Rechtbank Overijssel
ECLI:NL:RBOVE:2026:5712
2026-09-15
Civiel recht
12120812 \ CV EXPL 26-454
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Partijen hebben een overeenkomst gesloten voor het leveren en plaatsen van onder meer een voordeur. Een aantal zaken zijn niet geleverd en er is een andere voordeur geleverd en geplaatst dan partijen zijn overeengekomen. De kantonrechter ontbindt de overeenkomst gedeeltelijk en veroordeelt IWNK aan Wijlens de kosten te vergoeden voor het inschakelen van een derde.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2019:1581 Hoge Raad 11-10-2019
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (25.186 tekens)
RECHTBANK
OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 12120812 \ CV EXPL 26-454
Vonnis van 15 september 2026
in de zaak van
[eiser] ,
te [woonplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: LegalSteps B.V.,
tegen
IKWILNIEUWEKOZIJNEN.NL B.V.,
te Oldenzaal,
gedaagde partij,
hierna te noemen: IWNK,
procederend in persoon.
1De zaak in het kort
1.1
[eiser] en IWNK hebben een overeenkomst gesloten voor het leveren en plaatsen van kunststof kozijnen, raamhorren, een brievenbus en een voordeur. IWNK heeft de kunststof kozijnen conform overeenkomst geleverd en geplaatst, maar een andere voordeur dan partijen zijn overeengekomen. De raamhorren en brievenbus zijn niet geleverd. [eiser] verlangt geen nakoming meer maar in plaats daarvan gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst en betaling door IWNK van de kosten voor het inschakelen van een derde. De kantonrechter oordeelt dat IWNK tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst en hij ontbindt de overeenkomst gedeeltelijk. IWNK dient als gevolg van deze tekortkoming aan [eiser] de kosten te vergoeden voor het inschakelen van een derde.
2De procedure
2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 27 februari 2026 met producties 1 – 13;
de conclusie van antwoord;
de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald, en
de mondelinge behandeling van 5 augustus 2026, waarbij [eiser] is verschenen en is bijgestaan door zijn gemachtigde. IWNK was niet aanwezig bij de mondelinge behandeling. [eiser] heeft zijn standpunten toegelicht. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van de mondelinge behandeling.
2.2
Ten slotte is vonnis bepaald.
3De feiten
3.1
[eiser] heeft op 12 maart 2025 met IWNK een overeenkomst gesloten voor het leveren en monteren van kunststof kozijnen, drie raamhorren, een losse brievenbus en een voordeur inclusief kozijn tegen een totaalbedrag van € 11.700,– inclusief btw.
3.2
IWNK heeft gezegd dat de levertijd circa zes tot acht weken zou bedragen en dat de plaatsing in juni 2025 zou plaatsvinden, later verplaatst naar 31 juli 2025.
3.3
Op 2 augustus 2025 heeft IWNK aan [eiser] een WhatsApp-bericht gestuurd dat de levering na de bouwvak gepland staat. [eiser] heeft op 29 augustus 2025 van IWNK een e-mail ontvangen met een nieuwe opleverdatum, namelijk 20 tot en met 23 oktober 2025.
3.4
IWNK heeft de kunststof kozijnen conform de overeenkomst geleverd en gemonteerd. Bij oplevering is gebleken dat de geleverde en geplaatste voordeur niet overeenkwam met de voordeur die [eiser] had besteld. IWNK heeft dit op de opleverbon vermeld.
3.5
[eiser] heeft naar aanleiding hiervan een bedrag van € 750,– ingehouden. Het restant van € 10.950,– heeft [eiser] aan IWNK voldaan.
3.6
[eiser] heeft op 27 november 2025 aan IWNK een brief gestuurd, waarin hij verzoekt de overeengekomen voordeur binnen tien dagen alsnog te leveren en plaatsen. [eiser] heeft daarbij aangezegd dat hij overgaat tot gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst als IWNK de voordeur niet binnen deze termijn alsnog heeft geleverd en gemonteerd.
3.7
IWNK heeft de voordeur niet vervangen.
3.8
[eiser] heeft vervolgens op 13 januari 2026 aan IWNK een brief gestuurd, waarin hij de overeenkomst gedeeltelijk ontbindt en betaling vordert van de kosten voor het leveren en plaatsen van de voordeur ter hoogte van € 1.350,– (€ 2.000,– plus € 100,– aan montagekosten minus € 750,–). Hij maakt ook aanspraak op buitengerechtelijke incassokosten van € 202,50 als IWNK het bedrag van € 1.350,– niet binnen drie dagen heeft betaald.
3.9
Op 22 januari 2026 heeft [eiser] aan IWNK een brief gestuurd, waarin hij aanspraak maakt op betaling van € 147,51 aan kosten voor raamfolie en € 20,99 voor aanschaf van een losse brievenbus. Verder verzoekt [eiser] IWNK de drie raamhorren binnen zeven dagen alsnog te leveren, nu IWNK dit heeft nagelaten. Daarbij maakt [eiser] aanspraak op betaling van € 95,– per raamhor als IWNK de raamhorren niet binnen deze termijn levert. Tot slot maakt [eiser] aanspraak op betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 40,– als IWNK niet binnen een termijn van drie dagen heeft betaald.
3.10
IWNK heeft geen verdere werkzaamheden meer verricht. Ook heeft IWNK de door [eiser] gevorderde bedragen niet voldaan.
4Het geschil
4.1
[eiser] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
de overeenkomst met IWNK gedeeltelijk ontbindt voor het deel dat betrekking heeft op de koop, levering en montage van de voordeur en de raamhorren, wegens een toerekenbare tekortkoming van IWNK,
IWNK veroordeelt tot betaling van:
€ 1.350,– voor vervanging van de voordeur, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek (verder: BW) vanaf 13 januari 2026 tot aan de dag van volledige betaling;
€ 100,– aan montagekosten voor vervanging van de voordeur, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 13 januari 2026 tot aan de dag van volledige betaling;
€ 285,– voor vervanging van drie raamhorren, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 29 januari 2026;
€ 147,51 voor aanschaf van raamfolie, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 22 januari 2026 tot aan de dag van volledige betaling;
€ 20,99 voor aanschaf van een brievenbus, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 22 januari 2026 tot aan de dag van volledige betaling; en
€ 285,53 aan buitengerechtelijke incassokosten,
3. IWNK veroordeelt het overeengekomen document met de berekening van het aantal vierkante meters glaswerk ten behoeve van de subsidieaanvraag van [eiser] aan [eiser] te leveren, en
4. IWNK veroordeelt tot betaling van de kosten van deze procedure eventueel te vermeerderen met de btw over de daarvoor in aanmerking komende kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling.
4.2
IWNK heeft – schriftelijk – verweer gevoerd.
5De beoordeling
Consumentenkoop en aanneming van werk
5.1
[eiser] stelt dat IWNK de onder 3.1 beschreven overeenkomst niet is nagekomen, want IWNK heeft de overeengekomen drie raamhorren en de losse brievenbus niet geleverd. Daarnaast bleek bij oplevering dat de geplaatste voordeur: een voordeur met volledig glas, niet overeenkwam met de door [eiser] bestelde deur: een paneeldeur (Kurkuma II) met chinchilla glas in plaats van matglas. [eiser] heeft daarom € 750,– ingehouden en het restant van € 10.950,– aan IWNK voldaan. [eiser] stelt dat hij IWNK meerdere keren in de gelegenheid heeft gesteld om conform de overeenkomst te leveren, zonder resultaat. Daarom heeft hij de overeenkomst met IWNK gedeeltelijk ontbonden.
5.2
IWNK erkent dat zij een andere voordeur heeft geleverd en geplaatst dan partijen zijn overeengekomen. Volgens IWNK hebben partijen hier contact over hebben gehad en zijn zij vervolgens een alternatief overeengekomen. Maar [eiser] wilde Satinato glas en geen melkglas in het paneel hebben terwijl dit volgens IWNK hetzelfde glas is maar dan met een andere benaming. [eiser] heeft IWNK daarna drie dagen de tijd gegeven om een nieuwe voordeur te leveren. IWNK heeft daarover contact opgenomen met [eiser], omdat dit niet mogelijk is gelet op de keuze voor het glas. Volgens IWNK is besproken dat een inmeter/monteur contact op zou nemen met [eiser], maar heeft [eiser] gezegd dat hij het contact niet meer nodig vond en de vordering uit handen zou geven. De gemachtigde van [eiser] heeft IWNK bij brief van 27 november 2025 verzocht binnen tien dagen alsnog een voordeur te leveren, maar dit was voor IWNK niet mogelijk omdat [eiser] geen duidelijkheid heeft gegeven over de keuze voor het glas en de leverancier niet binnen die termijn kon leveren.
5.3
De kantonrechter overweegt als volgt. Partijen zijn het erover eens dat zij een overeenkomst hebben gesloten voor het leveren en plaatsen van kunststof kozijnen en een voordeur. IWNK heeft de stelling van [eiser] dat IWNK ook drie raamhorren en een losse brievenbus zou leveren en plaatsen niet weersproken, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid daarvan.
Ten aanzien van de kunststof kozijnen en voordeur is sprake van een overeenkomst van aanneming van werk. Het betreft hier geen ‘consumptiegoederen’ zodat geen sprake kan zijn van een consumentenkoop. De kozijnen en de voordeur zijn vervaardigd om te worden gemonteerd aan de woning van [eiser] en daarvan blijvend deel gaan uitmaken. Daarom zijn de wettelijke bepalingen van aanneming van werk (artikelen 7:750 e.v. BW) van toepassing.
Ten aanzien van de raamhorren en losse brievenbus is sprake van een gemengde overeenkomst van koop (voor de levering van de raamhorren en brievenbus) en van aanneming van werk (voor de montage van die producten). IWNK handelde daarbij in de uitoefening van een bedrijf en [eiser] als consument, zodat de overeenkomst voor de levering van de horren en de brievenbus mede een consumentenkoop betreft en de wettelijke bepalingen van consumentenkoop en aanneming van werk naast elkaar van toepassing zijn. De consumentenkoopregels gaan voor in geval van onderlinge strijdigheid.
