Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2022:1865
2022-03-16
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
ROT 21/6119 en ROT 21/6120
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Veelprocedeerder. Vereenvoudigde afdoening. De beroepen wegens niet tijdig beslissen worden niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser wegens misbruik van recht geen ontheffing van griffierecht wordt verleend, zodat hij in verzuim is het in de zaak verschuldigde griffierecht te voldoen. De beroepen van rechtswege tegen de brieven van 22 december 2021 en 26 januari 2022 worden ook niet-ontvankelijk verklaard, nu sprake is van misbruik van recht, omdat eiser handelt in strijd met de genoemde vaststellingsovereenkomst en omdat de bestuursrechter over vergelijkbare verzoeken eerder heeft geoordeeld dat eiser misbruik maakt van recht (bijv. ECLI:NL:RBROT:2020:1993, onder 8).
Citeert (1)
- ECLI:NL:RBROT:2020:1993 Rechtbank Rotterdam 09-03-2020
Geciteerd door (6)
- ECLI:NL:RBOBR:2025:5569 Rechtbank Oost-Brabant 04-09-2025
- ECLI:NL:RBROT:2025:121 Rechtbank Rotterdam 02-01-2025
- ECLI:NL:RBROT:2024:11383 Rechtbank Rotterdam 15-11-2024
- ECLI:NL:RBROT:2022:11173 Rechtbank Rotterdam 08-12-2022
- ECLI:NL:RBROT:2022:11172 Rechtbank Rotterdam 08-12-2022
- ECLI:NL:RBROT:2022:10011 Rechtbank Rotterdam 21-11-2022
Volledige tekst
Volledige tekst (2.702 tekens)
Rechtbank Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummers: ROT 21/6119 en ROT 21/6120
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 maart 2022 als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de zaken tussen
[Naam], te [Plaats], eiser,
en
het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel, verweerder.
Procesverloop
Eiser heeft beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op twee aanvragen om openbaarmaking van informatie over de gemeentelijke zorgmarinier en de gemeentelijke jeugdzorgfinanciën.
Bij brieven van 22 december 2021 en 26 januari 2022 heeft verweerder eiser onder verwijzing naar een onderlinge vaststellingsovereenkomst bericht dat niet inhoudelijk wordt ingaan op de aanvragen.
Eiser heeft met een beroep op betalingsonmacht verzocht om ontheffing van de verplichting tot betaling van griffierecht. De griffier heeft vooralsnog afgezien van het heffen van griffierecht.
Overwegingen
1. De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54 van de Awb uitspraak zonder zitting.
2. De beroepen wegens niet tijdig beslissen worden niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser wegens misbruik van recht geen ontheffing van griffierecht wordt verleend, zodat hij in verzuim is het in de zaak verschuldigde griffierecht te voldoen. De beroepen van rechtswege tegen de brieven van 22 december 2021 en 26 januari 2022 worden ook niet-ontvankelijk verklaard, nu sprake is van misbruik van recht, omdat eiser handelt in strijd met de genoemde vaststellingsovereenkomst en omdat de bestuursrechter over vergelijkbare verzoeken eerder heeft geoordeeld dat eiser misbruik maakt van recht (bijv. ECLI:NL:RBROT:2020:1993, onder 8).
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.B.J. van Elden, rechter, in aanwezigheid van
mr. R. Stijnen, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 16 maart 2022.
De griffier en de rechter zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank.
Bestuursrecht
zaaknummers: ROT 21/6119 en ROT 21/6120
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 maart 2022 als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de zaken tussen
[Naam], te [Plaats], eiser,
en
het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel, verweerder.
Procesverloop
Eiser heeft beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op twee aanvragen om openbaarmaking van informatie over de gemeentelijke zorgmarinier en de gemeentelijke jeugdzorgfinanciën.
Bij brieven van 22 december 2021 en 26 januari 2022 heeft verweerder eiser onder verwijzing naar een onderlinge vaststellingsovereenkomst bericht dat niet inhoudelijk wordt ingaan op de aanvragen.
Eiser heeft met een beroep op betalingsonmacht verzocht om ontheffing van de verplichting tot betaling van griffierecht. De griffier heeft vooralsnog afgezien van het heffen van griffierecht.
Overwegingen
1. De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54 van de Awb uitspraak zonder zitting.
2. De beroepen wegens niet tijdig beslissen worden niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser wegens misbruik van recht geen ontheffing van griffierecht wordt verleend, zodat hij in verzuim is het in de zaak verschuldigde griffierecht te voldoen. De beroepen van rechtswege tegen de brieven van 22 december 2021 en 26 januari 2022 worden ook niet-ontvankelijk verklaard, nu sprake is van misbruik van recht, omdat eiser handelt in strijd met de genoemde vaststellingsovereenkomst en omdat de bestuursrechter over vergelijkbare verzoeken eerder heeft geoordeeld dat eiser misbruik maakt van recht (bijv. ECLI:NL:RBROT:2020:1993, onder 8).
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.B.J. van Elden, rechter, in aanwezigheid van
mr. R. Stijnen, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 16 maart 2022.
De griffier en de rechter zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank.