Rechtbank Roermond
ECLI:NL:RBROE:2010:BO2565
2010-08-11
Civiel recht; Personen- en familierecht
101872 / FA RK 10-904
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Art. 69 Rv. Zelfstandig verzoek om verdeling huwelijksvermogensgemeenschap kan enkel bij dagvaarding worden gevorderd en niet ook bij verzoekschrift.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.310 tekens)
beschikking
RECHTBANK ROERMOND
Sector civielrecht
zaaknummer / rekestnummer: 101872 / FA RK 10-904
Beschikking van 11 augustus 2010
in de zaak van
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
verzoekster,
advocaat mr. B.T.M. de Kinkelder
en
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
verweerder,
advocaat mr. J.M.G. Cox.
1. De beoordeling
1.1. Bij verzoekschrift binnengekomen bij deze rechtbank op 2 juni 2010 heeft verzoekster verzocht om verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap op de door haar voorgestelde wijze.
1.2. De rechtbank is voorshands van oordeel dat, tenzij in het kader van een echtscheidingsprocedure verdeling van een huwelijksgoederengemeenschap wordt gevraagd als nevenvoorziening, de procedure tot verdeling van een huwelijksgoederengemeenschap als zelfstandige vordering door een dagvaarding dient te worden ingeleid. Dit gelet op het feit - in samenhang met art. 261 lid 2 Rv waarin is bepaald dat enkel die zaken met een verzoekschrift worden ingeleid ten aanzien waarvan dit uit de wet voortvloeit - dat in art. 677 Rv, hetgeen handelt over de verdeling van gemeenschappen, wordt gesproken over ‘het vonnis’ en ‘de vordering’.
1.3. De rechtbank komt het geraden voor om partijen eerst in de gelegenheid te stellen zich uit te spreken over het voorshands oordeel van de rechtbank dat een zelfstandige vordering tot verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap enkel bij dagvaarding kan worden ingeleid. Indien de rechtbank, na de – eventuele – uitlatingen van partijen bij haar voorshands oordeel blijft dat verzoekster het verkeerde inleidende processtuk heeft gehanteerd, dan dient te worden gehandeld in overeenstemming met het bepaalde in art. 69 Rv.
2. De beslissing
De rechtbank
2.1. stelt partijen in de gelegenheid zich uit te laten over het voorshands oordeel van de rechtbank binnen vier weken te rekenen vanaf de datum van deze uitspraak,
2.2. houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. R. Kluin en in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2010.?
RECHTBANK ROERMOND
Sector civielrecht
zaaknummer / rekestnummer: 101872 / FA RK 10-904
Beschikking van 11 augustus 2010
in de zaak van
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
verzoekster,
advocaat mr. B.T.M. de Kinkelder
en
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
verweerder,
advocaat mr. J.M.G. Cox.
1. De beoordeling
1.1. Bij verzoekschrift binnengekomen bij deze rechtbank op 2 juni 2010 heeft verzoekster verzocht om verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap op de door haar voorgestelde wijze.
1.2. De rechtbank is voorshands van oordeel dat, tenzij in het kader van een echtscheidingsprocedure verdeling van een huwelijksgoederengemeenschap wordt gevraagd als nevenvoorziening, de procedure tot verdeling van een huwelijksgoederengemeenschap als zelfstandige vordering door een dagvaarding dient te worden ingeleid. Dit gelet op het feit - in samenhang met art. 261 lid 2 Rv waarin is bepaald dat enkel die zaken met een verzoekschrift worden ingeleid ten aanzien waarvan dit uit de wet voortvloeit - dat in art. 677 Rv, hetgeen handelt over de verdeling van gemeenschappen, wordt gesproken over ‘het vonnis’ en ‘de vordering’.
1.3. De rechtbank komt het geraden voor om partijen eerst in de gelegenheid te stellen zich uit te spreken over het voorshands oordeel van de rechtbank dat een zelfstandige vordering tot verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap enkel bij dagvaarding kan worden ingeleid. Indien de rechtbank, na de – eventuele – uitlatingen van partijen bij haar voorshands oordeel blijft dat verzoekster het verkeerde inleidende processtuk heeft gehanteerd, dan dient te worden gehandeld in overeenstemming met het bepaalde in art. 69 Rv.
2. De beslissing
De rechtbank
2.1. stelt partijen in de gelegenheid zich uit te laten over het voorshands oordeel van de rechtbank binnen vier weken te rekenen vanaf de datum van deze uitspraak,
2.2. houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. R. Kluin en in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2010.?