Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2021:3557
2021-03-02
Strafrecht
10/750299-20
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Vrijspraak medeplegen van (verlengde) invoer van cocaïne. Teruggave inbeslaggenomen cargocard.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.810 tekens)
Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10/750299-20
Datum uitspraak: 2 maart 2021
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[naam verdachte],
geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte],
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres verdachte],
raadsman mr. J.T.H.M. Mühren, advocaat te Purmerend.
1. Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 16 februari 2021.
2. Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3. Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. N. Coenen heeft gevorderd:
- vrijspraak van het ten laste gelegde.
4. Vrijspraak
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.
5. In beslag genomen voorwerpen
Ten aanzien van de in beslag genomen cargocard van [naam bedrijf], die op de beslaglijst is vermeld onder 2, zal conform de vordering van de officier van justitie een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte.
Ten aanzien van de in beslag genomen mobiele telefoon, die op de beslaglijst is vermeld onder 3, zal de rechtbank geen beslissing nemen, omdat over de afwikkeling van het beslag op deze telefoon ter terechtzitting al overeenstemming is bereikt. De verdediging heeft toegezegd dat de verdachte afstand zal doen van deze telefoon en dit is door de officier van justitie geaccepteerd.
6. Bijlage
De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.
7. Beslissing
De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:- gelast de teruggave aan verdachte van de cargocard van [naam bedrijf], die op de beslaglijst is vermeld onder 2.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. K.A. Baggerman, voorzitter,
en mrs. J.M.L. van Mulbregt en N. Freese, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.K. van Zanten, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
De voorzitter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij in of omstreeks de periode van 22 juli 2020 tot en met 04 augustus 2020 te Rotterdam, althans te Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk
binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, althans aanwezig heeft gehad, ongeveer 743 kilogram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
art 2 ahf/ond A Opiumwet
art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht
art 10 lid 5 Opiumwet
Team straf 2
Parketnummer: 10/750299-20
Datum uitspraak: 2 maart 2021
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[naam verdachte],
geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte],
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres verdachte],
raadsman mr. J.T.H.M. Mühren, advocaat te Purmerend.
1. Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 16 februari 2021.
2. Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3. Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. N. Coenen heeft gevorderd:
- vrijspraak van het ten laste gelegde.
4. Vrijspraak
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.
5. In beslag genomen voorwerpen
Ten aanzien van de in beslag genomen cargocard van [naam bedrijf], die op de beslaglijst is vermeld onder 2, zal conform de vordering van de officier van justitie een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte.
Ten aanzien van de in beslag genomen mobiele telefoon, die op de beslaglijst is vermeld onder 3, zal de rechtbank geen beslissing nemen, omdat over de afwikkeling van het beslag op deze telefoon ter terechtzitting al overeenstemming is bereikt. De verdediging heeft toegezegd dat de verdachte afstand zal doen van deze telefoon en dit is door de officier van justitie geaccepteerd.
6. Bijlage
De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.
7. Beslissing
De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:- gelast de teruggave aan verdachte van de cargocard van [naam bedrijf], die op de beslaglijst is vermeld onder 2.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. K.A. Baggerman, voorzitter,
en mrs. J.M.L. van Mulbregt en N. Freese, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.K. van Zanten, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
De voorzitter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij in of omstreeks de periode van 22 juli 2020 tot en met 04 augustus 2020 te Rotterdam, althans te Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk
binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, althans aanwezig heeft gehad, ongeveer 743 kilogram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
art 2 ahf/ond A Opiumwet
art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht
art 10 lid 5 Opiumwet