Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2026:5636

2026-09-22 Bestuursrecht C/08/350837 KG RK 26-377
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2026-09-22
Publicatiedatum
2026-09-23
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
C/08/350837 KG RK 26-377
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Wrakingskamer. Verzoek tot wraking van de rechter vanwege schijn van partijdigheid. De wrakingskamer oordeelt dat er geen sprake is van (schijn van) partijdigheid en/of vooringenomenheid van de rechter.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (10.704 tekens)
beslissing
RECHTBANK OVERIJSSEL


Wrakingskamer



Zittingsplaats Almelo



zaaknummer: C/08/350837 KG RK 26-377





Beslissing van 22 september 2026




in de zaak van





[verzoeker]


wonende te [woonplaats],
verzoeker tot wraking,
hierna te noemen [verzoeker],
procederend in persoon.






1De procedure

1.1.

Bij de rechtbank Overijssel, team bestuursrecht, locatie Zwolle, zijn zes beroepen van [verzoeker] aanhangig, geregistreerd onder zaaknummers AWB 25/1791 en 26/1975-179. Deze beroepen gaan over de WOZ-waarden van zes woningen van [verzoeker]. Op
18 augustus 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden, met mr. L.M. Rijksen (hierna: de rechter) als de behandelend rechter.




1.2.
Bij e-mail van 19 augustus 2026 heeft [verzoeker] aan de griffie van de rechtbank een verzoek tot wraking van de rechter gestuurd.



1.3.
De rechter heeft niet berust in de wraking en op 21 augustus 2026 schriftelijk gereageerd, waarbij hij heeft medegedeeld niet bij de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek aanwezig te zullen zijn.



1.4.

[verzoeker] heeft bij e-mail van 24 augustus 2026 aan de griffie van de rechtbank verzocht om een verbeterd proces-verbaal van de mondelinge behandeling. De wrakingskamer heeft daarop gereageerd dat er geen aanleiding is om het opgemaakte proces-verbaal te corrigeren en/of aan te vullen. De gewraakte rechter en diens griffier zagen geen reden voor correctie of aanvulling.



1.5.
Op 12 september 2026 heeft de griffie van de rechtbank een e-mail van [verzoeker] ontvangen waarin hij onder meer op de reactie van de rechter ingaat en hij verzoekt om het wrakingsverzoek door een andere rechtbank te laten behandelen. [verzoeker] deelt daarin ook mee dat hij waarschijnlijk niet aanwezig zal zijn bij de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek.



1.6.
De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek stond op 14 september 2026 gepland. Daarbij is niemand verschenen.





2Het wrakingsverzoek

2.1.

[verzoeker] heeft – kort samengevat – het volgende aan het wrakingsverzoek ten grondslag gelegd. Volgens [verzoeker] heeft de rechter hem tijdens de mondelinge behandeling afgepoeierd en afgeserveerd, waardoor hij na tien minuten weer buiten stond. De mondelinge behandeling vond met gesloten deuren plaats, waaruit volgens [verzoeker] blijkt dat dit de vooropgezette bedoeling van de rechter is geweest. De rechter heeft [verzoeker] tijdens de mondeling behandeling voorgehouden dat alleen het beroep over één woning behandeld kon worden, omdat [verzoeker] voor de beroepen over de andere vijf woningen geen griffierechten heeft betaald. Volgens [verzoeker] heeft de rechter hem daarmee onder druk gezet om zo te bewerkstelligen dat [verzoeker] zijn beroepen in zou trekken. De rechter wilde daarmee GBTwente, die volgens [verzoeker] vrijwel geen verweer heeft gevoerd, behulpzaam zijn. Daaruit blijkt volgens [verzoeker] dat de rechter partijdig is. Het proces-verbaal van de mondelinge behandeling is volgens [verzoeker] na de mondelinge behandeling zodanig bijgesteld dat het partijdigheidsgevoel eruit is gehaald. [verzoeker] heeft het vertrouwen in de rechtbank Overijssel verloren en verzoekt daarom om het wrakingsverzoek te verwijzen naar een andere rechtbank.





3Het standpunt van de rechter

3.1.
De rechter schrijft in zijn reactie op het wrakingsverzoek – kort samengevat – het volgende. Het proces-verbaal geeft een juiste weergave van de gang van zaken tijdens de mondelinge behandeling. De mondelinge behandeling heeft met gesloten deuren plaatsgevonden, omdat de wet dat bij belastingzaken voorschrijft. De rechter heeft [verzoeker] aan het begin van de mondelinge behandeling de procedurele vraag gesteld of [verzoeker] met het oog op naheffing van griffierechten alle zes de beroepen wilde doorzetten, nu slechts in de beroepszaak over één woning griffierecht was betaald. Dat wilde [verzoeker], waarna alle beroepen inhoudelijk aan de orde zijn geweest. De rechter heeft niet de bedoeling gehad om [verzoeker] met zijn mededeling over griffierechten te overvallen. Als [verzoeker] tijdig de aanvullende griffierechtnota’s inzake de beroepen over de andere vijf woningen voldoet, krijgt hij een inhoudelijk oordeel in alle zes de beroepszaken.





4De beoordeling
Verwijzing wrakingsverzoek


4.1.
Het verzoek tot verwijzing van het onderhavige wrakingsverzoek naar een andere rechtbank wordt afgewezen, omdat uitgangspunt bij de behandeling van een wrakingsverzoek is dat dit verzoek wordt behandeld door de wrakingskamer van de rechtbank waarvan de rechter tegen wie het wrakingsverzoek is gericht deel uitmaakt. In dit geval zijn er geen feiten en omstandigheden gebleken, die aanleiding vormen om van dit uitgangspunt af te wijken. De enkele stelling dat verzoeker onvoldoende vertrouwen heeft in de rechtbank Overijssel is daartoe onvoldoende. De wrakingskamer zal het wrakingsverzoek daarom inhoudelijk beoordelen.



