 68.067,00
- wettelijke rente over de hoofdsom tot 28 februari 2013 € 4.297,11
Totaal € 72.364,11
a. a) aan verzoekster
- voor vordering uit dwangbevel van 9 november 2004, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014
(€ 118.339,95 x 0,01017342=) € 1.203,92
wettelijke rente over dit bedrag 23 april 2014 – 25 november 2014
(€ 2.110,67 x 0,01017342=) € 21,47
wettelijke rente over dit bedrag 26 november 2014 – 15 november 2023
(€ 7.977,95 x 0,01017342=) € 81,16
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
(€ 5.307,16 x 0,01017342=) € 53,99
- verbeurde dwangsommen, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016 (€ 1.012.034,28x 0,01017342=) € 10.295,85
wettelijke rente 1 januari 2017 – 30 oktober 2017
(€ 16.802,54 x 0,01017342=) € 170,94
wettelijke rente 31 oktober 2017 – 25 november 2023
(€ 17.084,36 x 0,01017342=) € 173,81
Totaal € 12.001,15
b) aan de gemeente Molenlanden
- uit hoofde van de vaststellingsovereenkomst
(€ 712.329,04 x 0,01017342=) € 7.246,82
Totaal € 7.246,82
c) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
(€ 8.884,00 x 0,01017342=) € 90,38
wettelijke rente 23 april 2014 – 14 november 2014
(€ 150,42 x 0,01017342=) € 1,53
wettelijke rente 15 november 2014 – 4 oktober 2017
(€ 151,72 x 0,01017342=) € 1,54
Wettelijke rente 5 oktober 2017 – 15 november 2023
(€ 180,56 x 0,01017342=) € 1,84
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 75.473,73 x 0,01017342=) € 767,83
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 8.891,63 x 0,01017342=) € 90,46
- voor kosten hoger beroep in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 3.463,33 x 0,01017342=) € 35,23
Totaal € 988,81
d) aan mr. [naam 7]
- voor vordering uit honorarium
(€ 70.000,00 x 0,01017342=) € 712,14
wettelijke rente 1 mei 2012 – 31 oktober 2017
(€ 10.252,27 x 0,01017342=) € 104,30 wettelijke rente 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 2.018,60 x 0,01017342=) € 20,54
deurwaarderskosten
(€ 765,09 x 0,01017342=) € 7,78
Totaal € 844,76
e) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014(€ 56.529,78 x 0,01017342=) € 575,10wettelijke rente vanaf 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 4.503,16 x 0,01017342=) € 45,81
wettelijke rente vanaf 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 1.535,15 x 0,01017342=) € 15,62
vast recht
(€ 1.789,00 x 0,01017342=) € 18,20
overige verschotten
(€ 76,92 x 0,01017342=) € 0,78
beslagkosten
(€ 545,38 x 0,01017342=) € 5,55
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012
(€ 74,06 x 0,01017342=) € 0,75
Totaal € 661,82
f) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
(€ 166.178,03 x 0,01017342=) € 1.690,60
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 13.237,72 x 0,01017342=) € 134,67
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 3.627,64 x 0,01017342=) € 36,91
Totaal € 1.862,18
Ter zake registergoed F
Executieopbrengst registergoed F: € 79.000,00
Rente en kosten t/m 15 november 2023 € 2.522,59
Totaal bedrag vastgestelde bedragen registergoed F: € 3.017.042,15
Uitkeringspercentage (€ 81.522,59 / € 3.017.042,15): 0,0270207
a. a) aan verzoekster
- voor verbeurde boete, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014
(€ 179.013,01 x 0,0270207=) € 4.837,06
wettelijke rente 23 april 2014 – 25 november 2014
(€ 3.192,81 x 0,0270207=) € 86,27
Wettelijke rente 26 november 2014 – 15 november 2023
(€ 12.068,27 x 0,0270207=) € 326,09
