Rechtbank Overijssel
ECLI:NL:RBOVE:2026:5722
2026-09-15
Civiel recht
12117599 \ CV EXPL 26-636
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Consumentenkoop. Non-conformiteit auto. Voldoende gelegenheid voor herstel geboden. Koopovereenkomst ontbonden. Verkoper gehouden tot terugbetaling van koopsom en schadevergoeding. Op verplichting tot terugbetaling van de koopsom wordt een vergoeding voor het gebruik van de auto door koper in mindering gebracht.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (32.127 tekens)
RECHTBANK
OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 12117599 \ CV EXPL 26-636
Vonnis van 15 september 2026
in de zaak van
[eiseres] ,
te [woonplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres],
procederend in persoon,
tegen
[gedaagde] , handelend onder de naam [bedrijf 1],
te [plaats 1],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [bedrijf 1],
gemachtigde: mr. M. de Jong.
1Inleiding en samenvatting
1.1
[eiseres] heeft een tweedehands auto van [bedrijf 1] gekocht. [eiseres] vraagt om een verklaring van recht dat zij de koopovereenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden, omdat zij met de auto niet veilig de weg op kon vanwege (onder meer) een probleem met de brandstof injectoren. [bedrijf 1] heeft de problemen met de auto niet hersteld. Zij wil daarom dat [bedrijf 1] de auto terugneemt en de koopsom terugbetaalt. [bedrijf 1] is het daar niet mee eens. Volgens [bedrijf 1] heeft zij een deugdelijke auto aan [eiseres] verkocht en moet de koper van een tweedehands auto bovendien bedacht zijn op gebreken. [bedrijf 1] vindt daarom dat de vorderingen van [eiseres] afgewezen moeten worden en dat [eiseres] bij toewijzing van de vorderingen een vergoeding voor het gebruik van de auto moet betalen.
1.2
De kantonrechter zal de vordering van [eiseres] (grotendeels) toewijzen en bepalen dat zij een gebruiksvergoeding moet betalen voor de periode waarin zij de auto wel heeft kunnen gebruiken. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom.
2De procedure
2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord
- de aanvullende reactie van [eiseres] op de conclusie van antwoord met overlegging van aanvullende producties - de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 13 augustus 2026, waarbij mr. de Jong spreekaantekeningen heeft voorgedragen en de griffier aantekeningen heeft gemaakt van wat verder is besproken.
2.2
Ten slotte is vonnis bepaald.
3De feiten
3.1
[eiseres] heeft op 7 juni 2025 een Mazda CX-30 (hierna: de auto) gekocht bij [bedrijf 1] voor een bedrag van € 18.000,00. De auto had op dat moment een kilometerstand van 148.784 kilometer.
3.2
Op 16 november 2025 ging het motormanagementlampje branden. Op advies van de ANWB heeft [eiseres] de auto direct de volgende dag naar een garage gebracht. Volgens de ANWB was sprake van een incorrecte werking van de injector / druksensor.
3.3
Op 17 november 2025 heeft Autobedrijf Mazda Pierre (een officiële Mazda-dealer) in [plaats 2] twee druksensoren vervangen.
3.4
Op 25 november 2025 heeft [eiseres] de auto opnieuw naar Mazda Pierre gebracht voor (al in oktober ingepland) onderhoud. Op dat moment constateert Mazda Pierre dat (onder meer) sprake was van een motorstoring veroorzaakt vanuit het brandstof injectiesyteem. Op de factuur staat het volgende, voor zover hier van belang, vermeld:
“Injectoren reinigen ivm 19%Fuel trim verschil.
Kan M.M. storing veroorzaken”
3.5
Op 28 november 2025 heeft [eiseres] [bedrijf 1] op de hoogte gesteld van de gebreken aan de auto.
3.6
Op 28 november 2025 heeft [bedrijf 1], voor zover hier van belang, het volgende aan [eiseres] geschreven:
“Ik nodig u uit om naar [plaats 1] te komen, zodat ik de Mazda bij mijn service partner ook nog een keer kan laten inspecteren. Zodat ik er ook een beeld van krijg van onderhoud/gebreken.
Hierna gaan we dan samen een gesprek over de situatie aan, en hopelijk dat we dan samen tot een oplossing komen.”
3.7
Op 29 november 2025 heeft [eiseres] aan [bedrijf 1] laten weten dat Mazda Pierre haar heeft afgeraden om nog met de auto te rijden, vanwege de ernst van de geconstateerde gebreken.
3.8
Op 16 december 2025 heeft [eiseres], voor zover hier van belang, het volgende aan de gemachtigde van [bedrijf 1] geschreven:
“Om iedere onduidelijkheid weg te nemen, stel ik u hierbij uitdrukkelijk alsnog in de gelegenheid om aan uw wettelijke verplichtingen te voldoen. Ik bied u daartoe uitsluitend de volgende twee opties:
1. Volledig en kosteloos herstel van het voertuig conform artikel 7:21 BW, waaronder begrepen alle noodzakelijke onderdelen, arbeid, diagnose en — indien van toepassing — het ophalen en retourneren van het voertuig, en mits dit binnen een redelijke termijn leidt tot een duurzaam en deugdelijk resultaat;
óf
2. Ontbinding van de koopovereenkomst ex artikel 7:22 BW, met volledige restitutie van de koopsom.
3.9
Op 17 december 2025 heeft (de gemachtigde van) [bedrijf 1] voorgesteld dat [eiseres] de auto naar [bedrijf 2] in [plaats 2] zou brengen. Hij heeft daarbij, voor zover hier van belang, het volgende geschreven:
“Deze zit bijzonder dicht bij u in de buurt en kan als onafhankelijke garage een deugdelijke diagnose stellen op de punten welke eerder zijn onderzocht. Vervolgens kan cliënte aan de hand van de door [bedrijf 2] gestelde diagnose en reparatie-offerte een concreet voorstel doen om de kwestie af te wikkelen,”
3.10
[eiseres] heeft daarop op 20 december 2025 laten weten dat zij bereid is mee te werken aan nader onderzoek als (onder andere) de auto door [bedrijf 1] wordt opgehaald en na herstel weer wordt teruggebracht, zodat zij geen risico hoeft te nemen om met het voertuig te rijden. Zij heeft daarbij nogmaals gewezen op het advies van Mazda Pierre om niet langer met het voertuig te rijden. In deze brief heeft zij verder, voor zover hier van belang, het volgende geschreven:
“Gelet op het voorgaande stel ik cliënte hierbij nog eenmaal in de gelegenheid
om binnen 7 dagen na dagtekening van dit schrijven:
• óf over te gaan tot volledig en kosteloos herstel van alle gebreken onder de
hierboven genoemde voorwaarden;
• óf een concreet voorstel tot ontbinding van de koopovereenkomst te doen,
inclusief terugname van het voertuig en restitutie van de koopsom.”
3.11
Op 7 januari 2026 heeft (de gemachtigde van) [bedrijf 1] het volgende, voor zover hier van belang, geschreven:
“Ondanks dat het voorstel reeds is vervallen, is cliënte bereid om nog éénmaal een handreiking te doen en stelt voor dat u de auto laat diagnosticeren door [bedrijf 2] in [plaats 2]. Vervolgens kan cliënte aan de hand van de door [bedrijf 2] gestelde diagnose en reparatie-offerte een concreet voorstel doen om de kwestie af te wikkelen, ondanks het gegeven dat cliënte meent dat er geen sprake is van non-conformiteit en u reeds een bijzonder coulant voorstel heeft gedaan. U dient hiertoe een afspraak te maken en de auto bij [bedrijf 2] langs te brengen.”