Inhoudelijke beoordeling





4.2.
De wrakingskamer moet de vraag beantwoorden of de rechter partijdig is of dat hij die indruk bij [verzoeker] heeft gewekt. Die indruk gaat niet alleen maar over het persoonlijke gevoel van [verzoeker], maar moet ‘geobjectiveerd’ zijn. Dat wil zeggen dat een willekeurige andere persoon in de plaats van [verzoeker] op grond van bepaalde feiten en omstandigheden óók moet hebben gedacht dat de rechter partijdig is. Het uitgangspunt is dat de rechter vanwege zijn aanstelling als rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn. Dat kan anders zijn als sprake is van een uitzonderlijke omstandigheid, waaruit kan worden afgeleid dat hij vooringenomen is.



4.3.
Een proces-verbaal dat is opgemaakt naar aanleiding van een mondelinge behandeling is een zakelijke weergave van wat is besproken. Het hoeft geen volledige en letterlijke weergave te zijn. De wrakingskamer heeft in dit geval geen reden om te twijfelen aan de inhoud van het ambtsedig opgemaakte proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 18 september 2026. Uit het proces-verbaal is af te leiden dat de rechter [verzoeker] erop heeft gewezen dat er maar in één beroep inzake een woning griffierecht is geheven, terwijl het gaat om beroepen tegen de vaststelling van de WOZ-waarden van in totaal zes woningen van verzoeker. De rechter heeft ter zitting toegelicht dat [verzoeker] tijdig de aanvullende griffierechtnota’s moet betalen, omdat anders de overige beroepen mogelijk niet-ontvankelijk worden verklaard en hem vervolgens gevraagd wat [verzoeker] wil. Vervolgens heeft de rechter [verzoeker] de gelegenheid gegeven om het beroep in de zaken verder toe te lichten. [verzoeker] gaf daarop te kennen dat alles in zijn beroepschrift staat. Ook (de procesvertegenwoordiger van) GBTwente verwees voor zijn standpunt naar de stukken. Daarna heeft de rechter het onderzoek gesloten en medegedeeld dat er nog een nota griffierecht komt en na betaling daarvan uitspraak zal worden gedaan in alle zaken.



4.4.
Uit het voorgaande blijkt dat de rechter elke woning waarvan [verzoeker] de WOZ-waarde getoetst wil hebben als een zelfstandig beroep ziet en [verzoeker] daarom voor elk beroep griffierecht moet betalen. Naar zijn aard is dit een inhoudelijke procesbeslissing. Volgens de Hoge Raad komt de wrakingskamer geen oordeel toe over de juistheid van een procesbeslissing. De reden daarvan is dat tegen een uitspraak van de rechtbank doorgaans een rechtsmiddel (zoals hoger beroep) kan worden ingesteld waarbij dit aan de orde kan komen. Alleen als de procesbeslissing in het licht van de omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid, kan dat tot een ander oordeel leiden. Dat daarvan in dit geval sprake is, heeft [verzoeker] onvoldoende onderbouwd en is de wrakingskamer overigens ook niet gebleken. De rechter heeft [verzoeker] op het mogelijke gevolg van het niet betalen van het griffierecht gewezen en gevraagd of [verzoeker] nog steeds de WOZ-waarde van elke woning getoetst wilde hebben. Voorstelbaar is dat de mededeling van de rechter dat nog meer griffierecht betaald moet worden [verzoeker] enigszins heeft overvallen. Dat betekent echter niet dat op basis van deze mededeling omtrent het mogelijk verdere verloop van de procedure(s) kan worden gesteld dat de rechter vooringenomen is, of lijkt. De wrakingskamer leidt uit die mededeling niet de bedoeling van de rechter af om [verzoeker] onder druk te zetten om beroepen in te trekken. Integendeel: hem wordt juist de mogelijkheid geboden om door betaling van griffierechten niet-ontvankelijkheid te voorkomen en alsnog een inhoudelijk oordeel te verkrijgen. De keuze om de beroepen al dan niet door te zetten is steeds bij [verzoeker] blijven liggen en hij heeft tijdens de mondelinge behandeling van de rechter de gelegenheid gekregen om de beroepen inhoudelijk verder toe te lichten. Uit deze omstandigheden kan volgens de wrakingskamer niet worden afgeleid dat sprake is van (schijn van) partijdigheid en/of vooringenomenheid van de rechter.



4.5.
Wat [verzoeker] inhoudelijk over de beroepen naar voren heeft gebracht is niet aan de wrakingskamer om te beoordelen. Het wrakingsverzoek bevat verder geen andere feiten of omstandigheden die erop wijzen dat sprake is van (schijn van) partijdigheid en/of vooringenomenheid van de rechter. De wrakingskamer zal het wrakingsverzoek van [verzoeker] daarom ongegrond verklaren.





5De beslissing
De wrakingskamer


5.1.
verklaart het verzoek ongegrond.


Deze beslissing is gegeven door de mrs. U. van Houten, B.W.M. Hendriks, E. Venekatte, in tegenwoordigheid van de griffier mr. N.E. Raap en in het openbaar uitgesproken op
22 september 2026.



de griffier de voorzitter












Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.





HR 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1413.