[eiser] is bevoegd de overeenkomst gedeeltelijk te ontbinden
5.4
[eiser] stelt dat diverse producten niet of niet volgens de overeenkomst zijn geleverd en dat hij daarom bevoegd was de overeenkomst voor dat deel te ontbinden.
5.5
IWNK heeft de stelling van [eiser] dat zij de brievenbus en de drie raamhorren niet heeft geleverd en gemonteerd niet weersproken, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid daarvan. Niet in geschil is dat de voordeur eind oktober 2025 is geleverd en geplaatst en dat dit een andere voordeur is dan partijen zijn overeengekomen. De kantonrechter oordeelt dat IWNK daarmee erkent dat zij aansprakelijk is voor de gebrekkige werkzaamheden als bedoeld in artikel 7:759 BW. Partijen twisten over de vraag of IWNK – voldoende – gelegenheid tot herstel is geboden.
5.6
[eiser] heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht wat het verschil is tussen Satinato glas en melkglas: melkglas wordt vies en is lastiger schoon te maken dan Satinato glas. [eiser] moest IWNK steeds benaderen voor het vervangen van de voordeur. Hij kreeg als reactie dat IWNK hem zou terugbellen, maar dit liet zij iedere keer na. [eiser] voert aan dat hij een bedrijf had gevonden dat een voordeur met Satinato glas kon leveren en dit ook heeft doorgegeven aan IWNK, maar die bleef vasthouden aan het melkglas. Bij brief van 27 november 2025 heeft [eiser] IWNK een concrete termijn gegeven om de voordeur te vervangen, maar IWNK heeft nagelaten dit binnen de gegeven termijn te doen.
5.7
IWNK was niet aanwezig bij de mondelinge behandeling en heeft de toelichting door [eiser] niet weersproken, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid daarvan. De kantonrechter oordeelt dat IWNK voldoende gelegenheid tot herstel is geboden door [eiser]. Hij heeft IWNK in zijn brief van 22 januari 2026 een concrete termijn gegeven voor het alsnog leveren van de raamhorren. Dat heeft IWNK nagelaten, zodat zij tekortgeschoten is in de nakoming van haar verbintenis om deze zaken te leveren (artikel 7:9 lid 4 BW). [eiser] heeft IWNK vanaf het moment van plaatsing van de voordeur meerdere keren in de gelegenheid gesteld de voordeur te vervangen. In de brief van 27 november 2025 heeft [eiser] IWNK een concrete termijn gegeven om de voordeur te vervangen, maar tot herstel van het gebrek is het binnen de gegeven termijn niet gekomen.
Omdat IWNK van de mogelijkheid tot herstel geen gebruik gemaakt heeft is zij in verzuim geraakt, zodat [eiser] de gebreken voor eigen rekening kan laten herstellen en de kosten daarvan als schade op IWNK kan verhalen. Deze schadevergoeding vordert [eiser] ook.
5.8
Voor zover de overeenkomst bij brief van 13 januari 2026 niet gedeeltelijk buitengerechtelijk is ontbonden, zal de kantonrechter de overeenkomst alsnog ten aanzien van de raamhorren en de voordeur ontbinden. De vordering onder 1 is in zoverre toewijsbaar.
IWNK moet aan [eiser] betalen
5.9
[eiser] maakt in deze procedure geen aanspraak op nakoming van de overeenkomst, maar hij vordert in plaats daarvan vergoeding van door hem gemaakte en nog te maken kosten als gevolg van de tekortkoming in de nakoming door IWNK. [eiser] specificeert deze kosten als volgt:
- vervangen voordeur
€
1.350,–
(€ 2.000,– minus € 750,–)
- montagekosten voordeur
€
100,–
(€ 50,– per uur inclusief btw x 2 uur)
- drie raamhorren
€
285,–
(€ 95,– per hor x 3 stuks)
- folie voordeur
€
147,51
- losse brievenbus
€
20,99
5.10
IWNK heeft gezegd dat zij de kosten voor het folie voor de voordeur (€ 147,51) en de brievenbus (€ 20,99) zal vergoeden aan [eiser], zodat dit deel van de vordering van [eiser] toewijsbaar is. De kosten voor de nieuwe voordeur zijn volgens IWNK te hoog, omdat het gaat om een nieuwe paneeldeur zonder vleugel en kozijn en [eiser] een bedrag vordert voor een nieuwe paneeldeur inclusief nieuwe vleugel en kozijn. De kosten voor een dergelijk deurpaneel bedragen volgens IWNK € 875,–.
5.11
[eiser] heeft ter zitting toegelicht dat de kosten die IWNK noemt voor een deurpaneel wel kunnen kloppen, maar volgens [eiser] is dat voor een deurpaneel met melkglas en niet met Satinato glas. Ook is de huidige maatvoering van het kozijn en de vleugel niet geschikt voor een voordeur met Satinato glas, zodat deze vervangen dienen te worden. Voor het bedrag van € 2.000,– ter vervanging van de voordeur voert [eiser] aan dat hij dit heeft gebaseerd op de prijs voor gelijkwaardige voordeuren. Het ingehouden bedrag van € 750,– heeft [eiser] hierop in mindering gebracht, zodat nog € 1.350,– resteert.