3.12
Op 14 januari 2026 heeft [eiseres] [bedrijf 1] als volgt in gebreke gesteld:
“Ik sommeer uw cliënte hierbij om binnen zeven (7) dagen na dagtekening van deze brief alsnog ondubbelzinnig te bevestigen dat zij zal overgaan tot kosteloos herstel van de vastgestelde gebreken, dan wel een andere passende oplossing te bieden.”
3.13
Op 17 januari 2026 heeft [eiseres] een schriftelijke onderbouwing van het negatieve rij-advies, afgegeven door een service adviseur van Mazda Pierre, toegezonden aan de gemachtigde van [bedrijf 1]. Deze onderbouwing houdt, voor zover hier van belang, het volgende in:
“Via deze weg onze onderbouwing om niet meer met de auto te gaan rijden mbt de motorstoring veroorzaakt vanuit het brandstof injectiesyteem Doorrijden met een storing in het brandstofsysteem is onverstandig omdat dit kan leiden tot ernstige motorschade.
Als de brandstofinjectoren van uw Mazda CX-30 niet goed functioneren, brengt dit diverse risico’s met zich mee:
Defecte of vervuilde injectoren verstoren de juiste lucht-brandstofverhouding (inspuiting) en veroorzaken daardoor inwendig een slechte onregelmatige verbranding. Dat kan op zijn beurt weer dure reparaties aan het gehele brandstofsysteem of inwendig ernstige schade aan de motor of kleppen veroorzaken Vandaar ons advies om er niet meer mee te gaan rijden. -
Naast het technische aspect kan deze storing ook zorgen voor onveilige situaties. Een auto met een brandstofsysteemstoring kan plotseling motorvermogen verliezen of zelfs afslaan tijdens het rijden, wat tot gevaarlijke situaties kan leiden, zeker op de snelweg.
Uiteindelijk kan het doorrijden zelfs leiden tot een volledige stilstand van de auto, waardoor u met pech langs de weg kan komen te staan.”
3.14
Op 19 januari 2026 heeft (de gemachtigde van) [bedrijf 1] nogmaals verzocht om de auto naar [bedrijf 2] te brengen, omdat uit de verklaring zou blijken dat autorijden wel mogelijk is, zij het dat dit tot een minimum moet worden beperkt.
3.15
Op 19 januari 2026 schrijft [eiseres], voor zover hier van belang, het volgende aan de gemachtigde van [bedrijf 1]:
“Onder verwijzing naar de tussen ons gesloten koopovereenkomst van 7 juni 202 betreffende de door u geleverde auto met kenteken [kenteken], alsmede de hierover gevoerde correspondentie, verklaar ik hierbij het volgende.
## 1. Ontbinding
Ik verklaar de koopovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden op grond van non-conformiteit ex artikel 7:17 BW, in samenhang met artikelen 7:21, 7:22 en 6:265 BW.
[…]
Ik verzoek en voor zover nodig sommeer u om binnen 14 dagen na dagtekening van deze brief:
1. de volledige koopprijs ad € 18.000,—, door mij voldaan op 7 juni 2025, terug te betalen op rekening [rekeningnummer] ten name van [eiseres] ;
2. de auto met kenteken [kenteken] op uw kosten en risico bij mij op te halen;
3. vergoeding van door mij gemaakte redelijke kosten ad € 1.187,86, bestaande uit:
— een eigen bijdrage van € 492,15 voor onderzoek en herstelwerkzaamheden in verband met de geconstateerde gebreken;
— kosten ad € 695,71 voor een grote onderhoudsbeurt en APK, uitgevoerd op 26 november 2025.”
3.16
Op 23 januari 2026 heeft [eiseres] het volgende, voor zover hier van belang, geschreven:
“Indien niet uiterlijk binnen de in mijn brief van 19 januari 2026 gestelde termijn volledig aan mijn sommatie is voldaan, zal ik zonder nadere aankondiging overgaan tot het aanhangig maken van een procedure bij de kantonrechter […]”
4Het geschil
4.1
[eiseres] vordert uitvoerbaar bij voorraad – samengevat – dat de kantonrechter:
- voor recht verklaart dat de koopovereenkomst rechtsgeldig is ontbonden
- [bedrijf 1] veroordeelt tot terugbetaling van de kooprijs van € 18.000,00
- [bedrijf 1] veroordeelt tot betaling van € 1.187,86 aan door [eiseres] gemaakte kosten
- [bedrijf 1] veroordeelt tot betaling van kosten van wegenbelasting en verzekering ter hoogte van € 135,00 per maand vanaf eind november 2025,
met veroordeling van [bedrijf 1] in de kosten van deze procedure.
4.2
[bedrijf 1] voert verweer. [bedrijf 1] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiseres], dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres], met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure.
4.3
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5De beoordeling
De dagvaarding is niet nietig
5.1
De dagvaarding is niet nietig, zoals [bedrijf 1] heeft betoogd. De dagvaarding voldoet aan de eisen die de wet daaraan stelt. De eis en de gronden daarvan zijn helder en de dagvaarding is voorzien van bewijsmiddelen door middel van producties. Ook staat er een bewijsaanbod in. Van een schending van de substantiëringsplicht is evenmin sprake. [eiseres] heeft aan haar vordering op voldoende inzichtelijke wijzigingen stellingen ten grondslag gelegd die zij aan de hand van producties ook van een onderbouwing heeft voorzien. Daarom wordt dit formele verweer door de kantonrechter gepasseerd.
De aanvullende reactie van [eiseres] wordt niet buiten beschouwing gelaten
5.2
[bedrijf 1] heeft verzocht de aanvullende reactie van [eiseres] buiten beschouwing te laten, dan wel haar gelegenheid te geven tot het nemen van dupliek. De kantonrechter ziet daartoe geen aanleiding en overweegt daartoe als volgt. De nadere reactie bevat deels een toelichting op de nader ingediende producties en voor het overige is de omvang vergelijkbaar met de spreekaantekeningen die door de gemachtigde van [bedrijf 1] zijn voorgedragen en overgelegd. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiseres] daarentegen geen nadere toelichting nodig geacht op hetgeen zij voorafgaand aan de mondelinge behandeling op schrift had gesteld.
Non-conformiteit
5.3
In deze procedure moet de vraag worden beantwoord of de gebreken aan de auto non-conformiteit opleveren en of [bedrijf 1] het aankoopbedrag aan [eiseres] moet terugbetalen. Bij het beantwoorden van die vraag stelt de kantonrechter voorop dat het hier gaat om een consumentenkoop.
5.4
Op grond van artikel 7:17 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) moet de afgeleverde zaak (de auto) aan de overeenkomst beantwoorden. Lid 2 bepaalt dat een zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt als zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper daarover heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen.
5.5
Volgens vaste rechtspraak wordt bij de koop van een tweedehandsauto om daarmee aan het verkeer deel te nemen, aangenomen dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt als het gebruik van de auto een gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert door een gebrek dat niet eenvoudig door de koper kan worden ontdekt en hersteld (HR 15 april 1994, ECLI:NL:HR1994:ZC1338).
