Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2026:5640

2026-09-22 Civiel recht 12274769 \ CV EXPL 26-1121
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2026-09-22
Publicatiedatum
2026-09-23
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
12274769 \ CV EXPL 26-1121
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Premie zorgverzekering, 1 maand onbetaald gelaten. Vordering toegewezen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.316 tekens)
RECHTBANK OVERIJSSEL


Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Almelo



Zaaknummer: 12274769 \ CV EXPL 26-1121




Vonnis van 22 september 2026




in de zaak van




MENZIS ZORGVERZEKERAAR N.V.,
te Wageningen,
eisende partij,
hierna te noemen: Menzis,
gemachtigde: GGN Mastering Credit N.V.,



tegen





[gedaagde]
,
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.






1De procedure


1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek.




1.2.

[gedaagde] heeft hierna, hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, niet meer gereageerd.



1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De feiten


2.1.

[gedaagde] heeft op 18 februari 2025 de leeftijd van 18 jaar bereikt waarna voor haar een eigen een zorgverzekeringspolis bij Menzis is gaan lopen vanaf 1 maart 2025.



2.2.

[gedaagde] heeft de premie van maart 2025 onbetaald gelaten.







3Het geschil



De vordering




3.1.
Menzis vordert van [gedaagde] de premie voor haar zorgverzekering voor de maand maart 2025 en de bijkomende kosten en proceskosten.



Het verweer





3.2.

[gedaagde] voert hiertegen aan dat zij tijdig de overeenkomst met Menzis heeft opgezegd en al was overgestapt naar FBTO en daar premie heeft betaald.



3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





4De beoordeling



Hoofdsom




4.1.
Menzis heeft gesteld dat [gedaagde] gedurende de periode 1 maart 2025 tot en met 31 maart 2025 bij haar verzekerd is geweest en daarvoor premie moet betalen. [gedaagde] heeft naar voren gebracht dat zij al was overgestapt naar FBTO en niet meer bij Menzis verzekerd was. Hoewel [gedaagde] daartoe wel in de gelegenheid is gesteld, heeft zij haar verweer niet onderbouwd met bewijsstukken. Menzis daarentegen heeft haar stelling dat [gedaagde] bij haar verzekerd was wel onderbouwd met de brief van 4 maart 2025. Uit deze brief blijkt dat [gedaagde] tot 31 maart 2025 verzekerd is geweest bij Menzis.



4.2.
De kantonrechter is gelet op bovenstaande van oordeel dat [gedaagde] in maart 2025 bij Menzis was verzekerd en daarvoor premie moet betalen. Nu [gedaagde] dat nog niet heeft gedaan, zal de kantonrechter de hoofdsom van € 213,87 toewijzen.



Bijkomende kosten





Ambtshalve toetsing van toepasselijke algemene voorwaarden





4.3.
De kantonrechter heeft ambtshalve beoordeeld of in de van toepassing zijnde algemene voorwaarden bepalingen zijn opgenomen ten aanzien van de gevorderde vergoeding van rente en buitengerechtelijke incassokosten, die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld en door de kantonrechter vernietigd moeten worden. Dat is niet het geval.



4.4.
Vaststaat dat [gedaagde] de premie niet op tijd heeft betaald en hierdoor in verzuim is geraakt. De daarna in rekening gebrachte wettelijke rente moet [gedaagde] daarom ook betalen.



4.5.
Menzis vordert een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten. Menzis heeft [gedaagde] bij brief van 21 mei 2025 een termijn van 14 dagen gegeven om zonder bijkomende kosten de openstaande premie te voldoen. Vast staat dat [gedaagde] het bedrag niet binnen de gestelde termijn heeft voldaan. Bovendien voldoet de aanmaning aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. [gedaagde] heeft de ontvangst van deze brief van Menzis ook niet betwist. Menzis heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat er buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief en daarom moeten [gedaagde] ook deze kosten betalen.



Proceskosten





4.6.

Omdat betaling, ondanks aanmaning, uitbleef, is de kantonrechter van oordeel dat Menzis in redelijkheid heeft kunnen besluiten om [gedaagde] te dagvaarden. [gedaagde] krijgt ongelijk en zij moet daarom de proceskosten betalen.
De proceskosten van Menzis worden begroot op:










- kosten van de dagvaarding


€


153,77







- griffierecht


€


139,00







- salaris gemachtigde


€


174,00


(2 punten × € 87,00)




- nakosten


€


43,50







Totaal


€


510,27













5De beslissing
De kantonrechter:


5.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan Menzis te betalen een bedrag van € 276,32 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over € 213,87 vanaf
19 mei 2026 tot aan de dag van volledige betaling;




5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten tot op heden aan de zijde van Menzis begroot op bedrag € 510,27, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen de kosten van betekening, indien [gedaagde] niet binnen genoemde termijn betaalt en vervolgens betekening van het vonnis plaatsvindt;



5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.









Dit vonnis is gewezen door mr. A. Smedes en in het openbaar uitgesproken op 22 september 2026. (ak)