5.12
De kantonrechter overweegt als volgt. IWNK was niet aanwezig bij de mondelinge behandeling en heeft de toelichting door [eiser] niet weersproken, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid daarvan. De toelichting door [eiser] en de daartoe overgelegde stukken is een voldoende onderbouwing van zijn stelling dat de voordeur inclusief kozijn en vleugel vervangen dient te worden en dat deze kosten € 2.000,– bedragen. Het staat vast dat [eiser] een bedrag van € 750,– heeft ingehouden vanwege het leveren van een andere voordeur dan partijen zijn overeengekomen. De kantonrechter corrigeert een rekenfout van [eiser] en zal € 1.250,– aan vervangingskosten toewijzen (€ 2.000,– minus € 750,–).
IWNK heeft geen verweer gevoerd tegen de (hoogte van de) kosten voor de drie raamhorren van € 285,–, zodat de kantonrechter dit deel van de vordering als niet weersproken zal toewijzen.
De wettelijke rente
5.13
[eiser] vordert betaling door IWNK van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de door hem gevorderde bedragen. IWNK heeft geen verweer gevoerd tegen dit deel van de vordering, zodat de kantonrechter de gevorderde wettelijke rente als onweersproken zal toewijzen.
De buitengerechtelijke incassokosten
5.14
De kantonrechter zal de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten als niet weersproken toewijzen. [eiser] heeft voldoende gemotiveerd gesteld en onderbouwd dat hij buitengerechtelijke incassowerkzaamheden heeft verricht. De gevorderde vergoeding van € 285,53 aan buitengerechtelijke incassokosten is niet hoger dan het tarief dat in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is bepaald en zal daarom worden toegewezen.
De subsidieaanvraag
5.15
[eiser] vordert dat IWNK het overeengekomen officiële document met de berekening van het aantal vierkante meters glaswerk ten behoeve van de subsidieaanvraag van [eiser] aan hem levert. IWNK heeft daartegen geen verweer gevoerd, zodat de kantonrechter dit deel van de vordering als onweersproken zal toewijzen.
IWNK moet de proceskosten betalen
5.16
De proceskostenvergoeding in deze zaak bestaat uit salaris gemachtigde, griffierecht en de kosten van het uitbrengen van de dagvaarding. [eiser] vordert betaling door IWNK van de proceskosten en eventueel te vermeerderen met de btw over de daarvoor in aanmerking komende kosten, zoals door [eiser] nader in een tabel zijn gespecificeerd. De kantonrechter begrijpt dat onder deze kosten vallen het opgevraagde uittreksel uit het handelsregister (€ 3,57), het raadplegen van het digitaal beslagregister (‘DBR’) (€ 0,62) en explootkosten dagvaarding (€ 151,94). [eiser] stelt dat hij de btw niet kan verrekenen. [eiser] maakt terecht aanspraak op vergoeding van omzetbelasting over de kosten DBR en explootkosten dagvaarding. Het is de kantonrechter niet duidelijk of de bedragen die hiervoor in het petitum staan vermeld exclusief of inclusief omzetbelasting zijn. De kantonrechter zal deze kosten toewijzen exclusief btw en in het dictum bepalen dat deze kosten - indien van toepassing - nog dienen te worden vermeerderd met omzetbelasting.
5.17
IWNK is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
156,13
- griffierecht
€
265,00
- salaris gemachtigde
€
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
€
108,50
(plus kosten van betekening als vermeld in de beslissing)
Totaal
€
963,63
5.18
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
6De beslissing
De kantonrechter
6.1
ontbindt de overeenkomst tussen [eiser] en IWNK gedeeltelijk, voor zover deze betrekking heeft op het leveren en plaatsen van de voordeur en de raamhorren;
6.2
veroordeelt IWNK tot betaling aan [eiser] van:
€ 1.250,– voor vervanging van de voordeur, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 13 januari 2026 tot aan de dag van volledige betaling;
€ 100,– aan montagekosten voor vervanging van de voordeur, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 13 januari 2026 tot aan de dag van volledige betaling;
€ 285,– voor vervanging van drie raamhorren, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 29 januari 2026;
€ 147,51 voor aanschaf van raamfolie, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 22 januari 2026 tot aan de dag van volledige betaling;
€ 20,99 voor aanschaf van een brievenbus, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 22 januari 2026 tot aan de dag van volledige betaling; en
€ 285,53 aan buitengerechtelijke incassokosten.
6.3
veroordeelt IWNK om aan [eiser] het officiële document met de berekening van het aantal vierkante meters glaswerk ten behoeve van de subsidieaanvraag van [eiser], aan [eiser] te leveren;
6.4
veroordeelt IWNK in de proceskosten van € 963,63, waarbij de kantonrechter bepaalt dat de kosten DBR van € 0,62 en explootkosten van € 151,94 exclusief btw - indien nodig - nog dienen te worden vermeerderd met omzetbelasting, te betalen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, te vermeerderen met de kosten van betekening als IWNK niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
6.5
veroordeelt IWNK tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
6.6
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
6.7
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.B. de Groot en op 15 september 2026 door mr. A.M.S. Kuipers in het openbaar uitgesproken.
