Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2026:5704

2026-09-25 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht ZWO 26/1615
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2026-09-25
Publicatiedatum
2026-09-25
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
ZWO 26/1615
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Beroep niet tijdig. Beroep gegrond.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.355 tekens)
RECHTBANK OVERIJSSEL


Bestuursrecht


zaaknummer: ZWO 26/1615


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen


Stichting Zinder, uit Deventer, eiseres (hierna: Zinder),
gemachtigde: [gemachtigde 1],


en




de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (hierna: het UWV),
gemachtigde: [gemachtigde 2].





Inleiding


1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat Zinder heeft ingesteld, omdat het UWV eerder volgens haar niet tijdig heeft beslist op haar verzoek van 3 februari 2026 om herbeoordeling van (ex-)werkneemster [naam] (hierna: [naam]) op grond van de Wet WIA.



1.1.
De rechtbank heeft het beroep op 20 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van Zinder en de gemachtigde van het UWV deelgenomen.




Beoordeling door de rechtbank

1. Als een bestuursorgaan niet tijdig beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.



Is het beroep ontvankelijk en gegrond?



2. Op 3 februari 2026 heeft Zinder een verzoek om herbeoordeling van [naam] bij het UWV ingediend. Het UWV had binnen acht weken na ontvangst van dit verzoek moeten beslissen, in dit geval uiterlijk op 31 maart 2026. Het UWV heeft de beslistermijn niet verlengd. Het UWV heeft op 3 april 2026 een ingebrekestelling van Zinder ontvangen. Het UWV heeft op 1 juni 2026 de maximale dwangsom van € 1.442,- aan Zinder toegekend.


3. Op 3 juni 2026 heeft Zinder beroep ingesteld in verband met het uitblijven van een besluit van het UWV op het verzoek om herbeoordeling. Omdat het UWV niet binnen twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling een besluit heeft genomen, en dat nog altijd niet heeft gedaan, is het beroep ontvankelijk en gegrond.



Welke beslistermijn moet aan verweerder worden opgelegd?



4. Nu het beroep niet-tijdig beslissen gegrond is, moet de rechtbank bepalen binnen welke termijn het UWV alsnog een besluit bekend moet maken. Het wettelijke uitgangspunt is op grond van het bepaalde in artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb een termijn van twee weken. In bijzondere gevallen kan de rechtbank een andere termijn bepalen of een andere voorziening treffen. Het is vaste rechtspraak dat die andere termijn niet onnodig lang, maar ook niet onrealistisch kort moet zijn.

5. In de uitspraak van 19 januari 2026 heeft de meervoudige kamer van deze rechtbank overwogen dat het UWV te maken heeft met een structureel tekort aan verzekeringsartsen. Dat maakt dat sprake is van een bijzonder geval en dat het UWV een langere termijn krijgt om te beslissen. De rechtbank heeft toen bepaald dat het UWV een termijn van vier maanden krijgt als het verzoek is gedaan door of namens de werkgever van de uitkeringsgerechtigde, gerekend vanaf de datum van verzending van de uitspraak. Dat is hier aan de orde en niet is gebleken dat in deze zaak sprake is van bijzondere omstandigheden om van deze lijn af te wijken.



Welke dwangsom wordt aan verweerder opgelegd?



6. Zinder heeft verzocht om een dwangsom op te leggen aan het UWV.
De rechtbank bepaalt, in overeenstemming met het landelijke beleid van de rechtbanken hierover, dat het UWV een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden. Daarbij geldt een maximum van € 15.000,-.



Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat Zinder gelijk krijgt, dat het UWV vier maanden de tijd krijgt om alsnog een besluit te nemen en aan het UWV een dwangsom wordt opgelegd ter hoogte van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,-.

8. Omdat het beroep gegrond is, moet het UWV het griffierecht aan Zinder vergoeden en krijgt zij een vergoeding voor haar proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt in totaal € 934,-, omdat de gemachtigde van Zinder een beroepschrift heeft ingediend en is verschenen ter zitting. De rechtbank is van oordeel dat deze zaak van licht gewicht is, omdat het alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.




Beslissing


De rechtbank:



verklaart het beroep gegrond;


vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;


draagt het UWV op binnen vier maanden na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken;




bepaalt dat het UWV aan Zinder een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;


bepaalt dat het UWV het griffierecht van € 397,- aan Zinder moet vergoeden;


- veroordeelt verweerder tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan Zinder.



Deze uitspraak is gedaan door mr. A.T. de Kwaasteniet, rechter, in aanwezigheid van
A. van den Ham, griffier.



Uitgesproken in het openbaar op















griffier


rechter













Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:




Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.


Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.



Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.


Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).


Dit staat in artikel 102, derde lid, van de Wet WIA


Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 20 oktober 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2346.


ECLI:NL:RBOVE:2026:198.


Dit is het “Beleid extra dwangsom”, te vinden op www.rechtspraak.nl.