Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2023:12354

2023-12-20 Civiel recht; Burgerlijk procesrecht C/10/659400 / HA ZA 23-521
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2023-12-20
Publicatiedatum
2024-01-02
Rechtsgebied
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/10/659400 / HA ZA 23-521
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Vervolg op vonnis in het incident van 18 oktober 2023 (C/10/659400/HA ZA 23-521). Op genoegzame wijze zekerheid gesteld voor proceskosten.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.826 tekens)
vonnis


RECHTBANK ROTTERDAM




Team handel en haven





zaaknummer / rolnummer: C/10/659400 / HA ZA 23-521






Vonnis van 20 december 2023






in de zaak van




1. rechtspersoon naar vreemd recht




IFL INTERNATIONAL FREIGHT LINES LTD

,


gevestigd te Hong Kong,



2. rechtspersoon naar vreemd recht




IFB INTERNATIONAL FREIGHTBRIDGE (SHANGHAI) LTD

,


gevestigd te Shanghai (China)



3. rechtspersoon naar vreemd recht




IFB INTERNATIONAL FREIGHTBRIDGE (SHANGHAI) LTD, TIANJIN BRANCH

,


gevestigd te Tianjin (China),



4. rechtspersoon naar vreemd recht




IFB INTERNATIONAL FREIGHTBRIDGE PTE LTD

,


gevestigd te Singapore (Singapore),


eiseressen in de hoofdzaak,


verweersters in het incident,


advocaat mr. W.E. Boonk te Rotterdam,





tegen





de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid



RAPID LOGISTICS B.V.

,


gevestigd te Haarlemmermeer,


gedaagde in de hoofdzaak,


eiseres in het incident,


advocaat mr. J.V.M. Holthuis te Amsterdam.






Eiseressen worden hierna gezamenlijk IFL/IFB genoemd. Gedaagde wordt hierna Rapid genoemd.








1

De procedure



1.1.


Het verloop van de procedure blijkt uit:




het vonnis in het incident van 18 oktober 2023 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken;




de akte uitlaten over proceskostenzekerheid van IFL/IFB van 25 oktober 2023, met productie 13;




de akte uitlating zekerheidsstelling van Rapid van 8 november 2023.






1.2.


Ten slotte is wederom vonnis bepaald in het incident.








2

De verdere beoordeling



2.1.


Beoordeeld moet worden of IFL/IFB de zekerheid hebben gesteld waartoe zij in het vonnis in incident van 18 oktober 2023 (C/10/659400/HA ZA 23-521) zijn veroordeeld en of zij daarmee ontvankelijk zijn in de hoofdzaak. Bij dit vonnis zijn IFL/IFB op grond van artikel 224 Rv veroordeeld tot het stellen van zekerheid voor een bedrag van € 9.760,00 ten gunste van Rapid en is bepaald dat deze zekerheid, op straffe van niet-ontvankelijkheid in de hoofdzaak, uiterlijk op 15 november 2023 moet zijn gesteld.





2.2.


Op 24 oktober 2023 hebben IFL/IFB het bedrag van € 9.760,00 overgemaakt op de bankrekening van de Stichting Derdengelden, die is verbonden aan het kantoor van hun advocaat. De Stichting Derdengelden heeft bevestigd dat de ontvangen gelden zullen worden gehouden tot zekerheid van de proceskosten van Rapid.





2.3.


Volgens Rapid hebben IFL/IFB de zekerheid niet met inachtneming van rechtsoverweging 4.4 uit het vonnis in incident gesteld, omdat de op de hoofdsom vallende rente en kosten die mogelijk zouden kunnen ontstaan, door de gestelde zekerheid niet worden gedekt.





2.4.


Of sprake is van genoegzame zekerheidstelling moet worden beoordeeld aan de hand van artikel 6:51 lid 2 BW. Rapid heeft tegen de wijze van zekerheidsstelling - door overmaking van het zekerheidsbedrag op de bankrekening van de Stichting Derdengelden van de advocaat van IFL/IFB - geen bezwaar gemaakt (vgl. ook r.o. 4.5 van het vonnis in incident). Hierdoor rest de vraag of de omvang van de gestelde zekerheid voldoende is. Naar het oordeel van de rechtbank is dit het geval, omdat de in het vonnis in incident bevolen zekerheid ter hoogte van een bedrag van € 9.760,00 is verstrekt.





2.5.


Het voorgaande betekent dat IFL/IFB op genoegzame wijze zekerheid hebben gesteld waartoe zij zijn veroordeeld. IFL/IFB zijn daarom ontvankelijk in de hoofdzaak. De zaak zal worden verwezen naar de rol voor conclusie van antwoord van Rapid.








3

De beslissing


De rechtbank




3.1.


bepaalt dat de zaak op de rol zal komen van

31 januari 2024

voor het nemen van een conclusie van antwoord door Rapid,





3.2.


houdt iedere verdere beslissing aan.




Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.J. Arts en in het openbaar uitgesproken op 20 december 2023.[3758/3268/3455]