Vgl. Kamerstukken II 2000/01, 27 809, nr. 3, p. 13 en artikel 1 lid 4 Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende bepaalde aspecten van de verkoop van en de garanties voor consumptiegoederen.
Artikel 6:215 BW in samenhang met artikel 7:5 lid 4 BW.
Vgl. HR 11 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1581.
OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 12120812 \ CV EXPL 26-454
Vonnis van 15 september 2026
in de zaak van
[eiser] ,
te [woonplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: LegalSteps B.V.,
tegen
IKWILNIEUWEKOZIJNEN.NL B.V.,
te Oldenzaal,
gedaagde partij,
hierna te noemen: IWNK,
procederend in persoon.
1De zaak in het kort
1.1
[eiser] en IWNK hebben een overeenkomst gesloten voor het leveren en plaatsen van kunststof kozijnen, raamhorren, een brievenbus en een voordeur. IWNK heeft de kunststof kozijnen conform overeenkomst geleverd en geplaatst, maar een andere voordeur dan partijen zijn overeengekomen. De raamhorren en brievenbus zijn niet geleverd. [eiser] verlangt geen nakoming meer maar in plaats daarvan gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst en betaling door IWNK van de kosten voor het inschakelen van een derde. De kantonrechter oordeelt dat IWNK tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst en hij ontbindt de overeenkomst gedeeltelijk. IWNK dient als gevolg van deze tekortkoming aan [eiser] de kosten te vergoeden voor het inschakelen van een derde.
2De procedure
2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 27 februari 2026 met producties 1 – 13;
de conclusie van antwoord;
de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald, en
de mondelinge behandeling van 5 augustus 2026, waarbij [eiser] is verschenen en is bijgestaan door zijn gemachtigde. IWNK was niet aanwezig bij de mondelinge behandeling. [eiser] heeft zijn standpunten toegelicht. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van de mondelinge behandeling.
2.2
Ten slotte is vonnis bepaald.
3De feiten
3.1
[eiser] heeft op 12 maart 2025 met IWNK een overeenkomst gesloten voor het leveren en monteren van kunststof kozijnen, drie raamhorren, een losse brievenbus en een voordeur inclusief kozijn tegen een totaalbedrag van € 11.700,– inclusief btw.
3.2
IWNK heeft gezegd dat de levertijd circa zes tot acht weken zou bedragen en dat de plaatsing in juni 2025 zou plaatsvinden, later verplaatst naar 31 juli 2025.
3.3
Op 2 augustus 2025 heeft IWNK aan [eiser] een WhatsApp-bericht gestuurd dat de levering na de bouwvak gepland staat. [eiser] heeft op 29 augustus 2025 van IWNK een e-mail ontvangen met een nieuwe opleverdatum, namelijk 20 tot en met 23 oktober 2025.
3.4
IWNK heeft de kunststof kozijnen conform de overeenkomst geleverd en gemonteerd. Bij oplevering is gebleken dat de geleverde en geplaatste voordeur niet overeenkwam met de voordeur die [eiser] had besteld. IWNK heeft dit op de opleverbon vermeld.
3.5
[eiser] heeft naar aanleiding hiervan een bedrag van € 750,– ingehouden. Het restant van € 10.950,– heeft [eiser] aan IWNK voldaan.
3.6
[eiser] heeft op 27 november 2025 aan IWNK een brief gestuurd, waarin hij verzoekt de overeengekomen voordeur binnen tien dagen alsnog te leveren en plaatsen. [eiser] heeft daarbij aangezegd dat hij overgaat tot gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst als IWNK de voordeur niet binnen deze termijn alsnog heeft geleverd en gemonteerd.
3.7
IWNK heeft de voordeur niet vervangen.
3.8
[eiser] heeft vervolgens op 13 januari 2026 aan IWNK een brief gestuurd, waarin hij de overeenkomst gedeeltelijk ontbindt en betaling vordert van de kosten voor het leveren en plaatsen van de voordeur ter hoogte van € 1.350,– (€ 2.000,– plus € 100,– aan montagekosten minus € 750,–). Hij maakt ook aanspraak op buitengerechtelijke incassokosten van € 202,50 als IWNK het bedrag van € 1.350,– niet binnen drie dagen heeft betaald.
3.9
Op 22 januari 2026 heeft [eiser] aan IWNK een brief gestuurd, waarin hij aanspraak maakt op betaling van € 147,51 aan kosten voor raamfolie en € 20,99 voor aanschaf van een losse brievenbus. Verder verzoekt [eiser] IWNK de drie raamhorren binnen zeven dagen alsnog te leveren, nu IWNK dit heeft nagelaten. Daarbij maakt [eiser] aanspraak op betaling van € 95,– per raamhor als IWNK de raamhorren niet binnen deze termijn levert. Tot slot maakt [eiser] aanspraak op betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 40,– als IWNK niet binnen een termijn van drie dagen heeft betaald.
3.10
IWNK heeft geen verdere werkzaamheden meer verricht. Ook heeft IWNK de door [eiser] gevorderde bedragen niet voldaan.