- voor proceskosten op grond van het vonnis d.d. 27 maart 2013 en herstelvonnis d.d. 19 juni 2013
(€ 4.081,71 x 0,0270207=) € 110,29
- voor vordering uit dwangbevel van 9 november 2014, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014
(€ 118.339,95 x 0,0270207=) € 3.197,63
wettelijke rente over dit bedrag 23 april 2014 – 25 november 2014
(€ 2.110,67 x 0,0270207=) € 57,03
wettelijke rente over dit bedrag 26 november 2014 – 15 november 2023
(€ 7.977,95 x 0,0270207=) € 215,57
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
(€ 5.307,16 x 0,0270207=) € 143,40
- verbeurde dwangsommen, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016 (€ 1.012.034,28x 0,0270207=) € 27.345,87
wettelijke rente 1 januari 2017 – 30 oktober 2017
(€ 16.802,54 x 0,0270207=) € 454,02
wettelijke rente 31 oktober 2017 – 15 november 2023
(€ 17.084,36 x 0,0270207=) € 461,63
- voor kosten hoger beroep bodemprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13]
(€ 14.173,00 x 0,0270207=) € 382,96
- voor kosten incident in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 452,00 x 0,0270207=) € 12,21
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13]
(€ 129.221,11 x 0,0270207=) € 3.491,64
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 15.223,66 x 0,0270207=) € 411,35
- voor kosten hoger beroep in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 3.463,33 x 0,0270207=) € 93,58
Totaal € 41.626,63
b) aan de gemeente Molenlanden
- uit hoofde van de vaststellingsovereenkomst
(€ 712.329,04 x 0,0270207=) € 19.247,63
Totaal € 19.247,63
c) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
(€ 8.884,00 x 0,0270207=) € 240,05
wettelijke rente 23 april 2014 – 14 november 2014
(€ 150,42 x 0,0270207=) € 4,06
wettelijke rente 15 november 2014 – 4 oktober 2017
(€ 151,72 x 0,0270207=) € 4,10
Wettelijke rente 5 oktober 2017 – 15 november 2023
(€ 180,56 x 0,0270207=) € 4,88
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 75.473,73 x 0,0270207=) € 2.039,35
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 8.891,63 x 0,0270207=) € 240,26
- voor kosten hoger beroep in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 3.463,33 x 0,0270207=) € 93,58
Totaal € 2.626,29
d) aan Stichting [naam 4]
- voor schade als gevolg van de bodemverontreiniging van perceel [perceelnummer 13]
(€ 300.443,56 x 0,0270207=) € 8.118,20
wettelijke rente 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 35.395,55 x 0,0270207=) € 956,41
Totaal € 9.074,61
e) aan mr. [naam 7]
- voor vordering uit honorarium
(€ 70.000,00 x 0,0270207=) € 1.891,45
wettelijke rente 1 mei 2012 – 31 oktober 2017
(€ 10.252,27 x 0,0270207=) € 277,02 wettelijke rente 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 2.018,60 x 0,0270207=) € 54,54
deurwaarderskosten
(€ 765,09 x 0,0270207=) € 20,67
Totaal € 2.243,69
f) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014(€ 56.529,78 x 0,0270207=) € 1.527,47wettelijke rente vanaf 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 4.503,16 x 0,0270207=) € 121,68
wettelijke rente vanaf 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 1.535,15 x 0,0270207=) € 41,48
vast recht
(€ 1.789,00 x 0,0270207=) € 48,34
overige verschotten
(€ 76,92 x 0,0270207=) € 2,08
beslagkosten
(€ 545,38 x 0,0270207=) € 14,74
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012
(€ 74,06 x 0,0270207=) € 2,00
Totaal € 1.757,79
g) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
(€ 166.178,03 x 0,0270207=) € 4. 490 ,25
