Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2026:5709

2026-09-15 Civiel recht 11980341
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2026-09-15
Publicatiedatum
2026-09-26
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
11980341
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Redelijke vergoeding voor uitgevoerde werkzaamheden

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (9.400 tekens)
RECHTBANK
OVERIJSSEL



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Enschede



Zaaknummer: 11980341 \ CV EXPL 25-3483




Vonnis van 8 september 2026




in de zaak van



de maatschap ACSENZO ACCOUNTANCY EN BELASTINGADVIES,
gevestigd en kantoorhoudende in Hengelo,
eisende partij,
hierna: Acsenzo,
gemachtigde: L. Veld,



tegen





[gedaagde]
, handelend onder de naam [bedrijf],
wonende in [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna: [gedaagde],
verschenen in persoon.






1De procedure


1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:


de dagvaarding van 18 november 2025;


de e-mail van [gedaagde] van 5 januari 2026, aangemerkt als conclusie van antwoord, en


de mondelinge behandeling van 18 augustus 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.





1.2
Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat vonnis zal worden gewezen.






2De feiten


2.1


[gedaagde] heeft in opdracht van Acsenzo incassowerkzaamheden verricht, bestaande uit het incasseren van facturen die Acsenzo aan haar klant MarkyourMedia heeft gestuurd.
De door [gedaagde] te incasseren hoofdsom bedroeg € 2.178,58. [gedaagde] heeft tussen februari 2024 en juli 2024 in totaal een bedrag van € 1.125,– van MarkyourMedia geïncasseerd.




2.2

[gedaagde] heeft op 1 september 2025 een bedrag van € 618,34 aan Acsenzo (door)betaald.





3Het geschil


3.1
Acsenzo wil dat [gedaagde] het geïncasseerde bedrag volledig aan haar (door)betaalt, plus rente en incassokosten. Zij vordert daarom dat de kantonrechter [gedaagde] zal veroordelen om € 865,55 aan haar te betalen, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 1.225,–, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten en in de nakosten.



3.2

[gedaagde] voert aan dat hij volgens afspraak de buitengerechtelijke incassokosten die hij heeft gemaakt en een provisie van 10% op het bij MarkyourMedia geïncasseerde bedrag heeft ingehouden.






4De beoordeling


4.1
Partijen zijn het erover eens dat [gedaagde] op basis van een overeenkomst van opdracht incassowerkzaamheden heeft uitgevoerd en dat hij bij incasso van het volledige bedrag de incassokosten en een provisie van 10% als loon mocht inhouden en het restant van het geïncasseerde bedrag zou doorbetalen aan Acsenzo. Als het incasseren van de factuurbedragen niet zou lukken, dan zou [gedaagde] geen loon krijgen (no cure, no pay).



4.2
De kantonrechter stelt vast dat partijen geen afspraken hebben gemaakt voor de situatie waarin slechts een deel van het te incasseren bedrag door [gedaagde] zou worden geïncasseerd, zoals hier het geval is. Daarom heeft [gedaagde] op grond van artikel 7:405 lid 1 en lid 2 BW recht op een gebruikelijk, dan wel redelijk loon.



4.3

[gedaagde] heeft ter zitting gesteld dat het ingehouden bedrag van € 506,66 een redelijk loon is. Het betreft 10% provisie en de incassokosten over de oorspronkelijke hoofdsom van € 2.178,58. Acsenzo vindt het bedrag van € 506,66 te hoog en heeft voorgesteld om het deel van het loon dat bestaat uit incassokosten te baseren op het geïncasseerde bedrag van € 1.125,–.