4Het geschil
4.1
[eiser] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
de overeenkomst met IWNK gedeeltelijk ontbindt voor het deel dat betrekking heeft op de koop, levering en montage van de voordeur en de raamhorren, wegens een toerekenbare tekortkoming van IWNK,
IWNK veroordeelt tot betaling van:
€ 1.350,– voor vervanging van de voordeur, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek (verder: BW) vanaf 13 januari 2026 tot aan de dag van volledige betaling;
€ 100,– aan montagekosten voor vervanging van de voordeur, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 13 januari 2026 tot aan de dag van volledige betaling;
€ 285,– voor vervanging van drie raamhorren, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 29 januari 2026;
€ 147,51 voor aanschaf van raamfolie, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 22 januari 2026 tot aan de dag van volledige betaling;
€ 20,99 voor aanschaf van een brievenbus, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 22 januari 2026 tot aan de dag van volledige betaling; en
€ 285,53 aan buitengerechtelijke incassokosten,
3. IWNK veroordeelt het overeengekomen document met de berekening van het aantal vierkante meters glaswerk ten behoeve van de subsidieaanvraag van [eiser] aan [eiser] te leveren, en
4. IWNK veroordeelt tot betaling van de kosten van deze procedure eventueel te vermeerderen met de btw over de daarvoor in aanmerking komende kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling.
4.2
IWNK heeft – schriftelijk – verweer gevoerd.
5De beoordeling
Consumentenkoop en aanneming van werk
5.1
[eiser] stelt dat IWNK de onder 3.1 beschreven overeenkomst niet is nagekomen, want IWNK heeft de overeengekomen drie raamhorren en de losse brievenbus niet geleverd. Daarnaast bleek bij oplevering dat de geplaatste voordeur: een voordeur met volledig glas, niet overeenkwam met de door [eiser] bestelde deur: een paneeldeur (Kurkuma II) met chinchilla glas in plaats van matglas. [eiser] heeft daarom € 750,– ingehouden en het restant van € 10.950,– aan IWNK voldaan. [eiser] stelt dat hij IWNK meerdere keren in de gelegenheid heeft gesteld om conform de overeenkomst te leveren, zonder resultaat. Daarom heeft hij de overeenkomst met IWNK gedeeltelijk ontbonden.
5.2
IWNK erkent dat zij een andere voordeur heeft geleverd en geplaatst dan partijen zijn overeengekomen. Volgens IWNK hebben partijen hier contact over hebben gehad en zijn zij vervolgens een alternatief overeengekomen. Maar [eiser] wilde Satinato glas en geen melkglas in het paneel hebben terwijl dit volgens IWNK hetzelfde glas is maar dan met een andere benaming. [eiser] heeft IWNK daarna drie dagen de tijd gegeven om een nieuwe voordeur te leveren. IWNK heeft daarover contact opgenomen met [eiser], omdat dit niet mogelijk is gelet op de keuze voor het glas. Volgens IWNK is besproken dat een inmeter/monteur contact op zou nemen met [eiser], maar heeft [eiser] gezegd dat hij het contact niet meer nodig vond en de vordering uit handen zou geven. De gemachtigde van [eiser] heeft IWNK bij brief van 27 november 2025 verzocht binnen tien dagen alsnog een voordeur te leveren, maar dit was voor IWNK niet mogelijk omdat [eiser] geen duidelijkheid heeft gegeven over de keuze voor het glas en de leverancier niet binnen die termijn kon leveren.
5.3
De kantonrechter overweegt als volgt. Partijen zijn het erover eens dat zij een overeenkomst hebben gesloten voor het leveren en plaatsen van kunststof kozijnen en een voordeur. IWNK heeft de stelling van [eiser] dat IWNK ook drie raamhorren en een losse brievenbus zou leveren en plaatsen niet weersproken, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid daarvan.
Ten aanzien van de kunststof kozijnen en voordeur is sprake van een overeenkomst van aanneming van werk. Het betreft hier geen ‘consumptiegoederen’ zodat geen sprake kan zijn van een consumentenkoop. De kozijnen en de voordeur zijn vervaardigd om te worden gemonteerd aan de woning van [eiser] en daarvan blijvend deel gaan uitmaken. Daarom zijn de wettelijke bepalingen van aanneming van werk (artikelen 7:750 e.v. BW) van toepassing.
Ten aanzien van de raamhorren en losse brievenbus is sprake van een gemengde overeenkomst van koop (voor de levering van de raamhorren en brievenbus) en van aanneming van werk (voor de montage van die producten). IWNK handelde daarbij in de uitoefening van een bedrijf en [eiser] als consument, zodat de overeenkomst voor de levering van de horren en de brievenbus mede een consumentenkoop betreft en de wettelijke bepalingen van consumentenkoop en aanneming van werk naast elkaar van toepassing zijn. De consumentenkoopregels gaan voor in geval van onderlinge strijdigheid.
[eiser] is bevoegd de overeenkomst gedeeltelijk te ontbinden
5.4
[eiser] stelt dat diverse producten niet of niet volgens de overeenkomst zijn geleverd en dat hij daarom bevoegd was de overeenkomst voor dat deel te ontbinden.