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 13.237,72 x 0,0270207=) € 357,69
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 3.627,64 x 0,0270207=) € 98,02
Totaal € 4.945,96
Ter zake registergoed G
Executieopbrengst registergoed G: € 67.000,00
Rente en kosten t/m 15 november 2023 € 2.139,41
Totaal bedrag vastgestelde bedragen registergoed G: € 2.320.314,14
Uitkeringspercentage (€ 69.139,41 / € 2.320.314,14): 0,02979744
a. a) aan verzoekster
- voor vordering uit dwangbevel van 9 november 2004, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014
(€ 118.339,95 x 0,02979744=) € 3.526,23
wettelijke rente over dit bedrag 23 april 2014 – 25 november 2014
(€ 2.110,67 x 0,02979744=) € 62,89
wettelijke rente over dit bedrag 26 november 2014 – 15 november 2023
(€ 7.977,95 x 0,02979744=) € 237,72
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
(€ 5.307,16 x 0,02979744=) € 158,14
- verbeurde dwangsommen, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016 (€ 1.012.034,28x 0,02979744=) € 30.156,03
wettelijke rente 1 januari 2017 – 30 oktober 2017
(€ 16.802,54 x 0,02979744=) € 500,67
wettelijke rente 31 oktober 2017 – 25 november 2023
(€ 17.084,36 x 0,02979744=) € 509,07
Totaal € 35.150,76
b) aan de gemeente Molenlanden
- uit hoofde van de vaststellingsovereenkomst
(€ 712.329,04 x 0,02979744=) € 21.225,58
Totaal € 21.225,58
c) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
(€ 8.884,00 x 0,02979744=) € 264,72
wettelijke rente 23 april 2014 – 14 november 2014
(€ 150,42 x 0,02979744=) € 4,48
wettelijke rente 15 november 2014 – 4 oktober 2017
(€ 151,72 x 0,02979744=) € 4,52
wettelijke rente 5 oktober 2017 – 15 november 2023
(€ 180,56 x 0,02979744=) € 5,38
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 75.473,73 x 0,02979744=) € 2.248,92
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 8.891,63 x 0,02979744=) € 264,95
- voor kosten hoger beroep in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 3.463,33 x 0,02979744=) € 103,20
Totaal € 2.896,17
d) aan mr. [naam 7]
- voor vordering uit honorarium
(€ 70.000,00 x 0,02979744=) € 2.085,82
wettelijke rente 1 mei 2012 – 31 oktober 2017
(€ 10.252,27 x 0,02979744=) € 305,49 wettelijke rente 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 2.018,60 x 0,02979744=) € 60,15
deurwaarderskosten
(€ 765,09 x 0,02979744=) € 22,80
Totaal € 2.474,26
e) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014(€ 56.529,78 x 0,02979744=) € 268,62wettelijke rente vanaf 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 4.503,16 x 0,02979744=) € 21,40
wettelijke rente vanaf 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 1.535,15 x 0,02979744=) € 7,29
vast recht
(€ 1.789,00 x 0,02979744=) € 8,50
overige verschotten
(€ 76,92 x 0,02979744=) € 0,37
beslagkosten
(€ 545,38 x 0,02979744=) € 2,59
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012
(€ 74,06 x 0,02979744=) € 0,35
Totaal € 309,12
f) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
(€ 166.178,03 x 0,02979744=) € 4.951,68
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 13.237,72 x 0,02979744=) € 394,45
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 3.627,64 x 0,02979744=) € 108,09
Totaal € 5.454,22
Ter zake registergoed H
Executieopbrengst registergoed H: € 65.000,00
Rente en kosten t/m 15 november 2023 € 2.075,55
Totaal bedrag vastgestelde bedragen registergoed H: € 3.017.042,15
Uitkeringspercentage (€ 67.075,55 / € 3.017.042,15): 0,02223222
