Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2023:13091
2023-03-09
Civiel recht
C/10/653131 / KG RK 23-222
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verzoek verlof inroepen huurbeding (art. 3:264 BW).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.222 tekens)
beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rekestnummer: C/10/653131 / KG RK 23-222
Beschikking van de voorzieningenrechter van 9 maart 2023
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ABN AMRO HYPOTHEKEN GROEP B.V., tevens handelend onder de naam Florius,
gevestigd te Amersfoort,
verzoekster,
advocaat mr. A.J.H. Peters te Rosmalen,
tegen
[verweerder 1], tevens handelend onder de naam [handelsnaam],wonende en zaakdoende te Rotterdam,
[verweerder 2],
wonende te Rotterdam,
verweerders,
niet verschenen,
alsmede
1
[belanghebbende 1],
2. [belanghebbende 2][belanghebbende 2],
belanghebbenden,
niet verschenen.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift van 20 februari 2023;
de mondelinge behandeling van 2 maart 2023.
1.2.
Ter zitting is mr. A.J.H. Peters namens verzoekster verschenen.
2
2. Het verzoek
2.1.
Verzoekster heeft de executie aangezegd van de aan haar bij notariële akte verstrekte hypotheek op de onroerende zaak [adres]. In de hypotheekakte is een huur- en ontruimingsbeding opgenomen. Ten tijde van het verlijden van de hypotheekakte was de onroerende zaak niet verhuurd, maar op dit moment kan verzoekster niet uitsluiten dat deze is verhuurd aan onbekende huurders of onderhuurders. Het verzoekschrift strekt tot het inroepen van het huurbeding tegen [belanghebbende 1] en één of meer - al dan niet zakelijke - (onder)huurders, wonende althans verblijvende aan de [adres], omdat de executiewaarde van de onroerende zaak in onverhuurde staat hoger ligt dan in verhuurde staat.
3De beoordeling
3.1.
Aan de wettelijke formaliteiten is voldaan. Het verzoek is niet onrechtmatig of ongegrond. Het verzoek wordt dan ook toegewezen.
3.2.
Uit de Gemeentelijke Basisadministratie is gebleken dat het hier een jong meerjarig kind van hypotheekgevers betreft. Daarom wordt bepaald dat [belanghebbende 1] tegelijk met [verweerder 1] en [verweerder 2] de woning dient te verlaten.
3.3.
De termijn als bedoeld in artikel 3:264 lid 6 BW zal voor één of meer - al dan niet zakelijke - (onder)huurders worden gesteld op 30 (dertig) dagen.
4De beslissing
De voorzieningenrechter,
4.1.
verleent toestemming aan verzoekster om het in het verzoekschrift bedoelde, in de hypotheekakte opgenomen huurbeding in te roepen tegen [belanghebbende 1] en één of meer - al dan niet zakelijke - (onder)huurders, wonende aan de [adres];
4.2.
veroordeelt [belanghebbende 1] en één of meer - al dan niet zakelijke - (onder)huurders, om de onroerende zaak gelegen aan de [adres] met al het hunne en de hunnen te ontruimen en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van verzoekster te stellen;
4.3.
stelt de termijn waarbinnen geen ontruiming mag plaatsvinden ten aanzien van één of meer - al dan niet zakelijke - (onder)huurders op 30 (dertig) dagen na betekening van deze beschikking en bepaalt ten aanzien van [belanghebbende 1] dat hij de woning tezamen met [verweerder 1] en [verweerder 2] uiterlijk dient te verlaten op het tijdstip dat de woning krachtens (al dan niet onderhandse) executieverkoop moet worden ontruimd;
4.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven door mr. P. de Bruin, voorzieningenrechter en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2023.
1426/2009
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rekestnummer: C/10/653131 / KG RK 23-222
Beschikking van de voorzieningenrechter van 9 maart 2023
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ABN AMRO HYPOTHEKEN GROEP B.V., tevens handelend onder de naam Florius,
gevestigd te Amersfoort,
verzoekster,
advocaat mr. A.J.H. Peters te Rosmalen,
tegen
[verweerder 1], tevens handelend onder de naam [handelsnaam],wonende en zaakdoende te Rotterdam,
[verweerder 2],
wonende te Rotterdam,
verweerders,
niet verschenen,
alsmede
1
[belanghebbende 1],
2. [belanghebbende 2][belanghebbende 2],
belanghebbenden,
niet verschenen.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift van 20 februari 2023;
de mondelinge behandeling van 2 maart 2023.
1.2.
Ter zitting is mr. A.J.H. Peters namens verzoekster verschenen.
2
2. Het verzoek
2.1.
Verzoekster heeft de executie aangezegd van de aan haar bij notariële akte verstrekte hypotheek op de onroerende zaak [adres]. In de hypotheekakte is een huur- en ontruimingsbeding opgenomen. Ten tijde van het verlijden van de hypotheekakte was de onroerende zaak niet verhuurd, maar op dit moment kan verzoekster niet uitsluiten dat deze is verhuurd aan onbekende huurders of onderhuurders. Het verzoekschrift strekt tot het inroepen van het huurbeding tegen [belanghebbende 1] en één of meer - al dan niet zakelijke - (onder)huurders, wonende althans verblijvende aan de [adres], omdat de executiewaarde van de onroerende zaak in onverhuurde staat hoger ligt dan in verhuurde staat.
3De beoordeling
3.1.
Aan de wettelijke formaliteiten is voldaan. Het verzoek is niet onrechtmatig of ongegrond. Het verzoek wordt dan ook toegewezen.
3.2.
Uit de Gemeentelijke Basisadministratie is gebleken dat het hier een jong meerjarig kind van hypotheekgevers betreft. Daarom wordt bepaald dat [belanghebbende 1] tegelijk met [verweerder 1] en [verweerder 2] de woning dient te verlaten.
3.3.
De termijn als bedoeld in artikel 3:264 lid 6 BW zal voor één of meer - al dan niet zakelijke - (onder)huurders worden gesteld op 30 (dertig) dagen.
4De beslissing
De voorzieningenrechter,
4.1.
verleent toestemming aan verzoekster om het in het verzoekschrift bedoelde, in de hypotheekakte opgenomen huurbeding in te roepen tegen [belanghebbende 1] en één of meer - al dan niet zakelijke - (onder)huurders, wonende aan de [adres];
4.2.
veroordeelt [belanghebbende 1] en één of meer - al dan niet zakelijke - (onder)huurders, om de onroerende zaak gelegen aan de [adres] met al het hunne en de hunnen te ontruimen en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van verzoekster te stellen;
4.3.
stelt de termijn waarbinnen geen ontruiming mag plaatsvinden ten aanzien van één of meer - al dan niet zakelijke - (onder)huurders op 30 (dertig) dagen na betekening van deze beschikking en bepaalt ten aanzien van [belanghebbende 1] dat hij de woning tezamen met [verweerder 1] en [verweerder 2] uiterlijk dient te verlaten op het tijdstip dat de woning krachtens (al dan niet onderhandse) executieverkoop moet worden ontruimd;
4.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven door mr. P. de Bruin, voorzieningenrechter en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2023.
1426/2009