5.5
IWNK heeft de stelling van [eiser] dat zij de brievenbus en de drie raamhorren niet heeft geleverd en gemonteerd niet weersproken, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid daarvan. Niet in geschil is dat de voordeur eind oktober 2025 is geleverd en geplaatst en dat dit een andere voordeur is dan partijen zijn overeengekomen. De kantonrechter oordeelt dat IWNK daarmee erkent dat zij aansprakelijk is voor de gebrekkige werkzaamheden als bedoeld in artikel 7:759 BW. Partijen twisten over de vraag of IWNK – voldoende – gelegenheid tot herstel is geboden.
5.6
[eiser] heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht wat het verschil is tussen Satinato glas en melkglas: melkglas wordt vies en is lastiger schoon te maken dan Satinato glas. [eiser] moest IWNK steeds benaderen voor het vervangen van de voordeur. Hij kreeg als reactie dat IWNK hem zou terugbellen, maar dit liet zij iedere keer na. [eiser] voert aan dat hij een bedrijf had gevonden dat een voordeur met Satinato glas kon leveren en dit ook heeft doorgegeven aan IWNK, maar die bleef vasthouden aan het melkglas. Bij brief van 27 november 2025 heeft [eiser] IWNK een concrete termijn gegeven om de voordeur te vervangen, maar IWNK heeft nagelaten dit binnen de gegeven termijn te doen.
5.7
IWNK was niet aanwezig bij de mondelinge behandeling en heeft de toelichting door [eiser] niet weersproken, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid daarvan. De kantonrechter oordeelt dat IWNK voldoende gelegenheid tot herstel is geboden door [eiser]. Hij heeft IWNK in zijn brief van 22 januari 2026 een concrete termijn gegeven voor het alsnog leveren van de raamhorren. Dat heeft IWNK nagelaten, zodat zij tekortgeschoten is in de nakoming van haar verbintenis om deze zaken te leveren (artikel 7:9 lid 4 BW). [eiser] heeft IWNK vanaf het moment van plaatsing van de voordeur meerdere keren in de gelegenheid gesteld de voordeur te vervangen. In de brief van 27 november 2025 heeft [eiser] IWNK een concrete termijn gegeven om de voordeur te vervangen, maar tot herstel van het gebrek is het binnen de gegeven termijn niet gekomen.
Omdat IWNK van de mogelijkheid tot herstel geen gebruik gemaakt heeft is zij in verzuim geraakt, zodat [eiser] de gebreken voor eigen rekening kan laten herstellen en de kosten daarvan als schade op IWNK kan verhalen. Deze schadevergoeding vordert [eiser] ook.
5.8
Voor zover de overeenkomst bij brief van 13 januari 2026 niet gedeeltelijk buitengerechtelijk is ontbonden, zal de kantonrechter de overeenkomst alsnog ten aanzien van de raamhorren en de voordeur ontbinden. De vordering onder 1 is in zoverre toewijsbaar.
IWNK moet aan [eiser] betalen
5.9
[eiser] maakt in deze procedure geen aanspraak op nakoming van de overeenkomst, maar hij vordert in plaats daarvan vergoeding van door hem gemaakte en nog te maken kosten als gevolg van de tekortkoming in de nakoming door IWNK. [eiser] specificeert deze kosten als volgt:
- vervangen voordeur
€
1.350,–
(€ 2.000,– minus € 750,–)
- montagekosten voordeur
€
100,–
(€ 50,– per uur inclusief btw x 2 uur)
- drie raamhorren
€
285,–
(€ 95,– per hor x 3 stuks)
- folie voordeur
€
147,51
- losse brievenbus
€
20,99
5.10
IWNK heeft gezegd dat zij de kosten voor het folie voor de voordeur (€ 147,51) en de brievenbus (€ 20,99) zal vergoeden aan [eiser], zodat dit deel van de vordering van [eiser] toewijsbaar is. De kosten voor de nieuwe voordeur zijn volgens IWNK te hoog, omdat het gaat om een nieuwe paneeldeur zonder vleugel en kozijn en [eiser] een bedrag vordert voor een nieuwe paneeldeur inclusief nieuwe vleugel en kozijn. De kosten voor een dergelijk deurpaneel bedragen volgens IWNK € 875,–.
5.11
[eiser] heeft ter zitting toegelicht dat de kosten die IWNK noemt voor een deurpaneel wel kunnen kloppen, maar volgens [eiser] is dat voor een deurpaneel met melkglas en niet met Satinato glas. Ook is de huidige maatvoering van het kozijn en de vleugel niet geschikt voor een voordeur met Satinato glas, zodat deze vervangen dienen te worden. Voor het bedrag van € 2.000,– ter vervanging van de voordeur voert [eiser] aan dat hij dit heeft gebaseerd op de prijs voor gelijkwaardige voordeuren. Het ingehouden bedrag van € 750,– heeft [eiser] hierop in mindering gebracht, zodat nog € 1.350,– resteert.