a. a) aan verzoekster
- voor verbeurde boete, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014
(€ 179.013,01 x 0,02223222=) € 3.979,86
wettelijke rente 23 april 2014 – 25 november 2014
(€ 3.192,81 x 0,02223222=) € 70,98
Wettelijke rente 26 november 2014 – 15 november 2023
(€ 12.068,27 x 0,02223222=) € 268,30
- voor proceskosten op grond van het vonnis d.d. 27 maart 2013 en herstelvonnis d.d. 19 juni 2013
(€ 4.081,71 x 0,02223222=) € 90,75
- voor vordering uit dwangbevel van 9 november 2014, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014
(€ 118.339,95 x 0,02223222=) € 2.630,96
wettelijke rente over dit bedrag 23 april 2014 – 25 november 2014
(€ 2.110,67 x 0,02223222=) € 46,92
wettelijke rente over dit bedrag 26 november 2014 – 15 november 2023
(€ 7.977,95 x 0,02223222=) € 177,37
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
(€ 5.307,16 x 0,02223222=) € 117,99
- verbeurde dwangsommen, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016 (€ 1.012.034,28x 0,02223222=) € 22.499,77
wettelijke rente 1 januari 2017 – 30 oktober 2017
(€ 16.802,54 x 0,02223222=) € 373,56
wettelijke rente 31 oktober 2017 – 15 november 2023
(€ 17.084,36 x 0,02223222=) € 379,82
- voor kosten hoger beroep bodemprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13]
(€ 14.173,00 x 0,02223222=) € 315,10
- voor kosten incident in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 452,00 x 0,02223222=) € 10,05
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13]
(€ 129.221,11 x 0,02223222=) € 2.872,87
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 15.223,66 x 0,02223222=) € 338,46
- voor kosten hoger beroep in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 3.463,33 x 0,02223222=) € 77,00
Totaal € 34.249,75
b) aan de gemeente Molenlanden
- uit hoofde van de vaststellingsovereenkomst
(€ 712.329,04 x 0,02223222=) € 15.836,66
Totaal € 15.836,66
c) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
(€ 8.884,00 x 0,02223222=) € 197,51
Wettelijke rente 23 april 2014 – 14 november 2014
(€ 150,42 x 0,02223222=) € 3,34
Wettelijke rente 15 november 2014 – 4 oktober 2017
(€ 151,72 x 0,02223222=) € 3,37
Wettelijke rente 5 oktober 2017 – 15 november 2023
(€ 180,56 x 0,02223222=) € 4,01
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 75.473,73 x 0,02223222=) € 1.677,95
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 8.891,63 x 0,02223222=) € 197,68
- voor kosten hoger beroep in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 3.463,33 x 0,02223222=) € 77,00
Totaal € 2.160,87
d) aan Stichting [naam 4]
- voor schade als gevolg van de bodemverontreiniging van perceel [perceelnummer 13]
(€ 300.443,56 x 0,02223222=) € 6.679,53
wettelijke rente 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 35.395,55 x 0,02223222=) € 786,92
Totaal € 7.466,45
e) aan mr. [naam 7]
- voor vordering uit honorarium
(€ 70.000,00 x 0,02223222=) € 1.556,26
wettelijke rente 1 mei 2012 – 31 oktober 2017
(€ 10.252,27 x 0,02223222=) € 227,93 wettelijke rente 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 2.018,60 x 0,02223222=) € 44,88
deurwaarderskosten
(€ 765,09 x 0,02223222=) € 17,01
Totaal € 1.846,07
f) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014(€ 56.529,78 x 0,02223222=) € 1.256,78wettelijke rente vanaf 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 4.503,16 x 0,02223222=) € 100,12
wettelijke rente vanaf 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 1.535,15 x 0,02223222=) € 34,13
