Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2023:11934

2023-12-01 Strafrecht 10/142394-22
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2023-12-01
Publicatiedatum
2023-12-19
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
10/142394-22
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Veroordeling voor artikel 5 van de Wegenverkerswet 1994. De verdachte heeft zich als bestuurder van een auto opzettelijk gevaarzettend gedragen, door onder invloed van een alcohol gedurende met veel te hoge snelheid over de weg te rijden, terwijl hij reed met een ongeldig verklaard rijbewijs. Hij had een stopteken gekregen van de politie, maar hij heeft dit bewust genegeerd. De verdachte heeft vervolgens getracht om aan de politieagenten te ontkomen en hij heeft daarbij diverse ernstige verkeersovertredingen begaan. De rechtbank legt de verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 weken met een proeftijd van 2 jaar, een ontzegging van de rijbevoegdheid van 12 maanden.

Citeert (3)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (18.813 tekens)
Rechtbank Rotterdam




Team straf 2





Parketnummer: 10/142394-22


Datum uitspraak: 1 december 2023


Tegenspraak






Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:






[verdachte01] ,



geboren te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ) op [geboortedatum01],


ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:


[adres01] , [postcode01] [plaats01] ,


ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres01],


raadsman mr. J.M. Keizer, advocaat te Amsterdam.






1

Onderzoek op de terechtzitting


Het onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 17 november 2023.





2

Tenlastelegging



Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.


De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.






3

Eis officier van justitie


De officier van justitie mr. E. Verhoeven-Ivankovic heeft gevorderd:




bewezenverklaring van de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten;




veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken, alsmede een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 12 maanden;




tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk opgelegde strafdeel in de zaak met parketnummer 96/077616-19;




afwijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 96/228194-19.







4

Waardering van het bewijs



4.1.




Bewezenverklaring



De onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten zijn door de verdachte bekend. Deze feiten zullen bewezen worden verklaard.





De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat door de verkeersgedragingen van de verdachte geen levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was.





Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat door het geheel van verkeersgedragingen van de verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar


lichamelijk letsel voor anderen te duchten was. Hierbij is in het bijzonder in aanmerking genomen dat de verdachte door rood licht is gereden, waarbij het optrekkend verkeer ternauwernood een aanrijding met de verdachte wist te voorkomen door plotseling te remmen en de verdachte andere weggebruikers met hoge snelheid rechts heeft ingehaald waardoor zij moesten uitwijken.





4.2.




Bewezenverklaring



In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan op die wijze dat:





1


hij op of omstreeks 15 september 2021 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard, als


bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee rijdende op de voor het


openbaar verkeer openstaande weg, de Rijksweg A15, zich opzettelijk zodanig heeft


gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden,


welke gedragingen hierin hebben bestaan dat hij, verdachte, toen daar,


nadat door politieambtenaren een stopteken door middel van een


politietransparant met de tekst "STOP POLITIE" was gegeven,


-geen gevolg heeft gegeven aan dat stopteken en/of


-vanaf de oprit van de Rijksweg A15 met een scherpe stuurbeweging en/of zonder


richting aan te geven naar de uiterste linker rijbaan is gereden en/of


nadat inmiddels (bovendien) optische- en geluidsignalen werden gebruikt


-met zeer hoge snelheden (tussen 170 en 200 km/u), althans met veel hogere


snelheid dan de ter plaatse geldende maximumsnelheid van 100 km/u, heeft


gereden en/of


-meermalen althans éénmaal met die zeer hoge snelheden voertuigen rechts heeft


ingehaald, waarbij de bestuurders van die voertuigen stuurbewegingen en/of


uitwijkmanoeuvres moesten maken en/of


-meermalen althans éénmaal zonder noodzaak over de vluchtstrook heeft gereden


en/of


-terwijl (bovenaan de afrit 18) de verkeerslichten voor hem, verdachte, rood licht


uitstraalden, de kruising in strijd met de aldaar verplichte rijrichtingen (voor linksaf


en rechtsaf) rechtdoorgaand is overgestoken, waarbij het kruisende verkeer


moesten remmen om een aanrijding te voorkomen;


door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar


lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was.





2


hij op 15 september 2021 te Rhoon, gemeente Albrandswaard, een


voertuig, te weten een personenauto, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen


besturen, na gebruik van een in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en


geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stof en/of alcohol als bedoeld in artikel


8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994,


te weten alcohol (ethanol), in combinatie met een of meer andere van deze


aangewezen stoffen, te weten cocaïne,


terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van genoemde Wet, het


gehalte in zijn bloed bij iedere aangewezen stof en/of alcohol 0.97 milligram alcohol


(ethanol) per milliliter bloed en 74 microgram cocaïne per liter bloed bedroeg,





3


hij op 15 september 2021 te Rhoon, gemeente Albrandswaard, terwijl


hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor


een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was


verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een


motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg,


de Rijksweg A15, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie


of categorieën heeft bestuurd.





Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.







