Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2026:5842

2026-09-16 Civiel recht C/08/350248 / JE RK 26-1266
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2026-09-16
Publicatiedatum
2026-10-01
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/08/350248 / JE RK 26-1266
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.914 tekens)
RECHTBANK OVERIJSSEL


Familie- en Jeugdrecht



Locatie Zwolle



Zaaknummer: C/08/350248 / JE RK 26-1266
Datum uitspraak: 16 september 2026




Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling




in de zaak van




William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
de gecertificeerde instelling, hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Amsterdam,



over





[minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [minderjarige].



De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:





[de moeder]
, hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1],





[de vader]
, hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2].





1Het verloop van de procedure


1.1.
De kinderrechter heeft kennis genomen van het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 30 juli 2026.



1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder en
- [naam] namens de GI.





2De feiten


2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].



2.2.

[minderjarige] woont bij haar moeder.



2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 2 september 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 17 september 2026.





3Het verzoek


De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.





4De standpunten


4.1.
De moeder kan zich vinden in het verzoek van de GI.



4.2.
De vader is het niet eens met onder meer het advies dat Dimence bij hem thuis gaat meekijken. Ook vindt hij dat er te veel aan [minderjarige] wordt getrokken.





5De beoordeling


5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.



5.2.
De kinderrechter stelt allereerst vast dat er het afgelopen jaar in het kader van de ondertoezichtstelling zowel door de moeder als de vader positieve stappen zijn gezet. Zo is op aandringen van de GI traumatherapie en PMT bij Dimence voor de moeder ingezet en heeft de moeder meegewerkt aan het programma 14 condities voor goed genoeg ouderschap van Passie voor jeugd. Uit dat programma zijn nog aandachtspunten naar voren gekomen waaraan de moeder nog moet werken zoals:


(nog) beter aansluiten bij [minderjarige];


leren om [minderjarige] beter te begrenzen en


leren om beter met haar eigen emoties (als gevolg van eigen problematiek en trauma) om te gaan in plaats van deze weg te lachen.





5.3.

Wat de vader betreft is het positief en te prijzen dat hij akkoord is gegaan met het voorstel van de GI om zijn omgangsmomenten met [minderjarige] deels te laten begeleiden door de jeugdbeschermer en grotendeels door Passie voor Jeugd. Positief is ook dat de jeugdbeschermer op de zitting verklaarde dat de vader grotendeels meewerkt, de begeleiders goed met hem in gesprek kunnen gaan en hij toestemming heeft verleend voor psychologisch onderzoek van [minderjarige]. Duidelijk is ook dat de vader in staat is [minderjarige] de structuur te bieden die [minderjarige] hard nodig heeft. De vader heeft nog wel terrein te winnen als het gaat om het herkennen van emoties bij [minderjarige] en hoe hij daar het best op kan inspelen.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vader wel zijn ongenoegen geuit en was hij in ieder geval op zitting resoluut in zijn standpunt dat hij niet mee wil werken aan het advies dat Dimence komt meekijken in zijn thuissituatie. In de wetenschap dat de GI op de zitting verklaarde dat de vader in het afgelopen jaar zijn bereidwilligheid tot samenwerking heeft getoond en de vader net als de moeder het beste voor heeft met [minderjarige], gaat de kinderrechter ervan uit dat de vader bereid is om hierover verder met de jeugdbeschermer in gesprek te gaan.




5.4.
Dat er nog wel het een en ander moet gebeuren om de ernstige ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] (verder) weg te nemen staat naar het oordeel van de kinderrechter vast. Dit omdat [minderjarige] nog steeds zorgelijk gedrag laat zien. Zo komt zij nog steeds niet goed tot leren en het werken aan opdrachten op school. Daarnaast laat zij impulsief, chaotisch, dromerig en druk gedrag zien en is haar motoriek niet goed ontwikkeld. Inmiddels ondergaat [minderjarige] behandeling. Een mogelijk gewenste vervolgstap is een gezinsopname in [plaats]. De moeder heeft gemotiveerd verklaard waarom zij een dergelijke opname met [minderjarige] niet ziet zitten. Dit onder meer omdat zij [minderjarige] niet uit haar vertrouwde omgeving wil weghalen. Als echter blijkt dat opname van haar met [minderjarige] in [plaats] een laatste redmiddel is, dan is zij bereid ook aan dat traject haar medewerking te verlenen.



5.5.

Op grond van bovenstaande is de kinderrechter van oordeel dat [minderjarige] nog steeds ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd en hulp van de GI en door de GI in te zetten hulp nog nodig is om deze bedreiging weg te nemen.
De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar.




5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.





6De beslissing


De kinderrechter:



6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 17 september 2027;


6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.









Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026 door
mr. M. van der Hoeven, kinderrechter, in aanwezigheid van P. Groothedde, griffier, en op schrift gesteld op 30 september 2026.


























Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:





degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;




andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.






Artikel 1:260 BW.


Artikel 1:260, eerste lid, BW