vast recht
(€ 1.789,00 x 0,02223222=) € 39,77
overige verschotten
(€ 76,92 x 0,02223222=) € 1,71
beslagkosten
(€ 545,38 x 0,02223222=) € 12,13
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012
(€ 74,06 x 0,02223222=) € 1,65
Totaal € 1.446,28
g) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
(€ 166.178,03 x 0,02223222=) € 3.694,51
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 13.237,72 x 0,02223222=) € 294,30
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 3.627,64 x 0,02223222=) € 80,65
Totaal € 4.069,46
Ter zake registergoed I
Executieopbrengst registergoed I (i+ii+iii): € 1.500.000,00
Rente en kosten t/m 15 november 2023 € 47.897,30
Executiekosten (50% x € 3.510,00) € 1.755,00
Totaal bedrag vastgestelde bedragen registergoed I: € 3.017.042,15
Uitkeringspercentage (€ 1.546.142,30 / € 3.017.042,15): 0,51246957
a. a) aan verzoekster
- voor verbeurde boete, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014
(€ 179.013,01 x 0,51246957=) € 91.738,72
wettelijke rente 23 april 2014 – 25 november 2014
(€ 3.192,81 x 0,51246957=) € 1.636,22
wettelijke rente 26 november 2014 – 15 november 2023
(€ 12.068,27 x 0,51246957=) € 6.184,62
- voor proceskosten op grond van het vonnis d.d. 27 maart 2013 en herstelvonnis d.d. 19 juni 2013
(€ 4.081,71 x 0,51246957=) € 2.091,75
- voor vordering uit dwangbevel van 9 november 2014, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014
(€ 118.339,95 x 0,51246957=) € 60.645,62
wettelijke rente over dit bedrag 23 april 2014 – 25 november 2014
(€ 2.110,67 x 0,51246957=) € 1.081,65
wettelijke rente over dit bedrag 26 november 2014 – 15 november 2023
(€ 7.977,95 x 0,51246957=) € 4.088,46
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
(€ 5.307,16 x 0,51246957=) € 2.719,76
- verbeurde dwangsommen, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016 (€ 1.012.034,28x 0,51246957=) € 518.636,77
wettelijke rente 1 januari 2017 – 30 oktober 2017
(€ 16.802,54 x 0,51246957=) € 8.610,79
wettelijke rente 31 oktober 2017 – 15 november 2023
(€ 17.084,36 x 0,51246957=) € 8.755,21
- voor kosten hoger beroep bodemprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13]
(€ 14.173,00 x 0,51246957=) € 7.263,23
- voor kosten incident in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 452,00 x 0,51246957=) € 231,64
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13]
(€ 129.221,11 x 0,51246957=) € 66.221,89
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 15.223,66 x 0,51246957=) € 7.801,66
- voor kosten hoger beroep in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 3.463,33 x 0,51246957=) € 1.774,85
Totaal € 789.482,85
b) aan de gemeente Molenlanden
- uit hoofde van de vaststellingsovereenkomst
(€ 712.329,04 x 0,51246957=) € 365.046,96
Totaal € 360.046,96
c) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
(€ 8.884,00 x 0,51246957=) € 4.552,78
wettelijke rente 23 april 2014 – 14 november 2014
(€ 150,42 x 0,51246957=) € 77,09
wettelijke rente 15 november 2014 – 4 oktober 2017
(€ 151,72 x 0,51246957=) € 77,75
wettelijke rente 5 oktober 2017 – 15 november 2023
(€ 180,56 x 0,51246957=) € 92,53
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 75.473,73 x 0,51246957=) € 38.677,99
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 8.891,63 x 0,51246957=) € 4.556,69
- voor kosten hoger beroep in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 3.463,33 x 0,51246957=) € 1.774,85