5

Strafbaarheid feiten


De bewezen feiten leveren op:






1

overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994


2.

overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994



3.

overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994





Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.






6

Strafbaarheid verdachte


Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.





7

Motivering straf


De verdachte heeft zich als bestuurder van een auto opzettelijk gevaarzettend gedragen, door onder invloed van een combinatie van alcohol en drugs gedurende enige tijd met zeer hoge snelheid over de weg te rijden, waardoor levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was. De verdachte had een stopteken gekregen van de politie, maar hij heeft dit bewust genegeerd. Vervolgens heeft hij geprobeerd om aan de politieagenten te ontkomen en daarbij heeft hij diverse verkeersovertredingen begaan en de verkeersveiligheid ernstig in gevaar gebracht. Daarbij heeft de verdachte het overige verkeer op zeer gevaarlijke wijze gekruist, tijdens verplaatsingen van rijstroken geen richting aangegeven en door rood licht gereden waardoor het overige verkeer noodgedwongen moest remmen. Door te handelen zoals hierboven beschreven heeft verdachte niet alleen zijn eigen leven, maar ook dat van andere weggebruikers op onacceptabele wijze in gevaar gebracht. Tevens heeft de verdachte zich niet gehouden aan het besluit van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen van 30 augustus 2019 waarbij zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Hij heeft hierbij zijn eigen belang laten prevaleren boven het algemeen belang van de verkeersveiligheid.




De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 1 november 2023, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Uit de justitiële documentatie van de verdachte is ook gebleken dat aan de verdachte bij onherroepelijk vonnis van de rechtbank Den Haag van 10 augustus 2022 een voorwaardelijk maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) is opgelegd voor de duur van twee jaar met een proeftijd van twee jaar. De rechtbank stelt op basis van de verklaringen van de verdachte op de zitting vast dat bij de onderhavige feiten de onderliggende problematiek van de verdachte hetzelfde is als waarvoor de voorwaardelijke ISD-maatregel is opgelegd.





De verdediging heeft er in verband met de opgelegde voorwaardelijke ISD-maatregel op gewezen dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is en de rechtbank gevraagd artikel 9a Wetboek van Strafrecht toe te passen. De rechtbank volgt de verdediging hier niet in, nu artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht niet van toepassing is na oplegging van een ISD-maatregel (HR 15 april 2008, NJ 2008/289; HR 15 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5990; HR 3 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ6960; HR 3 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ6961) De rechtbank zal dan ook geen toepassing geven aan artikel 9a Sr. Anderzijds acht zij de meerwaarde van de door de officier van justitie gevorderde onvoorwaardelijke gevangenisstraf, gelet op de justitiële documentatie van de verdachte, het tijdsverloop in de onderhavige strafzaak en de opgelegde voorwaardelijke ISD-maatregelgering. Daarom zal de rechtbank de verdachte veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 weken met een proeftijd van 2 jaar en tot een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 12 maanden.






8

Vorderingen tenuitvoerlegging



8.1.




Vonnissen waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd



Bij vonnis van 21 juni 2019 (parketnummer 96/077616-19) van de politierechter in de rechtbank Den Haag is de verdachte ter zake van overtreding van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 veroordeeld voor zover van belang tot een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar. De proeftijd is ingegaan op 6 juli 2019.





Bij vonnis van 18 september 2020 (parketnummer 96/228194-19) van de politierechter in de rechtbank Den Haag is de verdachte ter zake van overtreding van artikel 8 en 9 van de Wegenverkeerswet 1994 veroordeeld voor zover van belang tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De proeftijd is ingegaan op 2 oktober 2020.





8.2.




Beoordeling



Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van de vordering tenuitvoerlegging van de officier van justitie met parketnummer 96/228194-19 dient te worden afgewezen.





De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 21 juni 2019 (parketnummer 96/077616-19) aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke straf, nu de hierboven bewezen verklaarde feiten na het wijzen van dat vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd en de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.







9

Toepasselijke wettelijke voorschriften


Gelet is op de artikelen 14a en 14b van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5, 8, 9, 176 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994.





10

Bijlagen


De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.





11

Beslissing


De rechtbank:




verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;





verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;





stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;





verklaart de verdachte strafbaar;





veroordeelt de verdachte tot een

gevangenisstraf voor de duur van 6 weken;




bepaalt dat deze gevangenisstraf, groot

6 (zes) weken niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij

de rechter later anders mocht gelasten;





verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op

2 (twee) jaar;






tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;





stelt als algemene voorwaarde:


de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;






ontzegt

de verdachte

de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen

voor de tijd van

12 (twaalf) maanden;






gelast de

tenuitvoerlegging

van de bij vonnis van 21 juni 2019 (parketnummer 96/077616-19) van de politierechter in de rechtbank Den Haag aan de veroordeelde voorwaardelijke opgelegde ontzegging van de

bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden;






wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 18 september 2020 van de politierechter Den Haag aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke straf.







Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Bade, voorzitter,


en mrs. W.M. Stolk en J. van de Klashorst, rechters,


in tegenwoordigheid van mr. E.S. Roman, griffier,


en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.