5.6
Bij een consumentenkoop wordt op grond van artikel 7:18a lid 2 BW vermoed dat de zaak bij aflevering niet aan de overeenkomst beantwoordt, indien de afwijking van het overeengekomene zich binnen één jaar na aflevering openbaart, tenzij de verkoper anders aantoont of de aard van de zaak of de aard van de afwijking zich daartegen verzet.
5.7
Daarnaast geldt voor een vordering tot ontbinding dat [eiseres] eerst [bedrijf 1] moet hebben verzocht het gebrek te herstellen voordat de overeenkomst kan worden ontbonden. Pas als herstel onmogelijk is of van [bedrijf 1] niet gevergd kan worden, of wanneer [eiseres] al om herstel of vervanging heeft gevraagd maar niet heeft gekregen, heeft [eiseres] recht op ontbinding. Dit wordt het getrapte stelsel van rechtsmiddelen genoemd. Het getrapte stelsel heeft als doel de verkoper de gelegenheid te bieden alsnog correct te presteren en het contract (tot op zekere hoogte) te respecteren en in stand te houden. Op grond van de hoofdregel van artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) ligt de stelplicht dat aan dit vereiste is voldaan op [eiseres].
De auto voldeed niet aan de overeenkomst
5.8
Allereerst moet worden vastgesteld wat er aan de auto mankeert. Vast staat dat het motormanagementlampje ging branden op 16 november 2025. Op dat moment werd door de pechhulp aangegeven dat sprake was van een onjuiste werking van de injector of druksensor. Bij garage Mazda Pierre zijn vervolgens de druksensoren vervangen. Op een later moment is door Mazda Pierre vastgesteld dat sprake was van een motorstoring, die werd veroorzaakt vanuit het brandstofinjectiesysteem. Volgens Mazda Pierre was het noodzakelijk om de vervuilde injectoren te reinigen, om verdere schade aan het brandstofsysteem en motorschade te voorkomen. [eiseres] heeft dit naar het oordeel van de kantonrechter voldoende onderbouwd met de facturen, de offerte en de schriftelijke verklaring van Mazda Pierre. [bedrijf 1] heeft dit niet gemotiveerd betwist. Zij stelt alleen dat zij zelf de auto wilde onderzoeken om vast te stellen of de bevindingen van Mazda Pierre kloppen. Maar zij heeft niets concreets aangevoerd dat tot het oordeel leidt dat de bevindingen van Mazda Pierre niet kloppen.
5.9
Dan is de vraag wat [eiseres] bij de aankoop van de auto mocht verwachten. Omdat het een tweedehands auto is, moet [eiseres] wel accepteren dat er zich op een zeker moment bepaalde gebreken aan de auto kunnen voordoen. Maar [eiseres] hoeft geen gebreken te verwachten waardoor zij met de auto niet op een veilige manier aan het verkeer kan deelnemen. [eiseres] heeft gesteld dat het gebruik van de auto door een storing in het brandstof injectiesyteem een gevaar oplevert voor de verkeersveiligheid. Ter onderbouwing hiervan heeft [eiseres] naar voren gebracht dat het gebrek kan leiden tot schade aan het brandstofsysteem, inwendig ernstige schade aan de motor, plotseling vermogensverlies of zelfs motoruitval wat kan leiden tot volledige stilstand van de auto. Dit kan tot gevaarlijke situaties leiden, zeker op de snelweg. Dit alles is niet weersproken door [bedrijf 1] en onder deze omstandigheden is evident dat de auto niet veilig kan deelnemen aan het verkeer. Daarom is de kantonrechter van oordeel dat het gebrek het normale gebruik van de auto in de weg staan.
5.10
Het verweer van [bedrijf 1] dat het gebrek voor rekening van [eiseres] komt omdat zij de auto zonder garantie heeft gekocht en niet zelf heeft laten keuren, slaagt evenmin. Deze omstandigheden maken namelijk niet dat [bedrijf 1] niet aan haar wettelijke verplichtingen ten aanzien van de conformiteit van de auto heeft te voldoen.
5.11
Omdat het gebrek zich binnen een jaar na aflevering van de auto openbaarde, wordt vermoed dat de auto al bij aflevering niet aan de overeenkomst beantwoordde. Het is aan [bedrijf 1] om dit vermoeden te weerleggen met het tegendeel. Autocentrum kan niet volstaan met het zaaien van twijfel of het vermoeden houdbaar is, maar moet voldoende concreet en onderbouwd stellen en zo nodig bewijzen dat de auto bij aflevering wel degelijk aan de overeenkomst heeft beantwoord. De enkele stelling dat het niet mogelijk was geweest om bijna 11.000 kilometer met de auto te rijden als het gebrek al bij levering aanwezig was, is te algemeen om te bewijzen dat dit pas na levering is ontstaan.
5.12
Gelet op het voorgaande gaat de kantonrechter ervan uit dat (i) de auto niet de eigenschappen bezit die [eiseres] mocht verwachten en (ii) de auto al niet voldeed aan de koopovereenkomst op het moment van aflevering.
[eiseres] mocht de overeenkomst ontbinden
5.13
Wanneer de zaak niet aan de overeenkomst voldoet kan de koper op grond van artikel 7:22 BW de koopovereenkomst ontbinden.
5.14
In het tweede lid van artikel 7:22 BW is bepaald dat de bevoegdheid tot ontbinding pas ontstaat wanneer herstel onmogelijk is of niet van de verkoper gevergd kan worden of de verkoper tekort is geschoten in een verplichting om binnen een redelijke termijn en zonder ernstig overlast voor de verkoper de zaak te herstellen. [bedrijf 1] heeft aangevoerd dat [eiseres] de overeenkomst niet kon ontbinden omdat zij haar onvoldoende in de gelegenheid heeft gesteld de gebreken te herstellen. [bedrijf 1] verwijst daarbij naar de brieven waarin zij heeft aangeboden dat [eiseres] de auto naar een door [bedrijf 1] aangewezen garage kon brengen. De kantonrechter volgt [bedrijf 1] daarin niet en legt dit als volgt uit.
5.15
[eiseres] heeft [bedrijf 1] in haar brieven van 16 december 2025, 20 december 2025 en van 14 januari 2026 schriftelijk in de gelegenheid gesteld om over te gaan tot kosteloos herstel van de gebreken aan de auto. Gelet op de omstandigheden van het geval – dat [bedrijf 1] al vanaf 28 november 2025 wist van de door Mazda Pierre geconstateerde gebreken en daarna meerdere keren schriftelijk in de gelegenheid is gesteld tot herstel – gaat de kantonrechter voorbij aan het verweer dat [bedrijf 1] geen redelijke termijn voor herstel zou hebben gekregen.
