Rechtbank Overijssel
ECLI:NL:RBOVE:2026:5625
2026-09-11
Civiel recht
12354339 \ EJ VERZ 26-269
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Arbeidsrecht. Spoorwissel 69 Rv.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (6.008 tekens)
RECHTBANK
OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer / rekestnummer: 12354339 \ EJ VERZ 26-269
Beschikking van 11 september 2026
in de zaak van
[verzoeker]
,
te [woonplaats],
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker],
procederend in persoon,
tegen
WEHKAMP RETAIL GROUP B.V.,
te Zwolle,
verwerende partij,
hierna te noemen: Wehkamp,
gemachtigde: mr. C.A.E. Nijman.
1De beslissing in het kort
[verzoeker] heeft een loonvordering op haar werkgever bij verzoekschrift ingediend in plaats van bij dagvaarding. De kantonrechter zal de ‘spoorwissel’ toepassen en bevelen dat de zaak wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure. De kantonrechter zal de zaak verwijzen naar de rol voor het nemen van een conclusie van antwoord door Wehkamp.
2De procedure
2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift;
- het bericht van Wehkamp van 3 september 2026 met de mededeling dat [verzoeker] de procedure heeft ingeleid met een verkeerde procesinleiding.
2.2
De beschikking is bepaald op vandaag.
3Het verzoek en het verweer
3.1
De kantonrechter begrijpt uit het verzoekschrift dat [verzoeker] per 1 juni 2021 in dienst is getreden bij Wehkamp en dat [verzoeker] van mening is dat Wehkamp met terugwerkende kracht haar functie-inschaling moet aanpassen en het daarbij behorende hogere loon (te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente) aan haar moet betalen. Ook is [verzoeker] van mening dat Wehkamp haar een immateriële schadevergoeding moet betalen wegens schending van de op haar rustende zorgplicht door Wehkamp.
3.2
Wehkamp heeft in haar bericht van 3 september 2026 medegedeeld dat de procedure door [verzoeker] is ingeleid met een verzoekschrift in plaats van met een dagvaarding en dat zij gelet op artikel 69 Rv graag van de kantonrechter verneemt hoe de procedure verder zal verlopen. Ook heeft zij medegedeeld dat zij er geen bezwaar tegen heeft om de al geplande mondelinge behandeling op 21 oktober 2026 doorgang te laten vinden.
4De beoordeling
4.1
De kantonrechter overweegt dat ten aanzien van verzoekschriftprocedures een gesloten systeem bestaat. De kantonrechter is slechts op grond van een concrete wetsbepaling bevoegd (en verplicht) tot het geven van een beschikking op een verzoekschrift. [verzoeker] heeft geen grondslagen aangevoerd die erop wijzen dat de procedure bij verzoekschrift moet worden ingeleid. Het verzoek van [verzoeker] betreft nakoming van de betalingsverplichting die voortvloeit uit een arbeidsovereenkomst. Niet is gebleken dat het een verzoekschriftprocedure betreft zoals genoemd in artikel 7:686a lid 2 of 3 BW. Dit betekent dat [verzoeker] haar vordering moet instellen door middel van een dagvaarding.
4.2
Conform artikel 69 Rv is de rechter verplicht, ook zonder een daartoe strekkend verweer, te onderzoeken of de procedure met het juiste procesinleidend stuk aanhangig is gemaakt. Als de kantonrechter vervolgens constateert dat de zaak op het verkeerde ‘spoor’ zit, moet de kantonrechter de wissel omzetten en ervoor zorgen dat de procedure wordt doorgeleid naar het juiste spoor.
4.3
Gelet op het bepaalde in artikel 69 Rv zal de kantonrechter bevelen dat onderhavige zaak wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure, een en ander zoals in de beslissing vermeld. Omdat de standpunten en vorderingen van [verzoeker] voldoende duidelijk zijn, acht de kantonrechter aanvulling of verbetering van het inleidende processtuk niet nodig. Omdat oproeping van Wehkamp op grond van artikel 279 Rv al heeft plaatsgevonden (en Wehkamp heeft verklaard dat de geplande mondelinge behandeling wat haar betreft doorgang kan vinden) behoeft geen datum voor oproeping per exploot te worden bepaald. De kantonrechter zal de zaak daarom verwijzen naar de rolzitting van
13 oktober 2026 voor het nemen van een conclusie van antwoord door Wehkamp.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1
beveelt dat de procedure in de stand waarin deze zich bevindt, zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure,
5.2
verwijst de zaak naar de rolzitting van dinsdag 13 oktober 2026 10:00 uur voor conclusie van antwoord aan de zijde van Wehkamp.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Eshuis en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2026.