Totaal € 49.809,68
d) aan Stichting [naam 4]
- voor schade als gevolg van de bodemverontreiniging van perceel [perceelnummer 13]
(€ 300.443,56 x 0,51246957=) € 153.968,18
wettelijke rente 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 35.395,55 x 0,51246957=) € 18.139,14
Totaal € 172.107,32
e) aan mr. [naam 7]
- voor vordering uit honorarium
(€ 70.000,00 x 0,51246957=) € 35.872,87
wettelijke rente 1 mei 2012 – 31 oktober 2017
(€ 10.252,27 x 0,51246957=) € 5.253,98 wettelijke rente 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 2.018,60 x 0,51246957=) € 1.034,47
deurwaarderskosten
(€ 765,09 x 0,51246957=) € 392,09
Totaal € 42.553,40
f) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014(€ 56.529,78 x 0,51246957=) € 28.969,79wettelijke rente vanaf 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 4.503,16 x 0,51246957=) € 2.307,73
wettelijke rente vanaf 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 1.535,15 x 0,51246957=) € 786,72
vast recht
(€ 1.789,00 x 0,51246957=) € 916,81
overige verschotten
(€ 76,92 x 0,51246957=) € 39,42
beslagkosten
(€ 545,38 x 0,51246957=) € 279,49
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012
(€ 74,06 x 0,51246957=) € 37,95
Totaal € 33.337,91
g) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
(€ 166.178,03 x 0,51246957=) € 85.161,18
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 13.237,72 x 0,51246957=) € 6.783,93
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 3.627,64 x 0,51246957=) € 1.859,06
Totaal € 93.804,17
Ter zake registergoed J
Executieopbrengst registergoed I (i+ii): € 1.190.000,00
Rente en kosten t/m 15 juni 2023 € 37.998,53
Executiekosten (50% x € 3.510,00) € 1.755,00
Totaal bedrag vastgestelde bedragen registergoed I: € 3.017.042,15
Uitkeringspercentage (€ 1.226.243,53 / € 3.017.042,15): 0,40643898
a. a) aan verzoekster
- voor verbeurde boete, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014
(€ 179.013,01 x 0,40643898=) € 72.757,87
wettelijke rente 23 april 2014 – 25 november 2014
(€ 3.192,81 x 0,40643898=) € 1.297,68
wettelijke rente 26 november 2014 – 15 november 2023
(€ 12.068,27 x 0,40643898=) € 4.905,02
- voor proceskosten op grond van het vonnis d.d. 27 maart 2013 en herstelvonnis d.d. 19 juni 2013
(€ 4.081,71 x 0,40643898=) € 1.658,97
- voor vordering uit dwangbevel van 9 november 2014, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014
(€ 118.339,95 x 0,40643898=) € 48.097,97
wettelijke rente over dit bedrag 23 april 2014 – 25 november 2014
(€ 2.110,67 x 0,40643898=) € 857,86
wettelijke rente over dit bedrag 26 november 2014 – 15 november 2023
(€ 7.977,95 x 0,40643898=) € 3.242,55
- voor proceskosten op grond van het dwangbevel van 9 november 2004
(€ 5.307,16 x 0,40643898=) € 2.157,04
- verbeurde dwangsommen, incl. wettelijke rente tot en met 31 december 2016 (€ 1.012.034,28x 0,40643898=) € 411.330,18
wettelijke rente 1 januari 2017 – 30 oktober 2017
(€ 16.802,54 x 0,40643898=) € 6.829,21
wettelijke rente 31 oktober 2017 – 15 november 2023
(€ 17.084,36 x 0,40643898=) € 6.943,75
- voor kosten hoger beroep bodemprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13]
(€ 14.173,00 x 0,40643898=) € 5.760,46
- voor kosten incident in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 452,00 x 0,40643898=) € 183,71
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging perceel [perceelnummer 13]
(€ 129.221,11 x 0,40643898=) € 52.520,50