5.16
Van die gelegenheid heeft [bedrijf 1] geen gebruik gemaakt. Zij heeft niet toegezegd dat zij zal overgaan tot kosteloos herstel van de gebreken die leiden tot non-conformiteit, maar slechts geantwoord dat zij na diagnose van de gebreken een concreet voorstel zal doen om de kwestie af te wikkelen. Het is weliswaar juist dat de koper de verkoper in de gelegenheid moet stellen om adequaat onderzoek te doen naar de gebreken die non-conformiteit opleveren, maar het gaat in dit geval te ver om van [eiseres] te verwachten dat zij de auto daarvoor naar de door [bedrijf 1] aangewezen garage zou brengen. Zij had immers al op 29 november 2025 meegedeeld dat zij een negatief rij-advies had gekregen en dit van onderbouwing heeft voorzien op 17 januari 2026. Het kon redelijkerwijs niet van [eiseres] worden verwacht dat zij daarom nog met de auto zou rijden. Dat [bedrijf 1] geen gelegenheid heeft gemaakt van de gelegenheid om de auto te onderzoeken en te herstellen komt voor haar rekening en risico.
5.17
Omdat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt en [bedrijf 1] na de sommaties van [eiseres] op 20 december 2025 en 14 januari 2026 niet binnen een redelijke termijn tot herstel van de gebreken is overgegaan, stond het [eiseres] vrij om de koopovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden. Dat heeft zij ook gedaan in de brief van 19 januari 2026. De gevorderde verklaring voor recht zal daarom worden toegewezen. Dat betekent dat per die datum op beide partijen een ongedaanmakingsverbintenis rust. Dit houdt in dat [eiseres] de auto weer aan [bedrijf 1] moet teruggeven en dat [bedrijf 1] de auto terug moet nemen, [eiseres] moet vrijwaren en de koopsom moet terugbetalen.
Gebruiksvergoeding
5.18
[bedrijf 1] heeft zich op het standpunt gesteld dat, indien de koopovereenkomst wordt ontbonden, [eiseres] een gebruiksvergoeding aan haar moet betalen.
5.19
Artikel 6:78 BW biedt in samenhang met artikel 6:212 BW (ongerechtvaardigde verrijking) grond voor het toekennen van een redelijke vergoeding aan [bedrijf 1] voor het gebruik van de auto door [eiseres]. De kantonrechter begrijpt de stellingen van [bedrijf 1] zo dat [eiseres] in ieder geval 10.952 kilometer in de auto heeft kunnen rijden, zonder dat daar een vergoeding tegenover zou staan bij ontbinding van de overeenkomst en dat [eiseres] daarom een vergoeding aan haar moet betalen. Gelet hierop ziet de kantonrechter aanleiding het door [eiseres] genoten voordeel als bedoeld in artikel 6:78 BW te begroten op € 1.250,00. Bij deze begroting heeft de kantonrechter rekening gehouden met het feit dat [eiseres] een aanzienlijk aantal kilometers in de auto heeft gereden en de gemiddelde afschrijving van een auto, maar dat zij de kosten met betrekking tot de auto (zoals de kosten voor benzine en de verzekeringen) zelf heeft betaald. De redelijke vergoeding van € 1.250,00 zal de kantonrechter in mindering brengen op de door [bedrijf 1] terug te betalen koopsom.
Schadevergoeding
5.20
[eiseres] vordert een schadevergoeding van € 1.187,86 voor
het stellen van een diagnose voor de motorstoring en het vervangen van de druksensor (een bedrag van € 492,15)
de onderhoudsbeurt in november 2025 (een bedrag van € 695,71)
de kosten voor wegenbelasting en verzekering vanaf eind november 2025.
5.21
Op grond van artikel 7:22 lid 4 juncto artikel 7:24 lid 1 BW heeft [eiseres] in principe recht op schadevergoeding overeenkomstig afdeling 9 en 10 van titel 1 van boek 6 BW, aangezien hiervoor is vastgesteld dat sprake is van een afgeleverde zaak die niet de eigenschappen bezit die [eiseres] op grond van de overeenkomst mocht verwachten.
5.22
De vordering onder a) is toewijsbaar, omdat [eiseres] deze kosten heeft moeten maken voor het vaststellen van de gebreken en zij deze kosten heeft gemaakt die ten goede komen aan een auto die zij vervolgens (vanwege non-conformiteit) niet meer kon gebruiken.
5.23
De vordering onder b) zal schattenderwijs voor de helft worden toegewezen. Aangenomen kan worden dat deze kosten deels zien op de periode waarin [eiseres] wel gebruik heeft kunnen maken voor de auto en deels op de periode daarna.
5.24
De vordering onder c) is eveneens toewijsbaar. [eiseres] heeft voldoende gesteld dat zij maandelijks € 135,00 voor wegenbelasting en verzekering van de auto betaalt. De doorlopende kosten voor de auto kunnen worden aangemerkt als schade. Zoals hiervoor is overwogen, is de auto een gevaar voor de verkeersveiligheid en heeft [eiseres] geen gebruik meer kunnen maken van de auto terwijl deze kosten wel doorlopen.
5.25
[bedrijf 1] voert aan dat [eiseres] niet heeft voldaan aan de op haar rustende schadebeperkingsplicht, omdat het kenteken niet is geschorst en de verzekering niet is opgezegd na buitengerechtelijke ontbinding. Volgens [bedrijf 1] had [eiseres] bovendien kunnen vragen of zij de auto (kosteloos) bij [bedrijf 1] kon stallen, om vervolgens het kenteken te schorsen en de verzekering op te zeggen. De kantonrechter verwerpt dit verweer. [eiseres] heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat de auto geparkeerd stond op de openbare weg en zij niet de beschikking had over een privéparkeerplek. Onder die omstandigheden was er voor [eiseres] dus – anders dan [bedrijf 1] stelt – geen mogelijkheid om het kenteken te schorsen en de verzekering op te zeggen. Evenmin is het stallen van de auto bij de verkoper een reële mogelijkheid geweest om de schade te beperken. Gesteld noch gebleken is dat [bedrijf 1] [eiseres] heeft gewezen op de mogelijkheid de auto kosteloos bij haar te stallen en – gelet op het negatieve rijadvies – zorg te dragen voor transport. Zoals hiervoor al is overwogen kon van [eiseres] bovendien niet gevergd worden dat zij met de auto naar Zwolle zou rijden. De kantonrechter zal de vordering daarom toewijzen vanaf de dag dat [eiseres] niet meer met de auto kon rijden tot aan de dag dat de auto is overgezet op naam van [bedrijf 1].
De proceskosten
5.26
Van te snel dagvaarden, zoals bij conclusie van antwoord wordt gesteld, is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake. [bedrijf 1] is voldoende in de gelegenheid gesteld om aan de vordering te voldoen, laatstelijk in het e-mailbericht van 23 januari 2026.
5.27
[bedrijf 1] moet daarom als de in het ongelijk gestelde partij de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
156,85
- griffierecht
€
753,00
- salaris gemachtigde
€
864,00
(2 punten × € 432,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.917,85
6De beslissing
De kantonrechter
6.1
verklaart voor recht dat [eiseres] de koopovereenkomst met betrekking tot de Mazda CX-30 met kenteken [kenteken] per 19 januari 2026 buitengerechtelijk heeft ontbonden,
6.2
veroordeelt [bedrijf 1] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 16.750,00,
6.3
veroordeelt [bedrijf 1] om aan [eiseres] te betalen een bedrag aan schadevergoeding van € 840,00,
6.4
veroordeelt [bedrijf 1] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 135,00 per maand aan verzekeringspremie en motorrijtuigenbelasting vanaf 29 november 2025 tot aan de dag dat de auto is overgezet op naam van [bedrijf 1],
6.5
veroordeelt [bedrijf 1] in de proceskosten van € 1.917,85, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [bedrijf 1] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.6
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.7
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.W.G. Wijnands en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2026.
OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 12117599 \ CV EXPL 26-636
Vonnis van 15 september 2026
in de zaak van
[eiseres] ,
te [woonplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres],
procederend in persoon,
tegen
[gedaagde] , handelend onder de naam [bedrijf 1],
te [plaats 1],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [bedrijf 1],
gemachtigde: mr. M. de Jong.
1Inleiding en samenvatting
1.1
[eiseres] heeft een tweedehands auto van [bedrijf 1] gekocht. [eiseres] vraagt om een verklaring van recht dat zij de koopovereenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden, omdat zij met de auto niet veilig de weg op kon vanwege (onder meer) een probleem met de brandstof injectoren. [bedrijf 1] heeft de problemen met de auto niet hersteld. Zij wil daarom dat [bedrijf 1] de auto terugneemt en de koopsom terugbetaalt. [bedrijf 1] is het daar niet mee eens. Volgens [bedrijf 1] heeft zij een deugdelijke auto aan [eiseres] verkocht en moet de koper van een tweedehands auto bovendien bedacht zijn op gebreken. [bedrijf 1] vindt daarom dat de vorderingen van [eiseres] afgewezen moeten worden en dat [eiseres] bij toewijzing van de vorderingen een vergoeding voor het gebruik van de auto moet betalen.
1.2
De kantonrechter zal de vordering van [eiseres] (grotendeels) toewijzen en bepalen dat zij een gebruiksvergoeding moet betalen voor de periode waarin zij de auto wel heeft kunnen gebruiken. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom.
2De procedure
2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord
- de aanvullende reactie van [eiseres] op de conclusie van antwoord met overlegging van aanvullende producties - de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 13 augustus 2026, waarbij mr. de Jong spreekaantekeningen heeft voorgedragen en de griffier aantekeningen heeft gemaakt van wat verder is besproken.
2.2
Ten slotte is vonnis bepaald.
3De feiten
3.1
[eiseres] heeft op 7 juni 2025 een Mazda CX-30 (hierna: de auto) gekocht bij [bedrijf 1] voor een bedrag van € 18.000,00. De auto had op dat moment een kilometerstand van 148.784 kilometer.
3.2
Op 16 november 2025 ging het motormanagementlampje branden. Op advies van de ANWB heeft [eiseres] de auto direct de volgende dag naar een garage gebracht. Volgens de ANWB was sprake van een incorrecte werking van de injector / druksensor.
3.3
Op 17 november 2025 heeft Autobedrijf Mazda Pierre (een officiële Mazda-dealer) in [plaats 2] twee druksensoren vervangen.
3.4
Op 25 november 2025 heeft [eiseres] de auto opnieuw naar Mazda Pierre gebracht voor (al in oktober ingepland) onderhoud. Op dat moment constateert Mazda Pierre dat (onder meer) sprake was van een motorstoring veroorzaakt vanuit het brandstof injectiesyteem. Op de factuur staat het volgende, voor zover hier van belang, vermeld:
“Injectoren reinigen ivm 19%Fuel trim verschil.
Kan M.M. storing veroorzaken”
3.5
Op 28 november 2025 heeft [eiseres] [bedrijf 1] op de hoogte gesteld van de gebreken aan de auto.
3.6
Op 28 november 2025 heeft [bedrijf 1], voor zover hier van belang, het volgende aan [eiseres] geschreven:
“Ik nodig u uit om naar [plaats 1] te komen, zodat ik de Mazda bij mijn service partner ook nog een keer kan laten inspecteren. Zodat ik er ook een beeld van krijg van onderhoud/gebreken.
Hierna gaan we dan samen een gesprek over de situatie aan, en hopelijk dat we dan samen tot een oplossing komen.”
3.7
Op 29 november 2025 heeft [eiseres] aan [bedrijf 1] laten weten dat Mazda Pierre haar heeft afgeraden om nog met de auto te rijden, vanwege de ernst van de geconstateerde gebreken.
3.8
Op 16 december 2025 heeft [eiseres], voor zover hier van belang, het volgende aan de gemachtigde van [bedrijf 1] geschreven:
“Om iedere onduidelijkheid weg te nemen, stel ik u hierbij uitdrukkelijk alsnog in de gelegenheid om aan uw wettelijke verplichtingen te voldoen. Ik bied u daartoe uitsluitend de volgende twee opties:
1. Volledig en kosteloos herstel van het voertuig conform artikel 7:21 BW, waaronder begrepen alle noodzakelijke onderdelen, arbeid, diagnose en — indien van toepassing — het ophalen en retourneren van het voertuig, en mits dit binnen een redelijke termijn leidt tot een duurzaam en deugdelijk resultaat;
óf
2. Ontbinding van de koopovereenkomst ex artikel 7:22 BW, met volledige restitutie van de koopsom.
3.9
Op 17 december 2025 heeft (de gemachtigde van) [bedrijf 1] voorgesteld dat [eiseres] de auto naar [bedrijf 2] in [plaats 2] zou brengen. Hij heeft daarbij, voor zover hier van belang, het volgende geschreven:
“Deze zit bijzonder dicht bij u in de buurt en kan als onafhankelijke garage een deugdelijke diagnose stellen op de punten welke eerder zijn onderzocht. Vervolgens kan cliënte aan de hand van de door [bedrijf 2] gestelde diagnose en reparatie-offerte een concreet voorstel doen om de kwestie af te wikkelen,”
3.10
[eiseres] heeft daarop op 20 december 2025 laten weten dat zij bereid is mee te werken aan nader onderzoek als (onder andere) de auto door [bedrijf 1] wordt opgehaald en na herstel weer wordt teruggebracht, zodat zij geen risico hoeft te nemen om met het voertuig te rijden. Zij heeft daarbij nogmaals gewezen op het advies van Mazda Pierre om niet langer met het voertuig te rijden. In deze brief heeft zij verder, voor zover hier van belang, het volgende geschreven:
“Gelet op het voorgaande stel ik cliënte hierbij nog eenmaal in de gelegenheid
om binnen 7 dagen na dagtekening van dit schrijven:
• óf over te gaan tot volledig en kosteloos herstel van alle gebreken onder de
hierboven genoemde voorwaarden;
• óf een concreet voorstel tot ontbinding van de koopovereenkomst te doen,
inclusief terugname van het voertuig en restitutie van de koopsom.”
3.11
Op 7 januari 2026 heeft (de gemachtigde van) [bedrijf 1] het volgende, voor zover hier van belang, geschreven:
“Ondanks dat het voorstel reeds is vervallen, is cliënte bereid om nog éénmaal een handreiking te doen en stelt voor dat u de auto laat diagnosticeren door [bedrijf 2] in [plaats 2]. Vervolgens kan cliënte aan de hand van de door [bedrijf 2] gestelde diagnose en reparatie-offerte een concreet voorstel doen om de kwestie af te wikkelen, ondanks het gegeven dat cliënte meent dat er geen sprake is van non-conformiteit en u reeds een bijzonder coulant voorstel heeft gedaan. U dient hiertoe een afspraak te maken en de auto bij [bedrijf 2] langs te brengen.”