MvT, parl. Gesch. Herz. Rv, p. 434.
HR 15 maart 1991, LJN ZC0177 (C./Staat).
OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer / rekestnummer: 12354339 \ EJ VERZ 26-269
Beschikking van 11 september 2026
in de zaak van
[verzoeker]
,
te [woonplaats],
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker],
procederend in persoon,
tegen
WEHKAMP RETAIL GROUP B.V.,
te Zwolle,
verwerende partij,
hierna te noemen: Wehkamp,
gemachtigde: mr. C.A.E. Nijman.
1De beslissing in het kort
[verzoeker] heeft een loonvordering op haar werkgever bij verzoekschrift ingediend in plaats van bij dagvaarding. De kantonrechter zal de ‘spoorwissel’ toepassen en bevelen dat de zaak wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure. De kantonrechter zal de zaak verwijzen naar de rol voor het nemen van een conclusie van antwoord door Wehkamp.
2De procedure
2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift;
- het bericht van Wehkamp van 3 september 2026 met de mededeling dat [verzoeker] de procedure heeft ingeleid met een verkeerde procesinleiding.
2.2
De beschikking is bepaald op vandaag.
3Het verzoek en het verweer
3.1
De kantonrechter begrijpt uit het verzoekschrift dat [verzoeker] per 1 juni 2021 in dienst is getreden bij Wehkamp en dat [verzoeker] van mening is dat Wehkamp met terugwerkende kracht haar functie-inschaling moet aanpassen en het daarbij behorende hogere loon (te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente) aan haar moet betalen. Ook is [verzoeker] van mening dat Wehkamp haar een immateriële schadevergoeding moet betalen wegens schending van de op haar rustende zorgplicht door Wehkamp.
3.2
Wehkamp heeft in haar bericht van 3 september 2026 medegedeeld dat de procedure door [verzoeker] is ingeleid met een verzoekschrift in plaats van met een dagvaarding en dat zij gelet op artikel 69 Rv graag van de kantonrechter verneemt hoe de procedure verder zal verlopen. Ook heeft zij medegedeeld dat zij er geen bezwaar tegen heeft om de al geplande mondelinge behandeling op 21 oktober 2026 doorgang te laten vinden.
4De beoordeling
4.1
De kantonrechter overweegt dat ten aanzien van verzoekschriftprocedures een gesloten systeem bestaat. De kantonrechter is slechts op grond van een concrete wetsbepaling bevoegd (en verplicht) tot het geven van een beschikking op een verzoekschrift. [verzoeker] heeft geen grondslagen aangevoerd die erop wijzen dat de procedure bij verzoekschrift moet worden ingeleid. Het verzoek van [verzoeker] betreft nakoming van de betalingsverplichting die voortvloeit uit een arbeidsovereenkomst. Niet is gebleken dat het een verzoekschriftprocedure betreft zoals genoemd in artikel 7:686a lid 2 of 3 BW. Dit betekent dat [verzoeker] haar vordering moet instellen door middel van een dagvaarding.
4.2
Conform artikel 69 Rv is de rechter verplicht, ook zonder een daartoe strekkend verweer, te onderzoeken of de procedure met het juiste procesinleidend stuk aanhangig is gemaakt. Als de kantonrechter vervolgens constateert dat de zaak op het verkeerde ‘spoor’ zit, moet de kantonrechter de wissel omzetten en ervoor zorgen dat de procedure wordt doorgeleid naar het juiste spoor.
4.3
Gelet op het bepaalde in artikel 69 Rv zal de kantonrechter bevelen dat onderhavige zaak wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure, een en ander zoals in de beslissing vermeld. Omdat de standpunten en vorderingen van [verzoeker] voldoende duidelijk zijn, acht de kantonrechter aanvulling of verbetering van het inleidende processtuk niet nodig. Omdat oproeping van Wehkamp op grond van artikel 279 Rv al heeft plaatsgevonden (en Wehkamp heeft verklaard dat de geplande mondelinge behandeling wat haar betreft doorgang kan vinden) behoeft geen datum voor oproeping per exploot te worden bepaald. De kantonrechter zal de zaak daarom verwijzen naar de rolzitting van
13 oktober 2026 voor het nemen van een conclusie van antwoord door Wehkamp.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1
beveelt dat de procedure in de stand waarin deze zich bevindt, zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure,
5.2
verwijst de zaak naar de rolzitting van dinsdag 13 oktober 2026 10:00 uur voor conclusie van antwoord aan de zijde van Wehkamp.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Eshuis en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2026.
MvT, parl. Gesch. Herz. Rv, p. 434.
HR 15 maart 1991, LJN ZC0177 (C./Staat).