wettelijke rente over dit bedrag van 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 15.223,66 x 0,40643898=) € 6.187,49
- voor kosten hoger beroep in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 3.463,33 x 0,40643898=) € 1.407,63
Totaal € 626.137,87
b) aan de gemeente Molenlanden
- uit hoofde van de vaststellingsovereenkomst
(€ 712.329,04 x 0,40643898=) € 289.518,29
Totaal € 289.518,29
c) aan [naam fonds]
- voor proceskosten op grond van een kortgedingvonnis d.d. december 2011 en een arrest d.d. 13 maart 2012
(€ 8.884,00 x 0,40643898=) € 3.610,80
wettelijke rente 23 april 2014 – 14 november 2014
(€ 150,42 x 0,40643898=) € 61,14
wettelijke rente 15 november 2014 – 4 oktober 2017
(€ 151,72 x 0,40643898=) € 61,66
wettelijke rente 5 oktober 2017 – 15 november 2023
(€ 180,56 x 0,40643898=) € 73,39
- voor hoofdsom en kosten schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 75.473,73 x 0,40643898=) € 30.675,47
wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 8.891,63 x 0,40643898=) € 3.613,91
- voor kosten hoger beroep in schadestaatprocedure bodemverontreiniging
(€ 3.463,33 x 0,40643898=) € 1.407,63
Totaal € 39.504,00
d) aan Stichting [naam 4]
- voor schade als gevolg van de bodemverontreiniging van perceel [perceelnummer 13]
(€ 300.443,56 x 0,40643898=) € 122.111,97
wettelijke rente 30 juni 2019 – 15 november 2023
(€ 35.395,55 x 0,40643898=) € 14.386,13
Totaal € 136.498,11
e) aan mr. [naam 7]
- voor vordering uit honorarium
(€ 70.000,00 x 0,40643898=) € 28.450,73
wettelijke rente 1 mei 2012 – 31 oktober 2017
(€ 10.252,27 x 0,40643898=) € 4.166,92 wettelijke rente 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 2.018,60 x 0,40643898=) € 820,44
deurwaarderskosten
(€ 765,09 x 0,40643898=) € 310,96
Totaal € 33.749,05
f) aan [vennootschap X] .
- voor vordering uit hoofde van vonnis d.d. 17 oktober 2012:hoofdsom per saldo, incl. wettelijke rente tot en met 22 april 2014(€ 56.529,78 x 0,40643898=) € 22.975,91wettelijke rente vanaf 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 4.503,16 x 0,40643898=) € 1.830,26
wettelijke rente vanaf 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 1.535,15 x 0,40643898=) € 623,94
vast recht
(€ 1.789,00 x 0,40643898=) € 727,12
overige verschotten
(€ 76,92 x 0,40643898=) € 31,26
beslagkosten
(€ 545,38 x 0,40643898=) € 221,66
betekening van het vonnis d.d. 29 november 2012
(€ 74,06 x 0,40643898=) € 30,10
Totaal € 26.440,26
g) aan [naam 15]
- voor verbeurde dwangsommen
(€ 166.178,03 x 0,40643898=) € 67.541,23
wettelijke rente van 23 april 2014 – 31 oktober 2017
(€ 13.237,72 x 0,40643898=) € 5.380,33
wettelijke rente van 1 november 2017 – 15 november 2023
(€ 3.627,64 x 0,40643898=) € 1.474,41
Totaal € 74.395,97
3.4.
Op basis van de op 23 juli 2014 en 12 september 2017 vastgestelde (voorlopige) staten van verdeling is aan verzoekster reeds een bedrag van
€ 220.292,60 + € 798 + € 918.546,46 = € 1.139.637,06 uitgekeerd, aan [naam bank] een bedrag van € 72.364,11, aan de gemeente Molenlanden een bedrag van € 812.329,04 + € 452 minus het op 8 november 2021 teruggestorte bedrag van € 100.000,00 = € 712.781,04, aan [naam fonds] een bedrag van € 6.514,40 + € 452 + € 1.519,15 = € 8.485,55, aan Stichting [naam 4] een bedrag van € 452, aan mr. [naam 7] een bedrag van € 67.907,84 + € 452 = € 68.359,84, aan [vennootschap X] . een bedrag van € 53.365,68 + € 452 = € 53.817,68 en aan [naam 15] een bedrag van € 155.986,72 + € 452 = € 156.438,72.