De oudste rechter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.


Bijlage I






Tekst gewijzigde tenlastelegging






Aan de verdachte is ten laste gelegd dat





hij op of omstreeks 15 september 2021 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard, als


bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee rijdende op de voor het


openbaar verkeer openstaande weg, de Rijksweg A15, zich opzettelijk zodanig heeft


gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden,


welke gedragingen hierin hebben bestaan dat hij, verdachte, toen daar,


nadat door politieambtenaren een stopteken door middel van een


politietransparant met de tekst "STOP POLITIE" was gegeven,


-geen gevolg heeft gegeven aan dat stopteken en/of


-vanaf de oprit van de Rijksweg A15 met een scherpe stuurbeweging en/of zonder


richting aan te geven naar de uiterste linker rijbaan is gereden en/of


nadat inmiddels (bovendien) optische- en geluidsignalen werden gebruikt


-met zeer hoge snelheden (tussen 170 en 200 km/u), althans met veel hogere


snelheid dan de ter plaatse geldende maximumsnelheid van 100 km/u, heeft


gereden en/of


-meermalen althans éénmaal met die zeer hoge snelheden voertuigen rechts heeft


ingehaald, waarbij de bestuurders van die voertuigen stuurbewegingen en/of


uitwijkmanoeuvres moesten maken en/of


-meermalen althans éénmaal zonder noodzaak over de vluchtstrook heeft gereden


en/of


-terwijl (bovenaan de afrit 18) de verkeerslichten voor hem, verdachte, rood licht


uitstraalden, de kruising in strijd met de aldaar verplichte rijrichtingen (voor linksaf


en rechtsaf) rechtdoorgaand is overgestoken, waarbij het kruisende verkeer


moesten remmen om een aanrijding te voorkomen;


(waarna hij, verdachte, zijn voertuig op de vluchtstrook heeft stilgezet);


door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar


lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;


( art 5a lid 1 Wegenverkeerswet 1994 )


subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou


kunnen leiden:


hij op of omstreeks 15 september 2021 te Rhoon, gemeente Albrandswaard als


bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee rijdende op de voor het


openbaar verkeer openstaande weg, de Rijksweg A15, zich zodanig heeft gedragen


dat gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het


verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;


welk gedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar,


nadat door politieambtenaren een stopteken door middel van een


politietransparant met de tekst "STOP POLITIE" was gegeven, -geen gevolg heeft gegeven aan dat stopteken en/of


-vanaf de oprit van de Rijksweg A15 met een scherpe stuurbeweging en/of zonder


richting aan te geven naar de uiterste linker rijbaan is gereden en/of


nadat inmiddels (bovendien) optische- en geluidsignalen werden gebruikt


-met zeer hoge snelheden (tussen 170 en 200 km/u), althans met veel hogere


snelheid dan de ter plaatse geldende maximumsnelheid van 100 km/u, heeft


gereden en/of


-meermalen althans éénmaal met die zeer hoge snelheden voertuigen rechts heeft


ingehaald, waarbij de bestuurders van die voertuigen stuurbewegingen en/of


uitwijkmanoeuvres moesten maken en/of


-meermalen althans éénmaal zonder noodzaak over de vluchtstrook heeft gereden


en/of


-terwijl (bovenaan de afrit 18) de verkeerslichten voor hem, verdachte, rood licht


uitstraalden, de kruising in strijd met de aldaar verplichte rijrichtingen (voor linksaf


en rechtsaf) rechtdoorgaand is overgestoken, waarbij het kruisende verkeer


moesten remmen om een aanrijding te voorkomen;


(waarna hij, verdachte, zijn voertuig op de vluchtstrook heeft stilgezet);


( art 5 Wegenverkeerswet 1994 )


2


hij op of omstreeks 15 september 2021 te Rhoon, gemeente Albrandswaard, een


voertuig, te weten een personenauto, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen


besturen, na gebruik van een in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en


geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stof en/of alcohol als bedoeld in artikel


8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994,


te weten alcohol (ethanol), in combinatie met een of meer andere van deze


aangewezen stoffen, te weten cocaïne,


terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van genoemde Wet, het


gehalte in zijn bloed bij iedere aangewezen stof en/of alcohol 0.97 milligram alcohol


(ethanol) per milliliter bloed en 74 microgram cocaïne per liter bloed bedroeg,


in elk geval (telkens) zijnde hoger dan de in artikel 3 van het genoemd


Besluit, bij die aangewezen stoffen en/of alcohol afzonderlijk vermelde


grenswaarde;


( art 8 lid 5 Wegenverkeerswet 1994 )


3


hij op of omstreeks 15 september 2021 te Rhoon, gemeente Albrandswaard terwijl


hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor


een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was


verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een


motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg,


de Rijksweg A15, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie


of categorieën heeft bestuurd;


de in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover


daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde


betekenis te zijn gebezigd;


( art 9 lid 2 Wegenverkeerswet 1994 )