Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2020:249
2020-01-21
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
AWB - 19 _ 6448
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Veelprocedeerder. Niet-ontvankelijk beroep wegens verzuim griffierecht te voldoen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:RBROT:2021:621 Rechtbank Rotterdam 04-02-2021
Volledige tekst
Volledige tekst (2.387 tekens)
Rechtbank Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 19/6448
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 januari 2020 als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen
[Naam], te [Plaats], eiser,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.
Procesverloop
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit door verweerder.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt door de griffier van de indiener van het beroepschrift een griffierecht geheven.
2. Bij aangetekende brief van 20 december 2019 heeft de griffier eiser erop gewezen dat hij een griffierecht van € 47,- verschuldigd is en hem aangemaand dit bedrag binnen twee weken te voldoen. Het vermelde bedrag is niet binnen de gestelde termijn bijgeschreven of ter griffie gestort.
3. Artikel 8:41, zesde lid, van de Awb bepaalt dat, indien het verschuldigde bedrag niet of niet tijdig is bijgeschreven of gestort, het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het beroepschrift in verzuim is geweest.
4. Naar het oordeel van de rechtbank kan redelijkerwijs worden geoordeeld dat eiser in verzuim is geweest. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Lunenberg, rechter, in tegenwoordigheid van
S.A. Bakker, griffier en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2020.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 19/6448
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 januari 2020 als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen
[Naam], te [Plaats], eiser,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.
Procesverloop
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit door verweerder.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt door de griffier van de indiener van het beroepschrift een griffierecht geheven.
2. Bij aangetekende brief van 20 december 2019 heeft de griffier eiser erop gewezen dat hij een griffierecht van € 47,- verschuldigd is en hem aangemaand dit bedrag binnen twee weken te voldoen. Het vermelde bedrag is niet binnen de gestelde termijn bijgeschreven of ter griffie gestort.
3. Artikel 8:41, zesde lid, van de Awb bepaalt dat, indien het verschuldigde bedrag niet of niet tijdig is bijgeschreven of gestort, het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het beroepschrift in verzuim is geweest.
4. Naar het oordeel van de rechtbank kan redelijkerwijs worden geoordeeld dat eiser in verzuim is geweest. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Lunenberg, rechter, in tegenwoordigheid van
S.A. Bakker, griffier en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2020.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.