Deze bedragen moeten verrekend worden met het totaal van de onder 3.3 definitief vastgestelde bedragen, waarbij steeds niet meer dan de in de rangregeling ingediende vordering van iedere partij wordt toegewezen. Voor verzoekster is het totaal vastgestelde bedrag € 1.782.817,50 zodat haar ingediende vordering van € 1.540.371,78 (incl. de wettelijke rente tot en met 15 november 2023) en kosten van uitwinning van € 798 volledig wordt voldaan, voor [naam bank] is het vastgestelde bedrag € 72.364,11 zodat haar ingediende vordering van € 72.364,11 (incl. de wettelijke rente tot 28 februari 2013) volledig is voldaan, voor gemeente Molenlanden is het totaal vastgestelde bedrag € 823.099,87 zodat haar ingediende vordering van € 712.329,04 en kosten van uitwinning van € 452 volledig is voldaan, voor [naam fonds] € 113.462,11 zodat haar ingediende vordering van
€ 97.195,39 (incl. de wettelijke rente tot en met 15 november 2023) en kosten van uitwinning van € 452 volledig wordt voldaan, voor Stichting [naam 4] € 378.621,67 zodat haar ingediende vordering van € 335.839,11 (incl. de wettelijke rente tot en met 15 november 2023) en kosten van uitwinning van € 452 volledig wordt voldaan, voor mr. [naam 7] € 96.932,93 zodat zijn ingediende vordering van € 83.035,96 (incl. de wettelijke rente tot en met 15 november 2023) en kosten van uitwinning van € 452 volledig wordt voldaan, voor [vennootschap X] . € 74.311,55 zodat haar ingediende vordering van € 65.666,90 (incl. de wettelijke rente tot en met 15 november 2023) en kosten van uitwinning van € 452 volledig wordt voldaan en voor [naam 15] € 213.677,70 zodat ook haar ingediende vordering van € 182.973,41 (incl. de wettelijke rente tot en met 15 november 2023) en kosten van uitwinning van € 452 volledig wordt voldaan.
3.5.
Dit betekent dat thans aanvullend aan verzoekster een bedrag van € 401.532,72 zal worden uitgekeerd, aan [naam fonds] € 89.161,84 aan Stichting [naam 4] € 335.839,11, aan mr. [naam 7] € 15.128,12, aan [vennootschap X] . € 12.301,22 en aan [naam 15] € 26.986,69.
Het resterende deel van de executieopbrengst bedraagt € 1.356.600,65 minus € 880.949,70 = € 475.650,95. Dit betekent dat de vordering van [naam 18] waarvoor beslag op de executieopbrengst is gelegd (zie onder 2.8 en 3.8 van de eerste (voorlopige) staat van verdeling van 23 juli 2014), ter hoogte van € 17.000,00 (zie 2.13.17), volledig uit de executieopbrengst kan worden voldaan.
3.6.
Uit het resterende deel van de executieopbrengst ter hoogte van € 458.650,95 kan eventueel aanvullende verschuldigde rente worden voldaan en de eventueel bijkomende bankkosten en notariskosten vanaf 15 november 2023. Wat overblijft komt aan de erfgenamen van [naam 3] ten goede.
3.7.
Na te hebben bepaald dat een bevelschrift dient te worden uitgegeven ter uitvoering van bovenstaande rangregeling, sluit de rechter-commissaris dit proces-verbaal van rangregeling op 15 november 2023.
Waarvan proces-verbaal,
mr. P.C. Santema
rechter-commissaris
3597/32
BEVELSCHRIFT
De rechter-commissaris,
beveelt mr. [naam 2] , notaris te Rotterdam, als houder van de netto-opbrengst, aan de hiervoor onder 3.3. en 3.5. genoemde schuldeisers uit te betalen hetgeen hun volgens het bepaalde onder 3.5. van deze staat van verdeling (aanvullend) toekomt.
Aldus gegeven op 15 november 2023.
mr. P.C. Santema
rechter-commissaris
ECLI:NL:GHAMS:2015:2102.
Zie bijvoorbeeld de noten van mr. A. Steneker (JOR 2022/192) en mr. H.J.S.M. Langbroek (JOR 2022/66) bij ECLI:NL:RBZWB:2022:2269.
ECLI:NL:RBZWB:2022:2269.