3.12
Op 14 januari 2026 heeft [eiseres] [bedrijf 1] als volgt in gebreke gesteld:
“Ik sommeer uw cliënte hierbij om binnen zeven (7) dagen na dagtekening van deze brief alsnog ondubbelzinnig te bevestigen dat zij zal overgaan tot kosteloos herstel van de vastgestelde gebreken, dan wel een andere passende oplossing te bieden.”
3.13
Op 17 januari 2026 heeft [eiseres] een schriftelijke onderbouwing van het negatieve rij-advies, afgegeven door een service adviseur van Mazda Pierre, toegezonden aan de gemachtigde van [bedrijf 1]. Deze onderbouwing houdt, voor zover hier van belang, het volgende in:
“Via deze weg onze onderbouwing om niet meer met de auto te gaan rijden mbt de motorstoring veroorzaakt vanuit het brandstof injectiesyteem Doorrijden met een storing in het brandstofsysteem is onverstandig omdat dit kan leiden tot ernstige motorschade.
Als de brandstofinjectoren van uw Mazda CX-30 niet goed functioneren, brengt dit diverse risico’s met zich mee:
Defecte of vervuilde injectoren verstoren de juiste lucht-brandstofverhouding (inspuiting) en veroorzaken daardoor inwendig een slechte onregelmatige verbranding. Dat kan op zijn beurt weer dure reparaties aan het gehele brandstofsysteem of inwendig ernstige schade aan de motor of kleppen veroorzaken Vandaar ons advies om er niet meer mee te gaan rijden. -
Naast het technische aspect kan deze storing ook zorgen voor onveilige situaties. Een auto met een brandstofsysteemstoring kan plotseling motorvermogen verliezen of zelfs afslaan tijdens het rijden, wat tot gevaarlijke situaties kan leiden, zeker op de snelweg.
Uiteindelijk kan het doorrijden zelfs leiden tot een volledige stilstand van de auto, waardoor u met pech langs de weg kan komen te staan.”
3.14
Op 19 januari 2026 heeft (de gemachtigde van) [bedrijf 1] nogmaals verzocht om de auto naar [bedrijf 2] te brengen, omdat uit de verklaring zou blijken dat autorijden wel mogelijk is, zij het dat dit tot een minimum moet worden beperkt.
3.15
Op 19 januari 2026 schrijft [eiseres], voor zover hier van belang, het volgende aan de gemachtigde van [bedrijf 1]:
“Onder verwijzing naar de tussen ons gesloten koopovereenkomst van 7 juni 202 betreffende de door u geleverde auto met kenteken [kenteken], alsmede de hierover gevoerde correspondentie, verklaar ik hierbij het volgende.
## 1. Ontbinding
Ik verklaar de koopovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden op grond van non-conformiteit ex artikel 7:17 BW, in samenhang met artikelen 7:21, 7:22 en 6:265 BW.
[…]
Ik verzoek en voor zover nodig sommeer u om binnen 14 dagen na dagtekening van deze brief:
1. de volledige koopprijs ad € 18.000,—, door mij voldaan op 7 juni 2025, terug te betalen op rekening [rekeningnummer] ten name van [eiseres] ;
2. de auto met kenteken [kenteken] op uw kosten en risico bij mij op te halen;
3. vergoeding van door mij gemaakte redelijke kosten ad € 1.187,86, bestaande uit:
— een eigen bijdrage van € 492,15 voor onderzoek en herstelwerkzaamheden in verband met de geconstateerde gebreken;
— kosten ad € 695,71 voor een grote onderhoudsbeurt en APK, uitgevoerd op 26 november 2025.”
3.16
Op 23 januari 2026 heeft [eiseres] het volgende, voor zover hier van belang, geschreven:
“Indien niet uiterlijk binnen de in mijn brief van 19 januari 2026 gestelde termijn volledig aan mijn sommatie is voldaan, zal ik zonder nadere aankondiging overgaan tot het aanhangig maken van een procedure bij de kantonrechter […]”
4Het geschil
4.1
[eiseres] vordert uitvoerbaar bij voorraad – samengevat – dat de kantonrechter:
- voor recht verklaart dat de koopovereenkomst rechtsgeldig is ontbonden
- [bedrijf 1] veroordeelt tot terugbetaling van de kooprijs van € 18.000,00
- [bedrijf 1] veroordeelt tot betaling van € 1.187,86 aan door [eiseres] gemaakte kosten
- [bedrijf 1] veroordeelt tot betaling van kosten van wegenbelasting en verzekering ter hoogte van € 135,00 per maand vanaf eind november 2025,
met veroordeling van [bedrijf 1] in de kosten van deze procedure.
4.2
[bedrijf 1] voert verweer. [bedrijf 1] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiseres], dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres], met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure.
4.3
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5De beoordeling
De dagvaarding is niet nietig
5.1
De dagvaarding is niet nietig, zoals [bedrijf 1] heeft betoogd. De dagvaarding voldoet aan de eisen die de wet daaraan stelt. De eis en de gronden daarvan zijn helder en de dagvaarding is voorzien van bewijsmiddelen door middel van producties. Ook staat er een bewijsaanbod in. Van een schending van de substantiëringsplicht is evenmin sprake. [eiseres] heeft aan haar vordering op voldoende inzichtelijke wijzigingen stellingen ten grondslag gelegd die zij aan de hand van producties ook van een onderbouwing heeft voorzien. Daarom wordt dit formele verweer door de kantonrechter gepasseerd.
De aanvullende reactie van [eiseres] wordt niet buiten beschouwing gelaten
5.2
[bedrijf 1] heeft verzocht de aanvullende reactie van [eiseres] buiten beschouwing te laten, dan wel haar gelegenheid te geven tot het nemen van dupliek. De kantonrechter ziet daartoe geen aanleiding en overweegt daartoe als volgt. De nadere reactie bevat deels een toelichting op de nader ingediende producties en voor het overige is de omvang vergelijkbaar met de spreekaantekeningen die door de gemachtigde van [bedrijf 1] zijn voorgedragen en overgelegd. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiseres] daarentegen geen nadere toelichting nodig geacht op hetgeen zij voorafgaand aan de mondelinge behandeling op schrift had gesteld.
Non-conformiteit
5.3
In deze procedure moet de vraag worden beantwoord of de gebreken aan de auto non-conformiteit opleveren en of [bedrijf 1] het aankoopbedrag aan [eiseres] moet terugbetalen. Bij het beantwoorden van die vraag stelt de kantonrechter voorop dat het hier gaat om een consumentenkoop.
5.4
Op grond van artikel 7:17 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) moet de afgeleverde zaak (de auto) aan de overeenkomst beantwoorden. Lid 2 bepaalt dat een zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt als zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper daarover heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen.
5.5
Volgens vaste rechtspraak wordt bij de koop van een tweedehandsauto om daarmee aan het verkeer deel te nemen, aangenomen dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt als het gebruik van de auto een gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert door een gebrek dat niet eenvoudig door de koper kan worden ontdekt en hersteld (HR 15 april 1994, ECLI:NL:HR1994:ZC1338).
