Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2022:3709

2022-05-17 Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht ROT 21/6077
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2022-05-17
Publicatiedatum
2022-05-13
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
Zaaknummer
ROT 21/6077
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Veelprocedeerder. Vereenvoudigde afdoening zaak over woonkostentoeslag. Kennelijk ongegrond beroep. Eiseres dient steeds omvangrijke beroepschriften waarin wordt verwezen naar de andere geschillen met verweerder. In de onderhavige zaak is dit ook het geval. Die andere geschillen vallen echter buiten de omvang van dit geding en zullen dan ook onbesproken worden gelaten. De vele schadeclaims die eiseres heeft gedaan vallen eveneens buiten de omvang van het geding, want hebben geen verband met het bestreden besluit. Verder zal de rechtbank een aantal gronden die wel betrekking lijken te hebben op de voorliggende zaak buiten beschouwing laten. Zo valt bijvoorbeeld niet in te zien waarom verweerder gehouden is om naast de heroverweging in bezwaar ook over te gaan tot het nemen van een besluit tot herziening van het primaire besluit nu met een verzoek om herziening niet meer kan worden bereikt dan met een bezwaar. Ook valt niet in te zien waarom verweerder, zoals eiseres stelt, bewijsstukken over zou moeten leggen nu juist eiseres haar aanvraag dient te onderbouwen. De rechtbank begrijpt verder niet wat eiseres wil bereiken met haar stelling dat verweerder geen kenbare draagkrachtmeting heeft uitgevoerd en de overwaarde onjuist heeft vastgesteld nu verweerder de draagkracht op nihil heeft vastgesteld en geen gevolgen heeft verbonden aan de vaststelling van de overwaarde. Verweerder heeft gemotiveerd vastgesteld welke woonkostentoeslag wordt verstrekt. Het lag op de weg van eiseres gemotiveerd en met bewijsstukken tot een betwisting daarvan te komen. Verder is toereikend uiteengezet waarom verweerder voor de servicekosten een forfaitair bedrag heeft mogen toekennen, terwijl eiseres geen bijzondere omstandigheden heeft gesteld.

Citeert (3)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.098 tekens)
Rechtbank Rotterdam


Bestuursrecht



zaaknummer: ROT 21/6077




uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 mei 2022 als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de zaak tussen




[Naam], te [Plaats], eiseres,


en


het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, verweerder.




Procesverloop


Bij besluit van 14 oktober 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 11 juni 2021 (het primaire besluit), waarbij verweerder bijzondere bijstand voor woonkosten (woonkostentoeslag) over de periode van 1 april 2021 tot en met maart 2022 heeft vastgesteld op € 137,37 per maand, gegrond verklaard en dit bedrag vastgesteld op € 151,22 per maand.



Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.





Overwegingen

1. De rechtbank doet het beroep zonder zitting af op grond van artikel 8:54 van de Awb.

2. Eiseres ontvangt een bijstandsuitkering van de gemeente Rotterdam. Zij heeft in een groot aantal zaken beroep ingesteld tegen (vermeende) beslissingen van verweerder of tegen het uitblijven daarvan. Eiseres dient daarbij steeds omvangrijke beroepschriften waarin wordt verwezen naar de andere geschillen met verweerder. In de onderhavige zaak is dit ook het geval. Die andere geschillen vallen echter buiten de omvang van dit geding en zullen dan ook onbesproken worden gelaten. De vele schadeclaims die eiseres heeft gedaan vallen eveneens buiten de omvang van het geding, want hebben geen verband met het bestreden besluit. Verder zal de rechtbank een aantal gronden die wel betrekking lijken te hebben op de voorliggende zaak buiten beschouwing laten. Zo valt bijvoorbeeld niet in te zien waarom verweerder gehouden is om naast de heroverweging in bezwaar ook over te gaan tot het nemen van een besluit tot herziening van het primaire besluit nu met een verzoek om herziening niet meer kan worden bereikt dan met een bezwaar. Ook valt niet in te zien waarom verweerder, zoals eiseres stelt, bewijsstukken over zou moeten leggen nu juist eiseres haar aanvraag dient te onderbouwen. De rechtbank begrijpt verder niet wat eiseres wil bereiken met haar stelling dat verweerder geen kenbare draagkrachtmeting heeft uitgevoerd en de overwaarde onjuist heeft vastgesteld nu verweerder de draagkracht op nihil heeft vastgesteld en geen gevolgen heeft verbonden aan de vaststelling van de overwaarde.

3. Verweerder heeft bij het bestreden besluit gemotiveerd uiteengezet waarom de woonkostentoeslag over de periode van 1 april 2021 tot en met maart 2022 moet worden bepaald op € 151,22 per maand. Eiseres heeft haar stelling dat verweerders berekening onjuist is niet onderbouwd. Eiseres had er op bedacht moeten zijn dat het op haar weg lag de juistheid van de door verweerder gemaakte berekeningen gemotiveerd en met overlegging van bewijsstukken te motiveren, temeer nu zij op dit punt in een eerdere procedure door de Centrale Raad van Beroep (CRvB) in het ongelijk is gesteld (ECLI:NL:CRVB:2019:2422, punt 5.16).

4. Voor zover eiseres betoogt dat verweerder wel volledige bijstand dient te verstrekken voor de extra onderhoudsbijdrage van € 1.000,- overweegt de rechtbank als volgt. In de hiervoor genoemde procedure heeft de CRvB overwogen dat verweerder conform zijn beleid voor de servicekosten een forfaitair bedrag heeft mogen toekennen (ECLI:NL:CRVB:2019:2422, punt 5.14). De verwijzing door verweerder naar een eerdere uitspraak van de CRvB (ECLI:NL:CRVB:2010:BL8817) moet ook in dit licht worden gezien, wat betekent dat indien de reële onderhoudskosten meer bedragen dan dit forfaitaire bedrag van € 51,58 per maand (dat verweerder conform zijn beleid als maximum aanhoudt), die moeten worden voldaan uit het reguliere inkomen ofwel de algemene bijstand, behoudens bijzondere omstandigheden. Eiseres heeft geen bijzondere omstandigheden gesteld.

5. Het beroep is gelet op wat hiervoor is overwogen kennelijk ongegrond, zodat voortzetting van het onderzoek niet nodig is.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.





Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.




Deze uitspraak is gedaan door mr. E.B.J. van Elden, rechter, in aanwezigheid van
mr. R. Stijnen, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 17 mei 2022.






De griffier en de rechter zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen.





griffier rechter




Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.