5.12
De kantonrechter overweegt als volgt. IWNK was niet aanwezig bij de mondelinge behandeling en heeft de toelichting door [eiser] niet weersproken, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid daarvan. De toelichting door [eiser] en de daartoe overgelegde stukken is een voldoende onderbouwing van zijn stelling dat de voordeur inclusief kozijn en vleugel vervangen dient te worden en dat deze kosten € 2.000,– bedragen. Het staat vast dat [eiser] een bedrag van € 750,– heeft ingehouden vanwege het leveren van een andere voordeur dan partijen zijn overeengekomen. De kantonrechter corrigeert een rekenfout van [eiser] en zal € 1.250,– aan vervangingskosten toewijzen (€ 2.000,– minus € 750,–).
IWNK heeft geen verweer gevoerd tegen de (hoogte van de) kosten voor de drie raamhorren van € 285,–, zodat de kantonrechter dit deel van de vordering als niet weersproken zal toewijzen.
De wettelijke rente
5.13
[eiser] vordert betaling door IWNK van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de door hem gevorderde bedragen. IWNK heeft geen verweer gevoerd tegen dit deel van de vordering, zodat de kantonrechter de gevorderde wettelijke rente als onweersproken zal toewijzen.
De buitengerechtelijke incassokosten
5.14
De kantonrechter zal de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten als niet weersproken toewijzen. [eiser] heeft voldoende gemotiveerd gesteld en onderbouwd dat hij buitengerechtelijke incassowerkzaamheden heeft verricht. De gevorderde vergoeding van € 285,53 aan buitengerechtelijke incassokosten is niet hoger dan het tarief dat in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is bepaald en zal daarom worden toegewezen.
De subsidieaanvraag
5.15
[eiser] vordert dat IWNK het overeengekomen officiële document met de berekening van het aantal vierkante meters glaswerk ten behoeve van de subsidieaanvraag van [eiser] aan hem levert. IWNK heeft daartegen geen verweer gevoerd, zodat de kantonrechter dit deel van de vordering als onweersproken zal toewijzen.
IWNK moet de proceskosten betalen
5.16
De proceskostenvergoeding in deze zaak bestaat uit salaris gemachtigde, griffierecht en de kosten van het uitbrengen van de dagvaarding. [eiser] vordert betaling door IWNK van de proceskosten en eventueel te vermeerderen met de btw over de daarvoor in aanmerking komende kosten, zoals door [eiser] nader in een tabel zijn gespecificeerd. De kantonrechter begrijpt dat onder deze kosten vallen het opgevraagde uittreksel uit het handelsregister (€ 3,57), het raadplegen van het digitaal beslagregister (‘DBR’) (€ 0,62) en explootkosten dagvaarding (€ 151,94). [eiser] stelt dat hij de btw niet kan verrekenen. [eiser] maakt terecht aanspraak op vergoeding van omzetbelasting over de kosten DBR en explootkosten dagvaarding. Het is de kantonrechter niet duidelijk of de bedragen die hiervoor in het petitum staan vermeld exclusief of inclusief omzetbelasting zijn. De kantonrechter zal deze kosten toewijzen exclusief btw en in het dictum bepalen dat deze kosten - indien van toepassing - nog dienen te worden vermeerderd met omzetbelasting.
5.17
IWNK is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
156,13
- griffierecht
€
265,00
- salaris gemachtigde
€
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
€
108,50
(plus kosten van betekening als vermeld in de beslissing)
Totaal
€
963,63
5.18
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
6De beslissing
De kantonrechter
6.1
ontbindt de overeenkomst tussen [eiser] en IWNK gedeeltelijk, voor zover deze betrekking heeft op het leveren en plaatsen van de voordeur en de raamhorren;
6.2
veroordeelt IWNK tot betaling aan [eiser] van:
€ 1.250,– voor vervanging van de voordeur, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 13 januari 2026 tot aan de dag van volledige betaling;
€ 100,– aan montagekosten voor vervanging van de voordeur, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 13 januari 2026 tot aan de dag van volledige betaling;
€ 285,– voor vervanging van drie raamhorren, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 29 januari 2026;
€ 147,51 voor aanschaf van raamfolie, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 22 januari 2026 tot aan de dag van volledige betaling;
€ 20,99 voor aanschaf van een brievenbus, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 22 januari 2026 tot aan de dag van volledige betaling; en
€ 285,53 aan buitengerechtelijke incassokosten.
6.3
veroordeelt IWNK om aan [eiser] het officiële document met de berekening van het aantal vierkante meters glaswerk ten behoeve van de subsidieaanvraag van [eiser], aan [eiser] te leveren;
6.4
veroordeelt IWNK in de proceskosten van € 963,63, waarbij de kantonrechter bepaalt dat de kosten DBR van € 0,62 en explootkosten van € 151,94 exclusief btw - indien nodig - nog dienen te worden vermeerderd met omzetbelasting, te betalen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, te vermeerderen met de kosten van betekening als IWNK niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
6.5
veroordeelt IWNK tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
6.6
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
6.7
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.B. de Groot en op 15 september 2026 door mr. A.M.S. Kuipers in het openbaar uitgesproken.
Vgl. Kamerstukken II 2000/01, 27 809, nr. 3, p. 13 en artikel 1 lid 4 Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende bepaalde aspecten van de verkoop van en de garanties voor consumptiegoederen.
Artikel 6:215 BW in samenhang met artikel 7:5 lid 4 BW.
Vgl. HR 11 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1581.