4.4
De kantonrechter stelt met inachtneming van het voorgaande het loon van [gedaagde] vast op € 316,69, waarvan € 112,50 aan provisie (10%) en € 204,19 aan incassokosten (gebaseerd op het geïncasseerde bedrag van € 1.125,–). Daarbij weegt de kantonrechter mee dat [gedaagde] bij volledige incasso de volledige buitengerechtelijke incassokosten mocht inhouden en bij geen incasso geen loon zou krijgen. [gedaagde] heeft iets meer dan de helft van het openstaande bedrag geïncasseerd, maar daarvoor wel (bijna) evenveel werkzaamheden verricht als wanneer hij het volledige bedrag zou hebben kunnen innen. Dat heeft [gedaagde] althans desgevraagd ter zitting verklaard en Acsenzo heeft dat niet tegengesproken. [gedaagde] heeft daarmee recht op een loon van € 316,69 en moet dus, omdat hij € 506,66 heeft ingehouden, nog (€ 506,66 - € 316,69 =) € 189,97 aan Acsenzo betalen.



4.5

[gedaagde] heeft het bedrag van € 618,34 pas betaald op 1 september 2025, dus na verschillende aanmaningen van Wigger Van het Laar, de gemachtigde van Acsenzo. Dat betekent dat de buitengerechtelijke incassokosten zullen worden gebaseerd op het ten tijde van de buitengerechtelijke incassowerkzaamheden verschuldigde bedrag van (€ 1.125,– minus € 316,99 =) € 808,31. De buitengerechtelijke incassokosten zullen op basis daarvan worden toegewezen voor een bedrag van € 121,25.



4.6

Omdat [gedaagde] het verschuldigde bedrag van € 808,31 niet (tijdig) aan Acsenzo heeft (door)betaald, moet hij daarover rente betalen. [gedaagde] handelde in de uitoefening van zijn beroep, zodat de wettelijke handelsrente van toepassing is.
De door Acsenzo berekende rente is gebaseerd op een hoofdsom van € 1.125,– en is dus te hoog. Daarnaast heeft Acsenzo niet gesteld dat partijen een termijn zijn overeengekomen waarbinnen [gedaagde] het geïnde bedrag aan Acsenzo moest doorbetalen. De wettelijke handelsrente over het bedrag van € 808,31 zal daarom worden toegewezen vanaf 6 juli 2025, de dag na de veertiende dag na ontvangst van de aanmaning van 20 juni 2025.
Acsenzo heeft artikel 6:44 BW toegepast, zodat de hoofdsom rentedragend blijft. Na de betaling van € 618,34 op 1 september 2025 is [gedaagde] daarom de rente verschuldigd over een bedrag van (€ 808,31 + € 121,25 - € 618,34 =) € 311,22.




4.7
De conclusie van het voorgaande is dat [gedaagde] nog een bedrag van € 808,31 + € 121,25 - € 618,34 = € 311,22 aan Acsenzo moet betalen, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 808,31 vanaf 6 juli 2025 tot 1 september 2025 en over € 311,22 vanaf 1 september 2025 tot de dag van volledige betaling.



4.8
Hoewel Acsenzo in deze procedure voor een klein deel in het gelijk wordt gesteld, ziet de kantonrechter aanleiding om [gedaagde] in de kosten van deze procedure te veroordelen. Door betaling van het geïncasseerde bedrag aan Acsenzo uit te stellen en door Acsenzo na de gedeeltelijke betaling geen inzicht te geven in het door hem ingehouden loon, komt het voor rekening en risico van [gedaagde] dat Acsenzo deze procedure heeft moeten starten. De proceskosten aan de zijde van Acsenzo worden begroot op:










kosten dagvaarding


€


123,71







griffierecht


€


340,00







salaris gemachtigde


€


174,00


(2 punten x tarief € 87,–)




nakosten


€


43,50













--------







totaal


€


681,21














5De beslissing


De kantonrechter



5.1
veroordeelt [gedaagde] om een bedrag van € 311,22 aan Acsenzo te betalen, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 808,31 vanaf 6 juli 2025 tot 1 september 2025 en over een bedrag van € 311,22 vanaf 1 september 2025 tot de dag van volledige betaling;



5.2
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Acsenzo begroot op € 681,21;



5.3
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;



5.4
wijst het meer of anders gevorderde af.



Dit vonnis is gewezen door mr. J.B. de Groot en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2026.(SB)