5.6
Bij een consumentenkoop wordt op grond van artikel 7:18a lid 2 BW vermoed dat de zaak bij aflevering niet aan de overeenkomst beantwoordt, indien de afwijking van het overeengekomene zich binnen één jaar na aflevering openbaart, tenzij de verkoper anders aantoont of de aard van de zaak of de aard van de afwijking zich daartegen verzet.
5.7
Daarnaast geldt voor een vordering tot ontbinding dat [eiseres] eerst [bedrijf 1] moet hebben verzocht het gebrek te herstellen voordat de overeenkomst kan worden ontbonden. Pas als herstel onmogelijk is of van [bedrijf 1] niet gevergd kan worden, of wanneer [eiseres] al om herstel of vervanging heeft gevraagd maar niet heeft gekregen, heeft [eiseres] recht op ontbinding. Dit wordt het getrapte stelsel van rechtsmiddelen genoemd. Het getrapte stelsel heeft als doel de verkoper de gelegenheid te bieden alsnog correct te presteren en het contract (tot op zekere hoogte) te respecteren en in stand te houden. Op grond van de hoofdregel van artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) ligt de stelplicht dat aan dit vereiste is voldaan op [eiseres].
De auto voldeed niet aan de overeenkomst
5.8
Allereerst moet worden vastgesteld wat er aan de auto mankeert. Vast staat dat het motormanagementlampje ging branden op 16 november 2025. Op dat moment werd door de pechhulp aangegeven dat sprake was van een onjuiste werking van de injector of druksensor. Bij garage Mazda Pierre zijn vervolgens de druksensoren vervangen. Op een later moment is door Mazda Pierre vastgesteld dat sprake was van een motorstoring, die werd veroorzaakt vanuit het brandstofinjectiesysteem. Volgens Mazda Pierre was het noodzakelijk om de vervuilde injectoren te reinigen, om verdere schade aan het brandstofsysteem en motorschade te voorkomen. [eiseres] heeft dit naar het oordeel van de kantonrechter voldoende onderbouwd met de facturen, de offerte en de schriftelijke verklaring van Mazda Pierre. [bedrijf 1] heeft dit niet gemotiveerd betwist. Zij stelt alleen dat zij zelf de auto wilde onderzoeken om vast te stellen of de bevindingen van Mazda Pierre kloppen. Maar zij heeft niets concreets aangevoerd dat tot het oordeel leidt dat de bevindingen van Mazda Pierre niet kloppen.
5.9
Dan is de vraag wat [eiseres] bij de aankoop van de auto mocht verwachten. Omdat het een tweedehands auto is, moet [eiseres] wel accepteren dat er zich op een zeker moment bepaalde gebreken aan de auto kunnen voordoen. Maar [eiseres] hoeft geen gebreken te verwachten waardoor zij met de auto niet op een veilige manier aan het verkeer kan deelnemen. [eiseres] heeft gesteld dat het gebruik van de auto door een storing in het brandstof injectiesyteem een gevaar oplevert voor de verkeersveiligheid. Ter onderbouwing hiervan heeft [eiseres] naar voren gebracht dat het gebrek kan leiden tot schade aan het brandstofsysteem, inwendig ernstige schade aan de motor, plotseling vermogensverlies of zelfs motoruitval wat kan leiden tot volledige stilstand van de auto. Dit kan tot gevaarlijke situaties leiden, zeker op de snelweg. Dit alles is niet weersproken door [bedrijf 1] en onder deze omstandigheden is evident dat de auto niet veilig kan deelnemen aan het verkeer. Daarom is de kantonrechter van oordeel dat het gebrek het normale gebruik van de auto in de weg staan.
5.10
Het verweer van [bedrijf 1] dat het gebrek voor rekening van [eiseres] komt omdat zij de auto zonder garantie heeft gekocht en niet zelf heeft laten keuren, slaagt evenmin. Deze omstandigheden maken namelijk niet dat [bedrijf 1] niet aan haar wettelijke verplichtingen ten aanzien van de conformiteit van de auto heeft te voldoen.
5.11
Omdat het gebrek zich binnen een jaar na aflevering van de auto openbaarde, wordt vermoed dat de auto al bij aflevering niet aan de overeenkomst beantwoordde. Het is aan [bedrijf 1] om dit vermoeden te weerleggen met het tegendeel. Autocentrum kan niet volstaan met het zaaien van twijfel of het vermoeden houdbaar is, maar moet voldoende concreet en onderbouwd stellen en zo nodig bewijzen dat de auto bij aflevering wel degelijk aan de overeenkomst heeft beantwoord. De enkele stelling dat het niet mogelijk was geweest om bijna 11.000 kilometer met de auto te rijden als het gebrek al bij levering aanwezig was, is te algemeen om te bewijzen dat dit pas na levering is ontstaan.
5.12
Gelet op het voorgaande gaat de kantonrechter ervan uit dat (i) de auto niet de eigenschappen bezit die [eiseres] mocht verwachten en (ii) de auto al niet voldeed aan de koopovereenkomst op het moment van aflevering.
[eiseres] mocht de overeenkomst ontbinden
5.13
Wanneer de zaak niet aan de overeenkomst voldoet kan de koper op grond van artikel 7:22 BW de koopovereenkomst ontbinden.
5.14
In het tweede lid van artikel 7:22 BW is bepaald dat de bevoegdheid tot ontbinding pas ontstaat wanneer herstel onmogelijk is of niet van de verkoper gevergd kan worden of de verkoper tekort is geschoten in een verplichting om binnen een redelijke termijn en zonder ernstig overlast voor de verkoper de zaak te herstellen. [bedrijf 1] heeft aangevoerd dat [eiseres] de overeenkomst niet kon ontbinden omdat zij haar onvoldoende in de gelegenheid heeft gesteld de gebreken te herstellen. [bedrijf 1] verwijst daarbij naar de brieven waarin zij heeft aangeboden dat [eiseres] de auto naar een door [bedrijf 1] aangewezen garage kon brengen. De kantonrechter volgt [bedrijf 1] daarin niet en legt dit als volgt uit.
5.15
[eiseres] heeft [bedrijf 1] in haar brieven van 16 december 2025, 20 december 2025 en van 14 januari 2026 schriftelijk in de gelegenheid gesteld om over te gaan tot kosteloos herstel van de gebreken aan de auto. Gelet op de omstandigheden van het geval – dat [bedrijf 1] al vanaf 28 november 2025 wist van de door Mazda Pierre geconstateerde gebreken en daarna meerdere keren schriftelijk in de gelegenheid is gesteld tot herstel – gaat de kantonrechter voorbij aan het verweer dat [bedrijf 1] geen redelijke termijn voor herstel zou hebben gekregen.
5.16
Van die gelegenheid heeft [bedrijf 1] geen gebruik gemaakt. Zij heeft niet toegezegd dat zij zal overgaan tot kosteloos herstel van de gebreken die leiden tot non-conformiteit, maar slechts geantwoord dat zij na diagnose van de gebreken een concreet voorstel zal doen om de kwestie af te wikkelen. Het is weliswaar juist dat de koper de verkoper in de gelegenheid moet stellen om adequaat onderzoek te doen naar de gebreken die non-conformiteit opleveren, maar het gaat in dit geval te ver om van [eiseres] te verwachten dat zij de auto daarvoor naar de door [bedrijf 1] aangewezen garage zou brengen. Zij had immers al op 29 november 2025 meegedeeld dat zij een negatief rij-advies had gekregen en dit van onderbouwing heeft voorzien op 17 januari 2026. Het kon redelijkerwijs niet van [eiseres] worden verwacht dat zij daarom nog met de auto zou rijden. Dat [bedrijf 1] geen gelegenheid heeft gemaakt van de gelegenheid om de auto te onderzoeken en te herstellen komt voor haar rekening en risico.
