Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2026:5624

2026-09-11 Civiel recht 12354082 \ CV EXPL 26-2799
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2026-09-11
Publicatiedatum
2026-09-22
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
12354082 \ CV EXPL 26-2799
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Kort geding ontruiming woonruimte.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.967 tekens)
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede


Zaaknummer : 12354082 \ CV EXPL 26-2799




Vonnis in kort geding van 11 september 2026




in de zaak van





[eiser]
, h.o.d.n. [bedrijf],wonende te [woonplaats 1],
eisende partij, hierna te noemen [eiser],
gemachtigde: mr. A. Prascevic,



tegen





[gedaagde]
,wonende te [woonplaats 2],
gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde],
verschenen in persoon.






1De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties,
- de aanvullende producties van [eiser].



1.2
De mondelinge behandeling is gehouden op 31 augustus 2026. [eiser] is verschenen met zijn gemachtigde, die pleitaantekeningen heeft voorgedragen en overgelegd. [gedaagde] is in persoon verschenen.



1.3
Ten slotte is vonnis bepaald.






2De feiten

2.1


[gedaagde] huurt met ingang van 9 januari 2023 woonruimte (kamer [nummer]) van

[eiser] aan de [adres].




2.2

[eiser] voert onder de naam [bedrijf] een sociaal pension te [plaats], met 60 kamers voor volwassenen. Deze bewoners zijn veelal kwetsbaar en hebben voor een groot deel ondersteuning nodig bij de dagelijkse activiteiten. Deze begeleiding wordt gegeven door Humanitas Onder Dak.







3Het geschil

3.1

[eiser] vordert dat [gedaagde] wordt veroordeeld het gehuurde te ontruimen, met veroordeling van hem in de kosten. Volgens [eiser] veroorzaakt [gedaagde] herhaaldelijk ernstige overlast en gedraagt hij zich agressief en bedreigend jegens medebewoners en medewerkers (van het pension en van Humanitas Onder Dak).



3.2

[gedaagde] voert verweer. Hij betwist (de ernst van) het hem verweten gedrag. Volgens hem klopt niet alles wat over hem is verklaard.



3.3
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.






4De beoordeling



Spoedeisend belang




4.1
Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van het gevorderde.



Toetsingskader





4.2
De kantonrechter stelt in dit kader voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet - volgens vaste jurisprudentie - grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een - diepgaand - onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding, zoals in deze zaak aan de orde is.



4.3
De vraag is of met een grote mate van waarschijnlijkheid in een bodemprocedure de ontbinding van de huurovereenkomst zal worden uitgesproken en of, vooruitlopend daarop, de vordering tot ontruiming toewijsbaar is.



4.4
Bij de beantwoording van de vraag of ontbinding (en de daaraan gekoppelde ontruiming van het gehuurde) gerechtvaardigd is, kunnen alle omstandigheden van het geval van belang zijn en kan niet op voorhand aan één gezichtspunt een beslissende rol worden toegekend. De rechter weegt het gewicht van de tekortkoming in verhouding tot de omstandigheden van het geval, waaronder het concrete (woon)belang van de huurder bij het voortduren van de huurovereenkomst.




[gedaagde] moet de woning ontruimen





4.5

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft [eiser] met de overgelegde verklaringen van medebewoners en Humanitas Onder Dak en de geluids- en videofragmenten voldoende aannemelijk gemaakt dat [gedaagde] structureel overlast heeft veroorzaakt, zich agressief en bedreigend heeft gedragen jegens medebewoners, medewerkers van het pension en hulpverleners en zich niet aan de in het pension geldende regels houdt (door bij herhaling ongeoorloofd gasten te laten overnachten). Daarbij heeft

[eiser] (onweersproken) gesteld dat hij [gedaagde] diverse keren, uiteindelijk zelfs met een (niet ondertekende) “laatste-kans-overeenkomst”, heeft gewaarschuwd dat hij zijn gedrag moest verbeteren.
Dat een deel van de overgelegde verklaringen niet waar is, heeft [gedaagde] wel gesteld, maar niet onderbouwd. Voor zover hij het met andere bewoners (dan de klagers) goed kan vinden, doet dat niet af aan de door de klagers ondervonden overlast.
De conclusie is dan ook dat [gedaagde] zich niet als een goed huurder heeft gedragen, waarmee hij is tekortgeschoten in de nakoming van de huurovereenkomst.




4.6

Gelet op het voorgaande zal met een grote mate van waarschijnlijkheid in een bodemprocedure de ontbinding van de huurovereenkomst worden uitgesproken.
Volgens [gedaagde] is hij/gaat hij op zoek naar andere woonruimte, maar zal dat de nodige tijd kosten. Hoewel zijn belang bij het behoud van de woonruimte groot is, weegt dit belang niet op tegen het belang van [eiser] bij het zorgdragen voor een rustige woonomgeving voor de andere pensionbewoners en een rustige werkomgeving voor medewerkers van het pension en hulpverleners van Humanitas onder Dak. De vordering tot ontruiming is dan ook toewijsbaar.




4.7
De termijn van ontruiming wordt gesteld op veertien dagen na betekening van dit vonnis.



4.8

[gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, tot en met dit vonnis aan de zijde van [eiser] begroot op een bedrag van € 967,02 (salaris € 577,00, griffierecht € 93,00, kosten dagvaarding € 153,02 en nakosten van € 144,00).






5De beslissing
De kantonrechter:


5.1
veroordeelt [gedaagde] om binnen vier weken na betekening van dit vonnis kamer [nummer] in het pension aan de [adres] te ontruimen en te verlaten, met alle personen en zaken die zich daar vanwege hem bevinden, onder afgifte van alle sleutels, en het gehuurde leeg en behoorlijk schoon ter vrije beschikking van [eiser] te stellen,



5.2
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op € 967,02, te betalen binnen veertien dagen na de betekening van dit vonnis, te vermeerderen met de kosten van betekening,



5.3
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,



5.4
wijst af het meer of anders gevorderde.









Dit vonnis is gewezen te Enschede door mr. E. Horsthuis, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2026.




































HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810