5.17
Omdat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt en [bedrijf 1] na de sommaties van [eiseres] op 20 december 2025 en 14 januari 2026 niet binnen een redelijke termijn tot herstel van de gebreken is overgegaan, stond het [eiseres] vrij om de koopovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden. Dat heeft zij ook gedaan in de brief van 19 januari 2026. De gevorderde verklaring voor recht zal daarom worden toegewezen. Dat betekent dat per die datum op beide partijen een ongedaanmakingsverbintenis rust. Dit houdt in dat [eiseres] de auto weer aan [bedrijf 1] moet teruggeven en dat [bedrijf 1] de auto terug moet nemen, [eiseres] moet vrijwaren en de koopsom moet terugbetalen.
Gebruiksvergoeding
5.18
[bedrijf 1] heeft zich op het standpunt gesteld dat, indien de koopovereenkomst wordt ontbonden, [eiseres] een gebruiksvergoeding aan haar moet betalen.
5.19
Artikel 6:78 BW biedt in samenhang met artikel 6:212 BW (ongerechtvaardigde verrijking) grond voor het toekennen van een redelijke vergoeding aan [bedrijf 1] voor het gebruik van de auto door [eiseres]. De kantonrechter begrijpt de stellingen van [bedrijf 1] zo dat [eiseres] in ieder geval 10.952 kilometer in de auto heeft kunnen rijden, zonder dat daar een vergoeding tegenover zou staan bij ontbinding van de overeenkomst en dat [eiseres] daarom een vergoeding aan haar moet betalen. Gelet hierop ziet de kantonrechter aanleiding het door [eiseres] genoten voordeel als bedoeld in artikel 6:78 BW te begroten op € 1.250,00. Bij deze begroting heeft de kantonrechter rekening gehouden met het feit dat [eiseres] een aanzienlijk aantal kilometers in de auto heeft gereden en de gemiddelde afschrijving van een auto, maar dat zij de kosten met betrekking tot de auto (zoals de kosten voor benzine en de verzekeringen) zelf heeft betaald. De redelijke vergoeding van € 1.250,00 zal de kantonrechter in mindering brengen op de door [bedrijf 1] terug te betalen koopsom.
Schadevergoeding
5.20
[eiseres] vordert een schadevergoeding van € 1.187,86 voor
het stellen van een diagnose voor de motorstoring en het vervangen van de druksensor (een bedrag van € 492,15)
de onderhoudsbeurt in november 2025 (een bedrag van € 695,71)
de kosten voor wegenbelasting en verzekering vanaf eind november 2025.
5.21
Op grond van artikel 7:22 lid 4 juncto artikel 7:24 lid 1 BW heeft [eiseres] in principe recht op schadevergoeding overeenkomstig afdeling 9 en 10 van titel 1 van boek 6 BW, aangezien hiervoor is vastgesteld dat sprake is van een afgeleverde zaak die niet de eigenschappen bezit die [eiseres] op grond van de overeenkomst mocht verwachten.
5.22
De vordering onder a) is toewijsbaar, omdat [eiseres] deze kosten heeft moeten maken voor het vaststellen van de gebreken en zij deze kosten heeft gemaakt die ten goede komen aan een auto die zij vervolgens (vanwege non-conformiteit) niet meer kon gebruiken.
5.23
De vordering onder b) zal schattenderwijs voor de helft worden toegewezen. Aangenomen kan worden dat deze kosten deels zien op de periode waarin [eiseres] wel gebruik heeft kunnen maken voor de auto en deels op de periode daarna.
5.24
De vordering onder c) is eveneens toewijsbaar. [eiseres] heeft voldoende gesteld dat zij maandelijks € 135,00 voor wegenbelasting en verzekering van de auto betaalt. De doorlopende kosten voor de auto kunnen worden aangemerkt als schade. Zoals hiervoor is overwogen, is de auto een gevaar voor de verkeersveiligheid en heeft [eiseres] geen gebruik meer kunnen maken van de auto terwijl deze kosten wel doorlopen.
5.25
[bedrijf 1] voert aan dat [eiseres] niet heeft voldaan aan de op haar rustende schadebeperkingsplicht, omdat het kenteken niet is geschorst en de verzekering niet is opgezegd na buitengerechtelijke ontbinding. Volgens [bedrijf 1] had [eiseres] bovendien kunnen vragen of zij de auto (kosteloos) bij [bedrijf 1] kon stallen, om vervolgens het kenteken te schorsen en de verzekering op te zeggen. De kantonrechter verwerpt dit verweer. [eiseres] heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat de auto geparkeerd stond op de openbare weg en zij niet de beschikking had over een privéparkeerplek. Onder die omstandigheden was er voor [eiseres] dus – anders dan [bedrijf 1] stelt – geen mogelijkheid om het kenteken te schorsen en de verzekering op te zeggen. Evenmin is het stallen van de auto bij de verkoper een reële mogelijkheid geweest om de schade te beperken. Gesteld noch gebleken is dat [bedrijf 1] [eiseres] heeft gewezen op de mogelijkheid de auto kosteloos bij haar te stallen en – gelet op het negatieve rijadvies – zorg te dragen voor transport. Zoals hiervoor al is overwogen kon van [eiseres] bovendien niet gevergd worden dat zij met de auto naar Zwolle zou rijden. De kantonrechter zal de vordering daarom toewijzen vanaf de dag dat [eiseres] niet meer met de auto kon rijden tot aan de dag dat de auto is overgezet op naam van [bedrijf 1].
De proceskosten
5.26
Van te snel dagvaarden, zoals bij conclusie van antwoord wordt gesteld, is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake. [bedrijf 1] is voldoende in de gelegenheid gesteld om aan de vordering te voldoen, laatstelijk in het e-mailbericht van 23 januari 2026.
5.27
[bedrijf 1] moet daarom als de in het ongelijk gestelde partij de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
156,85
- griffierecht
€
753,00
- salaris gemachtigde
€
864,00
(2 punten × € 432,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.917,85
6De beslissing
De kantonrechter
6.1
verklaart voor recht dat [eiseres] de koopovereenkomst met betrekking tot de Mazda CX-30 met kenteken [kenteken] per 19 januari 2026 buitengerechtelijk heeft ontbonden,
6.2
veroordeelt [bedrijf 1] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 16.750,00,
6.3
veroordeelt [bedrijf 1] om aan [eiseres] te betalen een bedrag aan schadevergoeding van € 840,00,
6.4
veroordeelt [bedrijf 1] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 135,00 per maand aan verzekeringspremie en motorrijtuigenbelasting vanaf 29 november 2025 tot aan de dag dat de auto is overgezet op naam van [bedrijf 1],
6.5
veroordeelt [bedrijf 1] in de proceskosten van € 1.917,85, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [bedrijf 1] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.6
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.7
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.W.G. Wijnands en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2026.